Indonesische generaals kregen in 1965 namelijk niet zomaar onderling bonje.
Vanuit Washington was er met zorg aan gedokterd dat hoge Indonesische
militairen elkaar in de haren zouden vliegen. Het primaire doel was
de PKI uitschakelen om daarnaast Moskou en Peking een poets te bakken.
De kern van deze psychologische oorlogvoering was tweedracht zaaien
over het bestaan van een Dewan Djendral (raad van generaals),
die president Sukarno zou gaan afzetten. Er diende een situatie te
komen in Jakarta waarbij niemand meer zou weten waar hij aan toe was,
wie nog loyaal was aan de regering van Bungkarno of wie niet. Ook de
Britse en Australische inlichtingendiensten draaiden overuren. Aan de
vooravond van de coup van 1965 wist inderdaad niemand meer wat waar
was. Subandrio, de toenmalige eerste vice-premier, minister van
Buitenlandse Zaken en hoofd van de toenmalige Indonesische CIA
verklaarde in 1966 in zijn verweer voor de rechtbank dat ook hij in
die dagen niemand meer had geloofd.
Er werd bijvoorbeeld verteld dat de president meer dood dan levend
zou zijn. Door de Chinese premier Chou En-Lai gezonden artsen zouden
hem reeds hebben opgegeven. De implicatie was: er moet spoedig een
opvolger komen, maar wie? In werkelijkheid zou Sukarno nog vijf jaar
leven.
Een ander kletsverhaal was dat de president tijdens zijn toespraak de
avond van 30 september 1965 in het Senajan stadion een moment buiten
bewustzijn zou zijn geweest. Om die reden was de paleisgarde een
aantal generaals gaan arresteren. In werkelijkheid had Sukarno enkele
weken eerder tijdens een ontbijt op het paleis een lichte attaque
gehad, waar hij vrijwel onmiddellijk van hersteld was.
Weer een andere lezing was dat een zekere Sjam, een dubbelagent,
D.N. Aidit, secretaris-generaal van de PKI, bij de neus had genomen
door hem ervan te overtuigen dat subversieve generaals op 5 oktober
1965 een staatsgreep zouden plegen. Aidit zou in de val gelopen zijn
en zou, zonder het partijbestuur te raadplegen, hebben ingestemd met
de geplande actie van kolonel Untung van het presidentiële
Tjakrabirawa-regiment om pro-CIA generaals op te pakken. Later
is vanuit het eiland Buru, Suharto's concentratiekamp voor
Sukarno-aanhangers en communisten, bericht dat sommige PKI-gevangenen
zouden hebben toegegeven dat PKI ers aan de Untung-actie hadden
meegedaan. Maar als partij stond de PKI buiten de 30 september
(Gestapu)-affaire. Niet half, maar helemaal. Het was niet
voor niets dat Bungkarno al jaren hamerde op de Amerikaanse
communisten-fobie, waarbij buitenlandse leiders te kust en te keur van
communistische sympathie&eum;n werden beschuldigd, die er helemaal
niet waren.
De kardinale vraag is steeds geweest: wie hadden er voorkennis van
de staatsgreep?
Dat een kolonel van de paleisgarde met zijn makkers generaals was
gaan arresteren deed de verdenking van betrokkenheid op Sukarno
rusten. In werkelijkheid wist de president van niets. De avond van
30 september 1965 had hij, na zijn redevoering in het stadion, zijn
Japanse vrouw, Dewi, uit de Nirwana Club afgehaald waar zij met de
Iraanse ambassadeur en zijn vrouw had gedineerd. Zij begaven zich
naar Dewi's villa, Wisma Jaso, waar in de tuin een koud buffet
werd geserveerd voor zij gingen slapen. Dewi heeft mij die avond tot
in detail geschreven. Ze was volstrekt normaal, als iedere andere
avond.
Uit alle later vrijgekomen documenten is dan ook gebleken dat de
coup als fait accompli werd georganiseerd. Afgezien van de
absurde veronderstelling dat president Sukarno een staatsgreep tegen
zichzelf zou hebben goedgekeurd weten alle ingewijden dat de president
nooit of te nimmer enige vorm van geweld, laat staan brute moord en de
afslachting van generaals, zou hebben toegestaan. De arrestaties
werden uitgevoerd juist omdat de president er niet van op de hoogte
was. Bovendien werd een revolutionaire raad uitgeroepen waar Sukarno
zelf geen deel van uitmaakte.
De ochtend van 1 oktober 1965 werd de president in de vroegte door
een adjudant wakker gemaakt. Er werden "ongewone activiteiten"
gesignaleerd. Sukarno liet Dewi slapen en begaf zich naar het paleis.
Onderweg werd besloten naar de luchtmachtbasis Halim te gaan.
Daarentegen werd generaal Suharto w&e#232;l de avond van 30
september 1965 ingeseind wat er stond te gebeuren. Zijn vriend,
kolonel Latief, bezocht hem in een ziekenhuis waar hij bij een zoontje
verbleef dat brandwonden had opgelopen. Suharto liet na zijn
superieuren, Nasution en Yani, telefonisch te waarschuwen dat zij op
het punt stonden te worden gearresteerd. Dit rechtvaardigt de
conclusie, zoals ook professor Wim Wertheim in De Groene
onderstreepte, dat Suharto het met de komende arrestaties eens was.
Nauwelijks te verwonderen, want als Nasution en Yani zouden worden
geëlimineerd bleef alleen nog Sukarno over om mee af te rekenen
en de weg naar de hoogste macht in het land zou voor hem open staan.
Overigens zit in 1995 kolonel Latief nog altijd achter Indonesische
tralies. Hij kreeg levenslang voor zijn rol in de coup en de moord
van de zes generaals de nacht van 30 september op 1 oktober 1965. In
werkelijkheid ziet Suharto er op toe, dat Latief het geheim van
Suharto's voorkennis over die fatale nacht in de Indonesische
geschiedenis, mee in zijn graf neemt.
Daarbij komt dat de persoonlijke verhouding tussen kolonel Untung,
die de arrestaties van Suharto's vijanden uitvoerde, en generaal
Suharto er een was van vrienden en oorlogskameraden. Untung was
bijvoorbeeld op bevel van Suharto als eerste Indonesische parachutist
boven Nederlands Nieuw-Guinea afgesprongen. Maar nadat Untung met de
arrestaties en moordpartij de weg naar het presidenti le paleis voor
Suharto had vrijgemaakt werd ook hij gearresteerd en ter dood
veroordeeld. Hetzelfde gebeurde met alle voornaamste PKI-leiders. De
jacht op D.N. Aidit, die zich naar midden-Java had begeven, werd
onmiddellijk geopend. Eenmaal gevonden werd hij standrechtelijk
doodgeschoten. Suharto diende tegen elke prijs te voorkomen dat het
CIA-hersenspinsel - dat 1965 een PKI-coup was geweest op gezaghebbend
niveau zou kunnen worden tegengesproken.
Trouwens, voor de fatale schoten vielen riep kolonel Untung niet
Hidup (lang leve) PKI, maar Hidup Bungkarno.
Met deze laatste woorden demonstreerde hij nogmaals president Sukarno
te hebben willen beschermen tegen subversieve generaals, die met de
CIA collaboreerden.