| 28 000 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven
en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2002 Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING De proliferatie van massavernietigingswapens De gevaren die voortvloeien uit de voortgaande verspreiding
van nucleaire, biologische en chemische (NBC) wapens nemen toe. Risicolanden
als Noord-Korea, Iran, Irak, Syrië en Libië houden er
vaak met steun uit het buitenland programmas voor dergelijke
wapens op na. Ook ontwikkelen zij, met wisselend succes, ballistische
raketten met een toenemend bereik. Vast staat dat er een groeiende dreiging
uitgaat van korte- en middellangeafstandsraketten met een bereik tot respectievelijk
500 en 5 500 km; zuidelijke delen van het Navo-grondgebied liggen inmiddels
binnen het bereik van dergelijke raketten. Op de lange termijn zijn enkele
landen wellicht in staat raketten met een zeer groot bereik (meer dan
5 500 km); te ontwikkelen. Met name Iran beschikt met aanzienlijke buitenlandse
steun mogelijk binnen tien jaar over massavernietigingswapens, inclusief
een al dan niet rudimentair kernwapen, en over raketten die grote delen
van het Navo-grondgebied kunnen bereiken. Het belang van inspanningen die de verspreiding van
massavernietigingswapens en rakettechnologie tegengaan neemt dan ook toe.
Hetzelfde geldt voor de verdediging met militaire middelen tegen dergelijke
wapens. De Amerikaanse regering beziet thans welke wijzigingen in het
defensiebeleid zullen worden aangebracht. Vast staat dat de regering Bush
de komende jaren een systeem wil ontwikkelen dat het Amerikaanse grondgebied
beschermt tegen inkomende raketten van de risicolanden. Veiligheid berust volgens de Verenigde Staten niet
langer op het wederzijds verzekerde vermogen tot afschrikking, zoals tijdens
de Koude Oorlog, maar op een nog te ontwikkelen combinatie van offensieve
en defensieve systemen. De Verenigde Staten hebben zich bereid verklaard
hun Navo-bondgenoten over de invoering van een raketverdediging te consulteren.
Een bondgenootschappelijke analyse van de beweegredenen en de capaciteiten
van risicolanden moet, zo mogelijk, leiden tot een gemeenschappelijk antwoord
op de toegenomen risicos. De middelen daarvoor zijn niet alleen
militair, maar vooral politiek, diplomatiek en economisch van aard. Naar Nederlandse opvatting is er geen urgent veiligheidsprobleem
dat zeer omvangrijke investeringen van de Europese bondgenoten rechtvaardigt
in een verdedigingssysteem tegen inkomende langeafstandsraketten van risicolanden.
Investeringen in een dergelijke strategische raketverdediging zouden bovendien
ten koste gaan van andere plannen, zoals de versterking van de Europese
crisisbeheersingscapaciteiten in het kader van het DCI en de «Headline
Goal». Voorts is Nederland van mening dat de omvattende verdediging
tegen raketten die de Verenigde Staten beoogt, geen afbreuk mag doen aan
de strategische stabiliteit tussen de belangrijkste kernwapenstaten en
aan het internationale stelsel van wapenbeheersing en non-proliferatie. Voor Europa is wel de verdere opbouw van een tactische
verdedigingscapaciteit een belangrijk aandachtspunt. Het doel hiervan
is uitgezonden militaire eenheden en potentiële doelen zoals bevolkingscentra
en infrastructuur tijdens een regionaal conflict te beschermen tegen middellangeafstandsraketten
in het desbetreffende operatiegebied. De aanschaf en de verdere ontwikkeling
van dergelijke «Theatre Missile Defence» (TMD) systemen zouden
de Europese bondgenoten ook de nodige mogelijkheden bieden voor samenwerking
met de Verenigde Staten. Nederland speelt in Europa op TMD-gebied een
voortrekkersrol dankzij de verbetering van het Patriot luchtverdedigingssysteem
(Pac-3). Ook verricht Defensie samen met Duitsland een studie naar de
plaatsing van TMD-systemen aan boord van de nieuwste LCF-fregatten. |