| ONTWIKKELINGEN BETREFFENDE KERNWAPENS EN DE NEDERLANDSE POLITIEK
BRIEFING PAPER 2001/4 KERNWAPENONTWIKKELINGEN, HET ANTIRAKETSCHILD EN PROLIFERATIEVRAAGSTUKKEN A. Stand van zaken Antiraketschild en strategische kernwapens Op 9 oktober presenteerde het Defence and Security Committee van het NAVO Parlementaire Assemblee tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst een resolutie (nr 309) die er voor pleitte om het START verdrag te behouden en ook een reeks multilaterale verdragen te versterken en het Teststopverdrag te ratificeren. Een andere resolutie, 313, drong aan op maatregelen om het nucleaire complex van Rusland te beveiligen (zie Bijlage I voor de tekst van beide resoluties). Op 21 oktober in Shanghai en 13-15 november in Texas kwamen de Amerikaanse en Russische presidenten bijeen voor besprekingen over oa de Amerikaanse plannen voor de bouw van een raketschild, de strategische kernwapenwedloop en mogelijke reducties in strategische kernwapens. In Crawford, Texas werd duidelijk dat er geen sprake meer was van voortzetting van de START verdrags onderhandelingen. In plaats daarvan werden unilaterale verklaringen afgelegd waarmee impliciet afscheid werd genomen van het START proces. In zijn verklaring sprak president Bush van een niveau tussen de 1700 en 2200 kernkoppen. President Putin verklaarde dat Rusland will try to respond in kind (Office of the Press Secretary, 13112001). In de gezamenlijke verklaring werd alleen gesproken over substantial reductions in strategic offensive weapons (Joint statement President Bush en President Putin, 14112001, zie Bijlage I). Over het raketschild en het ABM verdrag werd verklaard dat men nog niet tot overeenstemming was gekomen maar dat de onderhandelingen werden voortgezet. Rusland verklaarde elders dat handhaving van het ABM verdrag noodzakelijk was, de VS dat vergaande wijzigen noodzakelijk waren. In Rusland waren er tekenen van toenemend verzet in hoge militaire kringen tegen de rapprochement politiek van President Putin, met name op de terreinen van de strategische relatie met de VS en de ontwikkelingen in centraal Azië. Bovendien speelde de verpaupering van het leger een belangrijke rol in de onvrede. President Putin riep op 13 november, vlak voor zijn vertrek naar de VS, een speciale vergadering bijeen van de militaire top om zijn beleid te bespreken (zie vertaald artikel uit Nezavisimaya Gazeta, Moscow 13112001, Bijlage I). Op 3 december citeerde de Moscow Times Colonel-Generaal Yury Baluyevsky, plaatsvervangend hoofd van de Generale Staf, die zei From the Russian side there are no concessions. There have been none and there will not be any on the question of anti-missile defense and strategic arms. (Bijlage I). Een bijeenkomst op 10 december van ministers van buitenlandse zaken Powell en Ivanov in Moskou leek erop te wijzen dat er wel een schriftelijke overeenkomst zou worden overeengekomen voor de zomer van 2002 over de reducties in strategiese kernwapens (New York Times 11.12.2001, Bijlage I). Op 11 december maakte een woordvoerder van de Amerikaanse regering bekend dat President Bush binnen enkele dagen het ABM verdrag zou opzeggen (Bijlage I, US to withdraw from ABM Treaty, IHT 12.12.2001). In het Amerikaanse Congres werd inmiddels de begrotingsbehandeling
voortgezet. Een bedrag van $8,3 miljard werd door het Huis van Afgevaardigden
ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van een raketschild. Het
is mogelijk dat dit bedrag nog wordt bijgesteld als gevolg van onderhandelingen
met het Senaat. Op 3 december vond een test van een zogenaamde mid-course
interceptor van een Minuteman intercontinentale raket boven de Stille
Oceaan plaats, die door het communiqué als succesvol werd omschreven
(BMDO News release No.613-01, 3 December 2001, zie Bijlage
I). Plannen om een raketbasis voor proeflanceringen in
Alaska te bouwen in de lente zijn niet veranderd, volgens Secretary of
Defense Rumsfeld in antwoord op vragen van de New York Times (14.11.2001).
Eind december wordt het langverwachte Nuclear Posture
Review gepresenteerd aan het Amerikaanse Congres. Daarin wordt de omvang
en structuur van de kernwapenstrijdkrachten omschreven, gekoppeld aan
de strategiese doelen. Volgens een in het SIPRI jaarboek gepubliceerde
schatting, had de Verenigde Staten in januari 2001 9736 kernkoppen opgesteld
plus een reserve van 5000, en Rusland 9.196, met een reserve van 13.500
(zie tabel bij artikel Kristensen, Bijlage
I). Militarisering van de Ruimte Na de reorganisatie van het Amerikaanse Space Command
die eerder dit jaar werd geïnitieerd is de Amerikaanse luchtmacht
(USAF) begonnen met het voorbereiden van operaties in de ruimte. Volgens
een artikel in Janes Defence Weekly (31102001, Bijlage
II) heeft de USAF financiële middelen gevraagd om technologieën
te ontwikkelen die in staat zijn om dreigingen voor de eigen ruimte-gebaseerde
systemen (zoals verkennings- en verbindingssatellieten) te identificeren.
Dit is een noodzakelijke stap om die dreigingen uit te kunnen schakelen.
NAVO nucleair beleid In antwoord op een vraag over de dialoog met Rusland over substrategische wapensystemen schreef minister van Aartsen dat Nederland in het kader van de Permanente Gemeenschappelijke Raad had aangedrongen op een dialoog met dat land over nucleaire vertrouwenwekende maatregelen, in lijn met het afgelopen december aangenomen paragraaf 32 rapport. Rusland zou sinds kort in willen gaan op zo een dialoog. (Lijst van vragen en antwoorden 28 000 V nr. 100, Bijlage III). In het verlengde hiervan meldde de minister dat er niets te melden viel over Russische plannen om een nieuwe generatie van tactische wapens te ontwikkelen. (Lijst van vragen en antwoorden begroting ministerie van defensie, 28 000 X, nr.3, Bijlage III) Er was een nieuwe ontwikkeling betreffende de op Volkel gestationeerde F-16 aanvalsvliegtuigen, waarvan de minister heeft erkend dat deze een kernwapentaak hebben. In reactie op een motie van kamerlid H. van Bommel over het lokale rampenplan(28 000 X, nr.14, Bijlage III) schreef minister de Grave een brief waarin hij meldde dat de omliggend gemeenten in hun rampenbestrijdingsplannen hoe dan ook rekening moeten houden met militaire nucleaire ongevallen. (Brief van de minister van defensie, 9 november 2001, Bijlage III). In het Final Communiqué van de NAVO ministerraad van 6 december 2001 wordt in paragraaf 15 zijdelings verwezen naar de plaats van deterrence in het versterken van de veiligheid tegen nieuwe dreigingen en uitdagingen. Het belang van multilaterale verdragen wordt daarin erkend. Tegelijkertijd wordt aangekondigd dat de conclusies van de NPV toetsingsconferentie van 2000 moeten worden geïmplementeerd (Final Communiqué, M-NAC-2 (2001)158, 6 december 2001, Bijlage III). Internationale verdragen en de Verenigde Naties De Conference on Disarmament in Geneve eindigde zijn 2001 sessie op 13 september zonder erin geslaagd te zijn om tot overeenstemming te komen over een werkprogramma. Hierdoor konden wederom geen onderhandelingen over ontwapening plaatsvinden (Annual Session Ends in Shadow of Attacks in US, Disarmament Diplomacy Sept 2001, Bijlage IV). Van 8 19 april 2002 zullen in New York op
een zogenaamde prepcom van de toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie
Verdrag (NPV) in 2005 voortgangsbesprekingen plaatsvinden. In de memorie
van toelichting op de begroting van buitenlandse zaken kondigt de regering
aan dat ze zich zal inzetten voor een goede uitvoeringsrapportage
en voor de totstandkoming van duidelijke afspraken over de verdere uitvoering
van het actieprogramma van de vorige toetsingsconferentie in 2000.
(28 000 V, nr.2, p45, Bijlage
IV). Tijdens de jaarlijkse zitting van het First Commitee werden weer een aantal resoluties aangeboden. Daaronder waren een Japans voorstel (A path to the total elimination of nuclear weapons, Bijlage IV) en de zogenaamde Maleisische resolutie over de advisory opinion van het Internationaal Gerechtshof (Bijlage IV). Nederland stemde voor de eerste, tegen de tweede. De terroristische aanslagen op New York en Washington
op 11 september en de daaropvolgende miltvuur aanvallen stelden indirect
de kwestie van de proliferatie van massavernietigingswapens (WMD) aan
de orde. Als deze categorie wapens was gebruikt dan zouden er veel grotere
aantallen slachtoffers gevallen zijn. Proliferatie van de technologie,
grondstoffen en kennis om die wapens te maken is dus een belangrijke kwestie.
In dat licht bezien waren er een aantal opmerkelijke ontwikkelingen de
afgelopen maanden. B. Commentaar De aanslagen op New York en Washington hebben gevolgen gehad voor de verhouding tussen de VS en de Russische Federatie. Hoe ver die gevolgen gaan is nog moeilijk in te schatten. Wel zijn een aantal punten aan te geven die waarschijnlijk anders waren verlopen zonder de gebeurtenissen van 11 september. Zoals waarnemers eerder in het jaar suggereerden,
lijkt een vroege opzegging van het anti-raket verdrag (ABM) onvermijdelijk.
Een Amerikaanse woordvoerder had hier in feite al op gezinspeeld, met
het oog op de bouw van een lanceerbasis in Alaska. Dit werd op 11 december
ook min of meer bevestigd door andere officiële woordvoerders (Bijlage
I, IHT 12.12.2001). Intussen gaat het testprogramma van de VS door,
voorlopig zonder schendingen van het verdrag. Vermoedelijk zal Rusland
ook niet snel zulke schendingen in het openbaar aan de kaak stellen. Beide
landen hebben unilaterale reducties van hun aantallen strategisch kernwapens
toegezegd. De Amerikaanse formulering was enigszins harder, en President
Bush leek ook bereid om iets op schrift te stellen (
if
we need to write it down on a piece of paper, Ill be glad to do
that. - Press Conference 13 Nov 2001, Office of the Press secretary).
Over de veiligheid van die tactische kernwapens in Rusland bestaat enige bezorgdheid, zoals blijkt uit resolutie nr. 313 gepresenteerd op de NAVO Parlementaire Assemblee in Ottowa (zie Bijlage I). De reductie van het bedrag in de Amerikaanse begroting bedoeld onder andere als bijdrage voor de ontmanteling van de Russische nucleaire strijdkrachten (van $874 miljoen naar $804 miljoen zie DOE Threat Reduction funding cut, Arms Control Today Dec 2001, Bijlage I, zie ook Bijlage V, Rusland en Proliferatie) wijst op de lagere prioriteit die aan dit werk gegeven wordt door de regering Bush. Wat betreft het raketschild is er in Crawford geen
afspraak gemaakt. De Russische regering blijft afkeurend en gaat kennelijk
niet akkoord met vergaande wijzigingen in het ABM Verdrag. Uit berichten
in de Russische pers (zie Bijlage
I) lijkt er nog steeds veel verzet te bestaan onder hoge militairen
tegen concessies aan de VS. Over het plaatsen van wapensystemen in de ruimte
bestaat enige onduidelijkheid. Hoewel de Amerikaanse luchtmacht plannen
ontwikkeld voor technologie om potentiële doelen op te sporen, wordt
nog niet erkend dat deze technologie zal worden uitgebreid met de middelen
om die doelen aan te vallen. Het communiqué van de NAVO ministerraad van 6 december jl. handhaaft de dubbelzinnigheid van het beleid: men is voor deterrence maar steunt tegelijkertijd een proces om ze verdragsmatig te verbannen. Opvallend is dat er alleen op twee plaatsen in paragraaf 15 indirect naar kernwapens wordt verwezen. In de zin capability to defend appropriately and effectively against the threats that the proliferation of Weapons of mass Destruction and their means of delivery can pose; en deterrence and defence play an essential role in enhancing security (tekst paragraaf 15 communique, Bijlage III). In een Issue brief van de Coalition to Reduce Nuclear Dangers gepubliceerd in Washington DC eind november wordt een overzicht gegeven van de problematiek van de tactische kernwapens, plus een aantal beleidsadviezen (Issue Brief 301101, Bijlage III). De ontwikkelingen rondom de verschillende multilaterale
fora zijn zorgwekkend: de speciale CTBT conferentie over het bekrachtigen
van het teststopverdrag (Bijlage
IV, CTBT) werd beschadigd door de afwezigheid van de VS, waarvan de
medewerking cruciaal is. De wel aanwezige vertegenwoordigers, waaronder
secretaris-generaal Kofi Annan drongen desalniettemin aan op ratificatie
van het verdrag. Een Action Plan van het Middle Powers Initiative, (Towards NPT 2005, brochure bijgevoegd) suggereerde een aantal stappen om het vastgelopen nucleaire ontwapeningsproces alsnog op gang te krijgen. De ontwikkelingen op het gebied van proliferatie (Bijlage V) waren van cruciaal belang in de besluitvorming rond internationale veiligheid. Het fundamentele meningsverschil tussen vooral de Europese staten en de VS over de aanpak van proliferatie bleef bestaan. De Amerikaanse regering vertoont een steeds sterkere neiging om landen die meewerken aan de proliferatie van massavernietigingswapens steeds harder aan te pakken, op unilaterale basis. De tegenwerping van de Europese diplomatieke lijn is dat meest effectieve methode om de verspreiding van WMD tegen te gaan moet berusten op de medewerking van zovel mogelijk staten, dwz, multilaterale verdragen en afspraken. Deze kwestie kwam vooral aan de orde mbt Irak en Iran. De sancties tegen India en Pakistan, bedoeld om proliferatie tegen te gaan, werden echter deels opgeheven (Bijlage V, onder Pakistan/Al Queda) C. Vragen
D. Advies De belangrijkste kwestie op het gebied van massavernietigingswapens na 11 september lijkt dat van de proliferatie te zijn. Er zijn alternatieve beleidslijnen mogelijk, die sterk van elkaar verschillen en in zekere zin ook haaks op elkaar staan. De Amerikaanse regering lijkt momenteel een steeds unilateraler pad af te wandelen, daarin wordt ze deels gesteund door de andere kernwapenstaten. Dit komt neer op het zelfstandig maatregelen nemen, inclusief oorlog voeren, tegen landen die op de een of nadere manier worden beschouwd als een bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid. Tegelijkertijd wordt daardoor het multilaterale pad overgelaten aan een steeds zwakker wordende coalitie van landen die vinden dat, meer dan ooit, multilaterale verdragen en afspraken een centrale rol dienen te spelen in ontwapeningskwesties. Tot op zekere hoogte volgt de Nederlandse regering nog steeds de tweede lijn. Desalniettemin wordt deze systematies ondermijnt door de eerste. Daarom wordt de uitvoering van het 13 stappen programma van de NPV toetsingsconferentie van april 2000 (Bijlage IV) steeds onwaarschijnlijker. Dat programma wordt door alle ondertekenaars van het NPV ondersteunt. De pijnlijke punten lijken ons de volgende:
Het meest cruciale politieke vraagstuk lijkt ons dan ook de keuze die er momenteel gemaakt moet worden door de Europese landen en anderen voor unilaterale versus multilaterale politiek. Aangezien de huidige Amerikaanse regering deze keuze al gemaakt heeft zal dit in de praktijk neerkomen op het formeren van coalities tegen de Amerikaanse politiek in die gebieden waar internationale verdragen en afspraken selectief en eenzijdig door de VS en andere kernwapenstaten worden nageleefd. Het is van belang om daarvoor coalities te formeren van enig gewicht, willen ze een kans hebben om de unilaterale ontwikkelingen te keren. Hierin speelt de Russische regering een belangrijke rol. |