4. Antenna: netwerken in vooruitgang | Inhoudsopgave | 6. XS4ALL: communicatie voor de massa

5. TIE: wereldwijde coalities

Het past de organisatie als een handschoen. Werken zonder e-mail, bij TIE kunnen ze het zich niet meer voorstellen. Transnationals Information Exchange brengt arbeiders met elkaar in contact die werken bij dezelfde multinational of in dezelfde produktieketen. Daarvoor organiseert ze internationale bijeenkomsten en zet netwerken tussen mensen op. Ze richt zich speciaal op interactie en solidariteit tussen arbeiders in de Derde Wereld en in de politieke en economische machtsblokken van Noord-Amerika, Europa en Azië.

TIE startte in 1978 als TIE-Europa. De aanleiding was een bijeenkomst over multinationale ondernemingen die de Wereldraad van Kerken een jaar daarvoor in Nairobi had georganiseerd. Aanwezigen uit vakbonden, de onderzoeks- en documentatiewereld en actiegroepen ontmoetten elkaar tijdens deze bijeenkomst en besloten een internationaal contactennetwerk op te zetten. Doel was ideeën uit te wisselen over de problemen van arbeiders en anderen rond de internationale herstructurering van de produktie en over het ontwikkelen van tegenstrategieën. Zo ontstond een los netwerk van groepen, instandgehouden door een onbetaalde kracht en met een coördinatiegroep van mensen uit de deelnemende organisaties. Op den duur mondde dit uit in een zelfstandig organisatie, opererend vanuit een kantoortje in de Amsterdamse Paulus Potterstraat. Er bleven sterke banden bestaan met alle aangesloten groepen, waarvan het aantal flink toenam in de loop der jaren.

In 1983 trad een nieuwe fase in. TIE, nog steeds een Europese groep, nodigde op haar bijeenkomsten mensen uit van vakbonden in onder andere Brazilië, Mexico, Maleisië, Zuid-Afrika, de VS, Australië en Japan. Vooral de inbreng van de Derde-Werelders veranderde de aard van de discussies. Zij legden bredere politieke verbanden dan met name de Europeanen en Amerikanen: als bijvoorbeeld loononderhandelingen werden besproken, relateerden ze die aan de buitenlandse schulden of de Wereldbank.

Sindsdien is het aantal deelnemende nationaliteiten toegenomen en is TIE niet langer alleen Europees, maar een sterk gedecentraliseerd netwerk met kleine kantoren in Amsterdam, São Paulo, Frankfurt, Moskou, Detroit en Kuala Lumpur en met activiteiten in veel meer landen. Tussen de internationale staf- en bestuursbijeenkomsten door zorgen drie mensen voor de dagelijkse coördinatie. "Wij kunnen veel flexibeler zijn dan vakbonden", zegt TIE-medewerker Albert van Oortmerssen, "en een platform bieden waar mensen bij elkaar kunnen komen die anders nooit in elkaars gezelschap zouden zijn gezien. We zijn pluralistisch en antisectarisch. Ons werk is niet ad hoc, maar gebaseerd op een programma. Als mensen zich daarmee kunnen identificeren, werken we samen." In die zin vormt TIE een nuttige aanvulling op vakbonden, waar ze overigens vaak mee samenwerkt.


Naar het begin van dit hoofdstuk

De eerste golf

TIE behoort met andere groepen uit de arbeidersbeweging en een aantal documentatiecentra tot de eerste golf van progressieve e-mailgebruikers, begin jaren tachtig. Voorafgaand aan deze stap waren ze al computers gaan gebruiken. Terwijl de meeste andere radicale organisaties nog jarenlang zouden voortdiscussiëren of je dit kapitalistische gereedschap wel kon gebruiken, waren zij onmiddellijk verslaafd aan deze machines. Ze gebruikten allemaal de -- inmiddels antieke -- CP/M computers vanaf het moment dat die verkrijgbaar waren. Los van elkaar leerden veel groepen op dit gebied, soms met vallen en opstaan, de juiste keuzes te maken en de technologie te gebruiken.

Op een internationale bijeenkomst van progressieve documentatiecentra in 1982 in Lissabon besloten de deelnemers dan ook tot de oprichting van een netwerk van groepen die de nieuwe technologie zouden onderzoeken, om zo te komen tot een uitwisseling van ervaringen en bevindingen. Dat mondde in 1984 uit in de al eerder genoemde oprichting van Interdoc. In feite waren de voornaamste groepen in Interdoc toen ook TIE-leden en zo deed de datacommunicatie bij TIE haar intrede in 1984, zes jaar na de oprichting. Niet dat ze meteen algemene acceptatie vond onder alle leden, want TIE was tenslotte een open platform, een netwerk van organisaties. Maar sommige belangrijke leden meenden dat elektronische datacommunicatie een uitstekend hulpmiddel was en zij besloten het experiment te wagen. (Zie ook het hoofdstuk over Antenna.) "Al die groepen realiseerden zich: hé, we kunnen internationaal communiceren", vertelt Michael Polman, die het project destijds begeleidde als adviseur. "In die tijd was een fax nog iets dat je voor vier- à vijfduizend gulden kocht, terwijl een driehonderd baud modem rond de zeshonderd gulden kostte."

Weliswaar was ook e-mail nog duur in die tijd. De meeste groepen die deze dienst aanboden rekenden rond de honderdvijftig gulden per maand abonnementskosten plus [[florin]] 2,50 per pagina en vijftig tot zeventig cent per minuut. Toch waren dat geen onmogelijke bedragen vergeleken met de kosten voor een faxmachine. "We begonnen met alle e-maildiensten te bezoeken", zegt Michael. "Bij Geonet, een van de eerste electronic-mailnetwerken met een open houding ten opzichte van NGO's, zeiden we: 'Als we tot overeenstemming komen, brengen we binnen twee jaar vierhonderd NGO's mee'; er waren in het begin maar een paar honderd mensen on line. 'Wat, vierhonderd!' 'Geen probleem, dat kunnen we.' En we maakten de afspraak. We hoefden maar zeven pond per maand te betalen. En we veranderden het minutensysteem. Iedere gebruiker kocht zestig minuten. Maar als de ene gebruiker ze niet opmaakte, kon de andere ze krijgen. Dat is nog steeds zo, en daarom gebruiken veel mensen Geonet. Veel groepen in het Zuiden krijgen nooit rekeningen, omdat groepen in het Noorden het systeem niet zoveel gebruiken."

In het begin waren er natuurlijk de technische problemen. "Erachter komen hoe je Geonet gebruikt bijvoorbeeld, maar niets dat echt heel lastig was", meent Albert. De belangrijkste moeilijkheid was niet technisch, zegt hij: "We waren met vijf groepen aan het experimenteren en het probleem was: wat gaan we communiceren? Je voelde je wat alleen. 'Hallo, hoe gaat het?' was het soort dingen dat rondging." Drukke telefonische contacten hadden de overhand. Ook nu blijven de individuele contacten het belangrijkst. Albert: "De bijeenkomsten, en praten door de telefoon. Maar toch is e-mail heel bruikbaar voor ons. De inhoud heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld en de verschillende middelen vullen elkaar aan."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Cacao

TIE heeft permanent honderdtwintig projecten lopen, heel wat voor zo'n kleine organisatie. Een daarvan is het cacaoproject, voortgekomen uit de produktieketenbenadering waartoe TIE in 1986 besloot. Cacao heeft dan wel geen belangrijke strategische betekenis, want het is voor de meeste landen niet de belangrijkste inkomstenbron, maar het is een perfect voorbeeld van een koloniaal produkt. Er waren twee belangrijke regio's in geïnteresseerd. De ene is de Zaanstreek, het belangrijkste cacaoverwerkingsgebied ter wereld, de andere is Bahia in Brazilië. TIE begon dit als een pilotproject, met het doel later verder te gaan met andere, meer strategische produkten. Ze bracht mensen bij elkaar uit alle delen van de produktieketen: kleine boeren, plantage- en havenarbeiders en arbeiders uit de chocolade- en de verwerkingsindustrie. Zij spraken over hun problemen en over gemeenschappelijke strategieën en konden een beter beeld krijgen van wat er in hun leven gebeurt.

Ondertussen breidde TIE zich uit en veranderde haar manier van werken: ze concentreert zich minder op grote bijeenkomsten en meer op uitwisselingsbezoeken, scholing en seminars. "Op deze manier hopen we veel meer mensen te bereiken. Als je bijvoorbeeld een sessie hebt voor trainers, dan gaan zij weer terug en zetten het werk voort, met slechts minimale steun van TIE."

Het cacaoprogramma omvat veel van die kleine activiteiten, zoals in 1993 een tocht van acht Brazilianen door Europa. Ze bezochten onder andere fabrieken en vakbonden. "Als er Brazilianen hierheen komen of een delegatie daarheen gaat, dan is de mogelijkheid om snel en relatief goedkoop te communiceren belangrijk. Ik kan me niet voorstellen dat je dat per post of telefoon doet", zegt Albert. De communicatie behelst niet alleen praktische dingen als de aankomsttijden van vliegtuigen. Belangrijker is het samenstellen van een programma. Albert: "Voorstellen voor programmaonderdelen, of opmerkingen als: 'Het programma is te zwaar, we hebben een dag rust nodig', zijn het soort dingen waar je normaal niet even voor belt. Soms sturen we voorbereidende documenten via e-mail. Het kantoor daar lay-out en print het en brieft de deelnemers. We hebben ook een discussie tussen onze kantoren over wat we denken dat belangrijk is te weten. Per post zou iedere stap een week kosten, nu heb je antwoord binnen een of twee dagen."

E-mail is vergelijkbaar met tekstverwerken. Een tekstverwerker geeft je meer tijd om de inhoud van een verhaal te verfijnen. Bij elektronische communicatie in verband met een reis, een conferentie, een brochure of een begroting heb je daar ook meer tijd voor, omdat je het document veel vaker heen en weer kunt sturen. Iedereen kan er commentaar op leveren, je maakt kleine wijzigingen. Michael: "Als ze een brochure of pamflet maken over de cacao-industrie, kun je er zeker van zijn dat de meest recente informatie erin staat, tot en met de laatste staking." Albert vindt het aardige van e-mail daarnaast dat het uitnodigt tot een meer persoonlijke communicatie. "Je voelt je er niet door gebonden, je doet je serieuze dingen en dan zeg je: 'O, we hebben hier zulk kloteweer.' Net als een informele brief. Het geeft je een soort vrijheid, heel vreemd. Het is bijna als telefooncontact, maar met een voordeel: je hebt niet de tijdsdruk van de telefoon."

Heeft het cacaoproject vruchten afgeworpen? Absoluut, meent Albert. Een van de resultaten is de Max Havelaarchocolade die in 1993 kort voor Sinterklaas op de markt kwam. Cacaoboeren brachten het idee ter sprake op een TIE-conferentie, naar aanleiding van de succesvolle Max Havelaarkoffie. Albert: "Dat was een spin-off. Als een meer direct resultaat is er in Europa en Brazilië nu een sterk netwerk, waarin mensen hun eigen initiatieven nemen. We kunnen ons geleidelijk terugtrekken, terwijl zij bedrijfsbijeenkomsten organiseren. De enige rol die wij spelen is ervoor zorgen dat Derde-Wereld-thema's aan de orde blijven."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Solidariteit

Een van TIE's doelen is het bevorderen van internationale solidariteit. Door het cacaoprogramma zijn er contacten gelegd tussen Brazilië, Nederland, Oostenrijk, West-Afrika en andere landen. Toen er een staking was in Brazilië, kreeg TIE-Amsterdam de informatie via e-mail. Ze gaf deze onmiddellijk door aan de FNV -- die heel actief bij het cacaoprogramma betrokken is -- en twee dagen later bevond zich een FNV-delegatie in Brazilië om daar de bond te steunen in de onderhandelingen met het management. Ook ging er een solidariteitsoproep via e-mail naar bulletinboards en specifieke groepen waar TIE zich op richt. Die reageerden daarop, ook via fax of telex. TIE heeft daarvoor geen aparte telexverbinding. Het prettige van Geonet is dat het zowel een fax- als een telexgateway heeft, een voorziening die van fax- en telexberichten e-mailberichten maakt en omgekeerd. Als je een telexbericht stuurt naar TIE komt het uiteindelijk terecht in haar elektronische brievenbus in de Geonetcomputer te Londen. Andersom kun je vanuit Geonet met één bericht mensen bereiken via telex, fax en e-mail.

TIE legt verbindingen tussen mensen met diverse achtergronden en in uiteenlopende omstandigheden. Leidt dit netwerken tot interactie met andere sociale bewegingen, zoals mensenrechten- of vrouwenorganisaties? "De nadruk ligt bij de arbeidersbeweging", zegt Albert. "Maar dat wil niet zeggen dat er geen wisselwerking is. Een solidariteitsoproep gaat netwerken op die bijvoorbeeld zijn gericht op mensenrechten. Andersom krijgt TIE soms verzoeken uit onverwachte hoek." Albert voorziet wel een toename in deze uitwisseling, ook door de aard van de programma's van TIE: "We hebben een migrantencomponent bij ons autoprogramma, en een vrouwencomponent."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Organisatie

De introductie van e-mail kan organisaties veranderen. Soms raken ze minder gecentraliseerd, soms gebeurt juist het omgekeerde. Maar bij TIE veranderde er in dat opzicht niet veel. TIE is altijd een gedecentraliseerde organisatie geweest en daarbij sloot e-mail wonderwel aan. Ook het probleem dat binnen een groep een paar mensen een technisch kennismonopolie ontwikkelen, bleef TIE bespaard. Hoewel het niet echt een principe is, doen de medewerkers bij TIE allemaal veel verschillende dingen en leren ze tijdens hun werk. Albert: "Mensen willen vaak hun eigen berichten sturen. Dus in plaats van afhankelijk te zijn van één persoon vraag je elkaar hoe het moet."

Een ander verschijnsel waarmee datacommunicatie soms gepaard gaat: de toename van te verwerken informatie, heeft bij TIE geen grote proporties aangenomen. TIE maakt weinig gebruik van uren en kilobytes slorpende netwerkactiviteiten als het deelnemen aan conferences of het doorzoeken van databases. Albert: "Dat zou meer specialisatie betekenen, denk ik. Het is een kwestie van beschikbare mogelijkheden. Als we research willen, vragen we daarvoor iemand." De elektronische informatie blijft beperkt tot e-mail. En ook daarvan staan er geen bakken vol floppy's van de afgelopen tien jaar; na twee jaar wordt alles gewist. Wel wordt alle tekst uitgeprint. Die blijft een tijd ter inzage liggen, iedereen leest hem, en dan wordt hij in mappen opgeborgen naar onderwerp.

TIE's manier van werken heeft wel effect op andere organisaties, doordat ze bestaande rangordes passeert. Door op een horizontaal niveau te netwerken -- elektronisch of niet -- kun je een oppositionele informatiestroom vormen, die mensen kan motiveren, aanmoedigen of stimuleren om samen te werken. Het is in die zin een aantasting van de traditionele hiërarchieën van zowel multinationals als internationale vakbonden. Meestal ziet de top van een internationaal vakbondssecretariaat het werk van TIE wel zitten. "Die heeft namelijk vaak zelf een politieke agenda", zegt Michael. "Maar juist de laag tussen de top en de werkvloer zit soms alleen maar een baan te hebben. Je ziet het bij internationale structuren, of het nu multinationals zijn of internationale organisaties als de VN of de internationale vakbeweging. Je hebt een hoop dood hout, bureaucratie. Officieel zijn ze er om informatiestromen te coördineren, maar de meeste tijd brengen ze door met die te controleren. Ze hebben gewoon een baan die ze beschermen of een stuk informatie of een deel van een regio dat ze moeten controleren."

Vaak zie je dat uit het elektronisch netwerken nieuwe contacten voortvloeien. Toch worden binnen de arbeidersbeweging de eerste contacten zelden via e-mail gelegd. Deels komt dat door de gevoeligheid van de informatie: uitwisseling eist vertrouwen en dat ontstaat eerder door persoonlijke bijeenkomsten dan via de enigszins anonieme ontmoetingen op een elektronisch netwerk. Informatie van bijvoorbeeld shopstewards over de gang van zaken binnen een bepaalde multinational (Michael: "Als je weet dat een afdeling in Duitsland genoeg reserveonderdelen heeft, heeft het geen zin om elders te gaan staken."), over de status van onderhandelingen of over produktiecijfers zijn vaak strategische gegevens waarmee je heel voorzichtig omgaat.

TIE hecht sowieso veel waarde aan persoonlijke ontmoetingen en bijeenkomsten, hoewel soms e-mail een bijeenkomst vervangt. Albert: "We zouden deze maand een internationale stafbijeenkomst hebben. Om verschillende redenen besloten we die niet te houden, maar om het via e-mail te doen en een face-to-face meeting over een paar maanden te houden. We sturen ons materiaal naar alle kantoren: onze ideeën, voorstellen en budgetten. Iedereen geeft daar commentaar op en stuurt eigen materiaal. Aan het eind van de maand hebben we een document -- met voorstellen voor de bijeenkomst."