Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]

Trouwen met een vliegticket

Het oude station van Hankou wordt niet meer door passagiers gebruikt. Het is een van de rustigste plekken van Wuhan. Op perron 2 schept een oude man in een grijs katoenen pak traag rijen rode pepers om en om. Een keer per kwartier komt met denderend geraas een goederentrein voorbij.

Hankou is uiterlijk niet veel veranderd sinds 1989, de eerste keer dat ik er was. Er worden meer soorten kleding verkocht, felroze en hardgroene nylon jurken met witte kanten boordjes, meer soorten schoenen, gameboys zelfs. Dicht bij het oude station is een nieuwe 'coffeebar' gekomen. Een glazen pui, tafeltjes met glazen bladen en skaileren bekleding op de stoelen.

Een jongen met blonde harige benen en een kettinkje om zijn nek zit er tegenover een Chinees meisje. Ze eten ijs. Hij een coupe royale en zij een kinderijsje.

Een tafeltje verderop zit een Chinese man van een jaar of dertig. Hij stelt zich voor als Jack. Jack draagt een spijkerbroek en een knaloranje T-shirt waar QUEENSDAY AMSTERDAM op staat. Gekregen van een toerist. Hij spreekt goed Engels. Hij is bijna in Amerika geweest.

'Ik was verliefd op een Amerikaanse,' zegt Jack. 'Ik reisde met Betty heel China door. Ze bleef veel langer dan ze van plan was. Uit liefde, dacht ik. Sukkel die ik was.' Hij snuift.

'Als we samen over straat liepen, kregen we altijd commentaar. Betty verstond het niet, maar ik des te beter. Daarom wilde ik trouwen. Kon ik tenminste zeggen dat ze mijn vrouw niet mochten beledigen.

De bruiloft kostte bakken met geld. Fantastische dag. Betty zag er goed uit en ik was erg gelukkig.' De Chinese sigaret die ik hem aanbied, slaat hij af. Jack presenteert een Marlboro, steekt hem aan met een goudkleurige aansteker, inhaleert diep en vertelt verder. 'Mijn Amerikaanse ging terug naar Amerika. Werk zoeken, visum regelen. Pas na drie maanden kreeg ik een brief. Ze wilde niet meer, schreef ze. Haar ouders vonden het niet goed. Ze kon geen werk vinden. Niet voor zichzelf, en voor mij al helemaal niet. Voor de Chinese wet ben ik nog steeds getrouwd.' Jack zucht.

'Betty liet zich in Amerika van mij scheiden. Ik ben naar de ambassade in Peking gegaan om te kijken of ik een visum kon krijgen voor de scheiding. Mooi niet dus. Dat is toch vreemd. Mijn vrouw mag zich in dat land van mij laten scheiden, maar ik mag er zelf niet bij zijn.'

Jack steekt zijn hand op naar de serveerster. 'One coffee,' zegt hij.

'Ik wil naar Amerika,' zegt hij even later. 'Ik wil naar het buitenland. Ik heb heel China door gereisd. Ik heb de ijspaleizen van Harbin gezien, tropisch oerwoud in het zuiden. China is mooi, maar ik wil er nou wel eens uit.'

'Veel Chinezen willen graag uit die shit hier,' zegt de blonde jongen opeens. Hij heeft zich omgedraaid. Hij steekt zijn hand uit. 'Hoi, ik ben Jon, ik kom uit Zweden en dit ...' hij gebaart weids naar het meisje, 'is Weijun, mijn prachtige Chinese vriendin.'

Weijun ziet eruit alsof ze van verlegenheid haar ijslepeltje wil opeten. Ze glimlacht nauwelijks merkbaar en buigt zich weer over haar metalen coupe.

'Zullen we erbij komen zitten?' vraagt Jon terwijl hij opstaat. Hij schuift Weijuns stoel aan.

Ze hebben elkaar twee maanden geleden leren kennen. Jon was verdwaald, samen met zijn Koreaanse vriend. Hij kwam de weg vragen in het hotel waar Weijun werkt. Hij besloot er meteen maar te blijven. Jon en zijn vriend vertrokken naar Hongkong, maar na drie weken kwam Jon terug, speciaal voor Weijun.

'Ik kon haar niet vergeten,' zegt Jon. 'We waren eigenlijk op weg naar Japan, maar in Hongkong zei ik tegen mijn vriend dat ik terugging.'

Jon bestelt voor iedereen nog een ijsje en vraagt aan Jack: 'Wat vertelde je nou net, ben je gescheiden?'

Jack doet zijn verhaal.

'Je hebt veel geld aan haar uitgegeven, en nu kun je nog niet naar Amerika,' concludeert Jon.

'Maar ik hield van haar,' zegt Jack. 'Ik hield ook echt wel van haar.'

Jon glimlacht. Weijun kijkt naar haar lepeltje.

Chinezen en buitenlanders, buitenlanders en Chinezen. Yang guizi, vreemde duivels, is de onsympathieke benaming voor vreemdelingen. Europeanen heten ook wel da bizi, grote neuzen. Elk volk heeft scheldwoorden voor vreemdelingen, maar niet overal worden vreemdelingen en het eigen volk zo gescheiden gehouden. In de trein, in hotels, op de universiteit, in de wijken van steden. Logeren is nog niet lang toegestaan en moet gemeld worden. Wie dat 'vergeet', kan een fikse boete krijgen.

Sinds China, in de jaren tachtig, de deur op een kier zette voor buitenlandse investeerders en bezoekers, is de controle veel minder streng geworden. Westerlingen worden vaak uiterst voorkomend en hartelijk ontvangen en getrakteerd op de lekkerste schotels. Vooral jongeren leren vlijtig Engels om contact met reizigers te kunnen leggen. Niet altijd louter vanwege Chinese wetten van gastvrijheid. Zij hopen via deze contacten ooit nog in het buitenland te kunnen werken of studeren.

Voor Chinezen die geen speciale talenten hebben en geen connecties in de partij, is trouwen een mogelijkheid om weg te komen uit China. Een buitenlands vriendje wordt wel spottend feijipiao, vliegticket, genoemd.

De Chinese schrijfster Zhang Jie verhaalt in haar boek Er is maar één zon over de manier waarop een Chinees meisje probeert een Amerikaan te strikken. Ze heeft precies bedacht hoe ze zich voor zal doen, en komt in de loop van de relatie met steeds meer verhalen over de druk die haar werkgever op haar uitoefent. Deze dreigt met ontslag als zij haar verhouding niet verbreekt. Haar vriend reageert verontwaardigd op deze dreiging, en voelt zich extra verantwoordelijk voor haar. Maar uiteindelijk trouwt hij haar niet.

Jon gelooft vast en zeker dat Weijun van hem houdt. Als ik Weijun later alleen spreek, op een tamelijk rustig bankje in een park, informeer ik omzichtig naar haar liefde voor hem. Ze zegt met een glimlach: 'Van mijn liefde ben ik wel zeker. Ik weet alleen niet of Jon wel van míj houdt. Mijn moeder zegt dat buitenlanders gemakkelijk over liefde praten, maar nooit aan trouwen denken. Voor mij maakt het geloof ik niet zoveel uit. Ik heb de tijd van mijn leven. Ik voel me zo vrij. Jon doet gewoon waar hij zin in heeft, en hij vindt dat ik dat ook moet doen. Dat is echt een ontdekking.

Maar hoe kan ik me hier in China van niemand iets aantrekken? Een week geleden moest ik bij mijn chef komen. In het hotel waar ik werk, mag je niet met gasten uitgaan. Dat is de regel. Mijn chef had gezien dat ik met Jon aan het wandelen was. Of iemand anders heeft het gezien, en aan hem verteld. Jon is helemaal geen gast in ons hotel meer. Hij logeert ergens anders. Toch ondervroeg mijn baas me. Hij wilde weten hoe het zat tussen Jon en mij. Ik moest hem beloven dat ik Jon niet meer zou ontmoeten. Als ik betrapt word, kan hij me ontslaan.'

'Wat heeft jouw chef met je privé-leven te maken?'

Weijun kijkt me verbaasd aan. 'Dit is China,' zegt ze. 'Mijn chef doet het voor mijn eigen bestwil. Hij maakt zich zorgen over mijn toekomst.'

'Dan zou je toch verwachten dat hij je niet met ontslag dreigt.'

Maar Weijun maakt haar chef geen verwijten. 'In China is het privé-leven niet gescheiden van het openbare leven. Chinezen vinden dat ook privé-zaken een openbare aangelegenheid zijn.' Daarom schelden ze Weijun ook uit, heeft Jon verteld. 'Wilde kip' wordt ze soms genoemd: hoer.

Weijun reageert niet als mensen haar op straat uitschelden. Dat is beneden haar waardigheid. 'Ik verlaag me niet tot hun niveau,' zegt ze. 'De Chinezen zijn jaloers. Ze denken dat ik met hem ben, omdat hij rijk is. Ze denken dat ik met hem naar bed ga voor geld. Ik ga niet eens met hem naar bed. Niet dat ik heel per se maagd wil blijven voor mijn huwelijk, maar ik ken hem pas net. Zoenen en in het donker hand in hand lopen vind ik wel genoeg. Het leuke is ook dat Jon helemaal niet aandringt. Hij is zo anders dan Chinese jongens. Westerlingen zijn me heel erg meegevallen.'

Hoe dacht ze dan over westerlingen voordat ze Jon leerde kennen?

'Nou gewoon ...' zegt ze aarzelend. Er is een wit kanten boordje los geraakt van haar heldergele jurk. Ze haalt een veiligheidsspeld uit haar beige handtasje en zet het weer vast. Omdat ze merkt dat ik op antwoord wacht, praat ze een beetje giechelig verder.

'Toen ik voor het eerst met westerlingen te maken kreeg, vond ik ze nogal lawaaierig. Ik wist dat ze een hele vrije seksuele moraal hebben. Soms zag ik een vrouw die alleen in haar bh door het hotel liep. Ik begrijp dat vreemdgaan in het Westen wel een probleem is, maar eerst dacht ik dat niemand daar wat over zou zeggen. Hier let iedereen op elkaar.

Wat ik nog steeds raar vind zijn die korte broeken van Jon, terwijl hij van die harige benen heeft. Westerlingen lopen soms gewoon in hun hemd, buiten op straat! Japanners zijn veel beleefder, en beter gekleed. Maar sinds ik Jon ken, weet ik dat buitenlanders ook mensen zijn. Ze eten en slapen net als wij.'

Er zijn wel vrouwen die met een buitenlander proberen te trouwen om weg te komen uit China, weet Weijun. 'Dat moeten ze zelf maar weten. Ik veroordeel ze niet. Liefde is hier niet per se noodzakelijk voor een huwelijk. Maar veel van die meisjes en vrouwen voelen helemaal niets voor hun man, of ze trouwen met iemand die hun vader had kunnen zijn. Dat vind ik niet goed.'

Een paar weken na het gesprek met Weijun word ik samen met een groepje Chinezen uitgenodigd voor een uitgebreid diner. Een kennis van een zwager van Yu en Yinglian wil me graag uitnodigen in haar restaurant. Het is er druk. Op grote ronde tafels staan de prachtigste schotels uitgestald.

De eigenaresse, een vrouw van begin dertig, draagt kinderlijke vlechtjes. Ze blijkt ook carrière als klassiek zangeres te hebben gemaakt. Uitgebreid beschrijven de anderen haar kwaliteiten. Is ze niet beeldschoon? Ze kan werkelijk prachtig zingen. Bovendien heeft ze ook nog succes met haar restaurant. Ze is een goede zakenvrouw en niet onbemiddeld.

Nu ben ik in China wel gewend geraakt aan vrijgevigheid en een hartelijke ontvangst, maar het is me nog nooit overkomen dat ik door een vreemde zomaar werd getrakteerd op zo'n luxe maaltijd. De tafel staat bomvol met de heerlijkste gerechten: varkensvlees met ananas in een knapperig caramellaagje, zoete en zoute visschotels, groenten in overvloed. De gastvrouw lacht me stralend toe en brengt een toost uit op onze vriendschap. Engels spreekt ze niet. De conversatie gaat in mijn beste Chinees. Yinglian's zwager en zijn vrouw vertalen druk alle complimenten die ik niet heb verstaan. Aan het eind van de avond neem ik, zeer voldaan van al het lekkere eten, ietwat aangeschoten en ietwat bevreemd afscheid.

Een tijdje later komen Yu en Yinglian over haar te spreken. Of ik me die aardige vrouw met de vlechten nog herinner? Zou ik haar een dienst kunnen bewijzen?

'Natuurlijk!' roep ik joviaal, blij dat ik eens iets terug kan doen voor al die gastvrijheid die ik ondervind.

Een huwelijksadvertentie moet het worden. Liefst in alle Nederlandse kranten. De vrouw met de vlechtjes zoekt een degelijke man. Leeftijd maakt niet zoveel uit, als hij maar niet veel ouder dan 55 is. Hij moet een goed karakter hebben, en een redelijk inkomen.

Ik mompel wat onduidelijke bezwaren.

'We dachten juist dat het wel iets voor jou was,' zegt Yinglian met een knipoog en een glimlach. 'Kun je eindelijk echt iets voor Chinese vrouwen doen.'

Enkele cijfers over emigratie uit China
[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN