Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

Voorwoord

Wat is de situatie van de vrouw in China? Het is een vraag die zeker in het jaar dat in Peking de vierde VN-Wereldvrouwenconferentie gehouden wordt herhaaldelijk gesteld is. En het is een vraag waar geen antwoord op te geven valt. Ruim 560 miljoen vrouwen wonen er, met totaal verschillende achtergronden. Er zijn meisjes van vijftien die op het zuidelijke eiland Hainan in de schoenenfabrieken worden blootgesteld aan giftige stoffen, zeven dagen per week, soms veertien uur per dag. Er zijn vrouwen in de grote stad die een eigen bedrijf hebben en zich huishoudelijk personeel kunnen permitteren.

China's economie groeit. Maar economische hervormingen hangen niet noodzakelijkerwijs samen met politieke. Die politieke onvrijheid draagt in sommige gevallen juist bij aan de economie. Het feit dat je in China ook zonder proces veroordeeld kunt worden en beticht van staatsgevaarlijke activiteiten als je bijvoorbeeld een vakbond wilt oprichten, zorgt ervoor dat onschuldige mensen in werkkampen gestopt worden. Vrouwen en mannen die in die kampen onder erbarmelijke omstandigheden leven, produceren goederen die voor de export bestemd zijn.

De optimistische verhalen van fellow-travellers als Simone de Beauvoir en Anja Meulenbelt zijn al lang ontkracht. Sinds toeristen en journalisten de mogelijkheid hebben om min of meer vrij rond te reizen, kunnen ze met eigen ogen de armoede zien. Het is moeilijk vol te houden dat het in China lekkerder ruikt, zoals mevrouw Meulenbelt beweerde. 'Ik bedenk opeens dat het sinds ik in de volksrepubliek ben niet meer stinkt zoals in Hong Kong,' schreef zij in 1982. Wie eenmaal het afval heeft geroken waartussen in de stegen van Xi'an de bedelende kinderen hun voedsel zoeken, kan dat moeilijk hard maken. En wie in Kanton op het station de mensen van het platteland heeft gezien die daar buik aan rug in lange rijen voor de loketten wachten om een kaartje te kunnen kopen, kan tenminste vermoeden dat in China, ondanks de economische groei, welvaart slechts voor enkelen is weggelegd.

Het is slecht gesteld met de mensenrechten in China en tegelijkertijd bloeit de handel met het Westen. China heeft de status van 'meest begunstigde handelsnatie' van de VS behouden. Sinds het bezoek van premier Kok en minister van buitenlandse zaken Van Mierlo kan de KLM een directe vliegroute naar Peking en Shanghai openen. Over mensenrechten werd eerst daarna, schoorvoetend, gesproken. 'De Chinezen zijn daar toch niet van onder de indruk,' meldde minister Melkert, die onder meer emancipatiezaken in zijn portefeuille heeft, in een interview op de landelijke slotmanifestatie van alle voorbereidingen op de Wereldvrouwenconferentie.

Op die conferentie komen Chinese vrouwen die geselecteerd zijn uit officiële organisaties. De deelneemsters zijn de regering welgezind. Er bestaan in China feitelijk alleen officiële organisaties. Alleen met toestemming van de communistische partij mag men een organisatie oprichten. De vrije vakbonden die in het zuiden, in de Speciale Economische Zones, zijn opgericht, worden snel weer ontbonden, de initiatiefneemsters gevangengezet. In Hongkong vermoedt men dat er honderden mensen gevangen zitten wegens illegale vakbondsactiviteiten.

Ook een autonome vrouwenbeweging is in China vooralsnog ondenkbaar. De officiële Vrouwenfederatie vertegenwoordigt alle vrouwen. Maar de Vrouwenfederatie kan alleen bestaan bij de gratie van de communistische partij. Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) werd de organisatie opgeheven en pas weer in 1979 toegestaan.

Vanwege de groeiende belangstelling voor vrouwen heeft het Informatiebureau van de Staatsraad (kabinet) van de Volksrepubliek China in juni 1994 een White Paper uitgebracht over de situatie van Chinese vrouwen. Daarin maakt het Informatiebureau melding van het aantal medailles dat werd uitgereikt: van 1978 tot 1992 werden maar liefst 572 vrouwen nationale modelarbeidsters en 20.152 vrouwen kregen de titel: 8 Maart Rode Banier Voorlopers. Hoeveel mannen er in die tijd modelarbeider werden, vermeldt het White Paper niet.

Eén ding is zeker. De bevrijde Chinese vrouw zoals die in de oude reisverslagen voorkwam bestaat niet en heeft ook nooit bestaan. Vrouwen werken buitenshuis omdat ze nodig zijn of waren in de produktie van goederen of in de dienstverlening. Sinds de economie minder verborgen werkloosheid kent en er dus mensen ontslagen worden, zijn het veelal de vrouwen die er het eerst uitvliegen.

Een getrouwde vrouw in China is de hoofdverantwoordelijke voor het huishouden, net als overal elders. Niet zijzelf, maar de staat bepaalt hoeveel kinderen ze krijgt, en wanneer. Voor alleenstaande vrouwen is het vrijwel onmogelijk om eigen woonruimte te krijgen. En de handel in vrouwen op het platteland groeit. De Vrouwenfederatie schat dat er jaarlijks zo'n 250.000 vrouwen te koop worden aangeboden. De prijzen variëren van 100 tot 1200 gulden.

Toch hebben volgens het Informatiebureau Chinese vrouwen in 1949, het jaar van de communistische machtsovername, 'hun historisch gevecht om vrijheid gewonnen'. Alleen, geeft zelfs het Informatiebureau toe, is de weg naar emancipatie nog niet ten einde.

In 1949 was nog 90 procent van de vrouwen analfabeet, zo vermeldt het White Paper. Er zijn alfabetiseringscampagnes opgezet, maar toch kan ook in 1993 maar liefst 32 procent van de vrouwen niet lezen of schrijven. Het merendeel (90 procent) van de wetenschappers met een speciale staatstoelage is man. Het Informatiebureau concludeert daaruit dat vrouwen met de overige 10 procent een 'belangrijke kracht' zijn geworden in wetenschappelijke kringen.

Die conclusie is zeker volgens Mei, die in dit boek aan het woord komt, niet gerechtvaardigd. Zij zegt dat het voor vrouwen veel moeilijker is om door te studeren en na de studie een baan te krijgen. Haar is het na lang zoeken pas gelukt, terwijl ze betere studieresultaten had dan de meeste mannelijke sollicitanten. En wetenschappelijk medewerkster Shi Lei vertelt dat het vrij uitzonderlijk is dat haar man huishoudelijk werk doet, en dat hij haar dat ook verwijt.

Als men al iets zinnigs zou kunnen zeggen over dè situatie van dè vrouw in China, is het wellicht dat zij weinig vrijheid heeft. Ze kan geen organisatie oprichten buiten de officiële kanalen, slechts in beperkte mate stemmen en meestal niet zelf kiezen waar ze woont of werkt.

Een westerse reiziger is geneigd om zich druk te maken over de controle in China. Er zijn beperkte bezoekuren op de campus van de universiteit van Peking, wat onder meer inhoudt dat bezoek voor 22 uur vertrokken moet zijn.

'Waar komt u vandaan? Waar gaat u naar toe?' Dat soort vragen kwam altijd weer terug als je je in een hotel inschreef. Schreef ik in een kwaaie bui een keer 'Gaat je geen reet aan', zoiets was voor de vrienden en kennissen in China onbegrijpelijk.

Wat mij opviel in de vijf maanden dat ik door China reisde en er woonde, is dat de mensen die ik sprak zich over dit soort dingen niet opwonden. Ze maakten zich terecht druk over hun lage lonen en de inflatie van 20 procent; of betreurden het feit dat ze zich geen auto konden permitteren. Al die beperkingen waar ik me druk over maakte, namen zij voor lief. Het is al veel beter dan vroeger, zeiden ze. Je kunt tegenwoordig binnenskamers over bijna alles praten, zonder dat je het risico loopt gearresteerd te worden. In verhouding is het afgeven van je persoonsbewijs dan een ridicuul klein ongemak.

De mensen die ik sprak bleken vaak ook een heel ander besef te hebben van rechten die een westerlinge als vanzelfsprekend aanneemt. De verpleegkundige Yinglian, een van de vrouwen in dit boek, begrijpt niet waarom men zich in het Westen zo druk maakt over de bevolkingspolitiek. Mevrouw Wang vindt dat ze al heel wat bereikt als er een voetgangerstunnel wordt gebouwd op verzoek van 'het volk', terwijl dat in westerse ogen slechts een millimeter voorwaarts is op weg naar democratie.

Ik heb tijdens mijn verblijf en reizen veel verschillende vrouwen, mannen en kinderen gezien en gesproken. Korte oppervlakkige gesprekjes in het Chinees, langere interviews in het Engels, Frans of met een tolk. Omdat ik al een keer in China geweest was, al jaren bergen boeken over China gelezen had en binnenskamers gesprekken voerde met Chinese vrienden, dacht ik dat ik me niks zou laten voorspiegelen, zoals die fellow-travellers, die alleen de buitenkant van China wilden zien. Ik ging voorbereid en niet voor het eerst, had maandenlang de tijd om vrouwen te vinden die met me wilden praten en kon in veel gebieden reizen die tien jaar daarvoor nog gesloten waren. Op mij wachtte geen delegatie die bepaalde wat ik wel en niet mocht zien.

Er was mij verteld dat het gevaarlijk kon zijn voor mensen om met mij te praten, zeker over politiek, en dat ik ervoor moest zorgen om geen afspraken over de telefoon te maken omdat die kon worden afgeluisterd. Ik wist dat een Chinese lach van alles kan betekenen. Men kan er diepbedroefd grinniken, men schatert uit ongemak of leedvermaak of begrijpt plotseling geen Engels meer als je een onderwerp aansnijdt dat erg gevoelig ligt. Ik wist dat de studenten op het Tiananmenplein een ander idee over democratie hadden dan in het Westen algemeen wordt aangenomen, dat zij geen totale revolutie voorstonden of tegen de communistische partij vochten, maar dat de eisen die zij stelden meer gericht waren op de uitwassen van corruptie door het partijkader en dat zij dingen wilden die al in de Chinese grondwet vermeld staan, zoals vrijheid van meningsuiting.

Ik ging op zoek naar vrouwen die mij over verschillende facetten van het leven konden vertellen: werk, politiek, gezinsleven, liefde en vriendschap. Ik wilde proberen uit te vinden op wat voor manier je je vrijheid en waardigheid bewaart in een land dat zo repressief is. En ik was op zoek naar vrouwen die zich niet lieten koeioneren, die wars van regels hun eigen weg zochten. En omdat de gesprekken vaak op stille plekken, achter gesloten deuren, soms met de gordijnen dicht gevoerd werden, verwachtte ik wonderwat te horen over ondergrondse opstand.

Wat heb ik me vaak verbaasd. Wat heb ik me vaak een koe in een porseleinkast gevoeld. Ik vroeg de verkeerde dingen op de verkeerde momenten, liep te stampvoeten om dingen die ik niet kon veranderen, mijn Chinees was nog slechter dan ik al dacht en zelfs als de taal geen probleem was, snapte ik vaak niet wat men wilde zeggen.

Stiekem bleek ik te denken dat in China iedere vrouw wel zou wìllen ageren tegen de staat, als de repressie maar minder groot was. Hoe vooringenomen bleek die veronderstelling. Terwijl de fellow-travellers bewijzen zochten dat mensen in China allemaal gelukkig waren, ging ik ervan uit dat iedereen wel ongelukkig moest wezen. Maar de meeste mensen wilden gewoon een rustig leven zonder geldzorgen, net als iedereen. Ze wilden 't liefst zo min mogelijk met politiek te maken hebben.

Juist daarvan hadden de vrouwen en mannen die ik sprak schoon genoeg. Ze hadden de buik vol van politieke bijeenkomsten, door de staat georganiseerd. Ze wilden weten hoeveel geld ik verdiende, hoe groot mijn huis was, wat een kilo rijst kostte en hoe duur mijn fototoestel, vulpen, schoudertas en oorbellen waren geweest. Ze benijdden me omdat ik zo rijk was dat ik kon rondreizen, niet zozeer omdat ik stemrecht heb en elke dag in een andere demonstratie zou kunnen meelopen. Een studente betreurde het dat haar ouders zo principieel waren dat ze hun relaties niet wilden inzetten om haar een goede baan te bezorgen. 'Trouwe partijleden,' zei ze snerend.

Daarmee is niet gezegd dat men in China geen idealen heeft of niet taalt naar vrijheid van meningsuiting of toepassing van mensenrechten. In februari 1995 heeft een groep dissidenten een petitie aangeboden aan het Volkscongres met het verzoek de werkkampen af te schaffen en een voormalig studentenleider, die vier jaar gevangen zat, heeft in een open brief waarborgen voor de rechten van de mens geëist. Hij werd meteen in hechtenis genomen en verhoord.

Vrouwen die ik sprak wisten dat ze soms een risico namen door met mij te spreken, zelfs als we dingen bespraken die niets met politiek te maken hadden. Contact met buitenlanders is inmiddels geen staatsgevaarlijke activiteit meer, maar studenten die in 1989 met journalisten praatten konden worden gearresteerd. De vrouwen in dit boek waren bereid om over zeer persoonlijke zaken of pijnlijke herinneringen te vertellen. Terwijl ze vaak moeizaam over hun eigen leven vertelden, waren ze altijd nieuwsgierig naar mijn ervaringen en opinies.

Sommige vrouwen kwam ik toevallig tegen, met het zoeken naar andere werd ik geholpen door Chinese kennissen en vrienden. Zonder hun hulp had ik nooit zoveel mensen kunnen ontmoeten of hadden ze me wellicht niet in vertrouwen willen nemen. Aan Yu en Yinglian, die me geholpen en gehuisvest hebben, ben ik daarom veel dank verschuldigd. Van alle vrouwen is, op hun verzoek, de naam en soms ook de woonplaats veranderd. Het is hun verhaal dat telt. Het zijn hun verhalen die ik wil doorgeven.

Nies Medema

Enkele cijfers over werkloosheid
[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN