ONTWIKKELINGEN BETREFFENDE KERNWAPENS EN DE NEDERLANDSE POLITIEK

BRIEFING PAPER 2001/4
december 2001

KERNWAPENONTWIKKELINGEN, HET ANTIRAKETSCHILD EN PROLIFERATIEVRAAGSTUKKEN

A. Stand van zaken

Antiraketschild en strategische kernwapens

Op 9 oktober presenteerde het ‘Defence and Security Committee’ van het NAVO Parlementaire Assemblee tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst een resolutie (nr 309) die er voor pleitte om het START verdrag te behouden en ook een reeks multilaterale verdragen te versterken en het Teststopverdrag te ratificeren. Een andere resolutie, 313, drong aan op maatregelen om het nucleaire complex van Rusland te beveiligen (zie Bijlage I voor de tekst van beide resoluties).

Op 21 oktober in Shanghai en 13-15 november in Texas kwamen de Amerikaanse en Russische presidenten bijeen voor besprekingen over oa de Amerikaanse plannen voor de bouw van een raketschild, de strategische kernwapenwedloop en mogelijke reducties in strategische kernwapens. In Crawford, Texas werd duidelijk dat er geen sprake meer was van voortzetting van de START verdrags onderhandelingen. In plaats daarvan werden unilaterale verklaringen afgelegd waarmee impliciet afscheid werd genomen van het START proces. In zijn verklaring sprak president Bush van een niveau tussen de 1700 en 2200 kernkoppen. President Putin verklaarde dat Rusland “will try to respond in kind” (Office of the Press Secretary, 13112001).

In de gezamenlijke verklaring werd alleen gesproken over “substantial reductions in strategic offensive weapons” (Joint statement President Bush en President Putin, 14112001, zie Bijlage I). Over het raketschild en het ABM verdrag werd verklaard dat men nog niet tot overeenstemming was gekomen maar dat de onderhandelingen werden voortgezet. Rusland verklaarde elders dat handhaving van het ABM verdrag noodzakelijk was, de VS dat vergaande wijzigen noodzakelijk waren. In Rusland waren er tekenen van toenemend verzet in hoge militaire kringen tegen de rapprochement politiek van President Putin, met name op de terreinen van de strategische relatie met de VS en de ontwikkelingen in centraal Azië. Bovendien speelde de verpaupering van het leger een belangrijke rol in de onvrede. President Putin riep op 13 november, vlak voor zijn vertrek naar de VS, een speciale vergadering bijeen van de militaire top om zijn beleid te bespreken (zie vertaald artikel uit Nezavisimaya Gazeta, Moscow 13112001, Bijlage I). Op 3 december citeerde de Moscow Times Colonel-Generaal Yury Baluyevsky, plaatsvervangend hoofd van de Generale Staf, die zei “From the Russian side there are no concessions. There have been none and there will not be any on the question of anti-missile defense and strategic arms.” (Bijlage I). Een bijeenkomst op 10 december van ministers van buitenlandse zaken Powell en Ivanov in Moskou leek erop te wijzen dat er wel een schriftelijke overeenkomst zou worden overeengekomen voor de zomer van 2002 over de reducties in strategiese kernwapens (New York Times 11.12.2001, Bijlage I). Op 11 december maakte een woordvoerder van de Amerikaanse regering bekend dat President Bush binnen enkele dagen het ABM verdrag zou opzeggen (Bijlage I, US to withdraw from ABM Treaty, IHT 12.12.2001).

In het Amerikaanse Congres werd inmiddels de begrotingsbehandeling voortgezet. Een bedrag van $8,3 miljard werd door het Huis van Afgevaardigden ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van een raketschild. Het is mogelijk dat dit bedrag nog wordt bijgesteld als gevolg van onderhandelingen met het Senaat. Op 3 december vond een test van een zogenaamde ‘mid-course interceptor’ van een Minuteman intercontinentale raket boven de Stille Oceaan plaats, die door het communiqué als succesvol werd omschreven (BMDO News release No.613-01, 3 December 2001, zie Bijlage I).
Een woordvoerder van de Chinese regering verklaarde op 4 december jl. dat China nog steeds de bouw van een Amerikaanse antiraketschild afwijst (Reuters, 04122001 Bijlage I). Een bericht in de Washington Times (071201, Bijlage I) meldde dat China in november een ‘nuclear weapons-related experiment’ had uitgevoerd (vermoedelijk een zogenaamde subcritische test, toegestaan onder het teststopverdrag. Overigens heeft China dit verdrag net als de VS nog niet geratificeerd – PENN redactie).
In het blad Defense News (Washington D.C. Sept 24-30 2001) werd vermeld dat de Franse regering van plan is om in 2002 2.6 miljard Euro uit te geven aan ‘nuclear weapons and simulation’.

Plannen om een raketbasis voor proeflanceringen in Alaska te bouwen in de lente zijn niet veranderd, volgens Secretary of Defense Rumsfeld in antwoord op vragen van de New York Times (14.11.2001).
Een commissie van het Huis van Afgevaardigden concludeerde dat de kosten van het zogenaamde SBIRS-Low programma minstens $23 miljard zouden bedragen, en niet $10 miljard zoals een jaar eerder was geschat (Defense Week, 19 November 2001 – zie Bijlage I). Het SBIRS—Low systeem bestaat uit een stelsel van verkenningssatellieten die de lancering van raketten in een vroeg stadium moeten waarnemen om zo een onderschepping mogelijk te maken. Het vormt een cruciaal onderdeel van het raketschild programma (zie hiervoor p19 van het verslag van een mede door ons georganiseerd seminar: NMD - The end of deterrence? Den Haag 29 June 2001).

Eind december wordt het langverwachte Nuclear Posture Review gepresenteerd aan het Amerikaanse Congres. Daarin wordt de omvang en structuur van de kernwapenstrijdkrachten omschreven, gekoppeld aan de strategiese doelen. Volgens een in het SIPRI jaarboek gepubliceerde schatting, had de Verenigde Staten in januari 2001 9736 kernkoppen opgesteld plus een reserve van 5000, en Rusland 9.196, met een reserve van 13.500 (zie tabel bij artikel Kristensen, Bijlage I).
Aanwijzingen voor de aard van een herstructurering van de Amerikaanse nucleaire strijdkrachten werden gegeven in Jane’s Defence Weekly (21112001, Bijlage I) waar gesteld werd dat een deel van de Amerikaanse onderzeer vloot bedoeld voor het lanceren van Trident raketten zou worden omgebouwd voor conventionele wapensystemen.

Militarisering van de Ruimte

Na de reorganisatie van het Amerikaanse Space Command die eerder dit jaar werd geïnitieerd is de Amerikaanse luchtmacht (USAF) begonnen met het voorbereiden van operaties in de ruimte. Volgens een artikel in Jane’s Defence Weekly (31102001, Bijlage II) heeft de USAF financiële middelen gevraagd om technologieën te ontwikkelen die in staat zijn om dreigingen voor de eigen ruimte-gebaseerde systemen (zoals verkennings- en verbindingssatellieten) te identificeren. Dit is een noodzakelijke stap om die dreigingen uit te kunnen schakelen.
Op een vraag over de militarisering van de ruimte naar aanleiding van de vaststelling van de begroting van buitenlandse zaken antwoordde minister van Aartsen: “In de Amerikaanse plannen voor een strategisch raketverdedigingssysteem is vooralsnog geen sprake van het plaatsen van wapens in de ruimte…”. (Lijst van vragen en antwoorden, begroting buitenlandse zaken, 28 000 – V nr. 43, Bijlage II)

NAVO nucleair beleid

In antwoord op een vraag over de dialoog met Rusland over substrategische wapensystemen schreef minister van Aartsen dat Nederland in het kader van de Permanente Gemeenschappelijke Raad had aangedrongen op een dialoog met dat land over nucleaire vertrouwenwekende maatregelen, in lijn met het afgelopen december aangenomen paragraaf 32 rapport. Rusland zou sinds kort in willen gaan op zo een dialoog. (Lijst van vragen en antwoorden 28 000 – V nr. 100, Bijlage III). In het verlengde hiervan meldde de minister dat er niets te melden viel over Russische plannen om een nieuwe generatie van tactische wapens te ontwikkelen. (Lijst van vragen en antwoorden begroting ministerie van defensie, 28 000 – X, nr.3, Bijlage III)

Er was een nieuwe ontwikkeling betreffende de op Volkel gestationeerde F-16 aanvalsvliegtuigen, waarvan de minister heeft erkend dat deze een kernwapentaak hebben. In reactie op een motie van kamerlid H. van Bommel over het lokale rampenplan(28 000 X, nr.14, Bijlage III) schreef minister de Grave een brief waarin hij meldde dat de omliggend gemeenten “in hun rampenbestrijdingsplannen hoe dan ook rekening moeten houden met militaire nucleaire ongevallen.” (Brief van de minister van defensie, 9 november 2001, Bijlage III).

In het ‘Final Communiqué’ van de NAVO ministerraad van 6 december 2001 wordt in paragraaf 15 zijdelings verwezen naar de plaats van ‘deterrence’ in het versterken van de veiligheid tegen nieuwe dreigingen en uitdagingen. Het belang van multilaterale verdragen wordt daarin erkend. Tegelijkertijd wordt aangekondigd dat de conclusies van de NPV toetsingsconferentie van 2000 moeten worden geïmplementeerd (Final Communiqué, M-NAC-2 (2001)158, 6 december 2001, Bijlage III).

Internationale verdragen en de Verenigde Naties

De ‘Conference on Disarmament’ in Geneve eindigde zijn 2001 sessie op 13 september zonder erin geslaagd te zijn om tot overeenstemming te komen over een werkprogramma. Hierdoor konden wederom geen onderhandelingen over ontwapening plaatsvinden (Annual Session Ends in Shadow of Attacks in US, Disarmament Diplomacy Sept 2001, Bijlage IV).

Van 8 – 19 april 2002 zullen in New York op een zogenaamde prepcom van de toetsingsconferentie van het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) in 2005 voortgangsbesprekingen plaatsvinden. In de memorie van toelichting op de begroting van buitenlandse zaken kondigt de regering aan dat ze zich zal inzetten voor een “goede uitvoeringsrapportage en voor de totstandkoming van duidelijke afspraken over de verdere uitvoering van het actieprogramma van de vorige toetsingsconferentie in 2000.” (28 000 V, nr.2, p45, Bijlage IV).
In november vond in de VN ook een extra conferentie over het teststopverdrag plaats. Daar werden de mogelijkheden en noodzaak besproken om het verdrag te ratificeren. (voor de tekst van ene aantal toespraken en de slotverklaring zie Bijlage IV). De Verenigde Staten, die het verdrag nog niet geratificeerd heeft, was afwezig. (Washington Post 121101, Bijlage IV).

Tijdens de jaarlijkse zitting van het First Commitee werden weer een aantal resoluties aangeboden. Daaronder waren een Japans voorstel (‘A path to the total elimination of nuclear weapons’, Bijlage IV) en de zogenaamde Maleisische resolutie over de ‘advisory opinion’ van het Internationaal Gerechtshof (Bijlage IV). Nederland stemde voor de eerste, tegen de tweede.

De terroristische aanslagen op New York en Washington op 11 september en de daaropvolgende miltvuur aanvallen stelden indirect de kwestie van de proliferatie van massavernietigingswapens (WMD) aan de orde. Als deze categorie wapens was gebruikt dan zouden er veel grotere aantallen slachtoffers gevallen zijn. Proliferatie van de technologie, grondstoffen en kennis om die wapens te maken is dus een belangrijke kwestie. In dat licht bezien waren er een aantal opmerkelijke ontwikkelingen de afgelopen maanden.
Ten eerste de situatie in Zuid Azië. In de eerste weken na de aanslagen werd de steun van Pakistan door de VS verworven door o.a. het opheffen van de sancties die tegen dat land waren ingesteld in verband met de atoomproeven van 1998. Die tegen India werden ook (deels) opgeheven(zie Fact Sheet, Office of the Spokesman, 280901, Bijlage V).
Ten tweede de aanhoudende geruchten als zou de groepering van Osama Bin laden nucleair materiaal hebben aangeschaft. Dit werd onwaarschijnlijk geacht, behalve voor wat betreft de technologie verbonden met een zogenaamd ‘vuil’ kernwapen (US News & World report 23112001, Bijlage V).
Ten derde het mogelijk bezit van chemische of biologische wapens door Irak.
Ten vierde de kwestie van raket technologie, die nodig is om WMD met een raket naar het doel over te brengen. Op een conferentie in september heeft de Nederlandse regering zich sterk gemaakt voor de invoering van een zogenaamde ‘gedragscode voor leveranciers van rakettechnologie’ (Bijlage IV, brief minister van buitenlandse zaken aan de Tweede Kamer: Betreft Draft Code of conduct against Ballistic Missile proliferation 261001).
Ten vijfde de ernstige politieke gevolgen van de aanwezigheid van de onofficiele kernwapenstaat Israël in het Midden-Oosten (Int. Herald Tribune 16.11.2001, Bijlage V).

B. Commentaar

De aanslagen op New York en Washington hebben gevolgen gehad voor de verhouding tussen de VS en de Russische Federatie. Hoe ver die gevolgen gaan is nog moeilijk in te schatten. Wel zijn een aantal punten aan te geven die waarschijnlijk anders waren verlopen zonder de gebeurtenissen van 11 september.

Zoals waarnemers eerder in het jaar suggereerden, lijkt een vroege opzegging van het anti-raket verdrag (ABM) onvermijdelijk. Een Amerikaanse woordvoerder had hier in feite al op gezinspeeld, met het oog op de bouw van een lanceerbasis in Alaska. Dit werd op 11 december ook min of meer bevestigd door andere officiële woordvoerders (Bijlage I, IHT 12.12.2001). Intussen gaat het testprogramma van de VS door, voorlopig zonder schendingen van het verdrag. Vermoedelijk zal Rusland ook niet snel zulke schendingen in het openbaar aan de kaak stellen. Beide landen hebben unilaterale reducties van hun aantallen strategisch kernwapens toegezegd. De Amerikaanse formulering was enigszins harder, en President Bush leek ook bereid om iets op schrift te stellen (“……if we need to write it down on a piece of paper, I’ll be glad to do that.” - Press Conference 13 Nov 2001, Office of the Press secretary).
De gebruikte formulering leek alleen te slaan op het in opslag plaatsen van de gedemonteerde kernkoppen en niet hun vernietiging. Dit werd door de Nationale Veiligheidsadviseur Dr. Rice bevestigd in een press briefing op 15 november. Dat dit geen ondergeschikte zaak is, werd bewezen door nieuwe onthullingen van onderzoeker Hans Kristensen, die met behulp van overheidsdocumenten aantoont dat een aanzienlijk deel van de reducties in kernwapens in feite neerkomen op het inrichten van een reserve voorraad kernwapens, die in een crisis voor een snelle uitbouw van de strategische lanceersystemen kan worden gebruikt (zie artikel Hans Kristensen in Arms Control Today Dec 2001, Bijlage I).
In het Amerikaanse Senaat was er enige kritiek van de Democraten op de onwil van de regering om de reducties in een verdrag vast te leggen. Senator Joseph Biden, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken, verklaarde dat “a new Start III treaty would not be difficult to draft [and] would ensure not only rigorous verification but also proper respect for the constitutional role of the Senate regarding international agreements.” (aangehaald in Philip Bleek, Arms Control Today Dec 2001)
Hoe dan ook zullen de reducties pas in de loop van de komende tien jaar plaatsvinden (President Bush in de boven aangehaalde persconferentie op 13 november) en uiteindelijk tot een niveau van ongeveer 2000 kernkoppen leiden. Nog steeds afdoende om de hele wereld enkele malen te vernietigen.
In de verklaring was ook geen sprake van tactische kernwapens, waarvan er nog steeds 1670 Amerikaanse en 3590 Russische in dienst zijn, waaronder de 10-20 kernbommen opgeslagen op luchtmachtbasis Volkel in Nederland. Daarbij worden de reserve voorraden niet meegeteld (zie tabel bij artikel Handler, Bijlage I).

Over de veiligheid van die tactische kernwapens in Rusland bestaat enige bezorgdheid, zoals blijkt uit resolutie nr. 313 gepresenteerd op de NAVO Parlementaire Assemblee in Ottowa (zie Bijlage I). De reductie van het bedrag in de Amerikaanse begroting bedoeld onder andere als bijdrage voor de ontmanteling van de Russische nucleaire strijdkrachten (van $874 miljoen naar $804 miljoen – zie DOE Threat Reduction funding cut, Arms Control Today Dec 2001, Bijlage I, zie ook Bijlage V, Rusland en Proliferatie) wijst op de lagere prioriteit die aan dit werk gegeven wordt door de regering Bush.

Wat betreft het raketschild is er in Crawford geen afspraak gemaakt. De Russische regering blijft afkeurend en gaat kennelijk niet akkoord met vergaande wijzigingen in het ABM Verdrag. Uit berichten in de Russische pers (zie Bijlage I) lijkt er nog steeds veel verzet te bestaan onder hoge militairen tegen concessies aan de VS.
Gezaghebbende Amerikaanse kringen handhaafden hun kritiek op de technische mogelijkheid van een anti-raketschild (zie Missile Defense Test’s value questioned, Washington Post 021201, Bijlage I en het ‘working paper’ van de Union of Concerned Scientists, 301101, Bijlage I). De Crawford overeenkomst werd bekritiseerd in een verklaring van het Middle Powers Initiative, die het belang van verdragen benadrukten (Bijlage I). De Britse ngo BASIC publiceerde een analyse van de verwevenheid van de Britse kernwapenmacht met de Amerikaanse en wees op de gevaren van het Amerikaanse beleid dat er volgens haar op neer kwam dat de VS bezig was om een kleinere maar bruikbare kernmacht te ontwikkelen (BASIC press release, Bijlage I).

Over het plaatsen van wapensystemen in de ruimte bestaat enige onduidelijkheid. Hoewel de Amerikaanse luchtmacht plannen ontwikkeld voor technologie om potentiële doelen op te sporen, wordt nog niet erkend dat deze technologie zal worden uitgebreid met de middelen om die doelen aan te vallen.
Om zo een ontwikkeling voor te zijn heeft het Amerikaanse congreslid Kucinich begin oktober een wetsvoorstel ingediend waarin gepleit wordt voor een verbod op de zogenaamde ‘weaponisation’ van de ruimte. Van belang hier is het onderscheid tussen militair gebruik van de ruimte, dat al sinds lange tijd het geval is, en het plaatsen van wapensystemen. (HR 2977 ‘Space Preservation Act of 2001’)

Het communiqué van de NAVO ministerraad van 6 december jl. handhaaft de dubbelzinnigheid van het beleid: men is voor deterrence maar steunt tegelijkertijd een proces om ze verdragsmatig te verbannen. Opvallend is dat er alleen op twee plaatsen in paragraaf 15 indirect naar kernwapens wordt verwezen. In de zin “capability to defend appropriately and effectively against the threats that the proliferation of Weapons of mass Destruction and their means of delivery can pose”; en “…deterrence and defence play an essential role in enhancing security…” (tekst paragraaf 15 communique, Bijlage III).

In een ‘Issue brief van de Coalition to Reduce Nuclear Dangers’ gepubliceerd in Washington DC eind november wordt een overzicht gegeven van de problematiek van de tactische kernwapens, plus een aantal beleidsadviezen (Issue Brief 301101, Bijlage III).

De ontwikkelingen rondom de verschillende multilaterale fora zijn zorgwekkend: de speciale CTBT conferentie over het bekrachtigen van het teststopverdrag (Bijlage IV, CTBT) werd beschadigd door de afwezigheid van de VS, waarvan de medewerking cruciaal is. De wel aanwezige vertegenwoordigers, waaronder secretaris-generaal Kofi Annan drongen desalniettemin aan op ratificatie van het verdrag.
In Geneve zette de al jaren bestaande impasse in het werk van de Conference on Disarmament zich voort (Bijlage IV, CD), terwijl in New York dit jaar geen resolutie van de Nieuwe Agenda Groep (NAG) werd ingediend. In voorgaande jaren oefende zij belangrijke invloed uit op de kleinere NAVO lidstaten op het gebied van nucleaire ontwapening. Verdere stappen worden echter pas volgend jaar verwacht, na de NPV Prepcom in april.
Wel werd in de VN een verklaring aangaande tactische kernwapens (de kernwapens die door de Koninklijke Luchtmacht in het kader van de NAVO atoomtaak worden ingezet worden beschouwd als tactische kernwapens) afgelegd door Mexico namens de NAG (zie UN First Committee Bulletin, Acronym dd 26102001, Bijlage IV). Welingelichte waarnemers suggereerden dat er druk was uitgeoefend op Mexico door de VS en Rusland om geen resolutie over tactische kernwapens in te dienen. Bovendien zouden Nederland, Noorwegen, Canada en misschien andere NAVO lidstaten er onder druk van de VS van hebben afgezien om het onderwerp tactische kernwapens op te nemen in hun toespraken voor de Algemene Vergadering of de First Committee.
Bij de procedurele stemming over de te behandelen onderwerpen op de First Committee agenda stemde de VS als enige tegen het onderwerp CTBT (teststopverdrag).

Een ‘Action Plan’ van het Middle Powers Initiative, (Towards NPT 2005, brochure bijgevoegd) suggereerde een aantal stappen om het vastgelopen nucleaire ontwapeningsproces alsnog op gang te krijgen.

De ontwikkelingen op het gebied van proliferatie (Bijlage V) waren van cruciaal belang in de besluitvorming rond internationale veiligheid. Het fundamentele meningsverschil tussen vooral de Europese staten en de VS over de aanpak van proliferatie bleef bestaan. De Amerikaanse regering vertoont een steeds sterkere neiging om landen die meewerken aan de proliferatie van massavernietigingswapens steeds harder aan te pakken, op unilaterale basis. De tegenwerping van de Europese ‘diplomatieke’ lijn is dat meest effectieve methode om de verspreiding van WMD tegen te gaan moet berusten op de medewerking van zovel mogelijk staten, dwz, multilaterale verdragen en afspraken. Deze kwestie kwam vooral aan de orde mbt Irak en Iran. De sancties tegen India en Pakistan, bedoeld om proliferatie tegen te gaan, werden echter deels opgeheven (Bijlage V, onder Pakistan/Al Queda)

C. Vragen

  1. Zowel de Amerikaanse als de Russische regering hebben kennelijk het verdragsmatige START onderhandelingsproces voor nucleaire ontwapening verlaten. Bovendien worden kernwapens niet vernietigd maar grotendeels in voorraad geplaatst (zie het artikel van Hans Kristensen in Bijlage I) Wat is de positie van de Nederlandse regering in deze kwesties?
  2. Waarom heeft de Nederlandse regering de kwestie van tactische kernwapens niet opgenomen in haar toespraak in het First Committee/Algemene Vergadering?
  3. De Amerikaanse regering heeft geweigerd de extra teststopconferentie in november bij te wonen en onderneemt kennelijk pogingen om dit punt niet meer bespreekbaar te maken in de VN. Wat is het standpunt van de Nederlandse regering over deze Amerikaanse opstelling?
  4. De sancties die tegen India en Pakistan waren ingesteld oa ivm de atoomproeven van 1998, zijn door de VS deels opgeheven. Wat is het standpunt van de Nederlandse regering hierover?
  5. De mogelijke betrokkenheid van Irak bij de productie van WMD is voor de Amerikaanse regering reden om een grootschalige oorlog tegen dat land te beginnen. Steunt de Nederlandse regering zo een streven?
  6. De aanwezigheid van de kernwapenstaat Israel in het Midden Oosten lijkt het proliferatieproces in het Midden Oosten te versnellen (zie de opmerkingen van president Moebarak van Egypte, Bijlage V onder Midden-Oosten). Wat is het standpunt van de Nederlandse regering hierover?

D. Advies

De belangrijkste kwestie op het gebied van massavernietigingswapens na 11 september lijkt dat van de proliferatie te zijn. Er zijn alternatieve beleidslijnen mogelijk, die sterk van elkaar verschillen en in zekere zin ook haaks op elkaar staan. De Amerikaanse regering lijkt momenteel een steeds unilateraler pad af te wandelen, daarin wordt ze deels gesteund door de andere kernwapenstaten. Dit komt neer op het zelfstandig maatregelen nemen, inclusief oorlog voeren, tegen landen die op de een of nadere manier worden beschouwd als een bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid. Tegelijkertijd wordt daardoor het multilaterale pad overgelaten aan een steeds zwakker wordende coalitie van landen die vinden dat, meer dan ooit, multilaterale verdragen en afspraken een centrale rol dienen te spelen in ontwapeningskwesties.

Tot op zekere hoogte volgt de Nederlandse regering nog steeds de tweede lijn. Desalniettemin wordt deze systematies ondermijnt door de eerste. Daarom wordt de uitvoering van het 13 stappen programma van de NPV toetsingsconferentie van april 2000 (Bijlage IV) steeds onwaarschijnlijker. Dat programma wordt door alle ondertekenaars van het NPV ondersteunt.

De pijnlijke punten lijken ons de volgende:

  • Ondermijning van het multilaterale onderhandelingsproces in o.a. Geneve;
  • Unilaterale in plaats van verdragsgebonden nucleaire ontwapeningsafspraken tussen Rusland en de VS;
  • Unilateraal beleid van de Amerikaanse regering op een groot aantal terreinen waaronder die gerelateerd aan de proliferatie kwestie. Bijvoorbeeld: het verificatieprotocol voor de Biologische wapenconventie, dat op 7 december werd afgewezen door de VS.

Het meest cruciale politieke vraagstuk lijkt ons dan ook de keuze die er momenteel gemaakt moet worden door de Europese landen en anderen voor unilaterale versus multilaterale politiek. Aangezien de huidige Amerikaanse regering deze keuze al gemaakt heeft zal dit in de praktijk neerkomen op het formeren van coalities tegen de Amerikaanse politiek in die gebieden waar internationale verdragen en afspraken selectief en eenzijdig door de VS en andere kernwapenstaten worden nageleefd. Het is van belang om daarvoor coalities te formeren van enig gewicht, willen ze een kans hebben om de unilaterale ontwikkelingen te keren. Hierin speelt de Russische regering een belangrijke rol.