Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

De nooit verslagen generaal

De chauffeur van mevrouw Hong draagt witte handschoenen. Geen pet, ook geen uniform met glanzende knopen; een gewoon pak. Het regent in Chengdu. Alles glimt: de druppels op de gezichten van de fietsers, de modder op straat, het enorme witte standbeeld van Mao en de limousine met donker glas van mevrouw Hong.

Die limousine, die natuurlijk eigendom van de staat is, en niet van mevrouw Hong, staat geparkeerd naast het immense standbeeld van de Grote Roerganger. Het is opgericht tijdens de Grote Proletarische Culturele Revolutie. Een veertiende-eeuws paleis werd opgeblazen om ervoor plaats te maken.

In Chengdu is dit standbeeld de meest voor de hand liggende plek om af te spreken. Het is het centrale punt in de stad. Naast de limousine staat Mevrouw Hong te wachten onder een grote, zwarte paraplu die haar chauffeur voor haar ophoudt. Ze draagt een donkerblauwe jurk van dunne stof met plooitjes, die een beetje opwaait in de wind. Behoorlijk frivool voor iemand met zo'n belangrijke functie in het leger. Kaarsrechte rug, kort haar met grijze strepen, dat licht gekruld is.

Mevrouw Hong lijkt nietig naast het beeld van de man die haar leven radicaal veranderde. Zes jaar voor de Bevrijding in 1949, voor het begin van de nieuwste geschiedenis, werd ze geboren in een kinderrijk, arm boerengezin. Zonder Mao had ze misschien nu nog dezelfde aarde bewerkt als haar ouders, of die in een naburig dorp, als ze uitgehuwelijkt werd. Haar boerenachtergrond, toewijding en doorzettingsvermogen waren echter ideaal voor een goede carrière in het Volksbevrijdingsleger. Eén grondbezitter in de familie en ze was de vele politieke campagnes wellicht niet doorgekomen. Eén onvoorzichtige intellectueel had haar carrière kunnen breken. Maar mevrouw Hong is na een kwart eeuw trouwe dienst tenslotte directrice geworden van een omscholingsinstituut voor ex-militairen. Ze heeft de auto en chauffeur tot haar beschikking die bij deze status horen.

De chauffeur stuurt de wagen behendig tussen alle fietsers door en toetert als ze niet snel genoeg opzij gaan. Even later rijdt de wagen onder een ijzeren poort door een binnenplaats op tussen betonnen huizenblokken. Het terrein van het instituut, de danwei van mevrouw Hong, haar woon- en werkplek.

De familie woont in een huis dat voor Chinese begrippen kolossaal is: drie kamers en een keuken, douche en toilet die ze met niemand hoeven delen. Mevrouw Hong geeft trots een rondleiding. Een balkon, een ruime zitkamer met grijze hoekbank, twee slaapkamers, een lichte keuken, badkamer en zelfs een voorraadkamer.

Een van de dochters zet de tv aan en gaat op de bank zitten. Terwijl mevrouw Hong op het lage tafeltje voor de bank een grote watermeloen snijdt, kijkt ze met een half oog naar het scherm. Dansende meisjes in te grote aerobicpakjes. Ze constateert dat er veel is veranderd, de laatste jaren in China. Ze heeft nogal wat veranderingen meegemaakt in haar leven. De bevrijding in 1949, de Grote Sprong Voorwaarts van 1958 en de hongersnoden daarna, de Culturele Revolutie die in 1966 begon en eindigde na de dood van Mao, tien jaar later; de Vier Moderniseringen in de jaren tachtig en nu de socialistische markteconomie van Deng.

Ze vertelt hoe blij haar familie was in 1949 toen het Volksbevrijdingsleger het dorp in marcheerde. Ze hoefden geen belasting meer aan de landheer te betalen en hun schulden werden kwijtgescholden. Als oudste dochter was zij de eerste in de familie die naar school kon gaan en kon leren lezen. 'Toen we eenmaal bevrijd waren, werd het leven niet direct gemakkelijker, maar we hadden in elk geval geen schulden meer. Mijn ouders kregen de opbrengst van het land, de burgeroorlog was afgelopen. De maatschappij was kalm en vredig. En ik kon naar school, wat voor die tijd onmogelijk was.

Na de middelbare school ging ik naar de legeracademie in Peking. Dat was heel bijzonder voor een meisje. Maar ik kon zo goed leren dat ik niet eens het toelatingsexamen hoefde af te leggen. Ik kreeg een uitstekende aanbeveling mee. Mijn ouders waren heel trots dat ik opgeleid zou worden tot soldaat. Het was een hele eer om bij het leger te gaan. Het leger maakt deel uit van het volk, zoals een vis zich in het water beweegt. Die twee horen bij elkaar.'

Het beeld dat men in China probeerde hoog te houden is dat van Neef en Nicht Soldaat, die de haren van kindertjes knippen, lesgeven op afgelegen dorpsschooltjes en ouden van dagen en alleenstaande moeders te hulp komen. Mevrouw Hong werd bevrijd door zulke helden van zelfopoffering en wilde er zelf ook een worden.

Ze leerde handgranaten gooien, kaarten tekenen en schieten en dat laatste deed ze zo goed dat ze de jongens uit haar klas versloeg, wat haar de bijnaam 'de nooit verslagen generaal' opleverde.

Na haar opleiding gaf mevrouw Hong een paar jaar les op een middelbare school. Ook werkte ze een aantal jaren als journaliste voor de krant van het leger. 'Drie maanden na de geboorte van mijn oudste dochter nam ik haar op mijn rug en trok de bergen in om daar te werken. Dat was in 1970. Mijn man en ik woonden niet bij elkaar in die tijd. We waren ingedeeld bij verschillende onderdelen. Er waren zoveel gezinnen die niet bij elkaar konden zijn. Het was wel lastig, maar ik heb het nooit zo'n probleem gevonden. Je moet dat over hebben voor je land. Na de Bevrijding heeft tenminste niemand meer honger gehad.'

Zo'n opmerking wekt verbazing. De hongersnoden die het gevolg waren van het mislukte economisch 'experiment' de Grote Sprong Voorwaarts, kostten naar schatting aan elf tot twintig miljoen mensen het leven, begin jaren zestig.

Mevrouw Hong schudt haar hoofd. 'Niemand in mijn familie bedoel ik. Er zijn toen wel wat mensen omgekomen. Dat had niet te maken met de economische planning, maar kwam voornamelijk door overstromingen en andere natuurrampen.'

Toch heeft zelfs de communistische partij inmiddels toegegeven dat er fouten zijn gemaakt.

Mevrouw Hongs glimlach wordt iets breder. 'De Grote Sprong Voorwaarts was waarschijnlijk geen goede methode om de economie te stimuleren. Maar zoveel doden zijn er niet gevallen. De doden vielen trouwens vooral door de overstromingen en de droogte.

Natuurlijk is het in zo'n groot land moeilijk om een perfecte economische politiek te voeren. De boeren hebben een gedeelte van hun oogst moeten afstaan aan de staat. Soms hadden ze dan zelf weinig te eten, maar toch was het correct, want al het land is nu eenmaal van de staat. Het klopt dat er boeren waren die de belasting niet konden opbrengen in die tijd.'

Terwijl de partij de boeren juist bevrijdde van landheren die te veel belasting hieven. In hoeverre valt de staat dan te vergelijken met de landheren van voor de Bevrijding?

'Niet.' Mevrouw Hong schudt het hoofd. 'Dat valt niet te vergelijken. De communistische partij heeft dat nooit gedaan om boeren uit te buiten. Als er in die tijd geen misoogsten waren geweest, hadden de boeren het makkelijk kunnen betalen. Er waren wel boeren die boos werden op de partij, maar het merendeel geloofde dat de partij hen zou redden.

De partij heeft de mensen eten en kleren gegeven. Ze heeft het leger gestuurd om mensen bij te staan tijdens rampen. Toen ik afgestudeerd was, werd ik naar Chengdu gestuurd. Daar was ik gelegerd tijdens een overstroming. Het was mijn taak om een rampenplan op te stellen en zandzakken en eten te organiseren voor de getroffen gebieden.

De relatie tussen de mensen en het leger was erg goed, vooral in de eerste jaren na de revolutie. Het was een vreedzame tijd. De soldaten werden getraind om op het land te werken, zodat ze zichzelf konden onderhouden. Toen ik op school zat, gingen we tijdens onze vakanties op het land werken om de boeren te helpen. Ze waren altijd blij als we kwamen, zeker als je uit een boerengezin kwam. Ik wist hoe je moest zaaien, irrigeren, planten en oogsten.'

Het leger staat in dienst van het volk, het houdt van het volk, zegt mevrouw Hong. Ze verdedigt de beslissingen en politiek van partij en leger. Die twee zijn van oudsher nauw met elkaar verbonden. Hoge officieren hadden belangrijke regeringsfuncties.

Het leger respecteert de beslissingen van de partij en volgt orders op, ook al waren die soms nog zo tegenstrijdig. Zo kregen officieren begin jaren zeventig de order om 'de orde te herstellen en de Rode Gardisten te steunen'. Maar het waren nu juist de Rode Gardisten die voor een complete chaos in het hele land hadden gezorgd. En het was Mao zelf geweest die ze daartoe had aangezet.

'Als er toen geen leger was geweest, was het land verwoest,' zegt mevrouw Hong. Het leger is een eenheid, en de militairen maken die eenheid. In het leger gehoorzaam je, ook als je het met een beslissing niet eens bent. Die orde was de enige manier waarop de chaos kon worden gestopt.'

Begin jaren tachtig startte Deng zijn Vier Moderniseringen, waarin een hervormingsprogramma voor het leger was opgenomen. De functies van partij, regering en leger werden wat meer van elkaar gescheiden. Het leger moest worden geprofessionaliseerd. Dat betekende dat een kwart van de vier miljoen militairen afvloeide. Zij moesten worden omgeschoold naar burgerberoepen. En dat gebeurde op de instituten waarvan mevrouw Hong in Chengdu aan het hoofd staat. Geen wonder dus, dat zij ook deze hervormingen van harte toejuicht.

Toch zijn lang niet alle militairen het met deze hervormingen eens. Door de toegenomen economische welvaart is het leger veel minder populair geworden. Was het vroeger een werkplek waar je tenminste redelijk te eten had, door de economische hervormingen hebben minder jongeren zo'n werkplek nodig.

Ook vrezen conservatieve militairen dat door de liberalisering de eenheid in het leger verstoord wordt. Het 38-ste leger weigerde Peking binnen te vallen in 1989 en op de studenten te schieten.

Mevrouw Hong reageert verbaasd. Ze zegt aarzelend: 'De hervormingen in China moeten heel langzaam gaan. We kunnen niets overhaast doen. Kijk maar naar de voormalige Sovjet-Unie. Er is natuurlijk verschil tussen de vroegere Sovjet-Unie en China. Wij hebben geen etnische conflicten en bovendien vertrouwt het Chinese volk de partij.'

Daar zit mevrouw Hong kaarsrecht op haar grijze bank in haar lichte huis, met haar handen in haar schoot op haar blauwe plooirok en zegt dat het volk de partij vertrouwt. Naast het bloedbad op Tiananmen, dit 'incident', zijn er nog de Oeigoeren in het westen, Mongolen in het noorden en Tibetanen in het zuiden die hun gebied bezet zien door Chinezen. Waarom zou het volk de partij vertrouwen?

Mevrouw Hong denkt lang na over een passend antwoord. Na een minuut ongemakkelijke stilte kijkt ze me strak aan en zegt: 'Als militair is het mijn plicht om te gehoorzamen. Ik heb een eigen mening, maar als er gehandeld moet worden, dan houd ik die voor me. Als men opdracht geeft om te schieten, wordt dat van boven bepaald, het is niet mijn verantwoordelijkheid.'

Heeft ze dan nooit moeite gehad met de beslissingen die de partij en het leger voor haar namen?

Haar antwoord is formeel. 'Ik heb nooit gedacht dat ik ermee wilde stoppen vanwege die beslissingen.' Wie besluit door te gaan accepteert de regels van het leger.

Dan wordt de klank van haar stem toch zachter, haar rug minder recht.

'Natuurlijk is het wel zwaar geweest. Ik ben opgegroeid op het land. Dat mis ik wel eens. Ik kan zo weinig buiten zijn, in de natuur.'

Ze bukt zich en rolt een lange, huidkleurige pantykous langs haar been omlaag. Het ding hangt als een uitgezakt vel om haar enkel. Dan trekt ze ook de andere kous omlaag en schopt ze van haar voeten. Over de gerimpelde huid van haar benen en voeten lopen witte littekenstreepjes. Haar tenen staan krom. Ze wijst: 'Zie je, ik heb met blote voeten over de bevroren grond gelopen. Mijn tenen zijn krom gaan staan van het zware werk. Toch mis ik het. Daar zie je resultaat van je werk, je weet waarvoor je het doet.'

Twijfel? Toch?

Op dat moment wordt er van het plein beneden geroepen. Het is de chauffeur met de witte handschoenen. Hij laat weten dat het tijd is om te gaan. Mevrouw Hong heeft vliegensvlug haar kousen opgetrokken, staat op en strijkt haar jurk glad. Opeens lijkt haar huid weer strak gespannen.

We rijden naar de verjaardag van een vriend van de familie. Vier vrouwen staan in de keuken. Mevrouw Hong gaat in de kamer zitten, bij de mannen die roken. Ze nodigt ze uit voor een potje mahjong. In de zijkamer wordt een formica tafeltje uitgeklapt en mevrouw Hong laat de mannen de muur opbouwen. Terwijl ze me af en toe iets van de spelregels verklaart en schijnbaar achteloos haar stenen legt, wint ze drie keer achter elkaar.

In de woonkamer worden ondertussen meer tafels uitgeklapt en krukjes bijgezet. De vrouwen dragen dampende schotels met mooi opgemaakte gerechten naar binnen. Voor de mannen is er maotai, sterke drank waar de rook haast van uit je oren komt. De vrouwen nippen voorzichtig aan een biertje. Mevrouw Hong niet. Zij pakt een metalen bekertje ter grootte van een eierdop, laat zich inschenken, geeft mij ook zo'n bekertje en toost op de vriendschap der volkeren.

'Ganbei,' zegt ze, tot op de bodem. Ze gooit het hoofd achterover en giet het bekertje leeg.

'Ganbei,' zeg ik, en doe hetzelfde. Onmiddellijk worden de bekers weer gevuld.

Mevrouw Hong geeft geen krimp. Zij blijft kaarsrecht op haar kruk en heft de zoveelste beker. Ik ben de tel al kwijtgeraakt en worstel met mijn eetstokjes, terwijl ik heldhaftig probeer Hollands eer hoog te houden. Ik moet me gewonnen geven. Mevrouw Hong knikt me vriendelijk toe.

Na het eten volgt een warme rit in de glimmende limousine naar het station. Inmiddels is de zon gaan schijnen en in het felle licht zijn de grootste modderplassen opgedroogd. Fietsers en mensen met handkarren zijn er nog steeds even veel. De wagen rijdt stapvoets. Vlak voor het drukke station zet de chauffeur de wagen neer. Zoals gebruikelijk staan er hordes te dringen voor de loketten. Andere reizigers zitten gelaten op het vertrek van hun trein te wachten. Mevrouw Hong geeft me tassen vol fruit mee, voor onderweg. Ze loopt niet, ze stevent recht door die menigte zwaarbeladen passagiers naar het begin van de rij wachtenden en vraagt of ze al op het perron mag, vanwege haar buitenlandse gast die niet kan wachten. En wat haast iedere reiziger in China vergeefs probeert, lukt haar: we mogen erdoor.


[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN