1. Wat is datacommunicatie? | Inhoudsopgave | 3. Van bolwerken tot netwerken

2. De opkomst van maatschappelijke diensten en gebruikers in Nederland

Het gebruik van datacommunicatie door maatschappelijke groepen dateert niet van vandaag of gisteren. Overal ontstonden de afgelopen tien jaar buiten de wetenschappelijke wereld, overheid en bedrijfsleven om kleine systemen die een verbreding van de toegang tot dit nieuwe medium combineerden met een divers scala aan vaak zeer specifieke informatie.

Er zijn grofweg drie soorten systemen ontstaan: de eerste richt zich op een breed publiek om het nieuwe medium te introduceren en te promoten en combineert dat met het onder de aandacht brengen van een specifiek maatschappelijk onderwerp. Deze vrije-mediasystemen zijn meestal gratis toegankelijk. De aanbieders ontlenen hun motivatie vaak aan idealen als bevordering van de democratie, vrijheid van menings-uiting en de behoefte aan eigen kanalen voor het verspreiden van berichten. Ook milieuoverwegingen spelen een rol. Elektronische netwerken worden wel 'duurzame media' genoemd, omdat ze tot een aanzienlijke vermindering van papiergebruik leiden. De meeste informatie wordt namelijk direct van het scherm gelezen.

Een tweede categorie richt zich op technische vaardigheden en mogelijkheden van de gebruiker, op het doorgronden van de technologie voor en door een select gezelschap dat meestal middels acceptatie toegang krijgt. Deze zogenaamde hackersystemen zijn er niet alleen ter promotie van het kraken van computers, maar veel vaker om technologische kennis uit te diepen rond programmatuur of apparatuur, zoals program-meertalen of computermerken.

De derde soort richt zich veel meer op de potentiële marktwaarde van de geboden informatie- en communicatiemogelijkheden. Informatie wordt dan gezien als produkt; met name sharewareprogrammatuur en grafische bestanden (lees: porno) worden veel aangeboden. Maar ook de mogelijkheid om te communiceren, met name via Internet, wordt als dienstverlening aangeboden.

Weinig systemen zijn in één soort onder te brengen. De meeste hebben elk van de drie soorten in meer of mindere mate op geheel eigen wijze in zich verenigd. Vaak verandert de aard van een systeem, onder andere door personele mutaties, die soms samenhangen met een gebrek aan organisatievermogen.

Oorspronkelijk gebruikten de meeste van deze systemen Fidonetsoftware voor het aanbieden van informatie en communicatie aan gebruikers en ook voor het onderling uitwisselen van informatie. Lange tijd was Fidonet het enig beschikbare protocol voor de goedkope MS-DOS-systemen. Pas begin jaren negentig kwam er software beschikbaar -- onder andere Waffle -- waarmee men aansluiting kon krijgen bij grotere netwerken zoals Internet.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Interdoc, de eerste golf maatschappelijke gebruikers

In 1984 kwam in Rome een aantal maatschappelijke groepen bij elkaar voor de oprichting van Interdoc. Interdoc was een platform en netwerk (van organisaties, geen computernetwerk) avant la lettre, waarbinnen documentatiecentra en onderzoeksgroepen uit allerlei delen van de wereld samenwerkten rond het gebruik van informatie- en communicatietechnologie. Interdoc heeft vanaf het begin voornamelijk bestaan uit organisaties die zich bezighielden met multinationale ondernemingen en mensenrechten, waaronder rechten van vrouwen, consumenten, vluchtelingen en arbeiders. Op de bijeenkomst in 1984 was Michael Polman uitgenodigd als adviseur. Zijn bedrijf, het latere Antenna, dat hij ergens beschrijft als "gericht op emancipatoire en maatschappijrelevante toepassingen van het gebruik van informatietechnologie voor maatschappelijke organisaties", kreeg de opdracht om mogelijkheden te onderzoeken voor een effectief en goedkoop mondiaal communicatiemodel voor Interdoc, gebruikmakend van de toen populair wordende microcomputers.

Na enige experimenten met verschillende netten ontstond contact met Geonet, een in Duitsland gestationeerd e-mailsysteem voor bedrijven. De Duitse PTT stond niet toe dat Geonet in Duitsland een koppeling onderhield met het telexnet. Die koppeling moest het gebruikers van Geonet mogelijk maken hun uitgaande e-mail in een moeite door op het telexnet te zetten en omgekeerd telexberichten als e-mail te ontvangen. In Engeland was dit wel toegestaan en dus vestigde Geonet in Londen een schaduwsysteem -- gesitueerd in een achterkamer van een gezinswoning -- voor die noodzakelijke koppeling met het telexnet. Dit Engelse systeem was geschikt voor vierhonderd gebruikers. De eigenaar van Geonet zag wel wat in het toestaan van maatschappelijke organisaties op dit systeem. Antenna zorgde voor de ondersteuning en promotie onder internationale organisaties, met name de leden van Interdoc. Interdoc werd in een klap een van de grootste gebruikersgroepen op Geonet en kon zo -- als belangrijk consumentenblok -- voortdurend om vernieuwingen en prijsverlagingen verzoeken, die in het algemeen vlot werden gehonoreerd.

Ondertussen kreeg het computergebruik onder progressieve bewegingen met name in de VS een enorme stimulans door de oprichting van PeaceNet in 1985. PeaceNet is een computernetwerk voor vredesgroepen, milieugroepen en andere progressieve organisaties, met deelnemers uit de hele wereld. Daarvan profiteerde later een andere gebruikersgroep op het Geonetsysteem in Londen, die zich altijd GreenNet had genoemd en voornamelijk bestond uit -- zoals de naam reeds doet vermoeden --gebruikers van milieu- en vredesorganisaties. GreenNet maakte zich los van Geonet toen er voldoende gebruikers waren voor een eigen systeem. Dit 'nieuwe' systeem kon beschikken over afgedankte onderdelen van PeaceNet, dat juist een nieuwe computer had aangeschaft, en werkte ook inhoudelijk nauw met PeaceNet samen. GreenNet ontwikkelde zich naast Geonet tot een van de twee centrale Europese elektronische postsystemen. Waar GreenNet vooral gebruikt werd door milieuorganisaties, werd Geonet vooral benut door vakbondsgroepen en organisaties op het gebied van mensenrechten, vrouwen, schulden, consumenten, vorming, ontwikkelingssamenwerking en solidariteit. Nederlandse geïnteresseerden werden gebruiker van ofwel Geonet ofwel GreenNet, omdat het Nederlandse alternatief -- het commerciële Memocom van de PTT -- bijzonder duur was en geen koppeling onderhield met Geonet of GreenNet. Het gebruik van het academische netwerk in Nederland, sinds halverwege de jaren tachtig beheerd door SURFnet, was voor individuen en organisaties buiten de universiteiten en hogescholen nagenoeg onmogelijk, tenzij men als student of medewerker toegang kon bemachtigen. Aanvankelijk verschenen protesten in de Telegraaf tegen het gebruik van buitenlandse systemen voor communicatie vanuit Nederland, wat zelfs leidde tot kamervragen over elektronische post op buitenlandse systemen. Volgens de wet heeft de PTT namelijk het monopolie op al het transnationale berichtenverkeer. Deze ondermijnende pogingen werden al snel gestaakt, toen de PTT er stilletjes op wees dat ook hun Memocomsysteem gebruikmaakte van een in Londen gesitueerde computer bij Telecom Gold.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Hobbyisten, hackers en de spreiding van kennis

De introductie van microcomputers maakte datacommunicatie niet alleen toegankelijk voor niet-gouvernementele organisaties. In dezelfde tijd breidde het aantal computerhobbyisten zich met sprongen uit. Ook zij experimenteerden met datacommunicatie. In 1983 schreef de Amerikaan Tom Jennings in San Francisco de eerste Fidosoftware voor zijn eigen bulletinboard op een gewone pc. Het jaar daarop werd het idee ontwikkeld om Fido zelf te laten telefoneren en berichten in blokken te versturen op tijdstippen met lage telefoontarieven. Dit was het begin van wat later uit zou groeien tot 'The Worlds First Intercontinental BBS Network'.

Toen Henk Wevers van de Hobby Computer Club het eerste Fido-BBS in mei 1985 in Nederland introduceerde, waren er wereldwijd al 550 Fido's -- nu zijn het er duizenden. De ledenraad van de HCC besloot in datzelfde jaar [[florin]] 100.000,- te besteden aan het opzetten van een HCC-Fidonet. Er was toen al een koppeling tussen Fido en Usenet, een van de belangrijke poten van Internet. Al snel ontstonden ook Fidonetten buiten de HCC om. Voor een groeiend aantal geïnteresseerden bood Fido een eerste en goedkope kennismaking met datacommunicatie, conferences (in Fido echo's geheten) en e-mail. Dit leidde tot een enorme verspreiding van de technische kennis op dit gebied, zowel via de HCC als via allerlei informele sociale contacten. Nederland liep wat Fido betreft voorop in Europa. Er was op dat moment alleen een Fidonet in Engeland en drie nodes in Zweden. In ons land was berichtenuitwisseling mogelijk tussen Amerika, Engeland en Zweden. Sindsdien is Nederland naar verluidt uitgegroeid tot het dichtstbe-BBS'te land ter wereld. Een lijst uit 1990 vermeldt 543 bulletinboards en de meest recente, van oktober 1994, komt op 1315 BBS'en, exclusief de vele BBS'en met 06-nummers (vooral seks) en exclusief de meestal commerciële Viditelsystemen (zie hieronder). Ongeveer een BBS op tienduizend inwoners dus.

De Fido-BBS'en waren niet de eerste in Nederland. Nederlands bulletinboardpionier was waarschijnlijk Max Keijzer die in 1983 Nederlands Eerste Algemene Bulletinboard System opzette, met een speciale sectie voor hackers. Al in 1984 breidde het aantal bulletinboards met secties voor hackers zich uit. Jachtterrein voor de hackers waren de grote systemen en netwerken bij overheid, wetenschappelijke instituten en bedrijfsleven. Voor velen was hacken de ontdekking van cyberspace, maar het ging verder dan alleen het avontuur. Via contacten met Duitse collega-hackers werd ook in Nederland de oude Amerikaanse 'hackerethiek' populair. Die behelsde onder andere dat alle informatie voor iedereen vrij toegankelijk moest zijn. "We noemen het blad Hack-Tic", zei Rop Gongrijp tegen zijn medepassagiers in de auto waarmee ze op een decemberdag eind 1988 terugkeerden uit Hamburg, na een driedaags congres van de Chaos Computer Club, een club van hackers en kritische volgers van de computerrevolutie. Begin 1989 verscheen het eerste nummer van dit vakblad voor techno-anarchisten en vanaf dat moment verspreidde de hackerethiek zich in een snel groeiende oplage op papier. Toen het blad eind 1994 werd opgeheven, bedroeg die enkele duizendtallen.


Naar het begin van dit hoofdstuk

De tweede golf van maatschappelijke gebruikers

Eind jaren tachtig verschenen de eerste politiek en maatschappelijk georiënteerde bulletinboards in Nederland. 's Lands eerste algemene bulletinboard 'voor progressief buitenparlementair Nederland' was De Zwarte Ster, alweer sinds 1988 aan de lijn, eerst in Rotterdam en nu in Den Haag. Het initiatief kwam voort uit een door het weekblad Bluf! opgezet overleg van progressieve archieven en bladen, waaronder het politie-onderzoekscollectief Jansen & Janssen, het Anti Militarische Onderzoeks Kollektief AMOK, anti-fascismegroepen en anderen. De initiatiefnemers zagen het systeem als een belangrijke potentiële informatiebron voor de alternatieve en reguliere pers. Vooral wat de laatste betreft bleken ze hun tijd ver vooruit. Vanaf 1993 zou een van de Zwarte-Stermedewerkers van het eerste uur, Francisco van Jole, als Internetpromotor in vooral de Volkskrant zijn steentje bijdragen aan het opheffen van de technologische achterstand van de reguliere pers.

Kort na het ontstaan van De Zwarte Ster, in 1989, richtte Boyd Noorda's eenmansorganisatie Socia Media (duurzame en betaalbare media) het videotexinformatiesysteem de Aktiebank op. Videotex raakte begin jaren tachtig bekend door Viditel, de Nederlandse tegenhanger van het succesvolle Franse Minitelsysteem. "Iedereen die tot tien kan tellen kan ook viditellen", was de centrale leuze van dit menugestuurde videotexsysteem met een boomstructuur van beeldpagina's. Aanvankelijk was viditellen alleen mogelijk met behulp van een speciaal viditelmodem dat aan een speciale viewdata-televisie moest worden aangesloten, maar hobbyisten hadden al gauw ontdekt dat de eerste generatie microcomputers prima in staat was met videotex te werken. Socia Media richt zich met de gratis te raadplegen Aktiebank op gebruikers met weinig technische kennis. Een overweging was ook de groeiende populariteit van Girotel, dat eveneens met videotexsoftware werkt. De Aktiebank verdient eigenlijk een veel ruimere bekendheid. Als progressief videotexsysteem is het een buitenbeentje in de datacomwereld, waarin maatschappelijke groepen vooral bulletinboards en netwerken gebruiken. Net als sommige andere initiatiefnemers tot politiek georiënteerde systemen besteedde (en besteedt) Noorda veel aandacht aan promotie van datacommunicatie via het instrueren van mensen in modemgebruik en het in de praktijk tonen van de mogelijkheden. Hij is daarmee een van de wegbereiders van het maatschappelijk gebruik van datacommunicatie. Van Noorda komt de leus "Een modem moet", om de milieuvriendelijke kant van datacommunicatie te benadrukken.

In Amsterdam startte in 1989 een aantal kunstenaars onder het motto 'de vrije computer' een publiek bulletinboard dat nu bekend staat onder de naam Artburo Multi-BBS, waarvan de meeste actieve gebruikers zijn betrokken bij "Vrije Media, Vrije Technologie, Vrije Wetenschap, Het 3-de (Kunst) Circuit, Niet-Commerciële Uitgevers en Labels en andere onafhankelijke initiatieven." Het verspreidt teksten, grafische bestanden, samples en de bijbehorende software en levert technische ondersteuning. De afgelopen jaren is het uitgegroeid tot een netwerk met systemen in diverse steden. Vlak daarna, in 1990, begon in Utrecht het NoPapers-BBS ter promotie van het digitaal publiceren. Ook verschenen eind jaren tachtig enkele bulletinboards op milieugebied. In Den Bosch verzorgde het FMLN-infosysteem enige jaren de (data)communicatie tussen El Salvador en Europese media. Een anekdote uit die tijd: de Volkskrant pikte het El Salvadornieuws van het FMLN-infosysteem op via BBC-uitzendingen, omdat het dagblad, anders dan de BBC, El País of de Nederlandse radicale bladen Bluf! en NN, nog niet over e-mailfaciliteiten beschikte. De beheerders van het FMLN-infosysteem zagen zich uiteindelijk gedwongen van het weinige geld dat ze hadden een fax te kopen om de berichten ook binnen Nederland te verspreiden.


Naar het begin van dit hoofdstuk

De doorbraak

Rond 1990 begon de doorbraak van datacommunicatie. De kennis erover was inmiddels wijdverbreid. De eerste ervaringen waren achter de rug. Was halverwege de jaren tachtig het gebruik van computers en netwerken voor een groot deel van Nederlands progressieve goegemeente nog ideologisch besmet, nu begon de techniek op wonderbare wijze een progressief imago te krijgen: milieuvriendelijk, een heel praktische manier om contacten te leggen en informatie te verzamelen, democratiebevorderend, goed voor de vrije en censuurloze verspreiding van informatie.

Enkele bijeenkomsten in het Amsterdamse Paradiso zorgden voor belangrijke wandelgangen en contacten. In 1989 organiseerde Paradiso samen met Hack-Tic de Galactic Hacker Party om enerzijds het destijds nog legale hacken van computers te bediscussiëren en anderzijds het maatschappelijk gebruik van telecommunicatie te promoten. Ook Antenna en OOC (Ondersteuning en Overleving van Cultuur, onderdeel van de subfaculteit Androgogiek aan de Universiteit van Amsterdam) waren bij de organisatie van de Party betrokken. OOC verzorgde via de universiteitscomputer de koppeling met het Internet om demonstraties te geven van dit mondiale netwerk. Daarnaast toonden hackers hoe je met 'geleende' passwords toegang kon krijgen tot allerlei systemen via onder meer Datanet van de PTT. Antenna demonstreerde het gebruik van Geonet middels een live teleconferentie met een aantal gebruikers in Zuid-Afrika die speciaal voor dat doel in Johannesburg bijeen waren. De bijeenkomst geldt zonder meer als de bakermat van de progressieve Internetgeoriënteerde systemen in Nederland. Voor een aantal mensen was dit de eerste kennismaking met de enorme mogelijkheden van dit net. Ze kwamen bovendien in aanraking met de nieuwsgroepen van PeaceNet en GreenNet, die als organisatie ook vertegenwoordigd waren. Het inspireerde voormalige medewerkers van De Zwarte Ster en anderen tot de oprichting in Amsterdam van de Activist Press Service, een jaar later. Antenna, die tot op dat moment voornamelijk buiten Nederland rond netwerken actief was geweest, kwam in aanraking met de opties van Internet, net als Hack-Tic. Dankzij de vriendelijke medewerking van de systeembeheerder van OOC, Matthew Lewis, die iets later HIVNET meehielp oprichten, konden APS, Hack-Tic en Antenna na de Hacker Party beschikken over een aansluiting op Internet en dit voor Nederland nieuwe fenomeen exploreren en in kaart brengen voor Nederlandse toepassingen. Dezelfde systeembeheerder van OOC introduceerde toen ook Waffle in Nederland, een computerprogramma waarmee een eenvoudige MS-DOS-computer met het Internet kan communiceren. Waffle maakt koppelingen met de grotere zogenaamde Unixcomputers via het telefoonnet bijzonder efficiënt en eenvoudig. Berichten aangeleverd met dit protocol kennen dezelfde opbouw en samenstelling als de berichten op het Internet. Mensen zonder Unixvaardigheden konden nu toch communiceren met het Internet.

De volgende belangrijke bijeenkomst was het Seropositieven Bal, een cultureel-politiek festival in 1990, opgezet als alternatief voor een AIDS-conferentie in San Francisco die te lijden had onder Amerikaanse inreisbeperkingen voor mensen besmet met HIV. Ook in dit project werkte Paradiso samen met Hack-Tic, Antenna en OOC, en Internetverbindingen met Amerikaanse steden zorgden voor een internationale deelname aan de bijeenkomst. Ditmaal waren het onder andere activisten van Act Up! die overtuigd raakten van dit nieuwe medium. Een ander resultaat was de oprichting van HIVNET kort erna.

Medewerkers van Antenna raakten rond die tijd bijna overspannen: de kleine organisatie was verantwoordelijk voor de Interdoc-conferentie die eveneens in 1990 in Epe werd gehouden en waar vertegenwoordigers van tientallen groepen uit de hele wereld, vooral uit de Derde Wereld, met elkaar van gedachten wisselden over hun gebruik van data-communicatie. Verschillende vertegenwoordigers van progressieve netwerken zagen elkaar daar (of op een vorige Interdoc-conferentie) voor het eerst. Hun ontmoeting resulteerde direct na de bijeenkomst in de oprichting van de wereldwijde Association for Progressive Communications, een belangenplatform van een zevental internatio-nale elektronische netwerken waaronder PeaceNet uit de VS en GreenNet uit Engeland. Veel leden van Interdoc, bij wie Antenna in de jaren tachtig datacommunicatie introduceerde, werden 'host' bij APC.

Kort hierna verwierven Antenna en Hack-Tic hun eigen Internetverbindingen en in 1993 werd Antenna de APC-host voor Nederland. Sindsdien gaat het steeds sneller. Nederlandse gebruikers van Geonet, die tot dan toe via een telefoonverbinding met Londen communiceerden, stapten over op Antenna. De Hack-Ticmachine, eerst nog vooral het domein van computerliefhebbers, veranderde in XS4ALL en kreeg steeds meer gebruikers. Veel grotere maatschappelijke organisaties, zoals Amnesty International, Artsen zonder Grenzen en Vluchtenlingenwerk nemen, vaak met technische steun van Antenna, een eigen Internetverbinding. XS4ALL en Cultureel Centrum De Balie populariseren sinds begin 1994 datacommunicatie en Internet met het Digitale Stad project in Amsterdam. Doel van dit project is vooral het ontdekken van de mogelijkheden die elektronische netwerken bieden om deelname van burgers aan de politiek te vergroten. Daarnaast is er veel aandacht voor kunst en cultuur in de Digitale Stad. Er is een grote maar wat eenzijdige belangstelling bij de media voor alles wat met Internet te maken heeft. Kleine Internetaanbieders schieten als paddestoelen uit de grond om in de groeiende behoefte te voorzien. Grote investeerders ruiken geld. De kabels zijn niet meer aan te slepen en de initiatieven nog slechts te turven. Tot zover dan ook deze beknopte en ongetwijfeld niet volledige geschiedschrijving, waaraan ook andere hoofdstukken in dit boek het hunne bijdragen. Dat er nog veel staat te gebeuren is zeker.