Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

Goede daden

Studenten zijn sinds het bloedbad van 1989 'realistischer' geworden. Dat zeggen de professoren, dat zeggen hun ouders, en dat bevestigen ze zelf. Vrijheid en democratie zijn natuurlijk wel mooi, maar van het grootste belang is de economie. Eerst moet er meer geld verdiend worden en daarna kunnen we wellicht meer politieke vrijheid krijgen, volgens de studenten van Beida, een van de universiteiten van Peking. Als voorbeeld van hoe het niet moet, geldt de voormalige Sovjet-Unie. 'Je ziet hoe het mislukt. Hoe daar totale chaos, voedselschaarste en burgeroorlogen het land verwoesten. Veranderingen moeten niet snel gaan.'

De studenten die in 1989 zijn afgestudeerd hebben inmiddels een baan gevonden bij de overheid of in het bedrijfsleven. Ze denken aan trouwen en geld verdienen. De studenten die nu studeren weten niet meer wat werken is, zeggen de professoren en hun ouders. De studenten die nog iets uitvoeren zijn degenen die zich voorbereiden op het TOEFL-examen, dat nodig is om naar Amerika te kunnen gaan. Daar, in het Westen, zal het allemaal anders zijn. Daar heeft men de mogelijkheden om zich te ontplooien. In de Verenigde Staten zijn er wellicht niet veel mensen meer die die droom koesteren, in China leeft hij nog volop. Amerika, de ogen gaan glanzen als het woord wordt uitgesproken.

Toch laten de meeste studenten die ik spreek zich optimistisch uit als het over China's en hun eigen toekomst gaat. China's economie groeit zeer snel, zeker sinds Deng de socialistische markteconomie tot officiële partijdoctrine verhief.

Maar de economische hervormingen betekenen nog geen politieke. De hervormingsgezinde leider Zhao Ziyang, uit zijn functie gezet na zijn steun aan de studenten in 1989, is niet gerehabiliteerd. Integendeel, onderzoek van de communistische partij wees uit dat Zhao 'vergissingen' had gemaakt en terecht in ongenade was gevallen.

Over het bloedbad kun je beter niet praten. Als ik in een studentenflat voorzichtig het jaartal 1989 laat vallen, schrikken de studentes. Even daarvoor zaten er een paar nog vrolijk mee te zingen met de Carpenters, anderen vroegen van alles door elkaar over Nederland en nu is het plotseling stil. Op de Carpenters na dan. Een meisje kijkt op haar horloge. 'Oh, is het al zo laat. Ik moet er echt vandoor.' Een ander kijkt naar de betonnen vloer en zegt kort: 'Daar praten we niet over.' Onderwerp afgesloten.

De Chinezen blijven behoedzaam. De herinnering is vaak te pijnlijk. De meest gedurfde uitspraak die ik in het openbaar, in de trein, te horen kreeg, was dat ze allebei gelijk hadden, de regering en de studenten. 'En de regering had meer gelijk omdat ze het leger inzette?' vraag ik. De jongen geeft een heel klein knikje en buigt zich weer over zijn boek.

Over mevrouw Wang heb ik gehoord dat ze in 1989 drie maanden in de gevangenis zat vanwege (vermeende) dissidente politieke activiteiten. Men zegt dat ze toen 'een beetje gek' geworden is. Ook omdat, zoals haar verteld werd, haar man het in die tijd met een andere vrouw aangelegd zou hebben. Dat laatste hoeft niet waar te zijn. Het wordt Chinese gevangenen verteld om het moreel te breken. In alle verhalen die ik bijvoorbeeld over de Culturele Revolutie gehoord en gelezen heb komt dat vaker voor.

Ze komt onchinees snel aanfietsen bij de bushalte waar we hebben afgesproken. Mevrouw Wang heeft een druk programma en precies een uur de tijd om te praten. Een zacht gezicht, kort haar. Haar kleding doet westers aan. Ze draagt geen kousen onder haar korte broek. Haar huis is een paar minuten fietsen. Een kamer vol boeken: in kasten, op stapeltjes naast de lage bank en op het bureau naast de schrijfmachine.

'Hoe goed is je Chinees?' vraagt ze, terwijl ze me een lijvig boek geeft met daarin de recentste statistieken en cijfers over vrouwen in China. Aan de telefoon, toen we de afspraak maakten, heb ik de indruk gewekt in vrouwenstudies geïnteresseerd te zijn, aangezien ik aan de telefoon niet concreter wilde praten over zaken die gevoelig liggen. Misschien werd de telefoon afgeluisterd, misschien ook zou ze me niet willen ontvangen als ik direct zei waar het om ging.

Ik blader voor de vorm wat in het boek en zeg aarzelend: 'Aangezien we maar weinig tijd hebben en ik al met veel vrouwen over specifieke vrouwenzaken heb gepraat, wilde ik u vragen stellen over ... politiek.' Ze staat met de rug naar me toe, kijkt niet om, gaat verder met thee inschenken.

'Zoals?' vraagt ze op vlakke toon.

'Zoals: wat vindt u van de economische hervormingen?'

Mevrouw Wang gaat zitten, ze praat bedachtzaam nu.

'Het is belangrijk dat Deng de hervormingen steunt, van wezenlijk belang voor China, want geen land ter wereld kan zich meer van de andere afsluiten. En als China zich economisch niet ontwikkelt, dan zal de partij de steun van het volk verliezen. Nu krijgt Deng veel steun, de hervormingen krijgen veel steun. En dat is erg belangrijk.'

Ze begrijpt gelijk waar ik naar toe wil en gaat verder: 'Als je wilt dat studenten voor een beter China werken, dan zul je ze duidelijk moeten maken dat ze in de toekomst verbeteringen kunnen verwachten. Ze moeten een doel hebben. Ze moeten weten dat het zin heeft wat ze doen.'

Ik zeg: 'Na 1989 zijn veel studenten gedesillusioneerd. Ze kaarten, zitten achter de meiden aan of willen naar het buitenland.'

Mevrouw Wang schudt haar hoofd. 'Je moet niet alleen afgaan op wat je ziet. Met de economische hervormingen is er veel veranderd. Nu alle belangrijke leiders gezegd hebben achter de hervormingen te staan, zijn studenten weer harder gaan werken. Ze raken weer betrokken.'

En om aan te geven hoe goed het met het moreel van de studenten gesteld is, geeft ze voorbeelden. 'Een programma op de universiteit waarin studenten gevraagd werd om hun visie op China te uiten had veel succes. Maar liefst 400.000 studenten deden mee. Ze interesseren zich dus wel degelijk voor wat er om hen heen gebeurt.'

Daarbij doen studenten ook goede daden. Op de campus van de universiteit van Peking zag ik het portret van Lei Feng hangen, de jonge modelsoldaat die eind 1964 jammerlijk om het leven kwam door een tragisch ongeluk. 'Leren van Lei Feng' was na zijn dood jarenlang de leus waarmee jongeren werden aangespoord net zo onzelfzuchtig mensen te helpen als hij deed. De verhalen liegen er dan ook niet om.

Op een dag komt Lei Feng, terwijl hij eigenlijk op weg naar de dokter is, langs een school in aanbouw en hoort hij toevallig dat er snel meer stenen nodig zijn, omdat anders het werk gestaakt moet worden. Hij regelt een kruiwagen, rent zich in het zweet om de bouwvakkers te helpen en wil natuurlijk van geen dank weten. Helpt vervolgens een oude vrouw de lange weg naar huis. Wimpelt alle lof die hij krijgt af en vindt naast alle goede daden ook nog tijd om uitvoerig de werken van Mao te bestuderen. Lei Feng geeft wijze lessen aan kinderen die een verroeste bout weg willen gooien. Zuinigheid, materiaal sparen voor het vaderland. Baden Powell zelf had het in zijn stoutste dromen niet kunnen verzinnen.

Bij de universiteit van Shanghai staat een standbeeld van Lei Feng. Midden jaren tachtig lieten studenten zich er voor de grap fotograferen. Leren van Lei Feng, laat me niet lachen. Na 1989 was het Lei Feng-model weer terug en moest er weer volop van hem geleerd worden. Studenten werd verweten dat ze te veel op het Westen gericht waren. Ze dachten niet meer aan hun volk, aan de armoede van de boeren, maar alleen aan zichzelf. Ze waren van de maatschappij vervreemd, verwend. De geest van Lei Feng moest weer gaan leven.

Mevrouw Wang: 'De laatste tijd zetten studenten zich in voor de mensen. Ze helpen bejaarden, doen boodschappen voor ze, halen geld van de bank. Op deze manier staan ze met beide benen in de maatschappij. Ze voelen zich betrokken. Op deze manier leren ze het volk beter kennen en de maatschappij. Natuurlijk, de studenten moeten ook naar de toekomst kijken. Ze moeten weten wat er in het buitenland gebeurt, maar hun verantwoordelijkheid ligt hier. Ze moeten met beide benen op de grond staan, betrokken zijn. Ze moeten weten waarvoor ze werken.'

'De studenten waren toch behoorlijk betrokken in 1989,' zeg ik.

'Tot maart 1989 waren de studenten apolitiek. Ze speelden mahjong. Pas half april begonnen ze wakker te worden.'

Ze antwoordt stug, korte afgemeten zinnen.

'En hun betrokkenheid stopte na de vierde juni?'

'Als ze niet op de ene manier kunnen dan zoeken ze een andere.'

'Hoe?'

'Participatie, betrokkenheid is belangrijk. Voor mijzelf geldt dat ik probeer goede dingen voor het volk te doen. Nieuwe buslijnen organiseren in de wijk, een voetgangerstunnel onder een drukke weg.'

'Dat is wat u nu nastreeft, praktische doelen?'

'Ja, en sommige wetten moeten in praktijk gebracht worden, ze moeten uitgevoerd en nageleefd worden. Anders zijn het niet meer dan vodjes.'

'Op welke wetten doelt u?'

'Ik zal je een voorbeeld geven. Vijf jaar geleden werden twee jongens, die ik kende, verdacht van een misdrijf. Op een nacht kwam er politie in burger in hun huis, zonder huiszoekingsbevel, en nam de jongens mee. Toen ik ervan hoorde ben ik naar de rechtbank gestapt om een klacht in te dienen, want dit is tegen de wet. Een maand later kwamen ze naar mij toe om hun excuses aan te bieden. Ze gaven toe dat ze fout zaten. Ik zei dat ze niet bij mij moesten zijn, maar bij de ouders van die jongens. Dat bedoel ik. Als de mensen die de wet uitvoeren zulke grove fouten maken, zouden ze daar streng voor gestraft moeten worden.

Ik wil gewone mensen laten zien dat ze rechten hebben, en wat voor rechten dat zijn. Ze moeten leren zich te verdedigen. China heeft een lange geschiedenis, een feodale geschiedenis. Het is altijd bestuurd door de wil en bevelen van wie de macht had. Het wordt tijd dat het met de wet bestuurd gaat worden. Dan moeten mensen weten wat de wet inhoudt, hoe ze er gebruik van kunnen maken. Vanwege die lange geschiedenis zal dat veel tijd en moeite gaan kosten.

Daarom moet deze hervorming koste wat het kost doorgaan. Natuurlijk zijn er mensen die van deze chaos gebruikmaken om zichzelf ten koste van anderen te verrijken. Op veel gebieden zijn nog geen wetten, omdat er zoveel veranderd is in de afgelopen jaren. Maar mensen zullen alleen de leiders steunen die de hervormingen voortzetten. Dat is het belangrijkste op dit moment.'

Alsof Chinezen zouden kunnen kiezen om hun leiders wel of niet te steunen. Mevrouw Wang's uitspraken klinken al te bekend. Lang leve de grote leiders.

Ik zeg: 'Maar stel dat de leiders de hervormingen weer terugdraaien. Als de studenten nu gaan demonstreren zullen ze weer worden neergeschoten. Hoe zouden ze kùnnen protesteren? Ze hebben geen andere keus dan de leiders te steunen.'

Mevrouw Wang staart voor zich uit. Ze lijkt terug te denken, zegt zacht: 'Ik denk niet dat mensen weer op die manier gaan protesteren. Mensen leren ... ze leren van wat er gebeurd is. Ze doen niets, of ze doen wat zij denken dat goed is. Mensen leren van hun vergissingen.'

'Was het een vergissing, 1989?'

Mevrouw Wang zegt fel: 'Nee! Ze deden wat ze moesten doen: het bewustzijn van de mensen vergroten. Ze leren na te denken. Zij waren tegen corruptie, zij vonden dat de wet in praktijk gebracht moest worden. De sfeer was goed, gezond.'

Dan, rustiger: 'Maar mensen moeten leren op wat voor manier ze dingen voor elkaar kunnen krijgen. Ik denk dat de regering ook geleerd heeft van de gebeurtenissen. Nu is er een hernieuwde strijd tegen corruptie, en het tempo van de hervormingen is opgevoerd. Dat waren twee van de eisen van de studenten, niet?'

'Wat heeft het u geleerd?'

Lange stilte. Een zucht. 'Ik denk dat in China mensen moeten leren om geduldig te zijn. Niet alleen in China, trouwens. De hervormingen zijn nog jong, nieuw. Dat betekent vooruitgang, uitdaging, frustratie. Je kunt niet verwachten dat dingen van de ene op de andere dag veranderen.'

'Dacht u in 1989 dat China sneller kon veranderen?'

'Ik was realistisch. En onrealistisch tegelijk. Ik heb de studenten gewaarschuwd. Ik heb gezegd dat ze met een hongerstaking China niet konden veranderen. Je moet niet te snel willen. Ik vertelde hun over de veranderingen in het congres sinds 1984. In het verleden zaten de afgevaardigden alleen op het pluche. Als ze eenmaal zaten, zaten ze goed. Ze hadden wat bereikt, waren bekend en hoefden niets meer te doen. Dat is veranderd.

Er komen er steeds meer die ècht iets willen doen. Bovendien worden afgevaardigden nu vaak echt gekozen. Dat is een verandering. In 1990 kreeg een man met een besmet politiek verleden 80 procent van de stemmen, terwijl de leiders van zijn school hem van de lijst hadden willen halen.'

'Waarom?'

'Omdat ze dachten dat hij in 1989 bepaalde dingen had gedaan. Ze zeiden dat hij een demonstratie had georganiseerd, dat hij dazebao had ondertekend die niet in de haak waren.' Een dazebao is een grote karakterposter, muurkrant of spandoek waarop mensen hun mening schrijven.

Wang praat verder over haar eigen rol in 1989. Ze verdedigt zich, alsof ik haar ergens van beschuldigd heb. 'Ik ging half mei naar de studenten. De partijsecretaris van onze faculteit stond bij de poort van de campus. Hij zei dat hij een grotere bus wilde regelen om naar het plein te gaan. Dat betekende dat hij het ermee eens was. Maar later, na de gebeurtenissen, zei hij dat hij er altijd op tegen was geweest. Dat hij daar bij de poort had gestaan om mij tegen te houden. Hij probeerde de schuld op mij te schuiven. Ik wilde er met hem over gaan praten, maar hij weigerde mij te ontvangen. Terwijl ik de dag nadat ik naar de studenten was geweest een ongeluk op de fiets kreeg en op bed moest blijven liggen. Dus ik lag al op bed voordat de staat van beleg werd afgekondigd, nietwaar?'

Ze kijkt me strak aan. Ik weet niet hoe vaak ze heeft moeten uitleggen wat haar rol tijdens de lente van 1989 was. Hoe vaak ze zich heeft moeten verdedigen, heeft moeten uitleggen wat ze dacht en deed.

'U bleef thuis tot het volgende studiejaar?'

Ze knikt.

'Er werd u niet gevraagd om iets te schrijven, voordat u weer mocht lesgeven?'

'Ik heb een verslag geschreven. Ik heb opgeschreven van dag tot dag wat ik gedaan had. Dat ik twee keer naar de studenten ben geweest en wat ik dacht over bepaalde dingen.'

'Wat dacht u?'

'Ik wil nu niets zeggen.'

Stilte. Ze wijst op de koekjes die op tafel staan. 'Wil je?' Ik schud nee, mijn keel is gortdroog.

'Wat had het voor consequenties dat u beschuldigd werd?'

'Ik mocht niet naar het buitenland. Ze zeiden dat er te weinig leerkrachten zijn, dat ik nodig was.' Ze lacht schamper. 'Ik ben zo ver-schrik-ke-lijk belangrijk. Toen zeiden ze dat het midden in het semester was, dat ik daarom niet mocht vertrekken. Maar anderen mochten wel weg in diezelfde tijd. Dus ik heb gezegd dat ik die verklaringen niet accepteerde.'

'En?'

'Zoals je ziet, ik ben er nog. Geen toestemming om te gaan. Maar als ik China wil veranderen kan ik dat niet in het buitenland doen. Het zou prettig zijn om voor een maand, hoogstens een jaar naar Amerika te gaan. Maar ik hoor hier. Dus als ik niet kan gaan, dan blijf ik. Als het kan, dan ga ik.'

Ze komt terug op de vraag wat 1989 haar geleerd heeft: 'Als je eenmaal niet meer in persoonlijke doelen geïnteresseerd bent, ben je vrij. Zo lang wat je wilt alleen voor jezelf is, weeg je altijd. Wat levert het me op als ik dit doe? Als ik niet naar het buitenland kan, blijf ik hier. Ik kan nog steeds iets voor de mensen doen, voor China.'

'En dat is uw belangrijkste doel nu. Niet voor uzelf, maar voor China leven en werken?'

'Ja. China moet een land voor alle Chinezen worden, een echte volksrepubliek. Mensen moeten meer vrijheid krijgen om te zeggen wat ze willen.'

'Persvrijheid?'

'Ja, het staat in onze grondwet dat we die hebben. Mensen hebben er recht op.'

'Maar zegt de grondwet niet ook dat mensen alleen maar van dit recht gebruik kunnen maken zolang het niet tegen het Mao Zedong-denken, het marxisme-leninisme en de socialistische staat ingaat?'

Ze pakt een boekje dat naast de bank ligt, slaat het met een heftig gebaar open en wijst. 'Hier! Dit hier is de grondwet. Hier staat het niet zo in. Hier staat dat we die rechten hebben. Dus het ligt er maar aan hoe de wet wordt uitgelegd. De hervormingen zijn niet altijd in het belang van degenen die nu de macht hebben.'

'Is het wachten op de oude garde die uitsterft?'

'Mensen zijn niet aan het wachten! Ik wacht niet. Als er een paar ouderen doodgaan, zal daardoor China niet veranderen. Je moet daar actief aan deelnemen. Het feit dat binnenkort die busroutes worden veranderd, dat er een voetgangerstunnel is aangelegd onder een gevaarlijke weg, dat zijn belangrijke veranderingen.'

'Van een voetgangerstunnel naar persvrijheid is toch een tamelijk grote stap.'

'Het feit dat onze stem gehoord wordt is belangrijk. En dat er in het congres mensen zitten met een besmet verleden. Dertig jaar geleden was dat onmogelijk geweest. Tijdens de anti-rechtsencampagne in 1957 praatte niemand met mensen die eenmaal een 'fout' stempel op gedrukt kregen. Nu liepen mensen om om hallo tegen ze te zeggen. Het verandert, de dingen veranderen.'

'Wordt u niet ongeduldig?'

'Soms wel. Maar ik weet dat alle veranderingen in China langzaam moeten gaan. Geen land ter wereld heeft zo'n enorme bevolking, en zoveel boeren; 80 procent van de Chinezen woont op het platteland. Al mochten ze stemmen, ze zouden niet weten op wie. Die boeren zijn als een zware last op China's rug. Met zo'n zware last kun je niet hard lopen. China is zo'n arm en achterlijk land. Veel boeren weten nog steeds niet wat het woord 'genoeg' betekent. Ze hebben altijd honger, niet genoeg kleren. Ik voel me voor hen verantwoordelijk. Voor hen moet China veranderen.'

Ze verontschuldigt zich. Ze moet weer aan het werk.

Over Chinese dissidenten
[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN