RECENSIE LBH-rapport: Mensenrechten in Indonesia anno 1990 door: A.C. Onlangs is verschenen: de 'Laporan keadaan hak asasi manusia di Indonesia 1990' (Verslag over de fundamentele mensenrechtensituatie in Indonesia), uitgegeven door de Yayasan Lembaga Bantuan Hukum Indonesia in Jakarta, het LBH. In dit verslag van 238 pagina's, hierna aangeduid als 'Laporan', worden de toestanden en gebeurtenissen met betrekking tot de mensenrechten in Indonesia gedurende 1990 uitvoerig belicht. Schendingen van de mensenrechten in Indonesia vormen reeds jaren een probleem. De konferentie over de mensenrechten in Indonesia, gezamelijk georganiseerd in november vorig jaar in Utrecht door het Komitee Indonesia, INDOC en SIM, heeft dit probleem benadrukt in zijn verschillende aspekten. Scherpe kritiek is ook geleverd door politiek Nederland op de notitie van de minister van buitenlandse zaken, Van den Broek, die een te rooskleurig beeld schetst van de mensenrechtensituatie in Indonesia. Het is daarom van groot belang dat nu uit Indonesia zelf een verslag is verschenen gebaseerd op feiten die dit probleem in al haar schrilheid openlegt. Wat zeker onze waardering verdient, is het feit dat dit keer de 'Laporan' het resultaat is van een vruchtbare samenwerking van het LBH met andere NGOs, zoals INSAN (Informasi dan Studi Hak-hak Asasi Manusia, Informatie en Studie Fundamentele Mensenrechten), JARIM (Jaringan Informasi Masyarakat, Netwerk Sociale Informatie), LSKB (Lembaga Studi Kesehatan Bandung, Instituut voor GezondheidsstudieBandung), YLKI (Yayasan Lembaga Konsumen Indonesia, Stichting Konsumentenbelangen Indonesia) en WAHLI (Wahana Linkungan Hidup Indonesia, Indonesische Milieu-organisatie). Hierdoor geeft de 'Laporan' een meer alomvattend beeld van de mensenrechtensituatie in Indonesia. Holle frasen Indonesia is een ontwikkelingsland en sinds het eind van de zestiger jaren legt de regering haar prioriteiten op de ekonomische opbouw gekoppeld aan een hard beleid voor instandhouding van wat zij 'politieke stabiliteit en nationale veiligheid' noemt. Het eerste hoofdstuk van de 'Laporan' besteedt aandacht aan de funeste gevolgen hiervan voor de bevolking. Nog altijd is de anti-subversiewet van 1963 een middel om akties tegen onrecht als ondermijnend te betitelen en gewelddadig te onderdrukken. Het recht op vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering wordt door deze wet tot holle frasen gemaakt. Dit blijkt onder meer uit de zware straffen opgelegd aan studenten uit Yogya en Bandung. Het beleid van de 'floating masses' op het platteland ontneemt de boerenbevolking het recht op aktieve deelname aan de politiek, wat zeker een grote belemmering is voor een werkelijk demokratische samenleving. De dubbelfunktie van de Indonesische strijdkrachten bevestigt slechts hun strategische positie als 'politieke stabilisator'. Het is daarom niet verwonderlijk dat in deze politieke struktuur 'keterbukaan' (openheid), zoals in de 'Laporan' wordt gekonstateerd, niets anders kan betekenen dan een versterking van de politieke legitimiteit van de bestaande orde (pagina 51). Wat deze 'keterbukaan' voor de overheid inhoudt, hebben wij recentelijk kunnen zien aan haar negatieve reaktie op de oprichting van het 'Demokratisch Forum' en de 'Liga voor Herstel van de Demokratie' in Jakarta. In een interview met het weekblad Time (08.04.91) verweet generaal Suharto de voormalige Amerikaanse ambassadeur van Indonesia, Paul Wolfowitz, dat zijn uitspraak voor meer openheid in Indonesia heeft geleid tot een 'politieke kwestie die is geintensiveerd en verergerd'. De 'Laporan' gaat ook uitgebreid in op de ekonomische, sociale en kulturele gevolgen van de ontwikkeling op de verschillende bevolkingsgroepen. Zij konstateert terecht dat aan de ene kant Indonesia jaarlijks een substantiele groei kent en het bruto nationaal produkt (BNP) vermeerdert, aan de andere kant echter de kloof tussen rijk en arm steeds wijder wordt. De snelle groei van de konglomeraten en het bankwezen hebben geleid tot een enorme kapitaalskoncentratie, maar ook tot verpaupering van de bevolking. De grond in het bijzonder, opgekocht voor de agro-industrie en als onroerend goed, heeft de verdrijving van grote delen van de boerenbevolking van hun land tot gevolg gehad. Deze rurale 'overbevolking' kan niet opgevangen worden in de industrie en komt in de informele sektor in de grote steden terecht. Maar ook hier worden zij door verschillende gemeentelijke verordeningen en besluiten van hun ekonomische bestaansrechten beroofd, zoals het geval is met bijvoorbeeld de becakrijders en de 'pedagang asongan' (de straatventers). Hoofdstuk twee van de 'Laporan' beschrijft het armzalige lot van deze verschillende bevolkingsgroepen. In hoofdstuk drie wijst de 'Laporan' op de kloof tussen de wetgeving ter bescherming van een leefbaar milieu en de praktijk, waarin voor veel bedrijven overtreding van de bepalingen meer regel is dan uitzondering. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg en de konsumentenbelangen. Levende getuigen De 'Laporan' konstateert dat de opbouw van het land nooit de belangen van de armen en de zwakken heeft gediend. 'Zij zijn er de levende getuigen van van hoe op zeker moment in deze Republiek de wetgeving aan de ene kant door de bedrijven gebruikt werd om het gezag van de regering te legitimeren en aan de andere kant als instrument om de kwetsbare lagen van de bevolking te verjagen. Zij zijn de historische getuigen die straks aan de komende generatie zullen bevestigen dat de fundamentele rechten van de mens nooit en te nimmer een punt van overweging zijn geweest bij het formuleren van de bepalingen en het beleid van de opbouw' (pagina 143). Uit de 'Laporan' blijkt dat er bewegingen en krachten zijn opgekomen die tegen de schendingen van de mensenrechten vechten en die streven naar een alternatief beleid voor de opbouw van Indonesia. Zij streven naar een werkelijke openheid en demokratisering en eisen het herstel van alle burgerrechten voor politieke gevangenen. Hoewel wij ons ervan bewust zijn dat deze krachten nog zwak zijn en kampen met grote moeilijkheden, zijn zij de krachten voor de toekomst. Nederland, die de naam heeft mensenrechten hoog in het vaandel te dragen, zou deze krachten met alle mogelijke middelen moeten steunen. Dit zou zeker overeenstemmen met de algemene trend van ontwikkeling in de wereld: een nee tegen diktatuur en onderdrukking. Waardevolle dokumentatie De politieke essentie van de kwestie Oost-Timor en de politieke en sociaal-ekonomische achtergronden van het verzet van de bevolking in West-Papua en Aceh worden in de 'Laporan' niet uiteengezet. Ook over de politieke en burgerrechten, waarvan de politieke ballingen na vijfentwintig jaar nog steeds beroofd zijn, wordt geen duidelijk standpunt ingenomen. Met begrip voor de beperkingen die de samenstellers van deze 'Laporan' hebben moeten ondervinden als gevolg van de politieke verhoudingen en eventuele eigen individuele inschatting, zijn wij van mening dat de 'Laporan' een waardevolle dokumentatie is voor allen die zich inzetten voor het verwezenlijken van een humane, demokratische samenleving in Indonesia.