ONTWIKKELINGEN BETREFFENDE KERNWAPENS EN DE NEDERLANDSE POLITIEK

BRIEFING PAPER 2001/3
sept 2001

KERNWAPENONTWIKKELINGEN EN HET ANTIRAKETSCHILD

A. Stand van zaken

Antiraketschild

De regering Bush zet haar beleid om tot de ontwikkeling van een anti-raketschild te komen voort. Het plan bestaat uit de volgende elementen:

* (SAMENVATTING ELEMENTEN RAKETSCHILD)

Hiervoor wordt op de komende begroting (Fiscal year 2002) een bedrag van $8.3 miljard gevraagd, een toename van 57% (IHT 10072001). Er zijn voor de vaststelling van de begroting deze zomer financiële problemen ontstaan door de combinatie van een teruglopende economische groei plus de belastingverlaging van de federale overheid. Hierdoor worden harde keuzes noodzakelijk tussen enerzijds het handhaven van de bestaande structuur van de Amerikaanse strijdkrachten en anderzijds de revolutionaire hervormingplannen van de regering Bush. Deze houden immers een grote uitbreiding van de uitgaven in, niet alleen voor de onderzoeksprogramma’s voor het raketschild ($2.2 miljard, IHT 260601, om te komen tot een totaal van $8.3 miljard) maar daarnaast de ambitieuzere uitbreiding van de nieuwe tak van de strijdkrachten, het ‘Space Command’ en de investeringen in de middelen noodzakelijk om oorlog te voeren met geavanceerde elektronische middelen, deels gebaseerd in de ruimte en deels via nieuwe wapensystemen in de andere oorlogsdimensies (zee, lucht en land).
Een van de voorgestelde oplossingen voor dit financiële probleem is om de bondgenoten te laten (mee)betalen voor de bescherming die eventueel zou worden geboden door een Amerikaans raketschild. De noodzakelijke wetgeving daarvoor is al ingediend in het Congres (‘Missile Defense Burdensharing Act of 2001’, HR 2514 IH, 17072001, zie bijlage A).
De voorgestelde wijziging in de militaire doctrine ontmoet zware tegenstand in het Pentagon bij de onderdelen die belang hebben bij het voortbestaan van de bestaande legerstructuur. De vliegdekschepen, gemechaniseerde infanterie divisies en de aanvalsvliegtuigen met kort bereik en de bijbehorende militaire en industriële lobbies worden deels door de herstructurering bedreigd.
De proef met een van de antiraketsystemen, de ‘mid-course’ onderschepper, die op 14 juli plaatsvond, werd als een succes beschreven. Desalniettemin bleken er zoals bij eerdere proeven kunstmatige middelen ingezet te zijn om de anti-raket naar haar doel te leiden (bijlage A, Reuters 22072001). Bovendien faalde het elektronische terugrapportage systeem waardoor het dus niet mogelijk was voor het controle systeem om onmiddellijk vast te stellen of de onderschepping gelukt was. Dit is cruciaal in verband met het bepalen van de noodzaak om nog meer onderscheppers af te vuren – zo een besluit moet binnen seconden genomen worden (zie bijlage A NYT 190701).

Ook de al bekende kritiek op de technische mogelijkheden van het systeem werd herhaald. Zo werd eind augustus door deskundigen vastgesteld dat het zoeksysteem onmogelijk tuimelende koppen – die onvermijdelijk zijn bij de systemen die mogelijkerwijs gebruikt zullen worden - kon onderscheiden (zie bijlage A NYT 28082001). De mogelijkheid voor een onderscheppingssyteem om echte kernkoppen van namaak koppen te onderscheiden, wordt fel betwist door o.a. Professor Postol van het Massachusetts Institute of Technology (bijlage A WP 29082001).
Een volgende proef zal in oktober plaatsvinden. Daarna volgen nog eens ongeveer 20 testen over de komende vijf jaar (bijlage A NYT 130701).
Vanwege de problemen met het ‘mid-course’ systeem wordt er ook gewerkt aan zogenaamde ‘boost-phase systems’. Ook daar zijn echter tegenmaatregelen mogelijk (bijlage A AW&ST 13082001).

In het Congres wordt op grond van deze bezwaren door de Democratische Partij gepleit voor het vertraagd uitvoren van de plannen voor de aanleg van het schild. De regering Bush is echter van plan om niet alleen het onderzoek versneld door te zetten, maar ook de aanleg van een eerste lanceerbasis voor de onderscheppers in Fort Greely, Alaska te bespoedigen. Werk aan die basis is begonnen op 27 augustus jl.(bijlage A ‘Army prepares Alaska test site’,AP 27082001). Het bouwen van de basis impliceert een schending van het ABM verdrag, er is enig meningsverschil in juridische kringen over het precieze ogenblik waarop de schending plaats zal vinden. De Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld verklaarde in juli dat dit tot september 2001 nog niet het geval zou zijn(bijlage A, IHT 13072001). Door deskundigen wordt intussen fel bestreden dat het noodzakelijk zou zijn om het verdrag te schenden om onderzoek te doen naar een anti-raketsysteem (bijlage A, WP 13072001).
Tegelijkertijd heeft President Bush intensieve diplomatieke inspanningen ondernomen om de Russische regering (de co-ondertekenaar van het ABM-verdrag) te doen instemmen met een vergaande wijziging ervan om de Amerikaanse plannen mogelijk te maken. De regering Poetin is nog steeds tegen zo een wijziging, omdat die vreest dat dit op de lange duur de mogelijkheid open maakt voor de aantasting van de eigen nucleaire slagkracht. In de Amerikaanse demarches (door President Bush, minister van defensie Rumsfeld, onderminister Bolton en veiligheidsadviseur Rice) wordt dit door de Amerikaanse regering ontkend: ze zegt slechts een beperkt schild aan te willen leggen tegen een paar raketten van de zogenaamde ‘boevenstaten’ (genoemd worden Iran, Irak, Noord-Korea, Libië).
Er zijn tekenen dat de regering Poetin bereid is tot een compromis hierover. Zo zei minister van defensie Ivanov dat het ABM verdrag “deel uitmaakte” van het stelsel van veiligheidsverdragen, en niet meer het meest cruciale deel (bijlage A, Times 140801, AFP 130801). Tijdens het bezoek van minister Rumsfeld van defensie aan Moskou op 11 en 12 augustus, werd door hem een sterke samenhang gesuggereerd tussen de bereidwilligheid van Amerikaanse zakenlieden om in Rusland te investeren en het aanpassen van het ABM verdrag. Om dit kracht bij te zetten werd door hem verklaard dat de VS het verdrag eenzijdig zou opzeggen in november. President Bush bevestigde dit enkele weken later (bijlage A, ‘Bush flatly states US will pull out of Missile Treaty’, NYT 240801), hoewel deze verklaring later weer werd afgezwakt. In oktober en november zijn er nog twee top ontmoetingen tussen Bush en Poetin gepland, in Sjanghai en Texas.

Van groot belang voor de Russische compromisbereidheid is verder de afspraak die tussen Poetin en Bush in Genua is gemaakt, dat er een relatie is tussen offensieve en defensieve systemen. Deze relatie is cruciaal voor Rusland, omdat het niet meer in staat is een groot aantal offensieve strategische systemen te ondersteunen. Een inschatting houdt het erop dat in de nabije toekomst dit aantal rond de 2000 zal liggen. Aan de Amerikaanse kant zijn er ook stemmen opgegaan om tot vermindering te komen, o.a. om bezuinigingsredenen. De heer Perle, groot voorstander van het anti-raketschild verklaarde laatst nog dat 1000 kernkoppen volstaan (aangehaald in Japan Today 18062001, bijlage A). Om die reden bieden de Russen dan ook grootschalige reducties aan in de aantallen strategische systemen, naar 1000-1500 kernkoppen (bijlage A, 13082001). De VS heeft nog geen tegenbod gedaan, omdat het volgens minister Rumsfeld nog midden in haar Nuclear Posture Review zit, een evaluatie van het aantal kernkoppen nodig om het Single Integrated Operational plan (SIOP) uit te voeren.(bijlage A, WP 30072001). Conclusies over aantallen zouden pas in oktober mogelijk zijn, aldus Rumsfeld (WP 14082001).

Eenzijdige opzegging van het ABM verdrag moet met een termijn van zes maanden. Door dit in november te doen wordt het mogelijk om de bouwwerkzaamheden in Alaska te beginnen zodra het koude weer over is in april 2002. Op deze manier zijn de bouwwerkzaamheden ook aan de gang in de aanloop naar de Congres verkiezingen in het najaar van 2002. Sommige commentatoren veronderstellen dat President Bush ook het anti-raketschild wil laten aanleggen in zijn eerste termijn, op zo een manier dat een opvolger het bouwproces alleen voor een hoge politieke prijs kan stopzetten.
Intussen is er in de VS sprake van groeiende oppositie tegen de raketschild plannen. Een zevental belangrijke NGO’s zijn een proces tegen de Federale overheid begonnen vanwege het ontbreken van een milieu-effect rapportage die verplicht is bij bouwplannen zoals die in Alaska (Newsminer.com 29082001, bijlage A).
President Chirac oefende recentelijk weer kritiek uit op de raketschild plannen (bijlage A: Chirac skeptical of missile defence’ AP 270801, plus tekst toespraak), terwijl in Groenland de plaatselijke bevolking verdeeld is over de bouw van een nieuw radarsysteem noodzakelijk voor het schild (zie bijlage A: Independent 110801 plus achtergrond stuk). Een opwaardering van het bestaande systeem werd begin september wel toegestaan (zie bijlage A, Reuters 03092001).
In Engeland, waar zo een systeem ook gebouwd wordt, is er sprake van toenemend verzet. Naast een reeks acties op de locatie van de radarpost die wordt omgebouwd als deel van het raketschild, werd eind juni ook een motie in het parlement ingediend door Malcolm Savidge, waarin bezorgdheid over de raketschild plannen werd uitgesproken.

Ruimtebewapening

In zijn brief van 25 juni aan de Tweede Kamer (verslag voorjaarsvergaderingen van de NAVO ministers van defensie op 7 en 8 juni 2001, 27400 X, nr.46) werd door minister de Grave van defensie de Amerikaanse minister Rumsfeld aangehaald: “Hij weersprak een verband tussen ‘missile defence’ en de herziening van het Amerikaanse beleid ten aanzien van de ruimte. Deze herziening zou zich bepreken tot enkele organisatoriese matregelen op het Amerikaanse ministerie van defensie. Minister Rumsfeld verzekerde dat de plaatsing van wapens in de ruimte niet aan de orde is.“
Dit wordt bestreden door de gezaghebbende voormalige hoge ambtenaar van het State Department Jonathan Dean in een opinie artikel, waar hij een direct verband legt tussen het antiraketschild en het gebruik maken van de ruimte als een vierde dimensie voor oorlogvoering (zie bijlage B).
Het Amerikaanse onderzoeks en analyse centrum STRATFOR gaat er vanuit dat de ruimte al een oorlogstheater is (zie Bijlage B Stratfor 09082001). Rusland heeft ook een afzonderlijk ruimte commando – Space Forces – opgezet (zie bijlage B, JDW 20062001). In de VS wodt Generaal Myer, afkomstig van het Space Command, opperbevelhebber van alle strijdkrachten.
De onder-secretaris generaal van de VN voor ontwapening, de heer Jayantha Dhanapala, pleitte eind augustus nog in Sydney voor het niet gebruiken van de ruimte als een component van het anti-raketschild (Reuters 30082001 bijlage B).

In ieder geval vreest de Canadese regering dat zo een ontwikkeling al gaande is, want de minister van buitenlandse zaken Manley heeft zijn oppositie tegen het plaatsen van wapens in de ruimte meerdere keren kenbaar gemaakt aan minister Powell. Canada heeft ook een voorstel gedaan voor een internationaal verbod hierop (Globe and Mail 26072001).

NAVO nucleair beleid

Opmerkelijk in de slotverklaring van de Noord Atlantische Raad in Boedapest, van 29 mei jl. (Press release M-NAC-1(2001)77) was het ontbreken van een verwijzing naar het ABM verdrag. Dit kan worden beschouwd als een overwinning van de Amerikaanse onderhandelaars, die zo de weg hebben geeffend voor de opzegging ervan. Nog in het ‘paragraaf 32’ rapport van december 2000 (zie onze briefing 2001/1 van 7 februari 2001) werd door de NAVO het belang van het ABM verdrag onderschreven.

CTBT

Op 25-27 september vind in New York een zogenaamde ‘éntry into force’ conferentie van het teststop verdrag plaats. Deze heeft de bedoeling om het proces van ratificatie van het teststop verdrag, dat alle kernproeven verbiedt, te versnellen. Een van de belangrijkste obstakels hiervoor was de weigering van het VS Senaat om het verdrag in 1999 te ratificeren. Helaas zet de regering Bush dit beleid voort, door geen poging te doen om het verdrag alsnog te laten ratificeren. Integendeel, er was onlangs sprake van een mogelijke hervatting van kernproeven.(bijlage C, Guardian 09072001).
Een zojuist verschenen artikel in Arms Control Today (Sept 2001 – bijlage C) onthult dat de Amerikaans regering wel haar financiele bijdrage aan het International Monitoring System, bedoeld om illegale kernproeven te signaleren, zal handhaven.

VS kernwapenbeleid

Het rapport over de nucleaire strijdkrachten van de VS, hun rol in de militaire taakstelling en doctrine, wordt in oktober verwacht. Een artikel van de goed geinformeerde William Arkin in de Washington Post (30072001) suggereert dat het rapport vergaande maar unilaterale reducties in strategiese kernwapens zal voorstellen. Dit betekent dat er geen verdrag aan te pas komt.

Nederlands beleid raketschild

De belangrijkste elementen van het Nederlandse beleid tav het antiraketschild zijn te vinden in de brief van de ministers van defensie en buitenlandse zaken aan de Tweede Kamer van 5 juli jl.
(27857 Missile defense Nr. 1, p14) :

  1. “De bedreigingen van de komende jaren zijn veelvoudig en de groeiende capaciteit van sommige risicolanden op het gebied van ballistische raketten en massavernietigingswapens vormt daarvan een deel. De NAVO als geheel dient zich hiervan rekenschap te geven.
  2. Het antwoord op deze ontwikkelingen zal zich niet moeten beperken tot militaire middelen, maar in eerste instantie moeten bestaan uit politieke, diplomatieke en economische middelen.
  3. Behoud en verdere ontwikkeling van de structuur van internationale non-proliferatie en wapenbeheersingsovereenkomsten vormen kernelementen van een dergelijke aanpak Het is van belang dat de VS deze structuur actief blijven steunen en verder helpen ontwikkelen, o.m. vanwege het belang van doeltreffende verificatie van reducties en limieten. Een selectieve benadering door de VS kan dit stelsel ondergraven.
  4. De beoogde verdediging tegen strategische raketten van risicolanden mag geen afbreuk doet aan de strategische stabiliteit tussen de belangrijkste kernwapenstaten en aan multilaterale wapenbeheersing. Nederland dringt er daarom bij de nieuwe administratie er op aan te blijven streven naar overeenstemming met Rusland over de aanpassing c.q. vervanging van het ABM-verdrag - d.w.z. geen unilaterale Amerikaanse opzegging van het verdrag - alsmede op een dialoog met China.
  5. De voor de hand liggende oplossing is het ABM-verdrag zodanig aan te passen, c.q. door een nieuwe overeenkomst te vervangen, dat de plaatsing van MD in een beperkte configuratie toestaat, maar niet die van een omvangrijker systeem dat het strategische evenwicht tussen de VS en Rusland ondergraaft. Wat betreft China blijft de kans ook dan reëel dat MD de strategische verhouding met dat land aantast.
  6. De regering zal in bondgenootschappelijk verband in de toekomst een bijdrage blijven leveren aan de verdere ontwikkeling van TMD-systemen. Voor een Nederlandse bijdrage aan de ontwikkeling van strategische raketverdedigingssystemen voor Europa is vooralsnog geen aanleiding en ook financieel geen ruimte.
  7. Uitbouw van een brede veiligheidsdialoog met Rusland maakt deel uit van het behoud van stabiliteit in Europa. De dialoog en eventuele samenwerking inzake TMD met Rusland in NAVO-kader neemt hierin een belangrijke plaats in, maar ook bespreking van de zorgen over Ruslands nucleaire samenwerking met landen als Iran en India.
  8. De regering verwelkomt dan ook het belang dat de Amerikaanse regering wil geven aan overleg en samenwerking met de bondgenoten en andere landen, waaronder Rusland. Nederland zal een actieve rol spelen in het overleg binnen de NAVO over “missile defense” en een “new cooperative relationship” met Rusland.
    De regering zal zich in de komende periode blijven inzetten langs bovengenoemde lijnen, zowel in NAVO-kader, als bilateraal en in de multilaterale non-proliferatie-, wapenbeheersings- en ontwapenings fora.”

Wij achten verder van belang de volgende passage op p14:

“Er bestaat naar de opvatting van de regering op dit moment onvoldoende aanleiding over te gaan tot – de zeer omvangrijke - investeringen benodigd voor de ontwikkeling van een strategische raketverdediging voor de Europese bondgenoten, d.w.z. een capaciteit tegen mogelijk inkomende lange-afstandsraketten uit “staten van zorg”.”

en even verderop:

“Wel is er een reeds bestaande bedreiging van NAVO-grondgebied en van landen in regionale conflictsituaties door tactische ballistische raketten. Dat betekent dat zeker moet worden ingezet op verdere opbouw van een capaciteit op het gebied van verdediging tegen tactische ballistische raketten, die uitgezonden eenheden en bepaalde objecten en bevolkingscentra in crisisgebieden in geval van een regionaal conflict bescherming biedt tegen raketten in het desbetreffende operatiegebied.”

B. Vragen

  1. Op welke bronnen zijn de conclusies over de omvang en urgentie van de dreiging gebaseerd?
  2. Is de regering bekend met de Amerikaanse ontwerp wetgeving HR 2514, die momenteel in het Amerikaanse Congres op tafel ligt, op grond waarvan de bondgenoten een deel van de financiering van het Amerikaanse raketschild zullen moetden dragen (inzoverre zij ook door het schild beschermd worden)?
  3. Heeft de regering rekening gehouden met zo een financiële bijdrage?
  4. Wat zijn de kosten van het TMD programma? Wat moet de Nederlandse regering daarvan betalen?
  5. Zijn er plannen om het TMD programma uit te bouwen naar een Europees ‘missile defence’ systeem?6. In de boven aangehaalde passage uit de brief van 5 juli jl. heeft de regering het over “een strategische raketverdediging voor de Europese bondgenoten” en even verderop over “opbouw van een capaciteit op het gebied van verdediging tegen tactische ballistische raketten, die uitgezonden eenheden en bepaalde objecten en bevolkingscentra in crisisgebieden in geval van een regionaal conflict bescherming biedt tegen raketten in het desbetreffende operatiegebied.” (p14)
    Wat is volgens de regering de definitie van ‘strategisch’ en ‘tactisch’?

C. Commentaar

De Nederlandse regering baseert haar beleid op de dreiging die uitgaat vanuit een beperkt aantal ‘boevenstaten’, waarbij kennelijk vooral gelet wordt op de capaciteit van die staten om raketten af te vuren bewapend met massavernietigingswapens. Gezien dit gevaar zou een vorm van anti-raket verdediging moeten worden aangelegd. In een presentatie op een seminar dat op 29 juni in de oude zaal van de Tweede Kamer plaatsvond *

Op zijn minst is enige twijfel mogelijk over de aard van de dreiging.

Een ander belangrijk punt betreft de gevolgen van de aanleg van een anti-raket schild voor de strategisch stabiliteit tussen de kernwapenstaten.
In de brief van 5 juli van de minister aan de Kamer word betoogd dat er een onderscheid is tussen een raketverdediging tegen tactische ballistische raketten en strategische. Deze formulering werkt bijzonder veel verwarring in de hand. Door het onderscheid tussen tactisch en strategisch in termen van het bereik van de aanvallende raket te definiëren valt het militair-politiek belang van het doelwit buiten de discussie. Zo zou een tactische raket impliciet een tactische doel treffen (zoals een legermacht betrokken bij een vredesoperatie) en een strategische raket een hoofdstad van een land. Het is echter evident dat een tactische raket altijd in staat is om een hoofdstad of een cruciale haven te treffen, mist de lanceerpositie binnen bereik van een doel is. De enige vraag is dus of een massavernietigingswapen, of het nou op een korte of lange afstandraket geplaatst is, in staat is om een hoofdstad of ander strategies doelwit te treffen. Anders gezegd, de termen 'strategisch' en 'tactisch' zijn alleen zinvol met betrekking tot de aard van het doel. Indien toegepast op de aanvallende of verdedigende systemen scheppen ze verwarring.
Dit blijkt ook uit het feit dat de jaarlijkse NAVO oefening Optic Windmill als oefenscenario de bescherming van Rotterdam hanteert. Een tactisch systeem (Patriot) wordt gebruikt om een strategisch doel tegen en aanval van korte- of middellange (tactische) afstandraketten te beschermen. Het gebruik en dus ook de dreiging van een draagraket (of ander draagsysteem, inclusief de meest eenvoudige zoals een vrachtwagen of ossenkar) heeft strategische implicaties zodra het een strategisch doel kan treffen.
Dit is relevant in het debat over het anti-raketschild, omdat daar een onderscheid wordt getrokken tussen het (N)MD, het anti-raketschild bedoeld om een aanval op Noord Amerika door lange afstandsraketten tegen te houden; en TMD, een systeem dat korte middellange afstandraketten zou moeten tegenhouden. TMD is onder de huidige internationale afspraken (het Anti-raket verdrag) toegestaan, NMD niet. De strategische stabiliteit kan echter verstoord worden door zowel de aanleg van een 'missile defence system' tegen langeafstandsraketten als een Theatre Missile defence systeem tegen korte en middellange afstandsraketten.
De uitbouw van het Amerikaanse Missile Defense system om delen van Europa en Azie te beschermen zou ook vergaande strategische implicaties hebben. Verder is het niet ondenkbaar dat de TMD systemen die door de Nederlandse regering worden opgebouwd op den duur de basis vormen van een allesomvattend ‘missile defence system’. Dit is logisch omdat het concept van ‘missile defence’ niet de beperkingen heeft die in de debatten worden gehanteerd. Er is geen conceptueel onderscheid tussen strategische, theatre of tactische raketten. Ze vormen allen componenten van een systeem dat uiteindelijk alles zal dekken. Daraom is het onderscheid tussen TMD en NMD enigszins kunstmatig.

D. Advies

De regering geeft zelf al het belang van diplomatieke en politieke stappen aan in haar brief van 5 juli (punt 2 en 3 zoals boven aangehaald). Het Amerikaanse beleid heeft een bijzonder sterke neiging om deze methode om het proliferatie gevaar te dempen, te negeren. De Amerikaanse onderminister voor wapenbeheersing en internationale veiligheid, John Bolton, formuleerde het in een interview als volgt:
“Arms control, as part of an overall strategy of advancing American interests, remains a vëry high priority. Arms control can be an important part of American foreign policy, but I think the real question is what advances our national interest. And in those cases where, for example, arms control treaties are ineffective or counterproductive or obsolete, they shouldn't be allowed to stand in the way of the development of our foreign policy. And I think that's part of what we're trying to articulate as we go through reviewing some existing treaty obligations and considering whether or not to get into potential new obligations as well.” (Washington File 14082001)
Van cruciaal belang is de oppositie die er tegen het Amerikaans unilaterale beleid wordt gevoerd, dat uitgaat van de nationale belangen van de Verenigde Staten ook als dat ten koste gaat van de internationale veiligheid. Tegen dit gevaarlijke beleid is ook in de VS groeiend verzet - zowel binnen als buiten het Congres - waar te nemen. Een toespraak van de Democratische senator Gephardt op een conferentie van het Carnegie Endowment is wat dit betreft bemoedigend (zie bijlage C). Om deze binnenlandse kritiek in de VS te steunen is een nog openlijker opposite van de bondgenoten noodzakelijk, bijvoorbeeld in de NAVO context, om verdere ontsporingen van internationale afspraken te voorkomen.
Verder is het vanzelfsprekend van belang om de onderlinge samenwerking in NAVO-5 verband en wellicht met Canada te versterken, omdat alleen optreden vanzelfsprekend een zwaktebod is.