Bezoek minister Pronk en de Molukken door: Mariel Otten Minister Pronk heeft afgelopen zomer een 8-daags bezoek gebracht aan de Molukken. Hij deed daarbij de eilanden Ambon, Seram, Buru, Ternate, Halmahera, Banda Neira, Kai, Aru en Tanimbar aan. Tijdens het bezoek (van 28 juli tot 11 augustus) kondigde hij een verhoging aan van de Nederlandse hulp aan deze provincie van 10 tot 30 miljoen gulden binnen enkele jaren. Op dit moment gaat nog geen tien miljoen van de 182 miljoen guldens aan Nederlands ontwikkelingsgeld naar de Molukken. De extra hulp (in feite een ombuiging van het reguliere bedrag aan ontwikkelingshulp voor Indonesia) moet ertoe bijdragen dat de Molukkers zich in plaats van houtexploitatie gaan storten op de teelt van specerijen. Pronk beschouwt het gebaar als een soort 'rehabilitatie'voor het koloniale verleden, dat op de Molukken in tegenstelling tot hier in Nederland wel is verwerkt, aldus de minister. Milieu Minister Pronk bleek onder de indruk van de toenemende 'openheid' in Indonesia. Als voorbeeld noemde hij dat de Molukkers zelf het probleem van de ontbossing aankaarten en het de desa-hoofden zijn die het protest tegen de ontbossing organiseren. De desa-hoofden hebben minister Harahap, van bosbouw, een brief gestuurd waarin ze op grond van tien argumenten protesteren tegen de ontbossing. Daar blijft het dan bij, want ook Pronk ziet in dat Indonesia de inkomsten uit de houtindustrie hard nodig heeft. Bij zijn bezoek aan het eiland Tanimbar stelde Pronk kritische vragen over de in april van dit jaar aan PT Alam Nusa Segar verleende konsessie voor de exploitatie van 164.000 ha, zo'n dertig procent van het hele eiland. Zijn kollega-minister, Hasjrul Harahap, van bosbouw, reageerde met de mededeling dat 'wij de bevolking niet laten kreperen door met de houtkap te stoppen' (Jakarta Post, 09.08.91). De ongebreidelde houtkap zorgt al enige decennia voor export-inkomsten buiten de olie- en gassektor. Uit Indonesische kranten zijn tegenstrijdige geluiden te beluisteren: enerzijds looft Pronk de overheid voor haar bosbeleid, anderzijds bekritiseert hij diezelfde overheid juist op haar onverantwoord milieubeleid. Pronk heeft Indonesia speciale hulp aangeboden bij verbetering van dat beleid. Het geld is bedoeld om de milieu-inspektie te versterken door training van het personeel en het ter beschikking stellen van apparatuur. Armoede Behalve onder de indruk van de 'openheid' was Pronk ook onder de indruk van de armoede, met name onder de bevolking van de krottenwijken bij Ambon-stad, waar naar schatting 50.000 mensen leven, en onder de 'autochtone' bevolking op Buru en Seram. Met 'autochtone' bevolking bedoelt Pronk kennelijk de 'inheemse' bevolking, bijvoorbeeld de Alfuren, waarvan de deplorabele leefomstandigheden worden vergeleken met de Australische Aborigenes. Van de (autochtone) Molukse bevolking leeft (volgens Indonesische cijfers) veertig procent onder de armoedegrens tegen 20% op Java en Bali. Daarnaast wordt de Molukse bevolking bedreigd door de komst van transmigranten, die thans al bijna de helft van de totale bevolking uitmaken. Gedurende het vierde Vijfjarenplan (1984-1989) werden onder het officieele programma 8.368 transmigranten naar de Molukken overgebracht. De eilanden worden geexploiteerd, maar de Molukse bevolking profiteert niet mee van deze 'ontwikkeling'. Zo uitte Pronk zorgen over de toeristische exploitatie van de Molukse stranden die alles te maken zou hebben met de behoefte aan buitenlandse deviezen en weinig met de verbetering van de levensstandaard van de plaatselijke bevolking. Moluks verzet De opmerking van Pronk in De Volkskrant van 13 augustus j.l. 'Niks heb ik gemerkt van de vrijheidsstrijd op de Molukken' zette in de Molukse gemeenschap in Nederland kwaad bloed. Ingezonden brieven waren het gevolg. Pronk baseerde de opmerking op het feit dat niemand hem op het issue heeft aangesproken. Voor iemand die onder de indruk is van de 'openheid' in Indonesia moet dit wel een doorslaggevend argument zijn. De Homeland Mission 1950, een organisatie die sinds 1985 jaarlijks voor de Verenigde Naties in Geneve de mensenrechtenschendingen en de kwestie van zelfbeschikking voor de inheemse volken op de Molukken aan de kaak stelt, vroeg zich in een reaktie af wat minister Pronk denkt van het jaarlijks protest op 25 april, waaraan steeds meer Molukkers deelnemen. Op die datum, de herdenkingsdag van de oprichting van de RMS (Republik Maluku Selatan, Republiek der Zuid-Molukken), wordt op ceremonieele wijze de RMS-vlag gehezen. Dit jaar resulteerde de aktie in vierhonderd arrestaties. De arrestanten werden mishandeld. Het eiland Saparua werd gedurende de maand april afgesloten van de buitenwereld. De namen van achthonderd Molukkers kwamen in een verdachtenregister terecht. Leden van de Homeland Mission benadrukken dat er onder de Molukse bevolking veel kritiek is tegen het transmigratiebeleid en de groeiende Javaanse dominantie op de Molukken. De gouverneur en sinds kort zelfs de burgemeester van Ambon-stad zijn Javanen. Geen inmenging Tijdens het bezoek gaf Indonesia's minister van ekonomie, financieen en industrieele zaken, Radius Prawiro, de beperkingen van de 'openheid' aan: Pronk kan zich beter niet bemoeien met de interne aangelegenheden van het land, 'Indonesia zal zich niet de wet laten voorschrijven door de IGGI of welk donorland dan ook' (De Volkskrant, 30.07.91). De Indonesiers nemen het Pronk kennelijk kwalijk dat hij het doet voorkomen alsof het Nederland is die het opneemt voor deze regio. De Indonesische overheid kondigt echter al enkele jaren aan dat er meer aandacht zal komen voor de ontwikkeling van oostelijk Indonesia.Overigens stelt ook de Wereldbank zich, onder meer in het jaarrapport over 1990, kritisch op tegenover het achterblijven van deze regio. Java met ruim 60% van de totale bevolking neemt de helft van het BNP (BrutoNationaal Produkt) voor rekening, terwijl het maar 7% van het totaleoppervlak beslaat. Het Oostelijk deel van Indonesia is over het algemeen dunbevolkt maar uitgestrekt en telt vele natuurlijke hulpbronnen. Terug in Nederland nam Pronk wraak en bleek zijn vertrouwen in de Indonesische 'openheid' toch wankel: 'Er mag best diskussie zijn. Andere Aziatische landen worden veel kritischer bejegend dan Indonesia. Zij aksepteren dat en praten terug. Ze zeggen niet: je mag geen kritiek hebben. Het Indonesische parlement loopt zo'n jaar of twintig achter wat betreft het voeren van een dialoog op voet van gelijkheid' (De Volkskrant, 13.08.91). Bronnen: Jakarta Post, 08.08.91; 09.08.91; 12.08.91; Volkskrant, 30.07.91; 02.08.91; 09.08.91; 13.08.91; 15.08.91; 'From the Peoples of the Moluccas - A Human Rights Appeal - A Statement for Submission to the Ninth Session of the Working Group on Indigenous Populations', Homeland Mission, Geneva, July 22-August 2, 1991; Onze Wereld, september 1991.