| 28 000 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven
en de ontvangsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het
jaar 2002 Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING [
] Het tegengaan van proliferatie van massavernietigingswapens De proliferatie van massavernietingswapens en hun
overbrengingsmiddelen vormt een toenemend veiligheidsrisico. Een veelomvattend
antwoord hierop, waaronder verdere versterking van het internationaal
normstellend kader en instrumentarium tegen proliferatie van deze wapens
is daarom geboden. Wat betreft de Amerikaanse plannen voor de installering
van een raketverdedigingssysteem zal in de NAVO verder worden gesproken
over hoe uitvoering kan geschieden met een positief effect op de bondgenootschappelijke
verdediging en zonder negatieve gevolgen voor de internationale strategische
stabiliteit. Ook de relatie met Rusland en de gevolgen voor het wereldwijde
non-proliferatie- en ontwapeningsregime zijn belangrijke overwegingen.
De regering blijft streven naar voortgang in de ontwikkeling
van een internationaal normstellend kader voor het tegengaan van proliferatie
van rakettechnologie en raketten die gebruikt kunnen worden voor de overbrenging
van massavernietigingswapens. Tijdens zijn voorzitterschap van het Missile Technology
Control Regime (MTCR) in 19992000 heeft Nederland de aanzet tot
een ontwerp voor een Tweede Kamer, vergaderjaar 20012002, 28 000
hoofdstuk V, nr. 2 44 gedragscode gegeven. In september 2001 zullen tijdens
de MTCR-plenaire bijeenkomst in Ottawa hopelijk verdere stappen worden
gezet richting multilateralisering van deze internationale gedragscode.
Het doel is in 2002 een afsluitende conferentie te houden waar de gedragscode
ondertekend zal worden door MTCR-landen en derde landen die zich willen
aansluiten. Raketverdediging vormt ook een deel van dat antwoord,
maar invoering van een verdediging tegen intercontinentale ballistische
raketten mag niet ten koste gaan van de strategische stabiliteit tussen
de kernwapenstaten of van het internationale regime van non-proliferatie
en wapenbeheersing. Er bestaat reeds een bedreiging van NAVO-grondgebied
en van landen in regionale conflictsituaties door tactische ballistische
raketten. Daarom zal Nederland zich inzetten voor de verdere opbouw van
een capaciteit voor de verdediging hiertegen. Omdat er sprake is van toenemende verspreiding van
rakettechnologie, zal de ontwikkeling van de dreiging op de voet moeten
worden gevolgd. In dat verband verdient ook de dialoog met Rusland in
NAVO-kader (in de Permanente Gemeenschappelijke Raad) over ondermeer de
dreiging, proliferatie, theatre missile defence (TMD) en substrategische
kernwapens bijzondere aandacht. Wat betreft nucleaire wapens blijft de Nederlandse
inzet gericht op de integrale uitvoering van het Non-Proliferatieverdrag
(NPV), zowel wat betreft het eigenlijke non-proliferatie aspect als wat
betreft de bevordering van voortgaande kernontwapening. Dit beleid krijgt
niet alleen gestalte in NPV-kader zelf, maar ook in diverse andere fora
zoals de Eerste Commissie van de Algemene Vergadering van de VN, de Geneefse
Ontwapeningsconferentie, het Internationale Agentschap voor Atoomenergie
(IAEA), de EU en de NAVO alsook in het Missile Technology Control Regime
en de Nuclear Suppliers Group. In 2002 vindt de eerste bijeenkomst plaats van de
voorbereidende vergadering van de voor 2005 geplande NPV-toetsingsconferentie.
De regering zal zich daarbij inzetten voor een goede uitvoeringsrapportage
en voor de totstandkoming van duidelijke afspraken over de verdere uitvoering
van het actieprogramma van de vorige toetsingsconferentie in 2000. Voorts
streeft de regering naar de inwerkingtreding van het kernstopverdrag,
tijdig voor de NPV-toetsingsconferentie in 2005, en naar een begin van
onderhandelingen over een verdrag ter stopzetting van de productie van
splijtstoffen voor kernwapens. In de NAVO heeft Nederland zich ingezet voor de implementatie
van het «paragraaf 32 rapport» over de bijdrage die de NAVO
kan leveren aan vertrouwenwekkende maatregelen, verificatie, non-proliferatie,
wapenbeheersing en ontwapening, gelet op de verminderde rol van kernwapens. Nederland vraagt met name aandacht voor een dialoog
met Rusland over substrategische kernwapens. Deze dialoog zal nog in 2001
gestalte moeten krijgen. Daarnaast zal Nederland in de NAVO blijven bevorderen
dat aandacht besteed wordt aan de gevolgen voor het bondgenootschap van
de toegenomen dreiging voortkomend uit de verspreiding van massavernietigingswapens
en hun overbrengingsmiddelen. Via bilaterale en multilaterale projecten
zal Nederland de vernietiging van chemische en nucleaire wapens alsmede
andere onderdelen van de Russische (militaire) nucleaire infrastructuur
blijven ondersteunen.
Tweede Kamer, vergaderjaar 20012002, 28 000 hoofdstuk V, nr. 2 45 |