5. TIE: wereldwijde coalities | Inhoudsopgave | 7. Activist Press Service: informatie moet stromen

6. XS4ALL: communicatie voor de massa

"Als hackers in het nieuws kwamen, stond steeds de techniek voorop. Hackers moesten rechtop zitten en het technisch wonderkind spelen. Het is niet het doel van de hackgemeenschap om beter beveiligde computers te krijgen. We zien liever dat er goed gebruik wordt gemaakt van de techniek. Computers kunnen worden gebruikt om mensen snel van informatie te voorzien. Ze kunnen grote groepen mensen uit de hele wereld laten deelnemen in computerconferenties. Ze kunnen goedkoop en snel met elkaar corresponderen. Computernetwerken kunnen de menselijke samenleving vooruit helpen. Van al deze prachtige mogelijkheden hoor je nu nog niets. Misschien geloof je er niet eens in."

Computerkrakers geloofden er wel in. Bovenstaand citaat komt uit het eerste nummer van Hack-Tic, tijdschrift voor techno-anarchisten, begin 1989. Hacken is een spannende ontdekkingsreis door de elektronische netwerken, het is ook deelnemen aan de 'global village', het nieuwe dorp waarin communicatie losstaat van geografische locatie. Volgens de regels der hackerethiek dient die mogelijkheid niet beperkt te blijven tot de happy few van de hackerscene, universiteiten, bedrijven en andere instellingen. Dus begonnen mensen van Hack-Tic in 1992 hun eigen Hack-Ticnetwerk, waarmee aangeslotenen legaal post en nieuws konden uitwisselen met het Internet. In mei 1993 voegden ze een machine via een huurlijn permanent toe aan het Internet, bestelden bij de PTT hun eerste vier inbellijnen en doopten hun systeem XS4ALL, 'access for all'. Voor vijfentwintig gulden per maand kan iedereen met een modem en een pc nu toegang tot de netwerken krijgen, enkele paranoïde beheerders van een paar andere Internetsystemen ten spijt. Het systeem staat financieel en organisatorisch los van het blad Hack-Tic, het beheer ervan is in handen van de onafhankelijke stichting XS4ALL en je mag het niet als uitvalsbasis gebruiken om te hacken. "Het is een van de weinige manieren waarop je heel goedkoop en efficiënt kunt communiceren met mensen die op dezelfde manier met dingen bezig zijn, en dan overal ter wereld", zegt Felipe Rodriguez, restauranthouder en medewerker van XS4ALL. "Dat is mijn motivatie om groepen aan te sluiten."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Investeringsplannen

De start van wat toen nog louter een vrijwilligersproject was, vergde een flinke investering: het ging om iets groters dan een BBS'je op een pc. Subsidie kwam er niet aan te pas, drie mensen die erin geloofden staken een deel van hun persoonlijke vermogen erin als een renteloze lening. Er waren de maandelijkse vaste lasten, waaronder huurlijnen (inmiddels twee), het dataverkeer met NLnet (Nederlandse tak van Internet) en de inbellijnen. "Zo'n systeem kun je niet beginnen zonder daarover nagedacht te hebben", zegt Felipe. Het succes was onverwacht groot. Begin 1994 hadden twaalfhonderd mensen een aansluiting. PTT'ers groeven zich in het zweet om met nieuwe kabels de congestie te bestrijden; het aantal inbellijnen steeg tot tweeëntwintig. Er moet naar de langere termijn worden gekeken. Felipe: "De langste termijnplanning die ik heb gemaakt is twee jaar. We hebben een financiële begroting en een investeringsplan voor het komende jaar. Meer kun je niet doen, omdat Internet zo onverwacht snel groeit en verandert. Het is een heel nieuw gebied voor ons, we moeten alles nog leren."

In de loop van 1994 verschoof de manier van werken. Felipe spreekt van professionalisering: de basisdemocratische besluitvorming is vervangen door een duidelijke verdeling van taken en verantwoordelijkheden, waarbij één persoon de algemene verantwoordelijkheid draagt. Naast een grote groep vrijwilligers werken vier mensen betaald: twee voor de techniek en twee administratief en organisatorisch. De omschakeling was volgens Felipe nodig om te overleven en was ook een eis van subsidiegevers aan De Digitale Stad, waarover XS4ALL het technische beheer voert. Deze eerste elektronische stad van Nederland bestaat sinds begin 1994 en is een project van XS4ALL en Cultureel Centrum De Balie in Amsterdam. 'Digitale Stad bewoners' hebben via openbare terminals of via hun eigen computer en modem gratis toegang tot allerlei hoofdstedelijke gegevens en enige informatie van Internet, en kunnen binnen Nederland gratis e-mail versturen. Verderop meer hierover.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Sneeuwbal

Het netwerk groeide aanvankelijk zonder veel planning. De eerste honderd aansluitingen betroffen vooral computerenthousiastelingen. Veel bulletinboards ook, waarvan de gebruikers via XS4ALL hun e-mail en nieuws met het Internet uitwisselen. Felipe: "Later zijn we erg geïnteresseerd geraakt in de sociale implicaties van datacommunicatie. Wat kun je ermee doen en wat voor invloed kan het hebben op ons leven en ons werk. Het laatste jaar zijn we er ook erg over gaan nadenken wat groepen, bijvoorbeeld een milieuorganisatie, eraan kunnen hebben. Het kan papier en postzegels aan mailing schelen, de communicatie met het buitenland verloopt makkelijker, via het Internet kom je met veel mensen in contact", somt Felipe aan voorbeelden op.

De laatste tijd zijn er steeds meer organisaties naar XS4ALL gekomen die door alle publiciteit geïnteresseerd waren geraakt in datacommunicatie. Nieuwe gebruikers, "de grote massa die alleen met WordPerfect kan omgaan", voor wie het installeren van communicatiesoftware vaak een grote stap is. Het was even wennen voor de doorgewinterde techneuten. Felipe: "Ik heb ongeveer honderdvijftig mensen geïnstalleerd op het netwerk, ik praat die mensen telefonisch door hun installatieprocedure heen. 'Je moet even die file editen, met een editor', zeg ik bijvoorbeeld, en dan hoor je 'oeps'. Als mensen eenmaal zover zijn dat ze me opbellen voor een aansluiting, steek ik daar tijd in, dan maakt het me niet uit of ik drie uur aan de telefoon zit."

XS4ALL ondersteunt niet iedere gebruiker individueel. De kennis verbreidt zich als een sneeuwbal. Veel aansluitingen zijn bulletinboards, die zelf weer tientallen mensen bedienen. De sysops van een BBS helpen hun gebruikers op weg door mailsoftware te installeren en uitleg te geven over e-mail, het gebruik van Internet et cetera. Zo werkt het ook binnen organisaties, vaak is het een kwestie van enkele mensen inwerken en enthousiast maken. Felipe: "Twintig NRC-journalisten waren geïnteresseerd. Twee of drie heb ik alles uitgelegd en laten zien. Die vertellen het weer aan hun collega's."

Zo vlot gaat het niet altijd, zegt XS4ALL-medewerker Joost Flint: "Je ziet bij heel veel groepen dat een, twee mensen er verstand van hebben. De anderen willen er geen verstand van hebben of mogen niet aan de computer zitten, dat komt ook nog voor." Felipe: "Je ziet vaak met computers dat mensen iets terughoudends hebben, maar met het Internet is het leuke dat het heel erg bijzonder en spannend is. Je laat in een workshop zien wat e-mail is, hoe een talksessie werkt, wat voor informatie je kunt vinden. Dan heb je opeens dat van de twintig mensen er vijftien echt gemotiveerd zijn om ermee te beginnen."

Felipe en Joost vinden het niet nodig alles in detail uit te leggen. De hackerfilosofie leert dat je het meest opsteekt door zelf op onderzoek uit te gaan, nadat je bij de eerste stappen bent geholpen. Een goede Nederlandstalige handleiding voor XS4ALL en Internet staat je daarin bij (zie de literatuurlijst).


Naar het begin van dit hoofdstuk

De zeepkistmaatschappij

Dan zit je op het net en dondert de informatiemaatschappij over je heen. Felipe: "Een onderdeel van Internet is Usenet, dat heeft enkele duizenden discussiegroepen. Die alleen al leveren vijftig tot zestig megabyte per dag. Naast Internet bestaan er bijvoorbeeld nog de APC-groepen, die wij niet hebben. Er is een oneindig aantal discussiegroepen waarin je kunt meediscussiëren. Usenet is een interessant, sociaal nieuw verschijnsel. Het is alsof je op een zeepkist staat. Als je interessant genoeg bent, komen er genoeg mensen om je heen staan en naar je luisteren. Er zijn groepen die door tienduizenden mensen worden gelezen. Uiteindelijk is mijn toekomstvisioen dat dat voor een klein deel de samenleving zou kunnen veranderen." Bijvoorbeeld door het bevorderen van internationale sociale bewegingen of pressiegroepen, wellicht doordat mensen op het politieke vlak internationaal steun kunnen verwerven of door een wereldwijde opinievorming over allerlei onderwerpen.

Dat klinkt mooi, maar als je niet de hele dag achter je beeldscherm wilt doorbrengen, moet je rücksichtslos kappen. Is die wereldwijde communicatie van iedereen met iedereen niet een ideaal dat strandt op de beperkte tijd van mensen? Felipe: "Je maakt natuurlijk een duidelijke schifting voor jezelf. Alleen over onderwerpen die mij interesseren begin ik een discussie." Joost: "Het is net als naar een bibliotheek gaan. Er zijn een heleboel interessante boeken. Maar je haalt het niet in je hoofd ergens te beginnen en vervolgens de hele rij te lezen. Maar het is waar, met datacommunicatie haal je een probleem in huis. Met een nieuwsgroep als misc.activism.progressive krijg je over allerlei landen allerlei stukken die ook nog allemaal goed zijn. Tja, wat moet je ermee?"


Naar het begin van dit hoofdstuk

Organisatorische effecten

E-mail heeft effecten op organisaties. Het heeft in ieder geval Hack-Tic verandert, constateert Felipe: "We zijn begonnen met vijf mensen en nu zijn het er honderden. Bij Hacking at the End of the Universe (HEU, een door Hack-Tic georganiseerde bijeenkomst van rond de zevenhonderd hackers en ander alternatief computervolk, zomer 1993 in de Flevopolder) waren de meesten van de tientallen vrijwilligers mensen die we alleen maar via e-mail kenden. Ze waren zo enthousiast, zetten zich voor honderd procent in!" Een duidelijke illustratie van de macht van datacommunicatie. De aankondiging van de HEU was in een groot aantal nieuwsgroepen op het Internet gezet. Uiteraard in de eigen groepen van XS4ALL op haar machine: de Hack-Ticgroepen die gaan over het systeem zelf, over problemen bij datacommunicatie, hacken of maatschappelijke ontwikkelingen. Deels kun je ze beschouwen als een elektronische uitbreiding van het gelijknamige blad. Maar ook in nationale groepen en vooral in internationale groepen die iets met hacken, phreaking, datacommunicatie, Unix enzovoort te maken hebben. Daar kwamen natuurlijk e-mailreacties op van geïnteresseerden. Het bij elkaar krijgen van al die mensen is voor een zeer groot deel te danken geweest aan de aankondiging en communicatie via Internet. De reguliere (Nederlandse) pers was voor het grootste deel pas geïnteresseerd toen de HEU al begonnen was.

Joost stelt dat e-mail de informele hiërarchie binnen een organisatie kan versterken. "Omdat het nog eng, moeilijk, ingewikkeld is. Er zijn soms binnen een groep een paar mensen die er verstand van hebben. Zij bouwen een steeds grotere informatievoorsprong op. Sommige discussies gaan zich alleen maar on line afspelen, en andere groepsleden vallen daarbuiten. Maar datacommunicatie kan organisaties ook voor een deel platter maken. Zeg, je bent in Indonesië geïnteresseerd. Je kunt dan elke dag een mailinglist of nieuwsgroepen in je postbus krijgen. Landenorganisaties krijgen een andere functie. De blaadjes die ze een keer per kwartaal maken, zijn straks hopeloos gedateerd. Ik heb nog geen enkele club of actiegroep gezien die het middel gebruikt om te communiceren met de eigen achterban, terwijl dat een heel duidelijk perspectief is. Het meest dynamische is als mensen uit de achterban met elkaar gaan communiceren, buiten de leiding om. Een club als GroenLinks zou daar een enorme dynamiek uit kunnen halen. Maar die is volgens mij voor sommigen ook ontzettend bedreigend." (Inmiddels beschikt GroenLinks inderdaad over een elektronische discussiegroep voor leden op het Internet.)


Naar het begin van dit hoofdstuk

Parallelle nieuwsstructuren

Datacommunicatie kan niet alleen de traditionele hiërarchieën binnen organisaties ondermijnen, menen ze, ook de positie van de bestaande media raakt aangetast. Joost: "Als je ziet wat er op Duitse netten verschijnt over fascisme daar, dan kun je goed zien wat er niet in de krant komt. Uiteindelijk is dat natuurlijk bedreigend voor de kranten, omdat ze daardoor minder geloofwaardig worden." Felipe: "Er ontstaat een alternatieve nieuwsvoorziening. Zo had je een Marsobserver die is ontploft. Er waren een aantal technici van de NASA direct bij betrokken. Je hoeft niet meer te vertrouwen op de integriteit van een krant, als je direct contact kunt opnemen met mensen die te maken hebben met een gebeurtenis." Joost vult aan dat je afhankelijk blijft van de integriteit van degene aan de andere kant van de lijn. "Maar het gaat erom dat je toch wereldwijd parallelle nieuwsstructuren krijgt." Zogauw die nieuwsstructuren niet meer bestaan uit persoonlijke e-mailcorrespondentie, maar de vorm aannemen van openbare berichtenuitwisseling, zijn de correctiemechanismen beter dan bij een krant. Felipe: "Als journalist bij een krant kan ik schrijven wat ik wil. Maar in het Usenet corrigeert de berichtgeving zichzelf steeds verder. Als je een stuk produceert waar onvolmaaktheden in staan, zijn er altijd mensen die dat corrigeren."

Usenet is een zelfregulerende gemeenschap. Over het algemeen wordt er beschaafd gediscussieerd. Maar soms gaat het anders. Een inmiddels klassiek voorbeeld vormen de reacties op een groep ziekende Amerikaanse nazi's van het type: 'buitenlanders naar de gaskamers'. Ze werden na verloop van tijd verjaagd door ze letterlijk te overspoelen met data: bijbels, operating systems ... Felipe heeft ze nog de werken van Shakespeare gemaild. Felipe: "Wat ik de laatste twee jaar heb gezien, is dat er een zekere redelijkheid is. Er zaten hier in Nederland ook fascisten op het net. Ze vonden dat alle buitenlanders er maar uit moesten, maar op een beargumenteerde manier. Er vond een hele lange discussie plaats. Er waren wel plaagstootjes, maar die mensen kregen wel het recht om daarover te praten."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Toekomstplannen

Groepen publiceren nu nog veelal op papier. Een vrij kostbare zaak, meent Felipe. Diezelfde tekst kun je veel efficiënter wereldwijd onder een grote groep mensen verspreiden via datacommunicatie. Hij denkt over manieren om groepen te helpen hun eigen informatie te verspreiden. Dat kan met een mailinglist. Maar je kan haar ook ergens archiveren, zodat mensen haar kunnen ophalen, eventueel geholpen door het systeem van keuzemenu's dat bekendstaat onder de naam Gopher of het snel aan populariteit winnende World Wide Web. Een eerste experiment vindt nu plaats binnen De Digitale Stad. De keuzemenu's volgen de stadsmetafoor: zo zijn er 'straten', 'winkels', een 'bibliotheek', een 'stadhuis' en een 'kiosk' met tijdschriften. Binnen de Digitale Stadscomputer kunnen groepen middels een eigen 'kantoor' hun informatiemateriaal openbaar maken. De Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen verspreidt zo haar contactadressen, de Anne Frank Stichting heeft haar brochure Feiten tegen vooroordelen on line staan, Antenna geeft onder andere informatie over de APC-netten en het Nederlandstalige 'Ander Nieuws Netwerk', de Kamer van Koophandel en het Platform Binnenstad Autovrij staan vredig onder elkaar, slechts alfabetisch gescheiden door het NRC Handelsblad enzovoort.

Joost vindt het voordeel van het opslaan in een databank ook dat het past in een tendens dat mensen hun eigen tijd bepalen. "Een blaadje, de krant wordt je geacht meteen te lezen en weg te kieperen, anders slibt je huis dicht. Als het nieuws is opgeslagen in een database en je gaat je interesseren voor zeg basisinkomen, dan hoef je niet drie jaar lang de krant uit te knippen."

Er is bij XS4ALL ook gediscussieerd over het verbeteren van de gebruikersinterface: datgene wat je na het inloggen op je scherm krijgt en de manier waarop je commando's geeft. Iemand vergeleek het systeem vorig jaar eens met de produkten van elektronicahobbyisten die een prachtige versterker in elkaar solderen, maar nooit toekomen aan het kastje eromheen en het volume blijven regelen met een combinatietang. Volgens Felipe en Joost gaat de vergelijking mank. Felipe: "Per definitie werkt een gebruikers-interface altijd beperkend, omdat je in een huls wordt opgesloten. Daar zijn we nog niet echt uit." Hij verwacht dat ze voort zullen gaan op de huidige weg: enerzijds de mogelijkheid rechtstreeks commando's in te tikken die het systeem besturen, anderzijds Gopher of World Wide Web, waarin zich alsmaar vertakkende keuzemogelijkheden je rondleiden, van de ene computer naar de andere en van de ene gegevensbron naar de volgende.

Voor XS4ALL heeft het ontwikkelen van een gebruikersinterface ook maar relatieve betekenis, vinden ze, omdat mensen driekwart van de tijd toch doorschakelen naar andere computers, met weer hun eigen interfaces. Al die duizenden bereikbare computers zijn toch nooit in een goed overzicht onder te brengen. Joost vindt juist dat wel aantrekkelijk: "Het is cyberspace. Het is niet te overzien wat er allemaal opzit, daarom is het een avontuur voor heel veel mensen. Je kunt het avontuur wel met toeristische ANWB-borden veilig maken, maar dat is erg relatief, want de ontwikkelingen gaan ondertussen vreselijk snel." Toch kunnen beginners bij XS4ALL sinds enige tijd een keuzemenu gebruiken voor een paar elementaire dingen als e-mail of het downloaden van bepaalde bestanden. En avontuur of niet: ook binnen Internet als geheel zijn gebruiksvriendelijke navigatiesystemen in opmars. Redenen zijn de snelle uitbreiding van het net, waardoor het steeds moeilijker wordt alle gewenste informatie te lokaliseren, plus de stormachtige toeloop van nieuwe en onervaren gebruikers.

Natuurlijk was het nooit de bedoeling dat heel Nederland via XS4ALL het Internet op gaat. Het succes bracht kleine ondernemers op een idee. Met als gevolg dat er, volgens Felipe, nu een stuk of acht organisaties zijn die de toegang tot het net aanbieden, zonder boven de prijs van XS4ALL uit te kunnen gaan. De markt is opengebroken en dat is zonder meer een verdienste van de idealistische hackers van weleer.

XS4ALL probeert ook het politieke debat over de snel veranderende rol en mogelijkheden van datacommunicatie te stimuleren. Onthutsend veel politici laten het afweten zogauw er technisch aandoende onderwerpen aan de orde zijn. Hoewel er wel een verschuiving valt waar te nemen, waaraan ook de door de regering Clinton gestimuleerde Amerikaanse plannen voor de digitale snelweg niet vreemd zijn.

"Stap een is nu natuurlijk om het Internet te populariseren", zegt Felipe. Behalve XS4ALL zelf is de eerder genoemde Digitale Stad een groots opgezette poging in die richting. De eerste maanden van 1994 beschikten de gebruikers van de Stad bovenop de al genoemde faciliteiten over gratis toegang tot het hele Internet. Het aantal actieve Digitale Stadsbewoners lag juli 1994 rond de zevenduizend. Naast een aantal vrijwilligers werken er zes mensen betaald aan het project en subsidie -- een symptoom van het veranderende overheidsbeleid? -- komt mede van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.

Nog een citaat om af te sluiten, ditmaal niet door mij getypt maar door Joost (ter illustratie van de eindeloze kopieermogelijkheden van informatie op netwerken). Met mijn tekstverwerker heb ik het geplukt uit de handleiding voor De Digitale Stad, XS4ALL en Internet, die ik heb gedownload uit De Digitale Stad. "We hopen dat mensen na hun eerste voorzichtige stapjes in De Digitale Stad positieve ervaringen opdoen met dit nieuwe medium. We hopen dat mensen vanuit deze ervaringen voldoende zelfvertrouwen krijgen om de wereldwijde mogelijkheden van het Net verder te verkennen."