Daling van de vervuiling heeft weinig met schonere autos te maken
De auto is minder vervuilend dan vroeger werd gedacht, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek begin deze week. De uitstoot van fijn stof en stikstofoxiden is in de periode tussen 1990 en 2005 5 tot 15 procent lager dan tot dusverre was aangenomen.
De vraag is: wat moet je met deze cijfers? Kun je nu met een iets geruster geweten de auto pakken?
Om te beginnen: dit zijn emissiecijfers. Bij de gezondheidsrisicos van deze stoffen gaat het om de concentraties en daar veranderen deze cijfers niet veel aan. Die concentraties worden door het RIVM gemeten. Bovendien wisten we al dat autos veel schoner zijn dan vroeger; de emissies zijn sinds 1990 met 50 tot 70 procent afgenomen.
Maar dat was niet precies wat het CBS wilde zeggen. Het nieuwe van de maandag gepresenteerde cijfers schuilt in het feit dat ze de werkelijkheid beter weergeven. Die verbetering zit hem in drie factoren: het aantal gereden kilometers, de uitsplitsing van de uitstoot naar autotype, weggebruik, rijgedrag en dergelijke, en in schattingen van wat nieuwe autos presteren.
De eerste factor verklaart de verminderde vervuiling al bijna geheel. We hebben met zn allen gewoon 5 procent minder in Nederland gereden dan het CBS de laatste jaren dacht. Het instituut vergaart die cijfers sinds 2000 niet meer zelf en heeft daarna de lijn van zijn grafiek doorgetrokken. Nu men die cijfers van Rijkswaterstaat en de Nationale Autopas betrekt, blijkt er een trendbreuk te zijn geweest. De door het CBS gemelde daling van de vervuiling heeft dus niet zoveel met schonere autos te maken.
Dat blijkt ook uit de vernieuwde emissiecijfers zelf. TNO meet die uitstoot al jaren door allerlei autos diverse ritjes te laten rijden op haar testbanken. Korte stadsritjes, rustig toeren op de snelweg of agressief crossen. Sinds vorig jaar gebruikt TNO een nieuw model om van al die meetgegevens een realistisch totaal te maken. Dat nieuwe model is niet alleen beter, het stelt TNO ook in staat moderne ontwikkelingen aan autos beter in te schatten.
Voor het landelijk gemiddelde maakt het niet veel uit, maar de onderliggende verschillen kunnen groot zijn. Wat het meest opvalt aan de TNO-vernieuwing is dat autos op snelwegen minder vervuilen dan gedacht en binnen de bebouwde kom juist meer. Daarnaast zijn de verschillen per type auto, bouwjaar of wijze van gebruik zo groot dat iedere automobilist beter zelf op de CBS-site kan opzoeken hoe vervuilend zijn ritjes met zijn auto zijn.
Ondanks al deze nuanceringen hebben de nieuwe cijfers toch enige invloed op de concentraties. Omdat niet overal in Nederland meetapparatuur staat, gebruikt ook het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) modellen om een dekkend plaatje te krijgen. In die modellen zitten sinds 2006 de nieuwe emissiecijfers die het CBS naar buiten bracht.
Het MNP berichtte vorige week dat het met de emissietrends over het algemeen de goede kant uitging. Op een paar uitzonderingen na, en de luchtkwaliteit in steden was er daar één van.
Maar in dat rapport van het MNP stond ook dat het verkeer nog steeds de grootste bron van stikstofoxiden is en een grote bron van fijn stof. En omdat bij de belangrijkste knelpunten op dit gebied direct wordt gemeten, hebben de nieuwe cijfers daar al helemaal geen invloed op.
De kritische mobilist 2007