Inleiding | Inhoudsopgave | 2. De opkomst van maatschappelijke diensten en gebruikers in Nederland

1. Wat is datacommunicatie?

Met dank aan Boyd Noorda die de eerste versie van dit hoofdstuk schreef
Datacommunicatie is de verzamelnaam voor allerlei vormen van informatie-uitwisseling tussen computers. Computers in een kantoornetwerk wisselen informatie uit. Maar ook computers op verschillende locaties kunnen met elkaar in verbinding staan, via speciale datalijnen of gewone telefoonlijnen. De computers kunnen permanent met elkaar in verbinding staan, maar ze kunnen elkaar ook 'opbellen' op het moment dat het nodig is informatie uit te wisselen. Dat laatste is voor de meeste mensen de interessantste vorm van datacommunicatie. Je belt met je eigen computer een andere computer op, als je bepaalde informatie wilt inzien, een bericht wilt versturen of een programma wilt ophalen. Het apparaat dat dit mogelijk maakt, heet 'modem'. De modem zet computertaal om in geluidssignalen, die via een telefoonlijn getransporteerd kunnen worden. Dat heet MOduleren. De modem aan de andere kant zet het signaal weer om in computertaal. Dat heet DEModuleren. Tot zover de techniek.

In principe is het altijd mogelijk ad hoc een verbinding te leggen tussen twee computers die voorzien zijn van een modem, en vervolgens informatie uit te wisselen. Over het algemeen worden echter speciaal daarvoor bestemde computers als 'tussenstation' gebruikt, de zogenaamde hostcomputers (vrij vertaald 'gastheren'). De gebruikers bellen zo'n computer op en wisselen daarmee informatie uit. Hostcomputers kunnen ook informatie met elkaar uitwisselen. Zo kunnen gebruikers van een bepaalde hostcomputer ook contact leggen met gebruikers van andere hostcomputers. Soms is een hostcomputer niet meer dan een postkantoor met een verzameling elektronische postbussen, waar de gebruikers berichten posten en hun postbus legen. Meestal bieden hostcomputers echter een keur aan mogelijkheden en faciliteiten. Sommige eigenschappen van dit nieuwe medium doen denken aan een tijdschrift (achtergrondinformatie, rubrieken of columns) of aan radio (nieuws kan direct verder verspreid worden). Andere eigenschappen zijn tamelijk uniek. Zo is een hostcomputer doorgaans vierentwintig uur per dag bereikbaar. Een gebruiker hoeft dus niet passief af te wachten tot bepaalde informatie hem of haar 'toevallig' bereikt (bijvoorbeeld om 20:00 uur op de buis), maar kan actief, doelbewust en op elk moment zelf informatie opzoeken. Een andere unieke eigenschap is dat tijdsverschillen, verschillende werktijden of de plaats waar iemand verblijft geen handicap vormen voor een snelle communicatie en informatie-uitwisseling tussen personen of organisaties. Elke deelnemer kan vanaf iedere plek waar een telefoonverbinding en een computer met modem beschikbaar zijn berichten verzenden en opvragen, wanneer het hem of haar ook maar uitkomt.

Er zijn verschillende vormen en toepassingen van datacommunicatie. Hieronder volgt een opsomming van de meest gangbare verschijningsvormen, die in principe voor iedereen toegankelijk zijn.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Het Bulletinboard System

De afkorting van Bulletinboard System (vrij vertaald 'elektronisch prikbord') is BBS. Het BBS is geen produkt van de computerindustrie, maar een toepassing die in kringen van Amerikaanse computerhobbyisten is ontwikkeld. Het bestaat uit een computer (meestal een pc) met bulletinboardsoftware. Via een of meer inbellijnen en modems is het telefonisch bereikbaar voor gebruikers met een computer en een modem. Het BBS is inmiddels het meest toegepaste datacommunicatiemedium. Er zijn wereldwijd vele duizenden BBS'en in gebruik, die meestal via eigen telefoonnummers bereikbaar zijn. Een groot deel hiervan richt zich op de computer als hobby, maar steeds meer BBS'en bieden ook, of specialiseren zich in, maatschappelijke onderwerpen zoals nieuws, milieu, politiek of cultuur.

BBS'en brengen vooral tekst op het scherm, maar de meeste systemen bieden ook eenvoudige afbeeldingen en kleur. Over het algemeen bedient de gebruiker het BBS door letters of cijfers in te tikken. De bediening van dezelfde functies kan van BBS tot BBS nogal verschillend zijn. De grafische interfaces zijn echter in opkomst: steeds meer BBS'en bieden een interface die sterk lijkt op die van Macintosh of Windows. Het BBS is dan grotendeels met een muis te bedienen.

BBS'en kennen twee belangrijke faciliteiten: berichtengebieden en bestandsgebieden. Berichten zijn meestal kort en verschijnen tijdens de verbinding op je beeldscherm, met bestanden doe je pas iets nadat je ze naar je eigen computer hebt gekopieerd. Bijna alle BBS'en hebben meerdere berichten- en bestandsgebieden over verschillende onderwerpen. Een berichtengebied is veelal openbaar en bedoeld voor de communicatie tussen gebruikers. Elke gebruiker kan berichten van anderen lezen, zelf informatie plaatsen, een vraag stellen, vragen van anderen beantwoorden en in discussie gaan. Naast de openbare berichtengebieden zijn er soms ook gebieden die voor een beperkte groep gebruikers toegankelijk zijn. Dat kunnen bijvoorbeeld de leden van een organisatie zijn die het bulletinboard gebruiken voor hun interne communicatie. De berichtengebieden worden ook wel message area's of postgebieden genoemd. Postgebieden is een wat misleidende naam, het betreft namelijk geen privé-post. Wel bieden sommige BBS'en de mogelijkheid privé-berichten voor een ander achter te laten of zelfs te versturen naar andere BBS'en.

De bestandsgebieden worden ook wel documentgebieden of file area's genoemd. Deze gebieden zijn bedoeld voor het uitwisselen van grote bestanden, zoals achtergrond-informatie, artikelen, grafische bestanden, muziekbestanden en (met name op de hobby-BBS'en) computerprogramma's. Afhankelijk van de functie van het BBS kunnen er ook andere faciliteiten beschikbaar zijn, zoals het raadplegen van databases of agenda's of het spelen van spelletjes.

Om dit alles te kunnen gebruiken en post te kunnen ontvangen, moet een gebruiker zich bekend maken op het systeem door zich te registreren. Meestal is het registreren kosteloos, maar door een donatie te doen krijgt men vaak meer mogelijkheden of een langere toegangstijd. Bijna alle BBS'en zijn te bellen tegen normaal telefoontarief, maar met name de seks-BBS'en, die een grote collectie plaatjes aanbieden, werken vaak met 06-nummers, waarvan het tarief oploopt tot Fl.1,- per minuut.

Een BBS kan geheel op zichzelf staan, bijvoorbeeld als medium voor de communicatie tussen de plaatselijke afdelingen van een organisatie. Maar de meeste BBS'en communiceren ook onderling en hebben gemeenschappelijke berichtengebieden, soms echogebieden genoemd. Ze vormen met elkaar netwerken, die het bereik van berichten enorm kunnen uitbreiden. (Netwerken komen hieronder uitgebreider ter sprake.)

De gebruiker die verschillende BBS'en belt, zal enige basiskennis en routine moeten opbouwen om verschillende systemen vlot te kunnen gebruiken. (In bepaalde gevallen is dit te omzeilen met een 'point'programma (zie verderop), dat bepaalde handelingen automatisch laat verlopen.) Het berichtenverkeer via sommige hobbynetwerken is niet altijd honderd procent betrouwbaar. Toch ligt de grote kracht van het BBS in de bijzondere communicatiemogelijkheden (tot zelfs de discussie met een 'wereldforum'), de uitwisseling van bestanden, de kleinschaligheid en de zelfstandigheid. De toepassingen zijn bovendien vaak kosten- en tijdbesparend voor de gebruiker.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Videotex

Videotex is de Nederlandse naam voor een communicatiestandaard voor databanken die al ruim vijftien jaar bestaat, maar alleen in Europa een grote verspreiding heeft gevonden. Wat in Nederland videotex heet, heet in Groot-Brittannië VTX of Prestel, in Frankrijk Minitel en in Duitsland Bildschirmtext. De eerste bekende videotexdatabank in Nederland was Viditel. Viewdata en Viewbase zijn verbasteringen van het woord videotex die je ook nog wel eens tegenkomt. Videotex is gebaseerd op pagina's, die er net zo uitzien als teletext op tv. Een videotexdatabank heeft meestal een zich vertakkende structuur. De gebruiker zoekt zich een weg naar de informatie via keuzemenu's. In de videotexstandaard is ook de bediening grotendeels vastgelegd. Elke databank kan door de gebruikers op dezelfde manier bediend worden en het gebruik is erg simpel.

Videotexdatabanken wisselen (nog) geen berichten uit zoals BBS'en dat doen. Ze bieden vaak wel privé-postbussen, openbare prikborden en de mogelijkheid om bestanden mee te nemen (zogenaamde telesoftware). Videotex wordt op grote schaal gebruikt voor commerciële dienstverlening, zoals teleshoppen, telebankieren of babbelboxen. Maar er zijn ook videotexdatabanken die gespecialiseerd zijn in maatschappelijke onderwerpen, zoals nieuws, milieu, sociale zekerheid, agenda's of cultuur. Sommige databanken zijn geheel openbaar, bij andere is het vereist dat je lid wordt.

VideotexNet is binnen Nederland waarschijnlijk het bekendste datacommunicatienetwerk en biedt onderdak aan een groot aantal, grotendeels commerciële, databanken (aangeduid als 'diensten'). Het aanbod varieert van het elektronisch telefoonboek of Spoorboekje tot computerprogramma's en erotica. Het netwerk is via landelijke 06-nummers bereikbaar, waarbij het telefoontarief oploopt van normaal tot [[florin]] 1,- per minuut. Buiten het VideotexNet zijn er ook onafhankelijke videotexdatabanken die via eigen telefoonnummers (dus tegen normaal telefoontarief) bereikbaar zijn. Er zijn in verschillende plaatsen ook mogelijkheden videotexdatabanken te raadplegen via de kabel met een teletext-tv en een telefoon, eveneens via een 06-nummer.

Videotex biedt uitstekende mogelijkheden om informatie overzichtelijk en compact aan te bieden. Voor communicatie tussen gebruikers onderling is het minder geschikt. Door de grote gebruiksvriendelijkheid leent videotex zich goed voor toepassingen die laagdrempelig moeten zijn.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Netwerken

Als meerdere computers regelmatig gegevens met elkaar uitwisselen is er sprake van een netwerk. Er zijn netwerken waarin computers permanent via vaste lijnen met elkaar zijn verbonden. Maar ook een verzameling bulletinboards die elkaar regelmatig bellen om berichten uit te wisselen heet een netwerk. En dan zijn er systemen met 'net' in hun naam, die bestaan uit slechts één hostcomputer, bijvoorbeeld GreenNet of PeaceNet. Het eigenlijke netwerk bestaat daar uit de host en de computers van de gebruikers samen. Soms gebruikt men het woord 'net' voor alle computers die bepaalde berichten met elkaar delen (Usenet) terwijl diezelfde computers ook deel uitmaken van andere netten.

Netwerken van BBS'en wisselen op een zeer efficiënte, goedkope manier berichten met elkaar uit middels het 'Fidoprotocol'. Een slechts eenmaal geplaatst bericht kan zo duizenden mensen bereiken. In de praktijk betekent dit dat een gebruiker via een lokaal BBS, tegen lage telefoonkosten, kan communiceren met gebruikers in heel het land of zelfs de hele wereld. Het bereik wordt nog aanzienlijk vergroot, doordat steeds meer BBS'en op een of andere manier ook in verbinding staan met de onderling verbonden netwerken die bekend staan onder de naam Internet, waarbij de berichten en informatie van de Fidovorm worden omgezet naar de vorm waarmee het 'Internetprotocol' overweg kan en vice versa.

Naast de BBS-netwerken, die vaak in de hobbysfeer liggen, zijn er nog vele andere netwerken beschikbaar voor nationale en internationale communicatie. De mogelijkheden lijken veel op die van BBS-netwerken. De voornaamste verschillen zijn over het algemeen: een meer professionele opzet, een snellere uitwisseling van berichten en een grotere betrouwbaarheid. Ook moet de gebruiker meestal betalen om de faciliteiten te kunnen gebruiken.

Er zijn commercieel opgezette netwerken (bijvoorbeeld CompuServe), maar ook netwerken die speciaal opgezet zijn voor en door maatschappelijke organisaties, zoals het netwerk van de Association for Progressive Communications (APC) of het Nederlandstalige Ander Nieuws Netwerk (ANN). Ook voor het bedrijfsleven en de wetenschappelijke wereld zijn er gespecialiseerde netwerken. In Nederland zijn dat onder andere NLnet en SURFnet. De gebruiker maakt meestal contact met een van de hostcomputers in het netwerk, om de telefoonkosten zo laag mogelijk te houden bij voorkeur de dichtstbijzijnde.

Deze netwerken hebben evenals BBS'en openbare berichtengebieden (meestal newsgroups, nieuwsgroepen of conferences geheten), die vaak een wereldwijde verspreiding kennen. Omdat er berichtengebieden over een zeer groot aantal onderwerpen beschikbaar zijn, is hier veel informatie te vinden die in de massamedia niet aan bod komt. Daarnaast zijn er uitgebreide databases en archieven beschikbaar, waarin zeer gericht naar informatie gezocht kan worden of informatie op afstand opgevraagd kan worden. Netwerken bieden ook mogelijkheden voor het ontvangen en versturen van privé-post (e-mail) over de hele wereld. De post kan zowel uit berichten als bestanden bestaan.


Naar het begin van dit hoofdstuk

E-mail

De kreet 'e-mail' wordt vaak misbruikt als verzamelbegrip voor datacommunicatie. E-mail is echter de afkorting van 'electronic mail' (elektronische post) en is dus maar een van de mogelijkheden van datacommunicatie. E-mail kan, net als gewone post, worden verzonden van één afzender naar één ontvanger, maar het is ook mogelijk een e-mailbericht te voorzien van een hele reeks adressen en het in een keer te verzenden naar meerdere ontvangers. In het laatste geval spreekt men wel van een mailinglist. De post wordt ontvangen in een elektronische postbus. Weliswaar kan een gebruiker van bijvoorbeeld een BBS of videotexdatabank een eigen postbus hebben en daarin elektronische privé-post ontvangen, maar in dat geval moeten zowel de afzender als de geadresseerde dezelfde hostcomputer bellen. 'Echte' e-mail gaat een stap verder. De afzender verstuurt de post naar zijn eigen host, en via het netwerk gaat deze naar de computer waar de geadresseerde zijn postbus heeft. Beide partijen kunnen dan goedkoop bellen met het dichtstbijzijnde systeem.

Belangrijke gebruikers van e-mail zijn bijvoorbeeld multinationale bedrijven, de Verenigde Naties en milieu- en ontwikkelingsorganisaties, maar ook steeds meer individuen gebruiken e-mail.

Een soortgelijke methode van privé-post verzenden via BBS-netwerken (bijvoorbeeld Fidonet) heet 'netmail'. Enigszins verwarrend is dat het uitwisselen van privé-post binnen kantoornetwerken (LAN's) ook e-mail genoemd wordt. Deze vorm van e-mail reikt meestal niet verder dan de mensen binnen één kantoor. Het is echter mogelijk zo'n kantoornetwerk op zijn beurt weer te koppelen aan een hostcomputer. Dan kan vanaf iedere werkplek ook (inter)nationale e-mail verzonden worden.

Twee concrete voorbeelden van netwerken, ze kwamen hierboven al ter sprake, zijn Fidonet en Internet.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Fidonet

Met name het Fidonet heeft datacommunicatie toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. Bij de 'Fidotechnologie' wordt het netwerk uitsluitend gevormd door BBS'en die elkaar opbellen (meestal 's nachts vanwege de lagere telefoontarieven) en berichten en bestanden uitwisselen. Deze infrastructuur werd vanaf de eerste helft van de jaren tachtig opgezet als een goedkoop alternatief voor de professionele netwerken. Wanneer de berichten en bestanden echter via vele tussenstations uitgewisseld worden, wordt het verkeer wat minder betrouwbaar en relatief langzaam. De uitwisseling binnen Nederland is voor de meeste toepassingen echter snel genoeg (van enkele uren tot achtenveertig uur).

Fidonet was aanvankelijk het domein van computerhobbyisten en stelde hen in staat tegen minimale kosten wereldwijd te corresponderen en informatie uit te wisselen. Het oudste Fidonetwerk in Nederland is het HCC Fidonetwerk, dat beheerd wordt door de Hobby Computer Club (HCC), de grootste vereniging van computergebruikers in Nederland. Er zijn inmiddels vele Fidonetwerken ontstaan, vaak gevormd rond bepaalde onderwerpen of gericht op bepaalde doelgroepen. Een voorbeeld hiervan is de Nederlandse tak van HIVNET. Fidonet biedt ook de mogelijkheid privé-post (netmail) te versturen van het ene naar het andere BBS, waar ook ter wereld. Het kan wel enkele dagen duren voor de post aankomt.

Fido was jarenlang het 'poor men's network'. De vraag is of deze technologie zich zal handhaven, nu verbindingen via bijvoorbeeld Internet steeds goedkoper worden. Een sterk punt blijft dat Fidotechnologie het opzetten van volstrekt onafhankelijke en goedkope netwerken mogelijk maakt. De aanwezigheid van telefoonlijnen en enkele afspraken tussen systeembeheerders volstaan.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Internet

Een speciaal geval is het Internet, dat vaak in de publiciteit komt. Zoals de naam al aangeeft is Internet een netwerk van netwerken. Via Internet worden vele netwerken aan elkaar gekoppeld tot een geheel. Kenmerkend voor systemen of netwerken die zich aan hebben gesloten bij Internet zijn bepaalde afspraken over verbindingen en het transport van informatie. Deze afspraken staan bekend onder de naam Transmission Control Protocol/Internet Protocol (TCP/IP). Iedere computer die deze afspraken respecteert kan zich aansluiten. Er is geen centrale gezagsstructuur die bepaalt wie wel en wie niet mee mag doen, niemand is de baas over Internet. Er worden alleen internationale afspraken gemaakt voor het dataverkeer tussen de aangesloten computers. Internet is in feite de grootste anarchistische structuur die er bestaat. Nationale overheden hebben (nog) geen vat op Internet en iedereen gebruikt het naar eigen goeddunken. Internet is een wereldomvattend en snelgroeiend transportmedium met een enorme snelheid en capaciteit. Door de grote openheid en lage kosten is Internet een uniek fenomeen in de vaak zo kostbare en ingewikkelde wereld van de informatie- en telecommunicatietechnologie.

Het is ook mogelijk om communicatie tussen Internet en andere netwerken tot stand te brengen, zoals het bovengenoemde Fidonet. Daarnaast zijn er ook nog ontelbare computers die regelmatig een modemverbinding maken met een Internetknooppunt om berichten uit te wisselen via TCP/IP. Internet is in dergelijke gevallen de snelweg waar andere netwerken gebruik van maken voor hun verbindingen. Deze omstandigheden maken het heel lastig te bepalen uit hoeveel computers Internet bestaat. Meestal telt men alleen de computers die permanente verbindingen onderhouden. In oktober 1994 telde men zo drieënhalf miljoen Internetcomputers. Dankzij de permanente verbindingen tussen computers is het voor de gebruiker mogelijk via Internet door te schakelen naar een andere computer (waar ook ter wereld), de daar aanwezige informatie te raadplegen, programma's mee te nemen of een babbeltje te maken met een andere gebruiker.

Lange tijd was het gebruik van Internet geen simpele materie. De gebruiker moest vele cryptische commando's kennen en obscure programma's beheersen. Sinds de komst van navigatiesystemen als Gopher en het World Wide Web (WWW) is daar verandering in gekomen. Gopher is een systeem van keuzemenu's. Achter een menuoptie kan een tekst, een menu, een bestand of zelfs een programma (bijvoorbeeld een database) zitten, maar ook een verbinding naar een andere Gopher. Zo nodig schakelt Gopher je door naar andere machines. Ook WWW schakelt je door van de ene computer naar de andere, zonder dat je daar als gebruiker iets van merkt. Het verschil met Gopher is dat je binnen WWW voortdurend de documenten zelf op je scherm krijgt en geen keuze-menu's waarachter documenten verborgen zitten. Alle elementen die je op je scherm krijgt kunnen bovendien een nieuwe verbinding tot stand brengen. Zo kan het gebeuren dat je een woord aanklikt in een tekst die in Australië opgeslagen is en een seconde later verder leest in een tekst die in de VS opgeslagen is. Daarmee verdwijnt voor de gebruiker de relevantie van de plaats waar documenten opgeslagen zijn. Bovendien hoeft de informatie binnen WWW niet langer uit tekst alleen te bestaan. Strikt genomen is dat ook bij Gopher niet noodzakelijk, maar daarbij moet je beelden of geluiden eerst naar je eigen harde schijf kopiëren, voordat je ze kan bekijken of beluisteren. Met speciale browsers (programma's die je gebruikt om door informatie te bladeren) is gelijktijdige ontvangst van tekst, bewegend beeld en geluid nu reeds praktijk. Die programma's (bijvoorbeeld Mosaic en NetScape) draaien op de Apple Macintosh en elke computer die Windows kan draaien.

Net als bij de meeste andere netten zijn de drie belangrijkste toepassingen van Internet elektronische post, nieuwsvoorziening en archieffuncties:

Er zijn diverse soorten aansluitingen op Internet mogelijk, waarbij het niet uitmaakt of men een Macintosh-, DOS-, Unix- of een nog zwaardere mainframecomputer aansluit. De programmatuur voor aansluiting op Internet is meestal gratis verkrijgbaar. De drie belangrijkste manieren zijn:


Naar het begin van dit hoofdstuk

Benodigdheden: de hardware (de doosjes)

Voor datacommunicatie via een telefoonlijn zijn een computer en een modem nodig. Voor vrijwel alle typen computers zijn modems verkrijgbaar. Je hebt ze in verschillende snelheden. Voor datacommunicatie volstaat een eenvoudige computer (ook die oude XT), zeker als gebruikgemaakt wordt van een eenvoudig modem met een snelheid van 2400 bps, 2400 bits per seconde, wat neerkomt op ruim tweehonderd lettertekens per seconde. Een modem kan als 'uitbreidingskaart' (kaartmodem) ingebouwd worden in de computer of als los kastje (extern modem) via een kabel op de computer aangesloten worden. Een eenvoudige 2400 bps modem kost in kaartuitvoering enkele tientjes en kan in veel gevallen voldoende zijn. State of the art is op dit moment echter 14.400 of 28.800 bps, ook aangeduid als 14K4 of 28K8. Deze snellere modems zijn er vanaf ruim honderd tot enkele honderden guldens. Voor gebruik van een grafische interface, waarmee bijvoorbeeld het World Wide Web zo mooi tot zijn recht komt, is een 2400 bps modem te langzaam. Een snel modem biedt behalve een hogere transportsnelheid (nog versterkt door datacompressie) ook foutcorrectie, die zorgt voor een meer betrouwbare verbinding. Bij veelvuldig gebruik verdient een snel modem zich snel terug door de besparing op telefoonkosten. Bovendien houdt een langzaam modem als je veel moet downloaden een toegangslijn tot een hostcomputer lang bezet. Als het een druk gebruikt systeem is, kan dit hinderlijk zijn voor andere gebruikers. Dan is het zoiets als vijftig rijden op de snelweg.

Met uitzondering van de goedkoopste 2400 bps modellen hebben vrijwel alle modems ook een ingebouwde fax, waarmee je zonder papier te gebruiken teksten en plaatjes vanuit je computer kunt faxen en gewone faxen kunt ontvangen.

Bij de aanschaf van een modem zijn een paar waarschuwingen op zijn plaats:

Tot slot: de laatste jaren is ISDN in opkomst, wat staat voor Integrated Services Digital Network. PTT Telecom levert de aansluitingen. Via ISDN kunnen meerdere diensten tegelijk via dezelfde draadjes lopen en is de communicatie helemaal digitaal. ISDN kan de gewone telefoonaansluiting vervangen en is daarnaast ook geschikt voor transport van grote hoeveelheden digitale informatie. Met de invoering van ISDN zullen de bestaande modems op den duur overbodig worden, maar voor een pc-aansluiting is wel weer een soort ISDN-modem nodig.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Benodigdheden: de software (de programma's)

Er is een grote verscheidenheid aan software voor datacommunicatie beschikbaar. In principe zijn er echter slechts drie typen programma's:


Naar het begin van dit hoofdstuk

Fabels over datacommunicatie

"Datacommunicatie is duur." Veel mensen kennen alleen het bekende VideotexNet netwerk van Videotex Nederland, waar een groot aantal commerciële diensten bereikbaar zijn. Dit netwerk gebruikt 06-telefoonnummers, waarvan de tarieven inderdaad oplopen tot een gulden per minuut. Ook als men belt met systemen in het buitenland, kunnen de telefoonkosten hoog oplopen. De meeste systemen in Nederland zijn echter te bellen tegen normaal telefoontarief. Net als bij telefoneren en faxen, telt dan alleen de tijd dat je verbinding hebt. (Wat niet wegneemt dat het verleidelijk is urenlang te grasduinen op bijvoorbeeld Internet of bulletinboards, waarna de telefoonrekening je toch behoorlijk kan laten schrikken.) Het raadplegen van de meeste BBS'en en videotexdatabanken is verder gratis. Voor bepaalde mogelijkheden, zoals het verzenden van internationale privé-post (e-mail), vraagt men hooguit een klein bedrag voor een abonnement of een te storten krediet. Internationaal bellen is er nauwelijks bij, omdat de meeste internationale netwerken zijn te bereiken via hostcomputers binnen Nederland.

Vaak is datacommunicatie juist een goedkoop alternatief voor andere vormen van communicatie. Het per modem verzenden van een brief bijvoorbeeld kost vaak maar één telefoontik (zestien cent), in plaats van tachtig cent of meer aan postzegels. In veel gevallen is het mogelijk via een lokaal of regionaal systeem (basistelefoontarief) te communiceren met mensen in heel Nederland of zelfs de hele wereld.

"Als ik een modem aansluit, kan iedereen in mijn computer snuffelen." Dat is volstrekt onmogelijk. Zelfs als de computer en de modem aanstaan, kan alleen de gebruiker zelf contact maken met andere computers. Als de modem niet geheel juist ingesteld is, kan die onbedoeld de telefoon opnemen als er gebeld wordt, maar dat levert verder geen gevaar op. Pas als een computer met speciale programma's als host wordt ingericht, is het mogelijk van buiten af daadwerkelijk contact te maken met de computer zelf.

"Via een modem kan mijn computer gemakkelijk een computervirus oplopen." Wanneer je alleen informatie (tekst, beeld of geluid) uitwisselt of rubrieken raadpleegt, is er in het geheel geen risico. In principe is het wel mogelijk een virus op te lopen, maar alleen als je programma's van een systeem afhaalt en direct gaat gebruiken. Zelfs dan is de kans zeer klein. Elke serieuze beheerder plaatst alleen programma's op zijn systeem die uitvoerig op virussen gecontroleerd zijn. De kans dat je een virus oploopt via een floppy van een ander of zelfs via een gekocht programma is veel groter. Eigenlijk moet je elke floppy die in een andere computer heeft gedraaid en elk nieuw programma eerst zelf op virussen controleren. Juist via datacommunicatiemedia worden daarvoor gratis de nieuwste versies van virus-zoekprogramma's verspreid, waarmee iedereen zelf de eigen computer en ontvangen floppy's op virussen kan controleren.