BIS   Buro Internationale Solidariteit

 
Brazilië        Guatemala        Ghana       Maastricht 2015      Fair Trade

 

 

 

   
 
 Ghana
 
CTSP  Children
To School Project
 
CTSP - algemeen
 
Scholen
Dipale
Gushie
Tunayilli
Tigla-Sogo-Tampia
 
 
Fietsen voor Ghana
50 - 50
 
Expositie
Gehuld in Waardigheid
 
Lezingen
Ghana Mozaïek
 
Ezine
Ghana
Nieuwsbrief
 
Onderwijs
projecten &
 leskisten Ghana
 
Webstekken
 
 
[ 50 - 50 ] [ Fietsend in elkaars spoor naar Rome ]
 
Op 1 mei 2006 vertrokken de vrienden Hans Lamboo en Piet Linders per fiets vanuit Roermond naar Rome. Met een route voor zich van zo’n 2000 km. lengte bestond het voornemen om de afstand in ruim drie weken af te leggen. Een verslag over hun drijfveren, ervaringen en belevenissen.

Jaren geleden ontstond het idee, of eigenlijk meer de wens, om samen naar Rome te fietsen. We zijn beide op enkele dagen na, even oud en werden begin dit jaar 50. Aanleiding om verleden jaar de knoop door te hakken, of, hoe en wanneer we de reis wilden ondernemen. En zo kwam het dat we in de maand mei 2006 de tocht zouden maken, in de wetenschap dat we beide doorgaans regelmatig fietsen, maar nog nooit zo’n lange tocht hebben gemaakt. De voorbereidingen werden gestart, verschillende routes werden bekeken en langzaam maar zeker werd ook een klein oefenschema van fietsdagen in elkaar gezet. De maanden van voorbereiding gingen feitelijk van een leien dakje, maar gaandeweg begon het toch ook wel te kriebelen omdat het vertrekpunt van 1 mei steeds dichterbij kwam. En daarmee kwamen de vragen die zo door je hoofd speelden ook wat explicieter naar voren. Hoe zou het zijn, zo’n maand van huis? Dat hadden we beide nog nooit gedaan. Hoe zou het ook zijn zo’n tijd samen op te trekken, fietsend in elkaars spoor? Zouden we het ook fysiek volhouden, kunnen we de route door de Alpen aan en wat zullen we wel niet meemaken? En dat goede doel, het fietsen voor de schoolkinderen in Ghana, zou het wel goed komen met al die kilometers die wij zo graag gesponsord wilden zien? Veel aan voorbereiding zorgde voor zekerheid, maar veel was ook ongewis.
 
naar overzicht [ 50-50 ] [donateurs]
 
 
 
   Vertrek in Roermond op 1 mei
 
Toen de dag van 1 mei aanbrak was het spannend. Er waren er veel die ons in Roermond kwamen uitzwaaien. Op de weg was een vette startstreep getrokken; pijlen op de muur met richting Rome moesten voorkomen dat we al direct de verkeerde kant op zouden gaan. Gedwee maak je de fiets in orde en poseer je voor een foto. De stemming is wat lacherig en er wordt een grapje gemaakt, maar het moment van afscheid is al gauw daar. Dierbaren zwaaiend achterlatend, vergezellen Chris en Jos, twee broers van Hans, ons per fiets naar de Duitse grens. Het maakt het afscheid voor een maand wat lichter als ze ons uitzwaaien. We passeren de grenspaal en daar gaat hij dan, eerst richting Koblenz. De eerste dag is al goed gevuld met Nederlands weer; dreigende onweersluchten hangen ons boven het hoofd en af en toe is het een druilerige regen. Vol goede moed zijn we van plan zo’n 100 kilometer te fietsen. Het is het gemiddelde dat we dagelijks willen fietsen. We moeten nog wennen aan de routebeschrijving als we bij voorbeeld vaststellen dat een viaduct ook echt iets anders is dan een brug. Af en toe rijden we dan ook net even verkeerd, maar dat wordt dan toch ook al vlug ontdekt. De eerste dagen ontwikkel je dan ook een sterk gevoel voor richting. Hans doet dat uitstekend op de routebeschrijving, Piet heeft zo zijn ingebouwde magneetnaald die hij afpast op zon en tijd van de dag.
 
De tweede fietsdag houdt de zon ons al meteen gezelschap en dat verandert eigenlijk nauwelijks de eerste week. De eerste dagen tot de Rijn verlopen daarom zeer voorspoedig en met wat hulp van mensen vinden we prachtige onderdakadressen. Zo logeren we in een klein dorp op een echte wijnboerderij waar de vrouw des huizes onze was nog even in de wasdroger stopt om toch maar te zorgen dat alles weer droog mee kan. Blijkt hun dochter in 2005 wijnkoningin van Rheinhessen te zijn geweest. ‘s Avonds bij hun eigen goede glas wijn wordt nog eens verteld wat dat zo voor hun wijnboerderij betekent en dat hun boerderij van enkele eeuwen oud ook verder kan met en door hun dochter die de nieuwe Winzerin is. Als wij over ons doel vertellen slaan ze bijna steil achterover. Maar goed, we begrijpen ook dat er niet alle dagen fietsers aankloppen die op doorreis naar Rome zijn. Het valt weliswaar op dat er veel wordt gefietst in Duitsland, Oostenrijk en Italië, maar Nederland springt er toch wel uit.
 
      De Loreley aan de Rijn
 
 
Vanuit de heuvels van Hessen gaat het richting Rijn waar we een aantal dagen langs de zonovergoten oever fietsen. Het is fantastisch mooi om de oude plaatsjes even te zien of aan te doen, de Loreley aan de overkant te zien, de plaats waar in vroeger tijden door de Nymphenzang menig schip op de rotsen of de verraderlijke zandbanken liep. We boffen zo met het weer dat we de oude plaatsen Heidelberg en later ook Tübingen behoorlijk zwetend bereiken. Dan zitten we al een flink eind richting Schwarzwald en Schwaben. De Schwäbische Alp is eigenlijk de eerste proef die we met klimmen moeten doorstaan.

  Flink klimmen in de Schwäbische Alp


Het moet een flink stuk omhoog en in twee dagen moeten we zo uiteindelijk Bregenz aan de Bodensee zien te bereiken. We fietsen over de hoogste stukken van de Alp en zo hebben we soms prachtige vergezichten op Bodensee en langzaam maar zeker ook op de Alpen die verderop opdoemen. Het landschap is bezaaid met boomgaarden vol met bloesem en zoals gepland op het fietsschema, arriveren we de zonnige zondag 7 mei in Bregenz. We hebben zo’n 750 km. afgelegd, ongeveer éénderde van de reis en hebben op maandag een rustdag gepland. In de wijk Hard ten zuiden van Bregenz vinden we in de gloednieuwe jeugdherberg onderdak. We schrijven op de computer van de receptie onze eerste brief naar het thuisfront, bezoeken de oude stad van Brengenz en onderwerpen de fietsen aan een controlebeurt. Piet heeft tijdens een wandeltocht nog contact met de plaatselijke parochie die een prachtige kerk en een centrum aan de Bodensee onderhouden waar ook activiteiten op het vlak van kunst en religie georganiseerd worden. Zoals bij ons de stichting Prisma bij voorbeeld doet. Kennen wij een ‘Nacht der Zielen’, de parochie van Hard organiseert bij voorbeeld een ‘Nacht der Liebenden’ die met voordracht, kunst en gesprek over liefde gaat. Prachtig thema en een prachtig initiatief. Wie weet waar een en ander nog toe kan leiden.

Op dinsdag 9 mei gaat de tocht verder. Na het ontbijt valt er voor het eerst behoorlijk wat regen. Dus hijsen we ons in het regenpak en besluiten de bospaden en b-wegen van de route niet te nemen maar de richting naar de hoofdplaatsen te volgen. Dat schiet enorm op, ondanks de aanhoudende regen, maar na zo’n 40 km. als we langzaam aan de Arlbergpas op fietsen, zijn we niet alleen nat van buiten maar ook van binnen i.v.m. het transpireren. Gelukkig biedt op dat moment een cafetaria langs de weg uitkomst. Er is niemand buiten ons en de beheerder vindt het goed als we al onze natte kleding te drogen leggen over stoelen, barkrukjes en bankjes. Goed en wel opgedroogd gaat het dan richting Klösterle, een klein dorpje op de pas, maar de regen wil nog niet echt ophouden. Het wordt behoorlijk zwaar nu we met regenweer naar zo’n 1450 hoogte moeten. Het fietspad en de stukken zijn weliswaar niet druk maar soms slecht en daarbij ook vochtig. Als we het dorpje bereiken besluiten we diezelfde dag zeker niet verder te fietsen naar St.Anton, ongeveer het hoogste punt op de Arlbergpas (1800 mtr.). We zijn moe, door hoogteverschil en omstandigheden. In het dorp met vele ‘Zimmer frei’ en pensions en hotels, blijkt alles dicht te zijn. We horen naderhand dat het (winter-) seizoen net achter de rug is en ieder zo’n beetje zelf met vakantie gaat. Eigenlijk hadden we daar niet zo op gerekend. We spreken iemand aan en hij belt enkele keren in een mooie vriendelijke Tiroler-taal met iemand anders in het dorp. Zo komen we bij Ilse en Willy terecht, een vriendelijk echtpaar dat extra de verwarming aanmaakt, een kamer inricht en de handdoeken klaarlegt. De flessen bier worden als vanzelf uit de kelder gehaald en wij ervaren wederom hoe weldadig en goed gastvrijheid wel niet is. Willy regelt zelfs het adres waar we nog een hap kunnen eten, want de dame van het plaatselijke restaurant dat open zou zijn is net in het ziekenhuis opgenomen. Willy rijdt inmiddels de auto voor, rijdt ons vervolgens naar een prachtig oud Oostenrijks restaurant en laat weten dat er even gebeld kan worden als we klaar zijn. Hij komt ons dan even ophalen. Van hem vernemen we wat meer van de streek en hun seizoenen. Dat het diezelfde ochtend bij hun nog gesneeuwd heeft, waarom dat ieder nu vakantie heeft en dat eind augustus alweer de eerste sneeuw zal komen. Hij kondigt ook beter weer aan voor de volgende dag. Met enige scepsis horen we zijn belangrijke boodschap aan, maar het zou wel fijn zijn als dat zou uitkomen.

Als we de volgende dag klaar staan om richting hoogste punt te fietsen, drijven de laatste flarden bewolking naar beneden het dal uit. We nemen afscheid en weten dat hij als bergbewoner veel beter weet wat er hier in de natuur omgaat. Als toevallige fietsers zijn we daar dankbaar voor en als we goed en wel het dorpje uit zijn fietsen we al in een zonnig berglandschap met adembenemende vergezichten. We krijgen nu ook wat langere tunnels op de route en dat blijkt al fietsende best lastig. Auto’s passeren met oorverdovend lawaai omdat het geluid heel lang in de tunnel blijft hangen. De sneeuw die we de voorafgaande dagen boven op de bergen zagen liggen, komt steeds dichterbij. Rond het middaguur bereiken we een zonovergoten top bij St. Christoph am Arlberg (1794 mtr.) en staan we letterlijk in de sneeuw.


 
Op weg door de Arlbergpas staan we op het hoogste punt letterlijk in de sneeuw
 
 
Er waait een lekkere frisse wind maar het is een fantastisch gevoel dat je met je fiets op zo’n hoogte bent aangekomen. Goed ingepakt en met een kop koffie op, gaat het nu een heel eind naar beneden. Het spreekt voor zich dat dit op sommige stukken met behoorlijke snelheid gepaard gaat. De teller geeft soms snelheden tussen de 50 en 60 km. per uur aan. Op twee dunne bandjes is dat toch al behoorlijk hard. ‘s Avonds vinden we in het oude bergdorp Pfunds een onderkomen in hotel ‘Schone Aussicht’ De eigenaresse is aan fietsers gewend. Ze komen door de pas zo’n beetje allemaal hier voorbij. Meteen moet er eerste een borrel gedronken, krijgen we vervolgens een kop koffie voorgezet met een flink stuk taart toe; want anders blijft die toch maar over redeneert zij. Gedwee aanvaarden wij hetgeen we net nodig hebben. Terwijl wij van het wonderschone uitzicht op het balkon van de kamer genieten, haalt zij het kleinvee rondom het huis en de boerderij naar binnen. Er blijkt een grote bruine beer in het bos te zitten die in de schemer op strooptocht gaat. Dus je weet maar nooit, maar goed, wij verblijven op een-hoog.

Piet denkt de volgende ochtend de beer te hebben gehoord maar dat blijkt het snurken van Hans te zijn geweest. Het grote pelsdier is niet gesignaleerd en wij kunnen dus na een stevig ontbijt veilig op pad. We fietsen nu eerst richting Oostenrijks-Zwitserse grens die door een rivier wordt gevormd. De zon zorgt voor een aangename temperatuur wanneer we door een adembenemend mooi berglandschap fietsen. Dat verandert onmiddellijk wanneer we de grens vervolgen door een nauwe spelonk waar de zonnewarmte niet doordringt. Meteen moeten er warme kleren aan want de temperatuur zakt naar zo’n 10 graden. Daarbij daalt het ook nog flink dus hebben we een gevoelstemperatuur van enkele graden. Na een fikse klim bereiken we de Norbertshöhe op 1454 mtr. Van daaruit gaat het oostelijk over de Reschenpas richting Mirano. Op deze pas fietsen we langs het bergmeer dat als stuwbekken dienst doet en waar middenin nog een deel van de oude kerktoren uit het water omhoog steekt. De rest van het dorp ligt onder water. We stoppen even wanneer we de 1000 km.-grens op onze teller passeren. Het is donderdag 11 mei, de helft van de tocht zit er bijna op. Net voor Mirano vinden we een goed onderkomen voor de nacht.
 
   Het stuwmeer met kerktoren op de Reschenpas


Fietsend door het dal en met stevige tegenwind krijgen we in dit deel van Tirol lange stukken met appelgaarden. Bij navraag blijkt dat de Italiaanse kant van Tirol vooral ook om de consumptieappels bekend is. We fietsen zo’n 100 km. lengte aan fietspad door dorpjes en boomgaarden en bereiken via Bolzano de stad Trento waar we langs het fietspad bij een bedrijfje achter het hekwerk een enorm Jezusbeeld ontdekken, alsof die alle fietsers verder een goede tocht wenst. Voorspoedig gaat het dan ook naar Rovereto, een prachtig oud stadje waar we in een gloednieuwe jeugdherberg onderdak vinden.

 
 
 
 
 
 
 
 
Op de Reschenpas hebben wij
de eerste 1000 km. er op zitten


De volgende dag gaat het richting Gardameer waar we zo’n 50 km. langs oever zullen fietsen. Met prachtig weer arriveren we aan het water en zitten zo weer in een geheel ander landschap. We rijden door de eerste olijfboomgaarden die in de zon een prachtig zilvergrijze kleur hebben en rijden ter hoogte van Bardolino en Garda weer de heuvels in met als voorlopig eindpunt Verona. ‘s Avonds bezoeken we het oude centrum dat op een steenworp afstand van onze slaapplaats ligt. Verona is in een woord prachtig. De bekende Romeinse arena is nog gesloten i.v.m. de voorbereidingen van de grote operaopvoeringen in de openlucht die rond half juni zullen beginnen. Het centrum van de stad is prachtig en is rijk aan oude Romeinse kunst en gebouwen. Op het oude centrale plein kijken we onze ogen uit.


    Centrum van Verona
 
 
De volgende dag fietsen we langzaam maar zeker de alpen uit en doorkruisen het eerste gedeelte van de Po-vlakte. Als je niet beter wist zou je zeggen dat je door een Nederlands landschap fietst.  Helemaal plat met veel agrarische bedrijven waar grote velden graan opschieten met hier en daar een weiland omsloten met een sloot. Het is zondag 14 mei en in een piepklein dorpje zien we een stoet communicantjes uit de kerk komen. Met daarachter het feestgezelschap dat uit volle borst meezingt met hetgeen de grote speaker op de kerk aan lied en melodie produceert zodat ook heel het dorp en de omgeving mee kan luisteren. Het tafereel en de metalige melodie doet denken aan de tijd van Don Camillo en Peppone, de leider van de plaatselijke afdeling van de communistische partij. In de namiddag bereiken we de oude stad Ferrara en wat voor Verona geldt, is evenzo van toepassing op Ferrara. Een prachtige oude Romaanse stad, rijk aan cultuur en kunst. We bezoeken in de lauwe avond het centrale plein bij het oude kasteel en drinken een lekker koel glas wijn op een van de terrassen.
 
Wanneer we Ferrara goed en wel uit zijn, doemen de Apennijnen aan de horizon op. Het is een prachtig gebied maar het betekent ook dat we weer flink omhoog fietsen. De temperatuur is al wat hoger dan helemaal in het noorden, dus het is soms flink transpireren. Maar het fietsen wordt beloond met prachtige vergezichten. Het gebied is een van de mooiste stukken natuur die we doorkruisen. De groene heuvels zijn bezaaid met bossen, olijf- en wijngaarden afgewisseld met de typische dorpjes van Toscane en Umbrië.
 
  Het prachtige landschap van de Apenijnen
 
 
Via Loiano waar we overnachten fietsen we nog een volle dag door de heuvels tot aan Florence in het dal van de Arno. We hebben het tweede gedeelte op de route gehaald en hebben 1635 km. achter ons liggen. We zoeken een van de jeugdherbergen op die Florence rijk is. Het is een oude Romaanse villa -Villa Camerata-  in een groot park aan de rand van het centrum. We nemen hier een dag rust alvorens richting Assisi te vertrekken en bezoeken de volgende dag het centrum. Florence is prachtig maar ondanks het vroege tijdstip van vertrek, blijkt het centrum afgeladen vol te zijn.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De grote Domkerk op de Piazza del Duomo in Florence
 
Voor de domkerk staat een enorme rij wachtenden en de straten daar om heen zijn overladen van toeristen. Dus zoeken we allereerst wat rustiger plekken om te bezoeken. Later op de middag lopen we terug over Ponte Vecchio, de oude brug met de diamantwinkeltjes en bezoeken we de Basilica de San Lorenzo en later nog de domkerk. Op beide plekken kunnen we nu zo naar binnen lopen; geen rij meer, veel minder mensen, veel minder drukte. Aansluitend met de bus terug naar onze villa om de voorbereidingen voor de volgende (fiets-) dag te treffen.
 
Feitelijk hebben we nog zo’n 420 km. voor de boeg; de helft tot Assisi en daarna nog eens die afstand tot Rome. Het eerste deel daarvan, de afstand tot Assisi, besluiten we op basis het klimmen en afdalen, niet in twee maar in drie dagen te fietsen. Dat blijkt ook wel nodig te zijn want als we op donderdag 18 mei Florence goed en wel verlaten hebben, gaat het meteen flink omhoog. Het gebied ten zuidoosten van Florence behoort kennelijk nog net tot de regio van Chianti want we komen door dorpjes waarvan de naam steeds wordt aangevuld met ...in Chianti en is rijk aan wijngaarden. Het gaat nu richting Arrezzo en af en toe fietsen we door lange lanen omzoomd met de hoge cipressen die zo typisch zijn voor deze streek. Ondanks de fikse warmte van zo’n 28 graden en de inspanning die we leveren, genieten we van de wonderschone uitzichten op wijngaarden en olijfbomen. Meerdere keren passeren we bordjes met de aanduiding Agriculturismo”, een soort ‘kamers bij de boer’ zou je kunnen zeggen. Meestal is er ook wel een eenvoudige maaltijd te krijgen. We volgen zo’n aanduiding en hebben meteen de pech dat we daarvoor een enorme bult op moeten, helemaal buiten het dorp gelegen. Bovenop aangekomen constateren we vervolgens dat men appartementjes verhuurt en er is geen ontbijt verkrijgbaar. Het laatste is niet ongewoon; Italianen gebruiken ‘s ochtends feitelijk geen ontbijt zoals wij dat kennen. Ze drinken bij voorbeeld thuis of in het café op weg naar het werk staande een espresso aan de bar. Een paar bruine boterhammen is er echt niet bij.
 
Omdat we de dag vooral niet met een lege maag willen vertrekken, besluiten we toch maar terug te fietsen en in het dorp spreken we de eerste de beste inwoner aan die in ons blikveld komt. De man denkt diep na, begrijpt ons probleem, is bereid ons even op de nabijgelegen kruising te parkeren om aansluitend zijn boodschappen vlug naar huis te brengen en vervolgens met auto op de kruising te verschijnen. “Rij maar achter me aan” zo wuift hij uit de auto en als een alternatieve Giro de Italia gaat het richting Castelnuovo blijkt. Een paar kilometer verderop rijdt hij een erf op aan de voet van een oud (nieuw) kasteel. Geen mens te zien maar hij belt even aan en vraagt vervolgens of de senora bereid is twee gasten in de herberg op te vangen. We bedanken de aardige meneer voor de hulp en vertoeven in een oude herberg; over deze gastvrijheid en zulke woorden zijn in de theologie de laatste jaren boeken geschreven. Wij ervaren weer hoe goed het doet als mensen zo gastvrij voor elkaar zijn en aansluitend worden we ook nog met de auto naar een pizzeria gereden die zo’n 10 kilometer verderop ligt. Ze blijken die avond net open te zijn en we zitten dus helemaal alleen in een grote afgelegen pizzeria waarvan we ons afvragen waar men zo van kan leven. Een uur later is die vraag al grotendeels beantwoord, want de pizzeria zit zo’n beetje vol en afgaande op de kwaliteit zal de pizzabakker wijd en zijd bekend staan. Vanwege de reuzenhonger eten we een reuzenpizza, de pizza-grande voor welgeteld Euro 6,50. Als we zat en voldaan na een kopje cappuccino uitbuiken, wordt de knecht gesommeerd ons naar huis te rijden. Ook dat behoort kennelijk tot de kwaliteit van de pizzeria. De jongeman levert ons netjes bij de herberg af waar een gezelschap onder de druivenranken van de lauwe avond geniet. We worden uitgenodigd om een glaasje wijn mee te drinken en met handen en voeten vertellen we weer over onze tocht, ons doel en de ervaringen. 
 
 
   
Anghiari in de Alpedi Catenala
 
 
De route gaat de volgende dag al vlug omhoog het gebied van de Alpedi Catenala in. De temperatuur loopt al soms op tot zo’n 30 graden. In een van de dorpjes stoppen we even want dagelijkse wordt ook van het Italiaanse ijs genoten. We zitten tussen de dorpsbewoners onder een dikke boom op een stoeltje en raken al gauw aan de praat. De moderne fietsen vallen meteen op en met veel handgebaar en heftigheid reageren ze verwonderd dat je weliswaar per fiets naar Rome wilt, maar meer nog daarvoor helemaal uit Nederland komt. Als we opstappen wensen ze ons veel succes en fietsen we richting dal van Spoleto waar ook Assisi ligt en wij de volgende dag willen arriveren.
 
 
   We staan voor de poorten van Assisi
                
 
De volgende dag doemen de contouren van de stad van Franciscus langzaam maar zeker voor ons op.  Ze ligt prachtig tegen de bergen aan en heeft een mooie uitstraling door al het zandsteen die voor de huizen is en wordt gebruikt. We fietsen door de steile straatjes naar de piazza voor de Sante Chiara, de kerk waar Clara van Assisi ligt begraven. Zittend op de rand van de fontein keert de rust langzaam in ons terug. We zijn dankbaar dat we zo ver zijn gekomen. Ook dankbaar dat we dat niet alleen en met z’n tweeën hebben gedaan, maar met ieder ook die we thuis weten en die we ook missen. Dankbaar zijn we ook voor het delen van de zorgen met elkaar en dat we al die dingen niet vergeten maar dat ze eigenlijk met ons mee trekken op onze reis. De zorgen rond het gezin of familie; Félicienne, de jongste dochter van Piet die twee jaar geleden is overleden, reist elke dag achter op de fietsdrager mee. Nu we zo ver zijn gekomen wordt voor ons nog duidelijker dat er een vanzelfsprekende openheid is ontstaan, in jezelf en in de ander.
 
We kijken door het dal van Spoleto in westelijke richting. Op zijn innerlijk kompas wijst Piet ongeveer de richting naar Passagio de Bettona, zo’n 15 km. door het dal fietsen. Daar zullen we logeren bij Lidia en Stefania; het adres hebben we van onze vriend Herman Evers gekregen; hij heeft voor het contact gezorgd. We fietsen langs de Santa Maria degli Angeli, de imposante kerk en plaats waar Franciscus kennelijk de stigmata heeft ontvangen en aansluitend gaat het richting Passagio. Piet herkent het dorpje waar hij drie jaar geleden al eens was en wanneer we de juiste straat in fietsen staan de twee dames ons al op te wachten. De ontvangst is erg hartelijk en meteen worden fotoboeken over dorpsjubilea en geschiedenis uit de kast getrokken. Lidia die ruim in de 80 is, praat aan een stuk door, of wij het verstaan of niet; dat de televisie ook nog hard aan staat doet er niet toe. Verstaan doen we een enkel woord en het taalgidsje biedt ook nog wel eens uitkomst terwijl de foto’s voor zich spreken. We logeren twee nachten bij hen omdat we de volgende dag (zondag 21 mei) Assisi willen bekijken. Voor het zover is bezoeken we op zondagochtend allereerst het kerkje van Passagio omdat Herman die mee heeft helpen bouwen zo’n 40 jaar geleden. Een mooi kerkje met een voor die tijd moderne uitstraling, gebouwd als een cirkel.
 
 
  kerkje van Passagio Di Bettona
 
 
We zijn goed op tijd om wat indrukken op te doen en ontdekken dat er die ochtend kennelijk toch iets bijzonders gevierd wil worden. Prompt blijkt afgaande op het gezelschap dat langzaam de kerk binnenstroomt, dat we in een huwelijksviering terecht zijn gekomen. “Heel normaal”, legt Stefania later uit, iedereen trouwt hier op zaterdag of zondag. De liturgie is plechtig en protocollair, met enige afstand en het gezelschap is erg chique. Het paar blijkt uit het dorp afkomstig en Stefania en Lidia kennen hun families nog. Aansluitend fietsen we naar Assisi, parkeren de fietsen met ketting aan het hek bij de bushalte en bezoeken we allereerst de Santa Chiara, een rustige kerk waar Clara haar laatste rustplaats vond. Aansluitend lopen we naar het kerkje van San Damiano.
 
   
 
 
 
 
 
 
 
Het klooster van San Damiano waar we pater Loek Bosch troffen
 
 
Het is een flinke wandeling stijl naar beneden naar een mooi oud kloostertje, de plaats waar Franciscus het visioen van het sprekend kruis beleefde. Er zijn weinig mensen en het is indrukwekkend om op deze bijzondere plaats te vertoeven. De Franciscaanse beweging vond hier een belangrijk deel van haar oorsprong: eenvoud, soberheid en een helpende hand voor hen die daar om verlegen zitten. Bij de portier vragen we even na of pater Loek Bosch aanwezig is en jawel, even later maken we met hem kennis, doen we hem allereerst de groeten van zijn medebroeder Matti Jeukens (waar ‘t Groenewold wandelingen in Italië mee organiseert) en hebben het over het doel van onze reis. En hij vertelt over het klooster dat grondig wordt gerenoveerd, het land met z’n gebruiken en de rust van de plaats waar we dan vertoeven. San Damiano vormt dan ook een contrast met de San Francesco, de hoofdkerk die we na afscheid van Loek Bosch te hebben genomen, vervolgens bezoeken. In de benedenkerk is een dienst gaande maar kunnen we de kripte toch bezoeken en kunnen we voor een kort moment rust vinden ondanks de stroom van toeristen. In de bovenkerk richten we ons op het beeldverhaal van Franciscus dat door de fresco’s wordt verbeeld en dat in de reisgids goed staat beschreven. In een notendop maak je zo kennis met Franciscus’ leven en ontdek je tegelijk dat uit eenvoud en soberheid, ook in allerlei vormen het tegendeel is ontstaan. Vol van ook deze indrukken, keren we naar onze fietsen terug en trappen wederom naar het adres van Lidia en Stefania alwaar we op een heerlijke maaltijd getrakteerd worden.
 
 
    Afscheid bij Lidia en Stefania in Pessagio
 
 
De volgende dag vertrekken we op tijd en het beloofd een enerverende dag te worden. Het eerst gedeelte fietsen we door het dal van Spoleto via Bevagna naar Tre Ponti, twee plaatsen waar Piet drie jaar geleden met een wandelgroep is geweest. Het landschap van Umbrië is prachtig maar de route over de heuvels gaat evenwel flink op en neer. We passeren de plaatsen Narni, Poggio en Colle Tarocco San Lorenzo van waaruit we naar het bergdorp Calvi fietsen. Dat blijkt ons noodlottig te worden want het dorpje blijkt als een labyrint te zijn gebouwd zo stijl, dat de meeste straatjes uit trapjes bestaan. Met de fiets aan de hand lopen onze wegen uit elkaar doordat de een naar boven loopt en de ander naar beneden. Nog even horen we elkaar, maar dan is ook het geluid weg. De een vindt de weg naar beneden, de ander wacht op het dorpsplein, likt een ijsje en probeert de mobiele telefoon. Omdat de verbinding niet lukt, is verder fietsen het devies en na wat bochten zien we elkaar op enkele kilometers afstand door het landschap fietsen; dus is het leed enkele minuten daarna ook al weer geleden. We passeren de grens van de 2000 fietskilometers en ergens op een landweg in de heuvels vinden we onderdak voor de nacht. Daar worden we getrakteerd op de lekkerste pasta; ‘je ontvangt loon na werken’, denken we nog.
 
En dan breekt op 23 mei de laatste fietsetappe aan. Een gek gevoel zo lang per fiets onderweg te zijn om dan aan de laatste kilometers te beginnen. De heuvels die we denken achter ons te laten, lopen echter tot aan Rome, dus het wordt al met al nog een intensieve dag. Maar langzaam maar zeker duiken de contouren van de stad in de namiddag op. Door de enorme uitgestrekte bewoning, is de stad niet in haar geheel te overzien. Het wordt bovendien ingewikkeld om de weg richting centrum te vinden want men is niet echt gewend aan fietsers op de weg. Het is erg druk en het lijkt er op alsof we op een autobaan zitten. Voor een belangrijk deel op de kompasnaald van Piet gaat het tenslotte maar richting centrum en
 
 
  We staan eindelijk voor de poorten van Rome
 
 
wonderwel vinden we een goede aansluiting wanneer we de periferie zo’n beetje achter ons hebben. Op de kaart vervolgens richting Piazza della Maddalena, lekker in de drukte van het spitsuur dat in Rome zo’n beetje de hele dag duurt. Maar we vinden de straat en staan dan toch eindelijk voor het generalaat van de Camillianen. Na wat onduidelijkheid komt broeder Lucca  aanlopen en heet ons hartelijk welkom. De uit Bergamo afkomstige Italiaan spreekt goed Engels en natuurlijk verwachtte men ons, alleen het tijdstip was natuurlijk enigszins ongewis. Maar goed, we treden via een zijstraat van het warme Rome, het koele gebouw van de Camillianen binnen en Lucca trakteert ons eerst op een fris glas bier. Vervolgens maken we kennis met elkaar en maakt hij ons wegwijs in het huis. Beide hebben we een mooie kamer met uitzicht over binnenplaats en een stukje van Rome. We kunnen nog net een stukje van het Pantheon zien dat op zo’n 100 meter afstand ligt. We zitten dus hartje Rome op een steenworp afstand van een enorm aantal bezienswaardigheden. Beide voor het eerst in Rome, blijkt  voor ons de stad een waar (openlucht-) museum te zijn.
 
De week die wij er vertoeven moeten we dus keuzes maken. De eerste dag bezoeken we het Pantheon op een steenworp van ons logeeradres. De oude tempel is een kroningsplek en grafplaats geworden van menige keizer en stamt al van voor onze jaartelling. Vooral de afmetingen vallen onmiddellijk op. Dat gevoel is nog sterker wanneer we de Vaticaanse burcht over de Ponte S.Angelo zien -een vestingwerk aan de Tiber- en aansluitend kijken we op het St.Pietersplein. De enorme afmetingen nemen enkel toe wanneer we de kerk naderen en binnengaan. Je zou op de gedachte kunnen komen dat de menselijke maat zoek is. Ter hoogte van zo’n 70 mtr. bevindt zich de koepel van ongeveer 60 mtr. doorsnede ingelegd met het fraaiste mozaïek. Buiten kun je rustig over het dak flaneren als liep je over een boulevard; met winkeltjes waar allerlei devotionalia te verkrijgen zijn. We besluiten ook de opgang naar de uitkijk op de koepel te nemen, op zo’n 130 mtr. hoogte en worden beloond met een adembenemend vergezicht over Rome.
 
  Het grote plein voor de St. Pieter
 
De tweede dag gaan we met de metro naar een andere hoek van het centrum en bezoeken we St.Jan in Lateranen, tot de 15e eeuw de zetel van de Paus. Weliswaar ook nog groot in afmetingen, is het een bijzonder mooi gebouw met een zekere eenvoud. Er ligt prachtig mozaïek op de vloeren. Op de terugweg lopen we een stuk door de stad en komen zo bij het Colosseum. Na een rondgang door de grootste en wellicht meest bekende arena, lopen we door Foro Romano, het stadsdeel waar de keizer in de antieke tijd woonde en waar nog resten van straten, triomfbogen en tempels te bewonderen zijn. Nadat we de avond van Hemelvaart de viering van de geboortedag van Camillus in de kerk hebben bijgewoond, gaan we in de stad een hapje eten. We zitten in een gezellig restaurantje waar we Halie, een van de bedienden treffen. Hij is als vluchteling afkomstig uit Afghanistan en verdient zijn levensonderhoud met oberen. Dat blijkt nogal wat haken en ogen te hebben en hij werkt feitelijk voor een hongerloontje. Vluchtelingen worden geëxploiteerd en hij is van plan om binnen afzienbare tijd naar Engeland te gaan waar hij kennelijk meer mogelijkheden ziet.
 
 
 
De volgende dag staat allereerst het eiland Tiberias op het programma. Het is maar tien minuten lopen naar de plek waar de Romeinen al een soort ziekenhuis hadden en waar nu nog steeds een ziekenhuis is. In de kerk van St. Bartholomeus staat aangekondigd dat er ‘s avonds een concert is met muziek van Schubert en Vivaldi. We zetten dat voorlopig ook even op het programma want het blijkt ook een benefietconcert t.b.v. de aids-preventie.  Maar voordat we dat doen, bezoeken we de Piazza Bocca della Veritas. De Bocca is de steen van de waarheid omdat je de hand in z’n mond moet leggen. In vroeger tijden gingen echtparen hier op bezoek om zich van de kuisheid van de partner te vergewissen en bij twijfel beet de Bocca dan je hand af. Met die wetenschap liepen we op het markante stenen gezicht toe en konden we na het ritueel toch weer ieder onze beide handen meenemen.
 
 
    De Bocca della Veritas
 
 
Een tiental minuten verderop dalen we vervolgens de treden af tussen Castor en Pollux door, de beide goden die Rome beschermen en bereiken we zo Piazza Venezia (graf van de onbekende soldaat). Op de terugweg lopen we de route via de Trevi-fontein, een van de mooiste fonteinen die Michelangelo maakte. Het is er zo druk dat we besluiten maar op een ander tijdstip nog een keer te proberen. En zoals gezegd bezoeken we ‘s avonds het concert in de St.Bartholomeus.
 
    Fragment van de Trevi fontein
 
 
De volgende dag willen we graag de Sixtijnse kapel bezoeken, dus is het vroeg op. We zijn zo naïef om te denken dat we dan wel ergens vooraan in de rij zullen staan, maar niets is minder waar. In de brandende zon sluiten we achter aan en moeten nog zo’n 400 meter hitte, een buslading bedelaars en de oplopende druk naar het toilet doorstaan. Voor de aardigheid tellen we lengte en breedte van de rij en maken een ruwe schatting van zo’n 10.000 wachtenden voor ons: oftewel twee uur wachten; en dan naar binnen. Controles, veiligheidsbeambten, argusogen, alles hoort er bij en daar gaan we dan. Het ene na het andere vertrek met treden, etages, lange gangen en hoge muren, het Vaticaans museum is een schatkamer waarvan je de omvang, waarde en indruk nauwelijks kunt bevatten. Vrijwel nergens kun je rustig blijven staan om iets op je te laten inwerken. De vraag komt in ons op af dat eigenlijk ook wel de bedoeling is. Dus als we langzaam maar zeker de gangen naar de Sixtijnse kapel door lopen, klinkt in alle talen en niet mis te verstane bewoordingen de importantie en heiligheid van de ruimte die we zo dadelijk zullen betreden. Je wordt er gedwongen stil van, maar kennelijk stoort de waarschuwing de meeste bezoekers allerminst. Ze komen voor de kapel en de gewijde sfeer willen ze op commando nog wel enigszins recht doen. Lachwekkend is het daarom bijna om de suppoosten voortdurend ‘silenzio’ en ‘no foto’ te horen roepen in een meute die veel weg heeft van een zwerm bijen in een te kleine bijenkorf. Het gezoem neemt soms irritante vormen aan en de lampen in de kapel kunnen gewoon uit want met zo’n hoeveelheid flitslichten vindt een blinde nog de uitgang. Maar de kleuren-rijkdom, de eigenzinnigheid in schilderstijl, de schepping van mens, God en wereld, het komt ondanks al het rumoer toch bij je binnen. Het is wonderschoon... en dan vlug naar buiten. Daar staan we dan, geheel onverwacht, op het St.Pieterplein. We hebben nog niets gezien van Botticelli,
 
  Demonstratie voor het Colosseum
 
Rafaël of Giotto. Dat bewaren we dan maar voor een volgende keer. Ons voornemen is namelijk om met de metro richting Colosseum te reizen om daar in de buurt de Basilica van St.Clementinus te bezoeken. Eigenlijk zijn het drie kerken boven elkaar die allen zo oud zijn dat zelf de ingang van de bovenste kerk een stuk onder de straat ligt. De diepste en oudste gedeelten zijn ontmoetingsplaatsen en schooltjes van gemeenten van voor onze jaartelling die het Mitrasgeloof aanhingen, de kerk daarboven stamt uit de vroegchristelijke tijd van de eerste eeuwen. De bovenste kerk is de kerk zoals ze heden ten dage nog door de Dominicanen wordt gebruikt. Een prachtig verstilde plaats midden in de drukke stad Rome. We besluiten toch maar via een drukke hoofdstraat terug te lopen en ontdekken ter hoogte van het Colosseum een enorme massa fietsers; jeugd, opa’s en oma’s, ouders met kinderen. We horen later van Halie de Afghaanse jongen, dat het een demonstratie tegen geweld en oorlog betreft, een soort vredesdemonstratie dus. Ondanks de hitte gaan de sprekers flink te keer. Dus de boodschap zal wel overkomen.
 
  
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Ons verblijf bij de Camillianen.
 
Zo zien ongeveer alle straten
in het centrum van Rome er uit
 
 
 

 

Omdat maandag a.s. feitelijk onze laatste dag in Rome is en we nog ieder zo onze inkoopkarweitjes hebben te doen, besluiten we voor morgen, zondag 28 mei, een van de catacomben te bezoeken; vooral die van Priscilla schijnen erg indrukwekkend te zijn. En nadat we ‘s ochtends een dienst in de nabijgelegen Santa Clara hebben bijgewoond, gaan we wat later op de ochtend met de bus naar de tuinen en catacomben van Priscilla. De naam stamt af van een belangrijke Romaanse familie die al heel vroeg een eigen catacombe bezat en die feitelijk heeft uitgebouwd. We geven ons op voor een  rondleiding en zo horen we dat het 14 km. lange gangenstelsel onder een groot gedeelte van het park, de straten en huizen loopt. Zo’n 40.000 graven zijn er geteld, naast veelal volwassenen, heeft men ook graven van kinderen aangetroffen. Veel van de graven zijn nog intact en met typische gedecoreerde tegels afgedicht.

Eenmaal weer boven lopen we even het theater dat bij het logeeradres in de buurt ligt naar binnen en reserveren we twee plaatsen voor La Traviata van Verdi. We hebben een mooie plek als ‘s avonds de voorstelling een aanvang neemt. De onmogelijke en uiteindelijk ook noodlottige liefde wordt bijzonder voor het voetlicht gebracht. Soms zijn de reacties van de Italianen uit de zaal zo heftig dat het operagezelschap en orkest even een maat wacht tot de emoties en het applaus is verstomd om dan weer de draad op te pakken. Het is een belevenis om zo’n voorstelling mee te maken. In het klooster horen we dat pakweg half juni de opera ook te zien is in de open lucht in de beroemde arena van Verona. Dat bewaren we dan maar voor een volgende keer zullen we maar zeggen.

Op maandag doen we nog wat inkopen. Hans bezoekt in de middag nog het Joods historisch Museum en de nabij gelegen nieuwe  Grote Synagoge ingewijd in 1959; de joden hebben in Rome eeuwen lang in een klein getto moeten overleven. Een stukje Romeinse geschiedenis die in de reisgidsen en toeristenfolders nauwelijks aan bod komt.     

Dan breekt langzaam te tijd aan om de voorbereidingen voor de terugtocht op dinsdag 30 mei te treffen. We vliegen van Rome naar Niederrhein en de fiets gaat gewoon mee. We passen de fietsbagage aan elkaar, en prepareren de fietsen door het stuur een kwartslag te draaien en de trappers te verwijderd. Op het vliegveld moet dan nog de lucht uit de banden. Omdat Lucca bereid is ons met een klein busje naar het vliegveld te rijden, passen we bagage, fietsen en onszelf in de bus om de volgende dag niet voor verrassingen te staan. Alles zit mee en de laatste avond in Rome breekt aan. We blikken terug op een enerverende maand met enorm veel indrukken en ervaringen. Een fantastische tocht is het geworden met wonderlijke ontmoetingen, veel gastvrijheid en prachtige ervaringen. Onze vriendschap heeft het uitgehouden en is sterker geworden. We hebben elkaar veel ruimte gelaten, veel verteld en vertrouwen geschonken terwijl het verhaal nog lang niet af is. We bedanken de congregatie en Lucca in het bijzonder en begroeten enkele uren later nadat we van het vliegveld in Duitsland naar huis zijn gefietst, na een maand onze families.

  Hans en Piet zijn weer thuis

Het is een prachtig weerzien. Ieder is gelukkig nog dezelfde en toch ook weer veranderd. Daarom begint vanaf thuiskomst de reis opnieuw. Door te vertellen, door de beelden, door de vele ervaringen en indrukken... in elkaars spoor fietsend naar Rome. Gevraagd naar wat nu het hoogtepunt is geweest van onze fietstocht is er maar een antwoord: het fietsen zelf, het loslaten en loskomen, het helemaal uitwaaien en doorwaaien, het fietsend één worden met de prachtige omgeving, het gedragen worden op de pedalen, het opgaan in tijd en prachtige natuur, het vervuld worden van dankbaarheid dat we kunnen fietsen, mogen fietsen, duren fietsen, willen doorfietsen, een beweging die geen einde kent….
 
Hans lamboo
Piet Linders

 

 
De route die zij fietsten is te vinden op www.reitsmaroutes.nl  Het project van de schoolkinderen in Ghana en de sponsoractie is te vinden onder www.ganaGhana.nl (knop 50-50). Inmiddels heeft de actie ruim € 2.880,00 opgebracht. Dat betekent dat de 2100 kilometers ruimschoots zijn gesponsord. Wij bedanken namens de schoolkinderen alle gulle gevers voor zo’n royaal gebaar; fantastisch!
 
 
Meldt u ook aan voor de gratis  [ Ghana ] [ Nieuwsbrief ]
 
De [ Ghana ]  [ nieuwsbrief ] bericht met enige regelmaat over projecten en ontwikkelingen in Ghana & West-Afrika. Ook worden activiteiten als exposities, lezingen, muziek, films e.d. over Ghana & West-Afrika in de berichten opgenomen.

U ontvangt de [ Ghana ] [ nieuwsbrief ] na uw aanmelding  bij info@ganaGhana.nl   
Vermeld a.u.b. wel uw naam en woonplaats.
 

 

 

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 07/06/06


 

 

 

Buro
Internationale         Cortenstraat 4                         + 31 (0) 43 3216243
Solidariteit                6211 HT  Maastricht              bis.maastricht@antenna.nl