12. Joegoslavië: netwerken in oorlogstijd | Inhoudsopgave | 14. De Bezette Gebieden: politieke gevoeligheid van de openbare ruimte

13. Konfrontatie: linksradicale telewerkers

De redacteuren wonen over het hele land verspreid. "Rond de deadline hebben we echt problemen. Zoals je wel begrijpt met blaadjesmaken: de kopij komt op het laatste moment. Je bent dan erg afhankelijk van de PTT-post", zegt Gertjan van Beynum van het tijdschrift Konfrontatie. "Toen kwam het idee op: kunnen we niet een intern bulletinboard gebruiken, een computer die met een modem permanent aan de telefoon hangt en waar mensen met hun eigen pc en modem naartoe bellen. Ze zetten hun kopij erop en je kunt haar meteen controleren en terugbellen dat ze oké is."

Zo werden de medewerkers van dit linksradicale maandblad twee jaar geleden telewerkers. "Het bulletinboard staat in de redactieruimte in Den Bosch. Meteen ook handig voor de (elektronische) lay-outer in Den Haag: als alle teksten af zijn, hoeft hij ze maar te downloaden." Gertjan van Beynum, Ronald van Haasteren en Bas van der Plas, drie van de negen redactiemedewerkers, vertellen over hun ervaringen met datacommunicatie.

Konfrontatie, opgericht in 1991, wil onder andere middels informatievoorziening en opinievorming bijdragen aan de onderlinge samenhang van de verschillende stromingen en groeperingen in het linkse spectrum van Nederland, vermeldt het colofon. De medewerkers zijn afkomstig uit de diverse sociale bewegingen en actiegroepen die de jaren zeventig en tachtig rijk waren en hebben dan ook verschillende achtergronden en geschiedenissen. Ze zaten vroeger onder andere bij de bladen De Zwarte (Den Haag) en Kleintje Muurkrant (Den Bosch), bij de kraakbeweging en de autonome actiebeweging. "We willen over die scenetjes heen stappen", zegt Gertjan. "De groep is alleen te klein. Er zijn altijd meer plannen dan ze kan uitvoeren." Ook op het gebied van datacommunicatie, maar daarover later.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Vergaderschema

De eerste twee jaar is er bij het blad heel arbeidsintensief gewerkt. Alleen al de diversiteit van de medewerkers vereiste in het begin lange vergaderingen. Gertjan: "Dat speelde een paar jaar geleden meer dan nu, omdat je elkaar nu wel kent. Vanzelfsprekend hebben er conflicten gespeeld die te relateren waren aan je afkomst: je geschiedenis, hoe je gewend was te werken, en je politieke ideologie natuurlijk. Gelukkig maar, want dat is wat we ook in het blad willen."

Er werd toen nog wekelijks vergaderd. "Zo'n dag loopt altijd vol, je hebt altijd tijd te kort. En dan staat er nog geen letter op papier. Dus hebben we besloten om dat per nummer één dag te doen met de hele ploeg, en op een vaste dag in de week werkt er nog een wisselende groep in de redactieruimte." Dat kan later best weer anders zijn: "De praktische structuur is aangepast aan de permanente staat van gebrek aan mensen, tijd en geld."

De datacommunicatie kreeg in deze werkwijze vanzelf een rol, doordat je makkelijker van elkaar stukken kunt ontvangen als je ze allemaal op het bulletinboard zet. Toch, er zijn dingen die de techniek niet kan verhelpen, vindt Ronald. Hij mist het sociale contact een beetje. "Aan de ene kant zit je het liefst zoveel mogelijk thuis, want dat is goedkoper, het kost je geen reistijd en je kunt lekker werken. Aan de andere kant moet je elkaar juist ook zoveel mogelijk zien. Vroeger zat ik bij De Zwarte, een radicaal blad in Den Haag. Je zag elkaar in de kroeg, bij acties. En in de tussentijd maakte je met elkaar een blaadje. Dan praatte je heel anders met elkaar, veel makkelijker, veel directer. Veel meer discussies werden en passant gevoerd." Om te discussiëren via het bulletinboard vindt Gertjan nog een hele stap; mensen hebben net geleerd om hun artikelen te uploaden.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Improviseren

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat alle medewerkers zelfs daartoe in staat waren. Achteraf gezien had het efficiënter gekund, constateren ze. Als iemand het land door was gereisd om overal de modems te installeren en uitleg te geven, dan was het zo gepiept geweest. Maar dat zou meer geld en tijd hebben gekost, dachten ze toen. En Konfrontatie is toch al een project waar geld bij moet, draaiend op mensen met minimale inkomens en weinig tijd. Gertjan: "We waren allemaal volkomen leken op dit gebied. Bijna iedereen van de redactie heeft nu een pc'tje. Dan is het nog een hele stap naar een modem. Er gingen maanden overheen voordat alle modems geïnstalleerd waren. (Ronald: "Met zo'n techneut die in vijf zinnen denkt te hebben uitgelegd hoe dat werkt.") De een werkt met dit pc'tje en daar paste dat inbouwmodem niet in en bij een ander kwam er ergens een draadje uit en daar bleek iets in te moeten." Vervolgens heeft iemand een handleiding vertaald van een bestaand communicatieprogramma. Helaas van het wijdverspreide soort 'voor techneuten onder elkaar'. Ronald: "Daarin staat als eerste zin: 'Voordat je begint te modemen is het handig om eerst even je log open te zetten.' Ik dacht: wat krijgen we nou!"

De automatisering bij Konfrontatie lijkt exemplarisch voor de gang van zaken bij veel kleine en arme organisaties. Er is eigenlijk geen geld en mensen hebben het al druk genoeg met andere dingen. Continuïteit en betrouwbaarheid van de technologie lijken vaak pure mazzel en berusten deels op de flexibiliteit en het improvisatievermogen dat zulke organisaties eigen is. Geleidelijk aan en vaak met vallen en opstaan en veel steun van derden ontdekken ze de mogelijkheden.

Al improviserend is bij Konfrontatie een nieuwe manier van werken ontstaan. Een voorbeeld. Nadat de eerste versies van artikelen zijn ingeleverd, lezen redactieleden ze door. Natuurlijk zou iedereen ze kunnen downloaden van het BBS en dan becommentarieerd weer uploaden. Maar hier wreekt zich de inkomenspositie van de meeste medewerkers. Veertig tot vijftig A4'tjes van het beeldscherm lezen is de meeste mensen niet gegeven, dus moet je aan het printen. En weer eens honderden guldens uitgeven aan een printer kan net iets te veel zijn als vijfhonderd tot duizend gulden voor een oude pc al een rib uit je lijf was. Dus wordt nu alles centraal geprint, gefotokopieerd en rondgestuurd. Dat blijkt toch nog iets goedkoper uit te komen. En zelfs veel goedkoper als je gestempelde postzegels gebruikt.

Een ander voorbeeld. Soms lukt het iemand niet een artikel te uploaden. Als het aan de ontvangstkant fout zit, kunnen Gertjan of Bas kijken wat er mis is; zij wonen in de buurt. Maar o wee als het probleem aan de verzendkant ligt. Gertjan: "Pas was iemand extern gevraagd om een artikel te schrijven. Hij typt het ergens op een computer in en mag bij iemand een modem gebruiken. Degene die dat modem beheert is er niet, wel andere huisgenoten. Die zijn een uur bezig geweest en bellen vervolgens mij. Ik weet natuurlijk ook niet hoe het daar werkt. Ten einde raad -- het moest die avond nog in Den Haag zijn -- in Den Bosch op het station de flop gekregen, hier in de pc gedrukt en gebeld naar Den Haag: haal het er maar af. Dat zijn van die momenten, dan loopt de techniek te hard voor onszelf. Mensen hebben de beschikking daar niet over."

Niet alle losse correspondenten maken gebruik van computers; de technologie mag nooit een drempel zijn voor een bijdrage, dat staat voorop. Maar je raakt er wel aan gewend. Gertjan: "Pas hebben we nog een heel verhaal handgeschreven gekregen. Dat is op zich helemaal niet erg. (Ronald: "Als je dat handschrift ziet, is het wel erg.") Maar je hebt bijna de neiging om te zeggen: 'Shit, dat moet helemaal overgetypt worden.'" Ronald: "Er is een hoop moeite voor gedaan." Gertjan: "Dat is zo gek: 'een hoop moeite voor gedaan', terwijl dat een paar jaar geleden normaal was."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Vangnet

Ook Konfrontatie beschikt over het noodzakelijke sociale vangnet: in hetzelfde gebouw zijn een aantal mensen met datacommunicatie bezig, zegt Gertjan. "We zitten dicht bij mensen die er kaas van gegeten hebben èn aan tweedehands spullen kunnen komen of iets kunnen repareren. Dat maakt de stap een iets minder groot risico." En een paar medewerkers zijn geboeid geraakt door het werken met computers. Gertjan had nooit gedacht dat hij het leuk zou vinden als zijn computer ermee ophield, zodat hij kon uitzoeken wat er aan de hand was. En de technische eindredacteur die alles computerklaar maakt voor de lay-out overweegt de start van een eigen desktop-publishingbureautje, zo heeft hij de smaak te pakken. "Dat merk je meteen aan allerlei andere dingen", zegt Ronald. "Hij gaat ook een nacht door achter de computer, want die modem zal godverdomme aan de gang. Terwijl ik het een keer probeer en dan denk: ik hoor het nog wel eens van iemand."


Naar het begin van dit hoofdstuk

Infolawine

Konfrontatie verhuist binnenkort naar Den Haag, het BBS blijft waar het is. Meer organisaties maken er inmiddels gebruik van en een groep buiten Konfrontatie beheert het. Daarmee is de bedrijfszekerheid gegarandeerd. Het systeem staat sinds kort ook in verbinding met APS en Hack-Tic, en dat betekent toegang tot Internet en communicatiemogelijkheden met de hele wereld. Maakt Konfrontatie daar gebruik van? Een van de medewerkers heeft geleerd hoe je nieuwsgroepen kunt ontvangen. Gertjan maakt zich evenwel zorgen over de informatielawine. "Als je in andere systemen kunt komen, is de uitdaging groter om dat ook te doen. Maar er komt zoveel informatie binnen, dat het verwerken van die informatie wel weer punt twee is. Mensen die ik ken en die op Internet rondfietsen gaf ik af en toe steekwoorden en dan kreeg ik wel eens een floppy thuisgestuurd. Hardstikke leuk en aardig natuurlijk, maar dat zijn duizenden pagina's. Bijvoorbeeld over Opus Dei, of over Gladio, waar we met een groepje mensen mee bezig zijn. Aan de helft kom ik niet eens toe. Op het moment dat ik ergens echt mee aan de gang ga, gebruik ik het als een soort databankje waarin ik in WordPerfect met de F2-toets op steekwoorden zoek."

Eigenlijk zou Konfrontatie niet zelf allerlei netwerken moeten doorzoeken, vindt Bas: "Er zitten tig groepen in Nederland die allerlei dingen bijhouden, maar die misschien geen tijd hebben om dingen te verwerken tot een artikel voor ons. Maar dat was wel onze uitgangsfilosofie: een samenwerkingsverband tussen een aantal groepen met ieder hun eigen specialisme, die ook de informatiekanalen met ons gaande houden. Dat zou niet een centrale taak van deze redactie moeten zijn."

Ze vrezen een afname van betrokkenheid met wat er met de informatie gebeurt, nadat ze op het net is gezet. Te veel mensen denken volgens hen dat nieuwtjes 'openbaar' zijn als ze maar op Internet staan. Ronald: "Dat had je ook met De Zwarte Ster. Dan was er een actietje geweest in Rotterdam, dat was op De Zwarte Ster gezet en dan nam men aan dat het zijn werk wel zou doen." Toch verwacht Gertjan wel dat hun gebruik van Internet invloed zal gaan hebben. Al was het maar om contacten te leggen met groepen en hen -- indachtig de filosofie van Konfrontatie -- te vragen iets voor het blad te schrijven.


Naar het begin van dit hoofdstuk

Beginners

Op grond van hun eigen ervaringen raden ze beginners aan automatiseringsprojecten wat planmatiger aan te pakken dan Konfrontatie deed. Daartoe behoort ook dat je ervoor zorgt dat iedereen mee kan gaan, zowel wat betreft het bezit van apparatuur als qua kennis. Anders krijg je al heel snel dat maar een persoon bepaalde dingen kan, zoals bij Konfrontatie de lay-out. Als die ene persoon wegvalt, een keer ziek is of op vakantie gaat, is er een levensgroot probleem. Ronald: "Tegelijk zie je, en dat is natuurlijk het fnuikende mechanisme, dat iedereen het hartstikke druk heeft. Dus die stap om het je zelf helemaal eigen te maken neem je niet zo snel, zolang je ziet dat elke maand iemand toch wel weer tot diep in de nacht achter die computer zit."

En laat de technologie noch het ontbreken daarvan een drempel worden, zorg voor verschillende alternatieven. Gertjan: "Voor sommigen wordt de drempel door e-mail misschien verlaagd, omdat ze toch achter de pc zitten, waarbij het relatief simpel is een reactie op een e-mailadres te zetten. Maar je moet je blad ook openhouden voor mensen die alleen beschikken over de post en pen en papier."

"Met Kleintje Muurkrant, in dezelfde redactieruimte, houden we daarom de elektrische IBM-typemachine, met verwisselbare bolletjes, in ere", voegt hij nog -- met pen -- toe aan het eerste concept van dit hoofdstuk.