Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

Zure druiven

Mei's vroegste herinnering is dat ze drie jaar is en op schoot zit bij haar vader, die haar uit de Chinese klassieken voorleest. Hij had De reis naar het westen en andere boeken bewaard onder de vloer van hun kamer. In de tijd dat zij kind was, werden oude Chinese boeken en kunst verbrand en vernield. Mei wist al vroeg dat ze niet tegen anderen over het voorlezen moest vertellen. Toen ze vijf was leerde haar vader haar lezen en schrijven. Scholen waren nog gesloten.

Mei werd geboren in 1965 in Chongqing, provincie Sichuan, als kleindochter van een landheer. Haar vader werd vanwege zijn achtergrond tewerkgesteld in een chemische fabriek. Toen Mei klein was droomde ze van de zee. Ze woont en werkt nu op Hainan-eiland, ten zuiden van het vasteland, een van oudsher arm en achtergebleven gebied, met tropisch bos. Mei werkt in de bosbouw.

Meestal draagt ze stijlvolle, een beetje ouwelijke jurken in zachtoranje of blauwgroen. Ze heeft een lichte bril en halflang haar. Mei studeert tijdelijk Engels aan het taleninstituut van Peking en komt iedere morgen op haar gemak de eetzaal voor buitenlanders binnen gewandeld. Op de campus zijn twee eetzalen. Een voor buitenlanders en een voor Chinezen. Het eten voor westerlingen is duurder en beter. Er is meer keus, en men serveert er koffie. De eetzalen hebben grote ramen met grijze gordijnen. Ventilatoren draaien traag. Er staan ronde tafels met kleverige zeiltjes, en er zijn verschillende loketten waar je eten kunt afhalen. Een voor de koffie en thee, een voor de salades, taart en pudding, een voor het 'western style food': spaghetti, kip of bremzoute aardappel-tomatensoep en een voor Chinees eten, schotels met kleingesneden vlees en groenten, of omelet. Een apart luik is er voor de rijst, die in rechthoekige brokken wordt opgeschept.

De meeste koks zijn jongens, maar er is een brede dertiger met tatoeages en een vlezige man van een jaar of vijftig, die altijd een koksmuts draagt en vaak op een stoel voor de deur zit. Het eten betaal je met plastic bonnetjes die in een houten hokje te koop zijn.

Mei eet in deze zaal om buitenlanders te ontmoeten. Niet alleen leert ze zo sneller Engels, ze houdt ervan om ideeën uit te wisselen. Ze nodigt me een paar keer uit op haar kamer op de campus.

Deze hete zomer steekt elke avond om een uur of acht de wind op in Peking. Een half uur later begint de eerste donder, daarna vallen dikke druppels op golfplaten daken in de stegen. Op de campus beginnen dan de ramen te klapperen in de metalen kozijnen en buigt de wind de bomen.

Er zijn verschillende gebouwen op het terrein. Twee voor buitenlanders, de overige voor Chinezen. Het gebouw voor Chinese vrouwen heeft geen rood tapijt op de betonnen trappen, zoals bij de buitenlanders. Er staan een paar kamers leeg op de gang. Twee stapelbedden en een tafel per kamertje en een paar omgevallen prullebakken.

Ik klop op de deur met haar nummer. Mei doet open en geeft me een natte hand. Ze heeft net perziken gewassen. Ze gaat op het stapelbed zitten en schilt bedachtzaam de zachte huid van een perzik. Ze wijst mij met haar mes op een houten stoel en geeft me even later de glanzende, ontvelde vrucht.

Mei vertrekt over twee dagen weer naar Hainan. Ze heeft de cursus Engels afgerond en haar voorstel is die middag besproken op het ministerie. Ze ziet er moe uit. Haar plan om rotan te gaan verbouwen op Hainan is nog niet aangenomen. Het is een vermoeiende bijeenkomst geweest, vertelt ze. In de maanden dat ze in Peking woont heeft ze het plan voorbereid, uitgewerkt en er wijzigingen in aangebracht. Ze heeft voorgerekend hoe goed het voor de economie op Hainan zou zijn, aan de hand van voorbeelden uit Indonesië, waar veel ervaring is met rotan, en nu zijn er nog steeds een paar bureaucraten die tegenwerken.

'Het stond niet in de planning, daar maken ze nu een probleem van,' legt Mei uit. We moeten elk jaar een planning maken voor het komende jaar. De planning voor het volgend jaar staat nu al vast en men wil daar niet van afwijken. Terwijl we nu zouden moeten beginnen met aanplanten. Dat wordt weer een jaar wachten of twee of drie, met een beetje pech.

Op Hainan zelf gaat het gelukkig meestal minder bureaucratisch. Maar voor veel beslissingen ben je toch afhankelijk van Peking. Ik kwam in 1988 op Hainan, toen ik net 24 was geworden. Hainan was net 'open'. Er waren meer mogelijkheden voor handel met buitenlanders en om joint ventures op te starten. Het was voor het eerst dat er zo'n groot gebied werd opengesteld. In vrije economische gebieden liggen er meer kansen voor mensen met een goede opleiding. Dat was voor mij de reden om er naar toe te gaan.'

Ze heeft inmiddels ook een perzik voor zichzelf ontveld, snijdt partjes van de pit. Het sap druipt langs haar handen. 'En vanwege de romantiek, natuurlijk,' zegt Mei, terwijl ze haar vingers schoon likt. 'Hainan is een prachtig eiland, met palmen en een helderblauwe zee.'

Deng Xiaoping lanceerde begin jaren negentig de term socialistische markteconomie. In de Speciale Economische Zones werd al vanaf de jaren tachtig geëxperimenteerd met andere vormen van produktie, naast de planeconomie. De openstelling van de havens van Shanghai was een grote doorbraak in dat opzicht. In Shenzhen, even ten noorden van Hongkong, is men zich volop aan het voorbereiden op de aansluiting van dat gebied bij China in 1997. In snel tempo worden nieuwe woonwijken voor Hongkongse en andere Chinese zakenlieden en hun gezinnen uit de grond gestampt, compleet met fitnesscentra en glimmende inkooppaleizen met winkels en supermarkten.

Een nadeel van die grotere economische vrijheid is dat vrouwen minder snel werk zullen krijgen en eerder worden ontslagen. Zij blijven immers de lastige mensen die kinderen baren en dan tijdelijk niet kunnen werken. Mei zegt dat het moeilijk was om werk te vinden nadat ze was afgestudeerd. 'Als vrouw moet je je altijd meer bewijzen. De examens die je moet afleggen om werk te krijgen of door te mogen studeren zijn hetzelfde voor jongens en meisjes. Maar vrouwen hebben veel meer punten nodig om aangenomen te worden voor een bepaalde baan. Dat geven werkgevers openlijk toe.'

In 1992 is een wet van kracht geworden die vrouwen moet beschermen tegen geweld, ook binnen het huwelijk, en tegen de nieuwe omstandigheden waardoor vrouwen moeilijker werk krijgen. Mei heeft me geholpen als tolk om professor Wu, een kopstuk van de Vrouwenfederatie, te interviewen. Wu is erg tevreden over de wet die uiteindelijk totstandgekomen is. Er is twee jaar aan gewerkt door twintig juristen en in samenwerking met verschillende ministeries. In de wet staat ook een paragraaf over seksediscriminatie bij sollicitaties. Professor Wu is erg enthousiast over de wet. 'Vrouwen voelen zich erdoor gesteund,' zegt ze.

Mei blijkt na afloop van het gesprek tamelijk sceptisch. Ze vraagt zich af hoe een vrouw kan bewijzen dat ze op grond van haar sekse niet aangenomen of ontslagen wordt. En als ze het al kan bewijzen, en de werkeenheid haar wel moet aannemen of in dienst houden, is de werksfeer toch verpest. Desalniettemin vond ze het wel leuk om überhaupt te horen dat er zo'n wet was. Geen van de vrouwen uit haar vrienden- en kennissenkring had er al van gehoord. En ze vraagt zich af wie er ooit gebruik van zou maken, andres dan vrouwen op het platteland die door hun man half dood geslagen zijn.

'Het is natuurlijk best goed dat zo'n wet er komt,' zegt ze. 'Maar vrouwen zullen toch altijd zelf moeten bewijzen wat ze kunnen. Ik wil meer kansen hebben en meer vrijheid om mezelf te ontwikkelen en bij te dragen aan mijn vaderland. Als ik niets kon bijdragen aan de economie van mijn land, zou ik het idee hebben dat ik mijn leven verspilde.'

Werken voor je vaderland. Mei is de zoveelste die daar over begint.

'Aangenaam, juffrouw Lei Feng,' zeg ik spottend. Maar Mei meent het.

'Ik wil de kans grijpen om te doen wat ik denk dat goed is. Er zijn veel mensen met een goede opleiding die naar het buitenland gaan en niet meer terug willen komen. Ik denk dat ze zich over een jaar of vijftien zullen bedenken. Ik denk dat China's ontwikkeling tegen die tijd zover is dat het hier prettig wonen is. Als ik zelf naar het buitenland zou gaan, zou ik dat alleen doen om mijn Engels te verbeteren. Die taal heb je nu eenmaal nodig om met buitenlandse vakgenoten te kunnen communiceren. Buitenlanders moeten meer weten over China. Er is in China onderzoek gedaan op zoveel gebieden. Maar het is niet toegankelijk. Buitenlanders zouden van ons kunnen leren als we het Engels konden gebruiken.

We hebben een oude cultuur die zich moeizaam ontwikkelt. Gedeeltelijk komt dat door de kronkelige weg die we de afgelopen veertig jaar bewandeld hebben. De Culturele Revolutie en de Grote Sprong Voorwaarts hebben chaos gebracht en het land jarenlang lamgelegd. Ik wil er trots op zijn dat ik Chinese ben. Ik wil me niet voor China hoeven schamen. Het gaat nu economisch al beter dan tien jaar geleden. Het ontbreekt ons alleen aan vrijheid. Dat zou moeten veranderen.'

Maar het is niet zozeer vrijheid van meningsuiting waar Mei op doelt.

'Ik denk dat mijn definitie van vrijheid je zal verbazen,' zegt ze. 'Voor mij is vrijheid dat je kunt wonen en werken waar je wilt. Een van de redenen om op Hainan te gaan werken was dat er meer vrijheid was. Meer kansen om mezelf te wijden aan mijn specialisme. Meer kansen om van baan of woonplaats te veranderen. Misschien zouden we meer vrijheid van meningsuiting moeten hebben. Maar voor iedereen is veiligheid het belangrijkst. De zekerheid dat je te eten hebt en een dak boven je hoofd is van groter belang dan vrije pers.'

Ze wijst op de harde, onrijpe druiven die op een bord liggen. 'Als deze druiven nog niet rijp zijn, smaken ze groen en zuur. Als je wacht zullen ze zoet smaken. Voor alles is een tijd. Het heeft geen zin om te lopen schreeuwen dat er iets moet veranderen. Als je ergens in gelooft, dan moet je dat doen. Soms is het moeilijk om de dingen die je graag wilt te bereiken, vrouwen moeten daar harder voor werken. Ik wil laten zien dat ik het kan. Als ik iets goed doe, doe ik dat om te laten zien dat een vrouw dat kan. Als ik iets goed doe, doe ik dat voor alle vrouwen.'

Zou ze dan werkelijk niets voor zichzelf willen? Werken voor het vaderland en voor alle vrouwen. 'Jawel,' zegt Mei en pakt een foto van een pasgeboren jongetje van de tafel. Een zoontje van vrienden. Ze wijst: 'Dit wil ik. Ik wil binnen een jaar of twee jaar getrouwd zijn met mijn vriend en zo'n kleine in mijn armen hebben.'

Het is bijna tien uur. Ik moet gaan voordat de portier via de intercom roept dat het de hoogste tijd is. Natuurlijk moest ik mijn naam opgeven toen ik hier binnenkwam. Mei heeft al eens eerder op haar kop gehad omdat ik te lang op bezoek bleef. Ze loopt met me mee naar buiten. Er hangt een zware, vochtige lucht.

Mei is blij dat ze weer naar Hainan gaat. Haar verblijf in Peking heeft wel lang genoeg geduurd. Ze gaat graag weer naar huis.

Enkele cijfers over de Speciale Economische Zones
[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN