Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN

Korte geschiedenis van China's bevolkingspolitiek

Al in 1953, na de eerste volkstelling van de Volksrepubliek China, opperden Chinese demografen en economen dat de regering iets aan bevolkingspolitiek zou moeten doen. Er waren toen 583 miljoen Chinezen en dit aantal groeide snel. Er kwamen op zeer beperkte schaal campagnes voor geboortenbeperking in de steden.

Volgens partij-ideologen getuigde dit echter van te veel pessimisme over China's toekomst. In 1958, het jaar waarin de Grote Sprong Voorwaarts werd gelanceerd, werden de voorstanders van de bevolkingspolitiek beschuldigd van verderfelijk malthusianisme. Mao Zedong meende nog in 1966 dat het erg goed was dat China's bevolking talrijk was. Zelfs een verdrievoudiging van de bevolking was een probleem dat met een hogere produktiviteit ondervangen kon worden, aldus Mao. En dat terwijl, als gevolg van slechte economische planning, begin jaren zestig miljoenen mensen van de honger omkwamen.

Pas laat in de jaren zestig, onder meer door een geheime telling in 1964, veranderde de houding van de partij enigszins. De pil en het spiraaltje werden al op grote schaal gebruikt. In de jaren zeventig begon de bevolkingsgroei een politiek issue te worden. In 1979 werd het één-kindbeleid ingevoerd. Het plaatselijke partijkader was verantwoordelijk voor een bepaald quotum. Het kader dat dit quotum niet haalde, werd bestraft. Gedwongen abortussen en hoge straffen voor overtredingen waren het gevolg.

Vooral op het platteland leverde deze politiek problemen op. Een zoon zorgt voor de ouders als zij niet meer kunnen werken, een dochter verlaat het huis en de familie als zij gaat trouwen. De regeling is op het platteland vaak soepeler. Vier jaar na de geboorte van een dochter, of een gehandicapt kind, mogen ouders proberen om alsnog een zoon te krijgen.

Begin 1995 maakte de Chinese regering bekend dat er meer dan 1,2 miljard Chinezen waren, terwijl dat aantal volgens de planning pas in het jaar 2000 zou zijn bereikt. Het nieuwe streefcijfer voor 2000 ligt nu op 1,3 miljard. Volgens VN-cijfers zijn er inmiddels in de jongste leeftijdsgroepen meer dan 114 jongens op de 100 meisjes. Een deel van deze jongens zal noodgedwongen vrijgezel blijven. In het jaar 2000 zal er naar schatting een overschot van 70 miljoen mannen in de huwbare leeftijd zijn.

Uit Chinese statistieken blijkt dat ook in China hoger opgeleide vrouwen minder kinderen krijgen. Vrouwen zonder scholing krijgen gemiddel 2.93 kinderen en academica's maar 1.12. Als het geld dat nu aan controle wordt uitgegeven in plaats daarvan aan scholing wordt besteed, snijdt het mes aan twee kanten.

Bron o.a.: 'China moet zijn één-kindbeleid verlaten', Gijs Beets, NRC Handelsblad 22-2-1995
China Statistical Yearbook 1992

Terug naar Maar het is toch tegen de wet?


[titelblad] [inhoudsopgave]
[enkele cijfers over Chinese vrouwen]
[bibliografie] [colofon]
[het boek bestellen bij uitgeverij Ravijn]
Nies Medema:
HET GEHEIM VAN MEVROUW LI, PORTRETTEN VAN CHINESE VROUWEN