De Indonesische archipel neemt op de brug tussen Azië en
Australië een strategische positie in.
Dit vierde grootste land ter wereld beschikt over ongekende
natuurlijke rijkdommen. Kanselier Helmut Kohl voorspelde onlangs dat
de 194 miljoen Indonesiërs van nu binnen afzienbare tijd ook de
vierde grootste economie in de wereld in handen zullen hebben. In dit
verband zou men zich kunnen afvragen of de regering Beatrix niet het
zogenaamde Volkscongres zou kunnen laten verzoeken om het koninkrijk
als 28ste provincie bij de republiek Indonesië te voegen. Bij de
huidige stand van de wereldeconomie zouden we betere overlevingskansen
hebben als lid van ASEAN dan van de EG.
In 1958 werd Sukarno geconfronteerd met een groeiende binnenlandse
controverse tussen het leger en de Partai Kommunis Indonesie
(PKI). Voorlopig slaagde hij er steeds weer in, mede dankzij zijn
immense populariteit, de vrede te handhaven door beide protagonisten
constant naar elkaar toe te praten. Ik herinner me bijvoorbeeld uit
1961, hoe de president zowel generaal Nasution als D.N. Aidit,
secretaris-generaal van de PKI, mee naar een topontmoeting bij de UNO
had genomen waar Khruschev, Nehru, Nasser, Tito, Nkrumah, Castro en
andere wereldleiders aan deelnamen. Ik heb toen een middag met Aidit
boekhandels in Manhattan afgestroopt om bepaalde boeken op te sporen
die hij wilde aanschaffen. Mijn gesprekken met Aidit hebben me
overtuigd dat de PKI in 1961 geen problemen had met Sukarno's
politieke beleid, ook al was de PKI in 1948 de eerste partij geweest
die te Madiun een opstand ontketende, die door Sukarno en het leger de
kop in werd gedrukt.
Onrust bij de strijdkrachten stak steeds opnieuw de kop op, in 1950,
1952, 1955, 1956 en 1958. Al meteen in het begin der vijftiger jaren
mengde de CIA, opgericht om het wereldcommunisme te bestrijden, zich
in de binnenlandse aangelegenheden van Indonesië. De Nederlander
Werner Verrips werd in dit verband als één der eerste
CIA'ers gearresteerd. Hij was voor het spionagewerk in Moskou
opgeleid, belandde voor de USSR in Zuidoost-Azië, maar de CIA
betaalde beter. Na afloop van zijn gevangenschap belandde hij weer in
Nederland en dook hij op in gezelschap van een aantal
industriëlen onder aanvoering van de vriend van prins Bernhard,
dr. Paul Rijkens van Unilever. Tot deze groep behoorde ik van 1956
tot 1961 zelf, omdat men zich ten doel stelde de regering te bewegen
Nieuw-Guinea vreedzaam over te dragen waarna de normale
handelsbetrekkingen met Indonesië zouden kunnen worden hervat.
Bij de intrede van Verrips in de groep-Rijkens heb ik in Vrij
Nederland opening van zaken gegeven en de heren, zoals collega
Henk Hofland het indertijd stelde, "het zwembad in gejaagd" en ben
zelf teruggetreden.