|
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop
door de regering gegeven antwoorden 1288
Vragen van de leden Hoekema (D66) en Koenders (PvdA) aan
de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over de modernisering
van systemen ten behoeve van de opslag van kernwapens. (Ingezonden 25
april 2001)
1 Is het waar dat de Amerikaanse autoriteiten plannen
maken om tot 2018 de huidige generatie kernwapens op Europese bodem, waaronder
Nederland, te handhaven? (De Morgen, 12 april 2001, Bulletin of Atomic
Scientists, Nuclear Notebook, maart/april 2001, website Nautilus Institute
VS:www.nautilus.org/nukestrat/USA/NSNF/ WS3.pdf)
2 Zijn er in concreto plannen om de opslagkelders
(de zgn. WS3 systemen) waarin de kernbommen liggen, te moderniseren voor
249 opslagkelders, op 13 locaties in 7 NAVO-lidstaten waaronder België
en Nederland?
3 Wat is uw oordeel over deze modernisering in het
licht van de lopende discussie in de NAVO en het Nederlandse parlement
over nut en noodzaak van deze kernwapens en de noodzaak daarover meer
openheid te betrachten?
4 Heeft Nederland het voornemen aan deze modernisering
mee te betalen c.q. zijn er al betalingen gedaan?
5 Is er sprake van aanpassing van de zgn. Host Nation
Agreements, en zo ja, in welke zin?
6 Bent U bereid de (aangepaste) Host Nation Agreements
aan het Nederlandse parlement voor te leggen?
Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op
eerdere vragen terzake van het lid Harrewijn, ingezonden 23 april 2001
Antwoord
Antwoord van minister De Grave (Defensie), mede namens
de minister van Buitenlandse Zaken. (Ontvangen 5 juni 2001)
1 De regering is niet op de hoogte van plannen of
voornemens van de VS veranderingen aan te brengen in de aanwezigheid van
Amerikaanse kernwapens op Europees grondgebied of om deze aanwezigheid
in tijd te beperken. Het in 1999 herziene Strategische Concept van de
Navo onderstreept dat de aanwezigheid van deze wapens in Europa en de
kernwapentaken van Europese bondgenoten onmisbare politieke en militaire
elementen blijven vormen in de transatlantische verbondenheid.
2 De opslagfaciliteiten voor in Europa geplaatste
Amerikaanse kernwapens worden regelmatig gemoderniseerd om aan de meest
stringente veiligheidseisen te voldoen. Het gaat om een beperkt aantal
opslagfaciliteiten. De wapens zijn veilig opgeslagen in ondergrondse kluizen.
Op grond van het Navo-voorlichtingsbeleid kunnen
geen mededelingen worden gedaan over het precieze aantal opslagfaciliteiten
en hun locatie.
3 De regering meent dat zo lang ten behoeve van de
bondgenootschappelijke veiligheid Amerikaanse kernwapens in Europa zijn
geplaatst op de Navo de plicht rust deze wapens op zo veilig mogelijke
wijze op te slaan en te beheren, met inbegrip van in dat verband benodigde
moderniseringen. Als gevolg van de afgelopen december afgesloten discussie
naar aanleiding van paragraaf 32 van het communiqué van de Top
van Washington (april 1999) zal de Navo wel meer openheid gaan betrachten
over de veiligheidsaspecten van de opslag en het beheer van kernwapens.
Voorts is de uitwisseling van gegevens en ervaringen terzake met Rusland
in het kader van de Permanente Gemeenschappelijke Raad een van de door
de Navo voorgestelde vertrouwenwekkende maatregelen. In dat verband heeft
Nederland, dat in de paragraaf 32-discussie een actieve rol heeft gespeeld
ter bevordering van de openheid inzake het kernwapenbeleid van de Navo,
aangeboden als gastheer op te treden voor een seminar van Russische en
Navo-deskundigen.
4 De opslag en het beheer van de in Europa geplaatste
Amerikaanse kernwapens wordt betaald uit Navo-fondsen. Nederland levert
daaraan een evenredige bijdrage.
5 en 6 Nee.
|