Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

Het geheim van mevrouw Li

Ze is onderwijzeres in een dorp aan de rand van de Taklamakanwoestijn in het verre westen van China. Xinjiang, een gebied waar van oudsher Oeigoeren wonen en dat alleen in naam autonoom is. Mevrouw Li moest in 1976 als jonge studente naar deze streek verhuizen om er 'te leren van de boeren'. In Peking was besloten dat er meer Han-Chinezen in dit gebied moesten komen en die werden er dan ook en masse heen gestuurd. Mevrouw Li is er getrouwd, moeder geworden en niet meer weggegaan.

Nadat ze drie jaar van de boeren geleerd had, volgde ze een opleiding tot onderwijzeres. Een paar jaar geleden studeerde ze Engels aan de universiteit van Urumqi (of in het Chinees Wulumuqi), en sindsdien geeft ze ook Engelse les. De lesboeken komen, net als de wetten en campagnes die haar leven bepaalden, uit Peking, dat 3000 kilometer verder naar het oosten ligt.

De economische politiek en politieke moraal in Xinjiang zijn ver achtergebleven bij het 'vrije zuiden' van China. Er wordt veel minder geld verdiend, het communisme is er star, maar de 'open-deur'gedachte is ook hier al doorgedrongen. Men mag nu ook leren van het Westen. En als goed partijlid heeft mevrouw Li daarom een buitenlandse in haar klas gevraagd om een Engelse les mee te geven.

In de school met betegelde hal en grijze trappen duiken kinderen weg als de laowai (buitenlandse) langs komt. Ze gluren nieuwsgierig om de hoek van een deur. Mevrouw Li klikklakt op haar lage hakken voor me uit.

Het duurt zeker tien minuten, voordat ze de klas weer rustig heeft als ik binnen ben. Een lokaal met houten bankjes en ongeveer veertig leerlingen van zeven tot tien jaar oud, meest Chinese jongens, een paar Oeigoerse op de achterste banken.

'Dat zijn hele slimme Oeigoeren, die kunnen ook naar de Chinese school,' legt mevrouw Li uit. Ze vertelt de kinderen dat ze nu vragen aan de buitenlandse gast mogen stellen. Om de beurt staan er kinderen op. 'Wè a joe from? Wats joh neem? Hou oldah joe?'

Na de vragen, antwoorden en een toneelstukje 'bij de groenteboer' besluit Mevrouw Li dat het tijd wordt voor een cultureel optreden. Een van de jonge Oeigoeren wordt voor de klas geroepen en moet een dansje opvoeren. Samen met mij. Mevrouw Li heeft een gettoblaster tevoorschijn gehaald.

'Ze kunnen zo goed dansen en zingen,' zegt ze zacht tegen me.

De jongen weigert. Van mij hoeft het niet, zeg ik. We staan gegeneerd naar elkaar te kijken. Twee vreemde eenden in de bijt. Mevrouw Li dringt aan. 'Een lied dan?'

Zingen wil hij wel, dus gaat de gettoblaster uit.

Een stem als een klok. De jongen lijkt langer als hij zingt. Zijn bloes een paar knoopjes open, zijn gezicht omhoog, een voet stampt de maat.

Mevrouw Li doet de kinderen voor hoe ze mee moeten klappen. Ze begint te applaudisseren als het lied nog niet afgelopen is. De kinderen doen mee. De jongen schudt kort zijn hoofd en zingt door. Als het dan echt afgelopen is, bedelt mevrouw Li of hij heus niet wil dansen. Hij stemt toe. Vervolgens staat hij ongemakkelijk te bewegen op Turks klinkende muziek tot de snerpende bel gaat. De les is afgelopen.

Terwijl de klas leegstroomt vertelt mevrouw Li dat juist vandaag het jaarlijkse schoolfeest is op het plein. Of ik een Engels liedje wil zingen met een collega-onderwijzeres, in het kader van de vriendschap tussen de volkeren enzo.

'Het is maar voor vijfhonderd kinderen.' Ze probeert me gerust te stellen. Protesteren heeft geen zin, want voordat ik iets kan zeggen, ben ik al meegetroond naar het schoolplein. De kinderen zitten al in rijen op de stoeptegels te wachten. De partijsecretaris houdt een toespraakje waarin ze ook de buitenlandse gast aankondigt. Ze knikt vriendelijk mijn kant uit. Mevrouw Li kijkt triomfantelijk. Ik kan niet meer terug.

Na een breakdance opvoering van een paar Chinese meisjes, en een traditionele Oeigoerse dans met dunne sjaaltjes, volgt een juffrouw die 'Het oosten is rood' ten gehore brengt. Het Oosten is rood, de zon gaat op, Mao Zedong is in China verschenen.

Dan mogen wij.

De kinderen, die braaf hebben zitten kijken, beginnen te joelen als we naar voren lopen. Ik krijg een microfoon in handen geduwd.

'Hello,' zeg ik.

'Hello,' gillen een paar jongens in de achterste rijen.

'Ni hao,' zeg ik. De laowai spreekt Chinees!

'NI HAO,' brullen vijfhonderd schoolkinderen. Ze juichen en klappen.

De onderwijzeres vindt het zo wel genoeg en grist de microfoon uit mijn handen.

'We gaan nu zingen,' zegt ze.

Het is een liedje met bewegingen: op de schouders tikken, handen klappen en stampen. De kinderen vermaken zich uitstekend. Een paar rollen om van het lachen, anderen gaan staan, maar worden door hun juffen weer omlaag getrokken.

Als we klaar zijn, maak ik een buiging. De microfoon gaat terug naar de partijsecretaris en we lopen onder overweldigend applaus naar de zijkant van het schoolplein.

Op dat schoolplein zaten veel meer jongens dan meisjes. Later, als we bij haar thuis zitten, legt Mevrouw Li uit hoe dat komt. 'Nu de boeren hun eigen oogst mogen verkopen, wordt het hele gezin ingeschakeld. Vrouwen trekken naar het dorp om de produkten te verkopen, zoons werken mee op het land en meisjes blijven thuis om voor het huishouden te zorgen. Vooral bij Oeigoerfamilies gaat dat zo. Zij hebben vaak meer moeite om het hoofd boven water te houden. Hun kinderen kunnen naar speciale Oeigoerse scholen, maar ook daar worden veel lessen in het Chinees gegeven.

'En dan moet je niet vergeten dat het onderwijs in korte tijd veel duurder is geworden. Het schoolgeld is in drie jaar tijd verdrievoudigd. Veel ouders vinden het voor hun dochters niet de moeite waard om ze naar school te laten gaan. Dochters verlaten het huis en de familie als ze gaan trouwen. Je hebt er niets aan om ze op te leiden. Je zaait niet op het veld van een ander, luidt een Chinees gezegde.'

Mevrouw Li is het absoluut niet met die redenering eens, maar ze ziet wel dat het steeds moeilijker wordt voor boeren om hun kinderen te scholen. 'De meisjes worden vaak de dupe van de toegenomen vrijheid. Er blijken nog zoveel feodale gedachten onder de boeren te leven. Dat komt nu allemaal weer naar boven. We proberen de ouders te stimuleren om hun kinderen naar school te sturen. We gaan ook op huisbezoek om ze over te halen. Als kinderen niet, of heel weinig, op school komen, proberen we erachter te komen waarom. Maar het is bijna overal hetzelfde. Nu het onderwijs geld kost, hebben de mensen het er niet meer voor over.'

De schoonmoeder van mevrouw Li serveert noedels met schapevlees aan de lage tafel in de woonkamer. Ze vult de kommen uit de dampende pan in de kleine keuken. We eten met z'n vieren. De schoonzus van mevrouw Li komt later thuis, en Li's man moet die avond werken. Haar zoontje speelt met plaatjes van de Ninja Turtles. Hij zit net op school en ruilt de dubbele turtles met z'n vriendjes. Ernstig legt hij uit hoeveel elke turtle waard is. Mevrouw Li kijkt glimlachend toe.

'Ik maak me een beetje zorgen over zijn toekomst,' zegt ze. 'Een huwelijk is tegenwoordig niet goedkoop. Ik ben al aan het sparen, maar ik weet niet of ik wel 10.000 yuan bij elkaar heb tegen de tijd dat hij gaat trouwen.'

'Tienduizend yuan? Maar u verdient nog geen 300 per maand!'

'Precies, daarom,' zegt mevrouw Li. 'Je kunt voor minder wel een vrouw krijgen, maar ik wil het beste voor mijn zoon.'

'Wordt een vrouw hier dan gekocht?'

'Nee, natuurlijk niet!' Mevrouw Li is verontwaardigd. 'De man moet alleen een aantal dingen leveren als hij gaat trouwen. Hij moet een koelkast, wasmachine en een kleurentelevisie meebrengen in het huwelijk. De vrouw zorgt voor de kleinere huishoudelijke spullen. Pannen, beddegoed en dergelijke.

Het feest zelf kost ook veel geld. Gasten komen van overal. Als je weinig gasten uitnodigt en je geeft ze niet genoeg te eten, beledig je de bruid. De huwelijksceremonie is lange tijd veel simpeler geweest, maar nu de politieke regels minder strikt zijn, zijn ook de oude gebruiken weer teruggekomen.'

Haar zoon mag van mevrouw Li zelf een bruid uitzoeken. Op het platteland echter kiezen kinderen vaak niet zelf hun partner. Het huwelijk in traditioneel China was een overeenkomst tussen twee families, een economische aangelegenheid. De huwelijkswetten van 1950 en 1981 hebben daar in sommige gebieden niet veel aan veranderd.

De huwelijkswet van 1950 was vooral bedoeld om vrouwen een meer gelijkwaardige positie te geven. Polygamie werd verboden en vrouwen kregen recht op een deel van de erfenis. In de wet van 1981 voegde men toe dat het sluiten van het huwelijk een vrije keus van de bruid en bruidegom moest zijn. Op deze manier probeerde men door de familie gearrangeerde huwelijken te voorkomen.

In streng communistisch China was het huwelijk geen economische maar een politieke verbintenis. Je toekomstige partner kon je maar beter uitzoeken op juiste klasseachtergrond en onbesmet politiek verleden. Trouwen deed je simpel en voor het leven. Alleen als je echtgenoot een 'rechts element' bleek te zijn, of je vrouw van de 'stinkende negende klasse' van intellectuelen, was dat voldoende reden om te scheiden. Dan werd het je zelfs van harte aanbevolen.

Veel mensen zijn getrouwd uit politieke overwegingen. Veel van de mensen die naar het platteland zijn gestuurd, trouwden uiteindelijk toch maar in de plaats waar ze heen gestuurd werden. De partij heeft jarenlang de plaats ingenomen van de familie en de keuze voor een huwelijkspartner mee bepaald. Pas sinds begin jaren tachtig is de liefde de belangrijkste reden om te trouwen geworden, volgens mevrouw Li. Ze kijkt er een beetje treurig bij.

De volgende middag staat ze naast haar fiets te wachten voor het hotel. Ze kijkt om zich heen of niemand haar kan horen en buigt zich naar me toe: 'Ik moet je iets vertellen.'

Een roddel over het partijkader? Een politieke misstap? Toch informatie over ontevredenheid onder de Oeigoeren, hoewel ze me herhaaldelijk heeft verzekerd dat die volmaakt gelukkig leven onder Chinese overheersing? Ik ben benieuwd.

'Niet hier,' zegt ze. Ze stelt voor dat we een eind buiten het dorp fietsen. Een brede, onverharde weg tussen wijngaarden, een smaller pad in een dun bos en dan een greppel met een betonnen plaat erover heen en een brede stenen leuning. Ze spreidt een zakdoek uit, gaat erop zitten en vouwt haar handen. Bladeren ritselen in de wind.

Mevrouw Li haalt diep adem en zegt: 'Er is een andere man in mijn leven.'

Daar moesten we dus zo'n eind voor fietsen.

Nu het hoge woord er eenmaal uit is, is de woordenstroom niet meer te stuiten. De Andere Man heet Tony. In hun brieven tenminste. Ze schrijven met elkaar in het Engels. Tony is eerlijk, sterk, knap, bijzonder aardig en nog slim bovendien. 'Mijn man weet er niets van,' zegt mevrouw Li. 'Ik heb Tony leren kennen op de universiteit, toen ik al getrouwd was. We schrijven in het Engels, zodat onze echtgenoten het niet kunnen lezen.'

Vorig jaar heeft ze hem voor het laatst gezien. Aangezien ze zes dagen per week werkt, en nauwelijks vakantiedagen heeft, gebruikte ze een cursus voor school als excuus om hem te bezoeken. Een dag heen, een paar uur op bezoek, en weer een dag terug. 'Zijn vrouw bleef er de hele tijd bij. Ze is erg lelijk. Toen ik wegging, fluisterde hij dat wij voor elkaar geschapen waren.' Ze zucht.

'Iedereen denkt dat ik gelukkig ben. Ik heb een man, een zoon, een goede baan en nu ben ik ook nog partijlid geworden. Ze vinden dat ik zo geboft heb, maar ik ben zo niet gelukkig. Ik zou het liefst ergens anders helemaal opnieuw beginnen, met Tony.'

Ze houdt niet van haar man. 'Ik ben met hem getrouwd, omdat een vrouw nou eenmaal een keer moet trouwen. En omdat hij een geschikte kandidaat was. De liefde speelde toen helemaal niet zo'n grote rol bij een huwelijk. Ik kan officieel wel scheiden, maar de realiteit is dat ik dan mijn huis, mijn baan en mijn zoon verlies. En mijn eer. Omdat ik partijlid ben geworden en net een eervolle vermelding heb gekregen voor mijn onderwijsmethode, zitten veel mensen te azen op slecht nieuws. Ze zijn jaloers.

Als ik zomaar zou weggaan, zou ik zonder hukou, het persoonsbewijs, in een andere plaats moeten gaan wonen en daar werk proberen te vinden. En de hukou is van het allergrootste belang. Zonder dat ben ik niet verzekerd, kan ik geen huis krijgen. Ik kan geen kant op.'

Ze bijt op haar duimnagel. 'Wat denk je, is mijn Engels goed genoeg om gids te worden?'

Waarschijnlijk gaat ze niet weg, mevrouw Li. Haar huwelijk wordt in stand gehouden door wetten en regels en sociale controle. Mevrouw Li spaart nog twintig jaar voor het huwelijk van haar zoon, wordt hoofd van de school, verdraagt haar man en ontsnapt tot aan haar oude dag in dromen.

Enkele cijfers over analfabetisme
[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN