Amnesty International: Grove schendingen in Oost-Timor en West-Papua. Afgelopen zomer bracht Amnesty International rapporten uit over West-Papua en Oost-Timor. Ondanks herhaalde verzoeken aan de Indonesische regering is het Amnesty nog altijd niet toegestaan het land te bezoeken om zelf de voortdurende mensenrechtenschendingen te onderzoeken. Het reisverbod geldt ook voor Oost-Timor. Amnesty uit twijfels over uitspraken van Suharto in augustus 1990 dat er in zijn land meer aandacht zal komen voor de mensenrechten en grotere politieke vrijheid. In de praktijk gaan de ernstigste schendingen van mensenrechten echter door. Berichten over misdrijven en schendingen worden door de Indonesische autoriteiten niet onderzocht; schuldigen worden niet bestraft. Amnesty is van mening dat sinds Indonesia lid is geworden van de Mensenrechtenkommissie van de Verenigde Naties de regering er niet meer omheen kan met alle middelen ervoor te zorgen dat de mensenrechten in alle opzichten worden geeerbiedigd en dat de grondbeginselen van het internationaal recht worden erkend en gehandhaafd in de processen. Amnesty heeft zelfs aan de deelnemende regeringen van de IGGI gevraagd de mensenrechtensituatie in de besluitvorming een rol van betekenis te laten spelen. West-Papua Het rapport over West-Papua lijkt in veel opzichten op eerdere verslagen. Er is volgens Amnesty dan ook sprake van een kontinue patroon van mensenrechtenschendingen. Vooral de Papua's die geloven in het onafhankelijkheidsideaal zijn het slachtoffer van politieke gevangenname, marteling, mishandeling en buitengerechtelijke exekutie. Ook vluchtelingen, die al dan niet uit vrije wil terugkeren uit Papua New Guinea, lopen een verhoogd risiko. Enkele vluchtelingen werden na (gedwongen) terugkeer gevangengenomen en soms mishandeld of gemarteld. In het rapport wordt uitgebreid ingegaan op de problemen van de vluchtelingen in PNG. Er zijn op dit moment naar schatting 130 politieke gevangenen uit West-Papua, die straffen tot levenslang uitzitten. De meesten werden veroordeeld op grond van de kontroversieele anti-subversiewet uit 1963. Volgens Amnesty zijn tenminste 80 van hen gewetensgevangenen, die zijn veroordeeld op grond van hun politieke ideeen of aktiviteiten zonder dat zij daarbij geweld hebben gebruikt. Hieronder bevinden zich 37 mensen die zijn gearresteerd tijdens een vreedzame vlaghijsing op 14 december 1988 (straffen tot twintig jaar) en tenminste 30 anderen wegens het bedenken van plannen om deze vlaghijsing een jaar later te herdenken. Een politie-agent werd veroordeeld tot 13 jaargevangenisstraf omdat hij kopieen met de tekst van een patriotisch lied aan studenten had uitgedeeld. Vier anderen, die een week voor hun arrestatie asiel hadden gevraagd bij het konsulaat van PNG, werden veroordeeld tot straffen varierend van zes tot twaalf jaar. Amnesty meent dat de tegen deze politieke gevangenen gevoerde processen niet beantwoorden aan de internationaal geformuleerde eisen van eerlijkheid. In de afgelopen jaren heeft Amnesty regelmatig berichten ontvangen overmarteling en mishandeling van politieke gevangenen uit West-Papua. De Indonesische veiligheidstroepen zijn tevens verantwoordelijk voor tenminste een 'verdwijning' en de standrechtelijke exekutie van een aantal burgers zowel in West-Papua zelf als over de grens met PNG. Een van de slachtoffers was de 22-jarige Soleman Daundi. Hij werd verdacht van deelname aan de vlaghijsingsceremonie en dook onder. Op 13 mei 1990 gaf hij zich over aan de militaire autoriteiten in het dorp Napdari. Korte tijd later werd de jongen volgens ooggetuigen door soldaten neergeschoten, zijn hoofd werd afgehakt en op demonstratieve wijze langs verschillende dorpen naar het plaatselijke militaire hoofdkwartier gebracht. Mecky Salosa De dood deze zomer van verzetsleider Mecky Salosa onder verdachte omstandigheden wordt vanzelfsprekend nog niet beschreven in het rapport. Wel wordt beschreven hoe Salosa op 22 juli 1990 door de PNG-regering werd gedeporteerd naar Indonesia, waarhij al in 1979 naartoe was gevlucht. Ook in PNG heeft Salosa enige tijd in de gevangenis gezeten vanwege betrokkenheid bij de ontvoering van een Zwitserse piloot en een onderwijzer halverwege de tachtiger jaren. In december 1989 werd hij gearresteerd op grond van verboden wapenbezit. Op 18 maart 1991 werd Salosa in een proces, dat door Amnesty ook wordt afgeschilderd als oneerlijk, veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf wegens subversie. Amnesty beschikt over getuigenissen dat Salosa tijdens zijn gevangenschap werd gefolterd, waarbij de nagels van zijn handen en voeten zijn uitgetrokken en de tanden uit zijn mond werden geslagen. Oost-Timor Ook het rapport over Oost-Timor is een regelmatig terugkerend verslag van mensenrechtenschendingen; ditmaal de weerslag van Amnesty's verklaring aan de Dekolonisatiekommissie van de Verenigde Naties in New York. In het rapport konkludeert Amnesty dat de mensenrechtensituatie in Oost-Timor het laatste jaar verslechterd is wat betreft detentie van korte duur, folteringen en mishandelingen van vermeende politieke tegenstanders. Amnesty vermoedt 'dat het daarbij gaat om een systematische strategie om echte en vermeende tegenstanders van de (Indonesische, red.) regering uit te schakelen'. Daarnaast blijven berichten binnenkomen over standrechtelijke exekuties, honderden onopgeloste gevallen van 'verdwijning' en het vasthouden van tenminste negen Fretilin-aanhangers, die zijn veroordeeld in processen die volgens Amnesty niet voldoen aan de internationale rechtsnormen. Sinds eind 1988 werden meer dan vierhonderd mensen aangehouden wegens betrokkenheid bij akties in verband met het streven naar onafhankelijkheid. Het betreft hier in veel gevallen geen Fretilin-aanhangers, maar studenten en andere jongeren. Ook worden ambtenaren, arbeiders en boeren beschuldigd van anti-Indonesische ideeen of aktiviteiten. Ook familieleden van vermeende aktivisten lopen een verhoogd risiko. De arrestanten worden vastgehouden in militaire kommandoposten en niet-officieele gevangenissen en werden 'zeer waarschijnlijk' mishandeld of gefolterd. Vaak was er geen sprake van een formele aanklacht of proces. Deze detenties van korte duur worden eveneens gebruikt om via dwang en intimidatie politieke inlichtingen te krijgen. In het rapport wordt vermeld dat in 1990 en begin 1991 tenminste dertig Timorezen door vermoedelijk buitengerechtelijke exekuties om het leven zijn gebracht. Een aantal van de terechtstellingen kon later worden bevestigd. Sinds de zogenaamde 'opening' van Oost-Timor in januari 1989 is een aantal personen gearresteerd, mishandeld en gemarteld nadat zij geprobeerd hadden informatie over mensenrechtenschendingen door te spelen aan bezoekers. Niet alleen het volk van Oost-Timor, ook toeristen en andere bezoekers worden nauwgezet in het oog gehouden. Amnesty International, Indonesia - Continuing Human Rights Violations in Irian Jaya, April 1991, AI Index: ASA 21/06/91 (38 pagina's). Amnesty International, East Timor - Amnesty International Statement to the United Nations Special Committee on Decolonization, August 1991. AI Index: ASA 21/14/91 (26 pagina's). Beide rapporten zijn te bestellen bij Amnesty International,Keizersgracht 620, 1017 ER Amsterdam, telefoon 020-6264436.