Parenteel van Bronckhorst (vanaf 1530)

Er zijn diverse families van Bronckhorst:

I. van Bronckhorst-Batenburg

zie: Wikipedia
zie: website Bronckhorst

II. van Bronckhorst, notabelen uit Weesp en Amsterdam

zie: Elias, J.E. (1903-1905, herdruk 1963) De vroedschap van Amsterdam 1578-1795, 2 delen (pdf, OCR)
de Doop-, trouw- en begraafboeken van Weesp, die in het Rijksarchief bewaard worden, vangen eerst met het jaar 1671 aan, terwijl ook de notariële protocollen eerst vanaf het jaaar 1623, en dan nog met hiaten, bewaard gebleven zijn. Het zgn. rechterlijk archief van Weesp bezit echter oudere bestanddelen, en wel een serie transportregisters, die in 1578 en een schepenrol, die reeds in 1546 begint (met een hiaat van 1569-1583).
NL 1947 p.325: Van Lockhorst, door Mr. J. W. Groesbeek zie: van Bronckhorst I

III. van Bronckhorst, een familie van kunstschilders

zie: onderstaande genealogie.

IV. van Bronckhorst, in Nederlands-Indië

zie: Nederlandsche Geslachten op Indischen bodem overgeplant. 2e Serie 1848-1863, medegedeeld door W. Wijnaendts van Resandt. De Wapenheraut Jrg.3 (1903)

zie ook: NNBW
Een Montfoortse familie van Hooff, door A. H. DRIJFHOUT VAN HOOFF. Nederlandse Leeuw 1956 p.143 en NL1956 p.164.
De Hervormde Kerk te Oudshoorn uit een heraldisch oogpunt bezien. Raam No. 2, ANF XIII (1900)


  1. VAN BRONCKHORST Gerrit Jacobsz. [Kw.15044]
    * , tuinier

    x Feijske Claesdr. van Doorn [Kw.15045]
    *

    uit dit huwelijk:

    1. VAN BRONCKHORST Johan Gerritsz. [Kw.7522]
      * ca. 1603, kunstschilder te Utrecht; verhuist rond 1650 naar Amsterdam.
      † Amsterdam 11.1661; wrsch. begraven Amsterdam (Oude Kerk) 04-01-1662.
      Wikipedia: Jan Gerritsz. van Bronckhorst (ook: 'Bronchorst') (Utrecht, 1603 - Amsterdam, voor 22 december 1661) was een Nederlands kunst- en glasschilder en etser. Bronckhorst schilderde grootschalige historiestukken, schoorsteen- en zolderstukken, portretten, naakten[1] en allegorieën, aanvankelijk enigszins beïnvloed door het caravaggisme.
      Hij werd opgeleid als glasschilder door Jan Verburgh (1614), en vervolgens, van 1620-1622, in Atrecht en Parijs. Terug in Utrecht (1622) volgde hij lessen aan de Utrechtse tekenacademie van Gerard van Honthorst en bekwaamde zich in het graveren. In 1626 trouwde hij met Catalijntje van Noort, de dochter van een bierbrouwer. In 1628 was hij Brussel om de ramen van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk te restaureren. Hij maakte etsen van schilderijen van Van Poelenburgh, die hem er toe zette zelf te etsen. In 1637 kreeg hij van de stadhouder de opdracht het Beleg van Breda (1637) te etsen.
      Hij trad in 1639 toe tot het Sint-Lucasgilde. In 1646 woonde hij op het Domkerkhof. Meer en meer begonnen zijn werken een classicistische inslag te vertonen, wat hem tot een veelgevraagd schilder van officiële opdrachten maakte, zoals de ramen van de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 1647 en 1658. Rond 1650 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij lid werd van de schutterij.[3] In 1652 werd hij poorter net als vele andere schilders. Hij beschilderde de luiken van het orgel van de Nieuwe Kerk en werkte mee aan de decoratie van het nieuwe stadhuis op de Dam.
      In 1661 werd hij ziek en zou aan het einde van dat jaar zijn begraven in de Westerkerk. Het is niet onmogelijk dat hij op 4 januari 1662 werd begraven in de Oude Kerk. [Gemeentearchief Amsterdam]
      Bronckhorst woonde op de Rozengracht en had twee zonen die in 1650 samen naar Italië trokken en allebei schilderden. Johannes (1627-1656) werd door zijn vader in 1655 onterfd. Gerard (ca 1636-1673) werd in 1670 lid van de Utrechtse vroedschap. De weduwe van Bronckhorst stierf in 1677.
      Volgens Arnold Houbraken is Bronckhorst leraar geweest van Caesar van Everdingen; dat lijkt onjuist, want Van Everdingen was al veel eerder lid geworden van het Utrechtse schildersgilde; wel is er sprake van beïnvloeding.
      Bronckhorst komt voor in Het Gulden Cabinet van de Edel Vry Schilderconst (1662), een werk van de Zuid Nederlandse rederijker Cornelis de Bie.

      bronnen:
      1. Giltaij, J. (1999) Jan Gerritsz van Bronckhorst in: A. Blankert (et al.), Hollands classicisme: in de zeventiende-eeuwse schilderkunst, p. 152. Uitg. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, ISBN 90-5662-120-3
      2. Blankert, A. & L.J. Slatkes (1986), Nieuw licht op de Gouden Eeuw. Hendrick van Bruggen en tijdgenoten, p. 236. Centraal Museum - Herzog Anton Ulrich-Museum Braunschweig.
      3. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
      4. Gemeentearchief Amsterdam

      Jan Gerritsz. van Bronckhorst, kopergravure 1630-1640

      Prent (kopergravure) van P. de Bailliu uit ca. 1650 naar een zelfportret van Jan Bronckhorst uit ca. 1636, uitgegeven door J. Meyssens.

      Aan de achterzijde bedrukt met tekst, afkomstig uit een onbekende publicatie.

      Met een tweede exemplaar, aan de achterzijde onbedrukt, afkomstig uit: J. Meyssens, Images des divers hommes d' esprit (nr. 38838-1).

      vervaardiger:
      J. van Bronckhorst, tekenaar
      P. de Bailliu, graficus

      Slapende nimf
      toegeschreven aan van Bronckhorst

      Graaf Willem IV schenkt Amsterdam in 1342 het stadswapen.
      1650 Jan Gerritsz. van Bronckhorst.

      Graaf Willem IV schenkt Amsterdam in 1342 het stadswapen.
      1650, Jan Gerritsz. van Bronckhorst (1603–1661), 1977, Harry op de Laak (1925); gebrandschilderd glas
      Dit is het oudste gebrandschilderde raam van de Nieuwe Kerk. Het werd geschonken door de Stad Amsterdam, die na de brand van 1645 veel bijdroeg aan de herbouw van de kerk, en is één grote uiting van stedelijke trots. Dat blijkt niet alleen uit de voorstelling: een belangrijke gebeurtenis uit Amsterdams verleden – de schenking van het stadswapen – maar ook uit het toevoegen van de familiewapens van de toenmalige stadsbestuurders.
      Hooggezeten op een troon schenkt graaf Willem IV het stadswapen met drie Andreaskruisen aan een lid van het Amsterdamse stadsbestuur. Van Bronckhorst maakte een knappe compositie waarin de verheven positie van de graaf goed uitkomt. Het deel met de toeschouwers achter een balustrade en vogels in de lucht is niet van zijn hand. Het werd pas in 1977 uitgevoerd, naar ontwerp van Harry op de Laak.

      zie afb. van werken: 1. Gerard van Bronckhorst 1 work 2. Jan Gerritsz van Bronckhorst 6 works

      zie Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) (43 werken)

      bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW):
      BRONCKHORST (Jan Gerritsz. van), schilder en etser, is omstreeks 1603 geb. en in 1661 te Utrecht gest. Reeds in 1614 kwam hij in de leer bij den glasschilder Jan van der Burch. Na ook nog bij twee andere glasschilders gewerkt te hebben, kwam hij in 1620 bij den glasschilder Pieter Matthysz. te Utrecht en 1½ jaar later bij zekeren Chamu te Parijs, waarna hij weer naar Utrecht terugkeerde. 12 Nov. 1626 huwde hij daar Lyntgen van Noort. Voor de stad Utrecht leverde hij in dat jaar ontwerpen van stoelbekleedingen. In 1628 vertoefde hij te Brussel, waar hij voor 260 livres de door de Habsburgers in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Zavel geschonken vensters restaureerde. Hij was dus niettegenstaande zijn jeugdigen leeftijd toen reeds een autoriteit op het gebied der glasschilderkunst, en van 1630 tot 1637 heeft hij te Utrecht tal van bestellingen uitgevoerd.
      28 Aug. 1647 sloot hij een contract met de stad Amsterdam over het beschilderen van een groot venster in de Nieuwe Kerk met de voorstelling hoe graaf Willem IV aan de stad een wapen schonk. Een tweede contract van 15 Sept. 1648 betrof drie andere vensters in dezelfde kerk, waarop een verheerlijking van den vrede geschilderd zou worden. Deze vensters, waarvoor hem in 1651 de som van 12400 gulden werd uitbetaald, zijn niet meer aanwezig. Te Utrecht had hij in 1636 een huis in de Minderbroederstraat gekocht, en was hij in 1639 in het gild getreden. Inmiddel; was hij ook begonnen met etsen en later met schilderen. Gerard van Honthorst beval hem 29 Aug. 1637 bij Huygens aan als een uitstekend etser, waarna hij voor den prins inderdaad op voortreffelijke wijze op zes bladen het beleg van Breda etste. Zijn werkzaamheden te Amsterdam noopten hem, daarheen te verhuizen. Reeds in 1650 was hij er sergeant der schutterij en 29 Jan. 1652 kocht hij er het poorterrecht.
      Hij woonde op de Rozengracht bij de Westermarkt. In 1655 beschilderde hij de deuren van het groote orgel in de Nieuwe Kerk met de geschiedenis van Saul en David, en voor het Stadhuis schilderde hij verschillende zolderingen met allegorische tafereelen en in 1659 een schoorsteenstuk in de Raadzaal met Jethro, die Mozes den raad geeft zeventig oudsten aan te stellen. Dit laatste stuk had hij 27 April 1658 voor 1800 gulden aangenomen, welke som echter 14 Jan. 1660 met 1000 gulden verhoogd werd. Na zijn dood vertrok zijn weduwe weer naar Utrecht, waar ze 23 Sept. 1677 begraven is. Daar hij voornamelijk voor openbare gebouwen werkzaam is geweest, heeft hij maar weinig andere schilderijen gemaakt die dan ook in musea niet veel gevonden worden.
      In het museum te Brunswijk zijn twee stukken met guitaarspelers (1644) in de manier van Honthorst, in het museum te Utrecht een tafereel van Jupiter, die Mercurius last geeft Argus te dooden, en in het Rijksmuseum te Amsterdam twee voorstellingen van het spijzigen der armen (1657), welke laatste twee stukken trouwens afkomstig zijn uit het Oudezijds Huiszittenhuis. Zijn etsen zijn belangrijker dan zijn schilderijen. Het zijn voornamelijk composities van Corn. Poelenburg, en verder eenige uitstekende portretten, o.a. dat van Herman Saftleven. Hij was de vader van bovengenoemden Gerard van Br. In het Prentenkabinet te Amsterdam is zijn anoniem geteekend portret op tienjarigen leeftijd. Een later portret, door hem zelf geschilderd, is door P. Bailliu gegraveerd voor de in 1649 door Meyssens uitgegeven reeks schildersportretten.

      x Utrecht 12.11.1626 VAN NOORT Leonora [Kw.7523] (Catalijntje, Lyntgen), dr. van Jan Cornelisz., bierbrouwer.
      * ; verhuist rond 1650 naar Amsterdam; als weduwe keerde ze naar Utrecht terug.
      begr. 23.07.1677
      uit dit huwelijk:

      1. VAN BRONCKHORST Geertruyd [Kw.3761]
        *

        x Utrecht 01/08.06.1674 DE CRAEN VAN HAEFTEN Nicolaas [Kw.3760], zn. van Jacob en Margaretha van Berck.
        ~ Utrecht 25.08.1653; j.u.d. Harderwijk 1678, advocaat Hof van Utrecht
        begr. Utrecht 17.01.1711

      2. VAN BRONCKHORST Gerard
        * Utrecht ca. 1637; 1670 lid van de Utrechtse vroedschap
        † Utrecht 01-04-1673
        bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW):
        BRONCKHORST (Gerard van), de zoon van den volg., is omstreeks 1637 te Utrecht geboren, en daar 1 April 1673 gest. Na een langdurig verblijf in Italië komt hij 14 Oct. 1664 te Amsterdam voor, en was van 1665 tot 1667 deken van het gild te Utrecht. 25 Juli 1667 trad hij als zoodanig af, omdat hij niet meer schilderde. Hij werd in 1670 raadslid te Utrecht en 1671 kameraar. Hij was gehuwd met Margaretha van Berck, die hem overleefde. Zijne italiaansche landschappen komen slechts weinig voor; er zijn er in de musea te Rotterdam en te Schwerin, het laatste met een Diana en haar gevolg.
        Zie: Muller, Utr. Schildersvereenigingen 33, 131; Oud- Holland XXII, 5; Chronique des arts 1891, 124; Thieme und Becker, Allg. Lexikon bild. Künstler, in voce.

        x Margaretha van BERCK [Kw.7521], dr. van Nicolaas en Isabella van Heurn.
        * Utrecht 06.02.1632
        † vóór 30.03.1689

      3. VAN BRONCKHORST Johannes
        * Utrecht 1627
        † Utrecht 1656
        werd door zijn vader in 1655 onterfd.


NNWB:
BRONCKHORST (Pieter Anthonisz. van), geb. te Delft 16 Mei 1588 en overl. 21 Juni 1661, bezocht in zijn jeugd Frankrijk. 7 Mei 1609 woonde hij op het Marcktveld te Delft en was gehuwd met Jacobmyna Bronckhorst. In 1655/56 was hij er hoofdman van het gild. Een in 1622 voor de vierschaar in het stadhuis geschilderd Oordeel van Salomo is niet meer aanwezig. Overigens schilderde hij voornamelijk kerkinterieurs en heeft ook verschillende landschappen van Pieter Stael gestoffeerd; een dergelijk van 1616, met een Offer van Abraham, is in particulier bezit te Düsseldorf. Hij was de vader van Claes van Bronckhorst (kol. 254).
Zie: Obreen's Archief I, 59, 60; VI, 6; Bleyswyck, Beschryvinge van Delft 857; Havard, L'art et les artistes hollandais III, 151-153; Hofstede de Groot, Arnold Houbraken 467; Thieme und Becker, Allg. Lexikon bild. Künstler, in voce.


BRONCKHORST (Claes Pietersz. van), de zoon van Pieter Anthonisz. van Br. (kol. 256), kwam 26 Maart 1641 in het gild te Delft en wordt daar nog tot in 1644 vermeld. Hij heeft stillevens en bedelaarstafereelen geschilderd die echter slechts bekend zijn uit de vermelding in oude inventarissen,
Zie: Obreen's Archief I, 36; Oud- Holland VI, 290.


BRONKHORST (Jan), plaatsnijder, is vóór 1725 gestorven. Hij was de vader van Huybert Bronckhorst.
Zie: Obreen's Archief III, 222.


Adam van Noort (1561/1562 – 1641) was een Zuid-Nederlands schilder uit Antwerpen[1].
Hij was de zoon van Lambert van Noort uit Amersfoort. Hij bezocht Italië en werd in 1587 meester te Antwerpen. Hij had tal van leerlingen waaronder Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens, Hendrik van Balen en Sebastiaen Vrancx. In 1598-99 was hij deken van het Sint Lucasgilde te Antwerpen. Hij was ook lid en deken van de rederijkerskamer De Violieren.

Terug naar begin

Link naar overige parentelen
Surname Index
Links
Contact information

Index van Achternamen

  1. van Bronckhorst

Terug naar begin

Updated: 10 November 2011

This is an Antenna logo website