Oosttimorese voetbalspelers vragen asiel Eind mei vroegen vier Oosttimorese voetbalspelers politiek asiel aan in Australia. De voetballers waren in Australia om met hun, door Bank Summa gesponsorde, team deel te nemen aan het Arafura-sporttoernooi. Twee spelers, Joao Ribeiro en Julio Rego, bereikten met goed georganiseerde steun van Oosttimorezen in Darwin via Sydney de Portugese ambassade in Canberra. Daar kregen zij Portugese paspoorten. Op 30 mei kwamen zij in Portugal aan. De beide voetballers verklaarden op een perskonferentie in Australia dat zij in Oost-Timor op een verdachtenlijst stonden, omdat zij deel hadden genomen aan de organisatie van de demonstraties bij het Pausbezoek eind 1989. Twee andere leden van het voetbalteam, Francisco Gama en Francisco Lam, vluchtten naar het plaatselijke immigratiekantoor in Darwin, waar zij politiek asiel aanvroegen. De overige elf spelers aanvaardden in zeer emotionele staat de terugtocht naar Dili. Dat gebeurde na een anderhalf uur durend overleg met de Fretilin-vertegenwoordiger in Darwin, Alfredo Fereira, vertegenwoordigers van het Australische ministerie van immigratie en de Portugese ambassade en een Australische advokaat. Alfredo Fereira verklaarde later dat de spelers besloten hadden terug te keren omdat 'hun familieleden daar waren en het hun land was'. Reakties Het incident bracht verschillende reakties bij de Indonesische autoriteiten teweeg. De Indonesische konsul in Darwin noemde de affaire 'een zaak die Indonesia in verlegenheid brengt'. Hij stelde dat het van Jakarta af zou hangen of dergelijke bezoeken in de toekomst toegestaan zouden worden en dat het incident de goede betrekkingen tussen Australia en Indonesia schade berokkende. De door Indonesia aangestelde gouverneur van Oost- Timor, Mario Carrascalao, sprak het vermoeden uit dat het incident te maken zou hebben met financieele problemen van de spelers of zorgen over mogelijke werkeloosheid. In feite echter verdienen de spelers een voor Oosttimorese begrippen zeer hoog salaris van ongeveer honderdtwintig gulden per maand plus bonus- uitkeringen. Daarnaast hebben velen ander werk. De Indonesische minister van buitenlandse zaken, Ali Alatas, deed het hele gebeuren af als een 'grap', terwijl de opperbevelhebber van de Indonesische strijdkrachten, generaal Try Sutrisno, het een 'familiehereniging' noemde. Vice-president Sudharmono nam de affaire zo serieus dat hij de minister van jeugd- en sportzaken, Akbar Tanjung, vroeg een onderzoek in te stellen. Laatstgenoemde stelde dat 'het als een volslagen verrassing gekomen was. We hebben ons nooit voorgesteld dat zoiets zou kunnen gebeuren'. Intussen hebben de vier voetbalspelers het Internationale Rode Kruis en Amnesty International verzocht al het mogelijke te doen om hun familieleden tegen mogelijke represaillemaatregelen te beschermen. Bronnen: Northern Territory News, 30.05.91; Publico, 31.05.91; Diario de Noticias, 31.05.91; Jakarta Post, 30.05.91, 31.05.91 en 3.06.91. **************** Waarschuwing Belo: terreur in Oost-Timor De rooms-katholieke bisschop van Oost-Timor, Ximenes Belo, heeft op maandag 21 oktober j.l. tegenover het radiostation TSF in Lissabon gewaarschuwd voor toenemende repressie in Oost-Timor door het Indonesische bezettingsleger. De bisschop uitte de waarschuwing in het licht van voorbereidingen voor een bezoek aan Oost-Timor door een groep Portugese parlementariers in november. Belo maakte gewag van 'enorme misbruiken tegenover het volk' in een poging om protesten tijdens het parlementaire bezoek te voorkomen. Belo zei dat de Indonesische bestuurders en troepen er alles aan doen om de bevolking te intimideren, opdat de internationale gemeenschap onkundig blijft van het Oosttimorese verzet. 'De mensen worden gewaarschuwd niet te spreken en niet te protesteren, omdat, als zij dit doen, zij worden gedood'. Oost-Timor wordt sinds 1975 door Indonesia bezet en de parlementaire missie is door de VN georganiseerd in de hoop dat daardoor de voorwaarden kunnen worden geschapen voor een politieke regeling van de kwestie. De VN erkennen de feitelijke heerschappij van Indonesia over Oost-Timor niet. Uit: De Volkskrant, 22.10.91. ********* Portugese parlementariers bezoeken Oost-Timor Begin november zal een delegatie van Portugese parlementariers afreizen voor een bezoek van elf dagen aan Oost-Timor. Onderhandelingen over de voorwaarden van dit bezoek vonden gedurende een aantal jaren plaats onder auspicieen van de Verenigde Naties (VN). Op 13 september werd een officieel dokument van de VN ten behoeve van de Algemene Vergadering vrijgegeven, waarin de tussen de Indonesische en Portugese regering overeengekomen voorwaarden staan vastgelegd. Eind september vertrok een voorbereidende missie bestaande uit Moreira de Andrade (Portugees parlement), Francisco Ribeiro Telles (lid Portugese VN-delegatie), drie personen van de VN en twee Indonesiers (waaronder een vertegenwoordiger van het Indonesische parlement) naar Oost-Timor. Voorwaarden Een van de meest opvallende punten in de overeenkomst tussen Indonesia en Portugal is dat het bezoek tot doel zal hebben om informatie uit de eerste hand te verzamelen en niet onderzoekend van karakter is. De Portugese delegatie zal bestaan uit dertien parlementariers, dertien ambtenaren en tien journalisten. Indonesia mag eveneens tien journalisten aanwijzen die met de parlementariers meereizen. Daarnaast zullen twaalf internationale journalisten aangewezen worden, zes door Portugal en zes door Indonesia. De Portugese parlementariers worden verder vergezeld door vertegenwoordigers van de VN. De leden van de Portugese delegatie hebben geen speciale visa nodig. Het hoofd van de Portugese delegatie zal samen met de vertegenwoordigers van de VN tijdens de overstap in Jakarta een beleefdheidsbezoek brengen aan de voorzitter van het Indonesische parlement. Indonesisch scenario Oost-Timor-solidariteitsgroepen in Japan, Australia, Frankrijk, Portugal, Canada, Engeland en Nederland hebben hun verontrusting uitgesproken over de mogelijke repressie die plaatsvindt voor, tijdens en na het bezoek. In de overeenkomst tussen Portugal en Indonesia is opgenomen dat de Portugese delegatie vrij is wie dan ook te spreken en dat personen die dat willen toegestaan wordt met de delegatieleden te spreken. Verder staat vermeld dat geen akties, inklusief akties met een veiligheidskarakter, ondernomen mogen worden door de Indonesische autoriteiten welke werkelijke of potentieele kontakten kunnen benadelen. Tijdens het bezoek kan de delegatie wensen voor kontakten kenbaar maken, maar of die gerealiseerd kunnen worden hangt van logistieke mogelijkheden af. Er worden in de overeenkomst weinig garanties gegeven voor de veiligheid van mensen die de Portugese delegatie ontmoeten of zouden willen ontmoeten. Bovendien wordt de overeenkomst door de Indonesische autoriteiten geschonden. Zo zijn er sinds augustus nieuwe Indonesische troepen in Oost-Timor geland. Het zou gaan om meer dan vijfduizend soldaten (bataljons 212 en 330 en infantriebataljons 127, 164, 307, 414 en 612). Uit een rapport van de Indonesische inlichtingendienst (december 1990), dat in september door het Oosttimorese verzet naar buiten werd gesmokkeld, blijkt dat ruim twee miljoen gulden extra uitgetrokken wordt voor operatie 'Elang' ('Kiekendief'). De kosten betreft de financiering van speciale eenheden van de inlichtingendienst die in alle distrikten operationeel moeten zijn. In een ander dokument dat door het verzet naar buiten is gebracht, wordt melding gemaakt van speciale paramilitaire eenheden. Deze eenheden worden opgeleid en ingezet om de bevolking te intimideren en verzetskanalen bloot te leggen. Het gaat om de volgende eenheden: * Regu Gelap, samengesteld uit ex-guerrilla's die gevangen zijn genomen of zich over hebben gegeven. Doel van de eenheid is Xanana Gusmao, vlak voor of tijdens het bezoek van de Portugese parlementariers dood dan wel levend in handen te krijgen. Leden van de groep zijn gedwongen deel te nemen onder bedreiging van de dood. * Regu Railakan, samengesteld uit jongeren met de speciale opdracht om terreur uit te oefenen en zoveel mogelijk verwarring te provoceren en zaaien. Aan deze groep nemen ook Indonesische soldaten deel. * Regu Ninja-Petrus (gemaskerde personen, die bekend door een groot aantal moorden; in 1983/84 opereerden zij in Indonesia als doodseskaders), samengesteld uit Indonesische soldaten die patrouilleren in de straten van Dili en regelmatig 'huiszoekingen' uitvoeren. De leden zijn uitgerust met automatische geweren, walky-talkies, nachtkijkers en geavanceerde video-kamera's. Daarnaast zullen andere groepen gevormd worden, bestaande uit verschillende personen, waaronder mensen uit West-Timor die bij voorkeur het Tetum (Timorese taal) beheersen. Een speciale groep zal voorzien worden van petjes, vlaggen en spandoeken die het Fretilin-symbool dragen. Opzet is dat zij de delegatie welkom heten onder het roepen van leuzen voor de aansluiting van Oost-Timor bij Indonesia. Aan andere groepen nemen Indonesische militairen deel. Hun missie is zoveel mogelijk verwarring te zaaien en met de eerstgenoemde groep slaags te raken, zodat Indonesische troepen in kunnen grijpen en leden van de Portugese delegatie 'in veiligheid' gebracht moeten worden. Opzet van de Indonesische scenario's die totnutoe bedacht zijn, is de Portugese delegatie de indruk te geven dat de hele bevolking, waarbij inbegrepen de aanhangers van het Fretilin, vrijwillig voor integratie gekozen hebben. Ondertussen worden in Oost-Timor regelmatig grootschalige bijeenkomsten gehouden waarin de bevolking geintimideerd wordt. Mario Carrascalao, de door Indonesia aangestelde gouverneur, heeft zich herhaaldelijk tegen het bezoek van de Portugese parlementariers uitgesproken. Tijdens een toespraak voor vijfduizend in Indonesische dienst zijnde ambtenaren kondigde hij een demonstratieverbod af: 'Demonstranten zullen te maken krijgen met de Indonesische strijdkrachten. Zeg tegen uw familieleden dat ze niet moeten demonstreren'. Bronnen: 'Rencana Kebutuhan Biaya Operasi Elang' (Begrotingsplan van de Operatie Elang), origineel dokument Indonesische inlichtingendienst december 1990; dokument Algemene Vergadering VN A/46/456, 13.09.91; Semanario, 21.09.91; Expresso, 14.09.91, 21.09.91; Publico, 11.09.91; Jakarta Post, 18.07.91, 30.08.91; Tapol Bulletin, no. 107, oktober1991). ***************** Ondervraging Portugese journalist Mario Robalo, journalist van het Portugese weekblad Expresso, werd op 16 augustus j.l. door Indonesische militairen ondervraagd tijdens een bezoek van drie weken aan Oost-Timor. Robalo die, na twee jaar voorbereiding, toestemming had gekregen van de Indonesische autoriteiten om Oost-Timor te bezoeken, beschreef zijn verblijf als een periode van 'voortdurende achtervolging en bedreiging'. De intimidatie van Indonesische zijde bereikte een hoogtepunt toen Robalo op 16 augustus in zijn hotel in Dili terugkeerde. Vandaar werd hij gesommeerd mee te gaan naar het hoofdbureau van de Indonesische strijdkrachten in Dili. Daar werd hij gedurende anderhalf uur door generaal Warouw, hoofd van de Indonesische strijdkrachten in Oost-Timor, verhoord. De beschuldiging luidde dat hij een ontmoeting zou hebben gehad met Xanana Gusmao, leider van het Oosttimorese gewapende verzet. Warouw waarschuwde Robalo dat hij in het bezit was van foto's van de ontmoeting. Tijdens de ondervraging bleef Robalo de ontmoeting met Xanana ontkennen. De Portugese journalist, die na de ondervraging kenbaar maakte Oost-Timor zo snel mogelijk te willen verlaten, kreeg vervolgens op het vliegveld in Jakarta te verstaan dat zijn paspoort -dat hij afgegeven had bij aankomst in Indonesia op 28 juli- niet te vinden was. Na verblijf van een dag in de residentie van de Nederlandse ambassadeur in Jakarta (die de Portugese diplomatieke belangen in Indonesia behartigt), werd wederom een poging gedaan Indonesia te verlaten. Vergezeld door de Nederlandse vice-consul, ging Robalo op 20 augustus opnieuw naar het vliegveld. Daar werd hij andermaal tegengehouden door de Indonesische inlichtingendienst, die hem foto's toonde van zijn ontmoeting met Xanana en hem bedreigde met arrestatie op beschuldiging van spionage. Na bemiddeling van de Nederlandse ambassade werd hem alsnog toegestaan het vliegtuig naar Amsterdam te nemen. Volgens Robalo werd hij daarbij vergezeld door twee leden van de Indonesische inlichtingendienst. Terug in Portugal verklaarde Robalo dat hij inderdaad een tien uur durend gesprek met Xanana had gehad. Tijdens een ontmoeting die IFM met hem in Lissabon had, deelde Robalo mee dat details over het gesprek vrijkomen wanneer hij zijn materiaal (dat hij achterliet in Oost-Timor) heeft ontvangen. Dat geldt ook ten aanzien van interviews die hij met Timorezen heeft gehad. Wel wilde hij een verklaring kwijt over de foto's die in bezit zijn van de Indonesische inlichtingendienst. Volgens hem was een van de drie personen bij het gesprek met Xanana aanwezig een zogenaamde 'dubbelspion', die rapport moest doen naar de inlichtingendienst. Dat was hem ook door verzetsbronnen meegedeeld. Bronnen: Expresso, 24.08.91; Publico, 22.08.91; Diario de Noticias, 22.08.91; Far Eastern Economic Review, 12.09.91. ****************************** Raad van Europa: Wapenembargo tegen Indonesia De Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft op haar vergadering in Helsinki op 28 juni j.l. unaniem een Oost-Timor resolutie aangenomen, waarin om een wapenembargo tegen Indonesia wordt gevraagd. De Raad van Europa bestaat uit bijna alle Europese landen. Tot voor kort waren de Oosteuropese landen niet opgenomen in de Raad. Hongarije is echter al lid geworden en een aantal andere Oosteuropese landen wachten op toetreding. De tekst van de resolutie bestaat, naast de veroordeling van de bezetting door Indonesia en de ernstige schendingen van de mensenrechten van de Oosttimorese bevolking uit de volgende belangrijke nieuwe punten: De Vergadering dringt er bij de Indonesische regering op aan: * Dat zij een einde maakt aan de schendingen van de mensenrechten inklusief het recht op zelfbeschikking en onafhankelijkheid; * Dat zij de grenzen van Oost-Timor opent en internationale hulp- en mensenrechtenorganisaties toelaat, te beginnen met het Internationale Rode Kruis; * Dat zij onmiddellijk een staakt-het-vuren aangaat met het Timorese verzet, haar militairen terugtrekt uit Oost-Timor en de politieke voorwaarden kreeert voor een vrije uitoefening van het recht op zelfbeschikking voor de Oosttimorese bevolking. De Vergadering vraagt de lidstaten van de Raad van Europa: * Druk uit te oefenen ter bewerkstelliging van een politieke oplossing, binnen de Verenigde Naties, in samenspraak met Portugal, Indonesia en vertegenwoordigers van de Oosttimorese bevolking; * Te bewerkstelligen dat landen die ekonomische banden met Indonesia hebben druk uitoefenen op Indonesia om alle mensenrechtenschendingen te stoppen en zich van verdere exploitatie van de Oosttimorese natuurlijke hulpbronnen te onthouden; * Voedsel- en gezondheidshulp aan de Oosttimorese bevolking te bieden; * Een wapenembargo in te stellen tot aan alle bovenstaande eisen is voldaan. De Europese Groene partijen willen ook een wapenembargo tegen Indonesia. Tijdens een vergadering in juni j.l. van de Europese Groenen werd een voorstel voor een wapenembargo tegen Indonesia aangenomen vanwege de illegale bezetting door Indonesia van Oost-Timor. Dit voorstel was ingediend door de Portugese Ekologische Partij. Bron: Tapol Bulletin 106, augustus 1991. ****************************** De schaduw van Koeweit Oost-Timor in de VN door: Pedro Pinto Leite De zitting van de Dekolonisatiekommissie van de Verenigde Naties (VN) over Oost-Timor, die plaatsvond op 7 en 8 augustus j.l. in New York, was dit jaar levendiger dan ooit. Alle aanwezigen (afgevaardigden, ambtenaren, sprekers, publiek) waren buitengewoon opgewonden. Hiervoor waren verschillende redenen. Op de eerste plaats lagen de invasie van Koeweit en de Golfoorlog iedereen nog vers in het geheugen. Veel sprekers wezen op de overeenkomsten tussen de bezetting van Oost-Timor en de bezetting van Koeweit en de zeer uiteenlopende reakties van de VN in de twee gevallen. Op de tweede plaats heeft Portugal eindelijk Australia voor het Internationaal Gerechtshof gedaagd. Met die stap toont de Portugese regering een nieuwe strijdlust ten aanzien van de verdediging van de belangen van het gebied waarvan Portugal nog steeds de administratieve macht is. Veel sprekers hebben de Portugese regering voor die daad geprezen. Op de derde plaats had in juni de parlementaire vergadering van de Raad van Europa unaniem een zeer krachtige resolutie aangenomen, waarin zij de annexatie van Oost-Timor veroordeelde en waarin zij respekt voor het recht op zelfbeschikking voor de Timorezen eiste. Deze belangrijke resolutie werd eveneens toegejuicht in de petities. Hoofdthema's Hoewel deze drie onderwerpen vaak aangesneden werden, waren de vele petities inhoudelijk toch zeer verschillend. Beryl Gaffney, een Canadese parlementarier, wees op het voortgaan vande genocide-praktijken in Oost-Timor; Michel Robert, namens de Mouvement contre le Racisme et pour l'Amitie entre les Peuples, gaf aandacht aan de wijze waarop Oost-Timor in een Indonesische kolonie is veranderd; Carmel Budiardjo, van Tapol, koncentreerde zich op het repressieve militaire beleid van de bezetters; Jeffrey Rudolph, van het East Timor Alert Network, betreurde de inkonsistentie van de Canadese politiek ten opzichte van Oost-Timor; Doug McGregor, van het Hobart East Timor Committee uit Australia, drong aan op een juiste oplossing voor het konflikt door middel van dialoog; Geoffrey Robinson, een vertegenwoordiger van Amnesty International, en Michael Jendrzejczyk, van Asia Watch, rapporteerden vele schendingen van mensenrechten door de Indonesische autoriteiten in het gebied; Kan Akatani, namens de Free East Timor Japan Coalition, las delen van een recente boodschap van Xanana Gusmao, de leider van het gewapende verzet, aan de Japanse solidariteitsbeweging voor; Pedro Pinto Leite, van het organisatiekomitee van het International Platform of Jurists for Support of East Timor's Right to Self Determination, kondigde de oprichting van deze nieuwe solidariteitsvereniging in Lissabon aan; Bruno Kahn, onderzoeker van de Franse Centre National pour la Recherche Scientifique, wees de redenen aan waarom men de zelfbeschikking van Oost-Timor moet garanderen; Merrill Findlay, namens de Australian Council for Overseas Aid en de East Timor Talks Committee, gaf verslag van een kampagne, in Australia begonnen, betreffende een voorstel voor ronde tafel-besprekingen zonder voorwaarden vooraf over de toekomst van Oost-Timor; Antonio de Sousa Lara, Carlos Candal en Jose Manuel Mendes, leden van het Portugese parlement (de eerste tevens voorzitter van de Comissao Eventual para Acompanhamento de Questao de Timor-Leste), spraken over de rol van Portugal in het dekolonisatieproces van Oost- Timor en over het geplande bezoek van Portugese parlementariers aan het gebied; Kan Akatani, dit keer namens de sekretaris-generaal van de Diet Forum on East Timor, legde de positie van de Japanse regering over de kwestie uit; Pedro Pinto Leite, nu als vertegenwoordiger van het Komitee Indonesia, de Oost-Timor Groep Nederland en Stichting XminY, vroeg de aandacht voor bepaalde politieke en ekonomische feiten, waarvoor de Indonesische regering verantwoordelijk is en die de toekomst van het gebied ernstig aantasten; Joao Carrascalao, van UDT, en Jose Luis Guterres, van Fretilin, spraken over verschillende aspekten van de Indonesische onderdrukking en het onophoudelijke Timorese verzet. Nieuw VN-sukses? Ook erg belangrijk was de kort maar krachtige verklaring van Jose Luis Jesus, ambassadeur van de Kaapverdische Eilanden, namens de vijf Afrikaanse landen met Portugees als officieele taal: Angola, Guinee-Bissau, Mozambique, Sao Tome en Principe en Kaapverdische Eilanden. Hij beschuldigde de Indonesische regering van kolonialisme en deed een dringend beroep op Perez de Cuellar om van de kwestie Oost-Timor 'another United Nations success story' te maken, in navolging van Namibia en de Westelijke Sahara. Rui Quartin-Santos, vertegenwoordiger van Portugal, bevestigde de positie van zijn regering, riep een recente verklaring in herinnering van de sekretaris-generaal van de VN over de waarde van de kwestie van Oost-Timor voor de VN (volgens hem even belangrijk als de kwesties Namibia en de Westelijke Sahara) en legde de redenen uit die Portugal er toe bewogen heeft de zaak tegen Australia bij het Internationaal Gerechtshof aan te spannen. De afgevaardigde van Indonesia, Abdul Nasier, had de voorzitter gevraagd (waarom weet men niet) de laatste spreker te mogen zijn. Bang dat de voorzitter zijn verzoek had vergeten, diende hij het verzoek nogmaals in. De voorzitter had het al ingewilligd, maar Nasier bleef aandringen. Alleen na de zoveelste bevestiging dat hij de laatste spreker zou zijn, begon Nasier zijn verklaring voor te lezen. Maar wie dacht dat hij na zo'n zorgvuldige voorbereiding iets nieuws of sensationeels ging zeggen, kwam bedrogen uit. Zijn toespraak was een kopie van die van vorig jaar, die op zijn beurt een kopie was van de toespraken van andere jaren: dat de sprekers, Amnesty International voorop, in New York aanwezig waren om Indonesia in een kwaad daglicht te stellen, dat Oost-Timor vrijwillig en zonder dwang integratie had gevraagd, dat de Timorezen hun Indonesische broeders dankbaar waren voor de ontwikkeling die zij aan het gebied hadden gebracht (de ontginning van de olie uit de Timor Gap daarbij inbegrepen). Zal Australia in zijn verdediging voor het Internationaal Gerechtshof dezelfde argumenten gebruiken? Protest in duet De kwesties van Oost-Timor en Koeweit vertonen, zoals gezegd, veel overeenkomsten. Wie de zitting van de Dekolonisatiekommissie heeft bijgewoond, had de kans om een merkwaardige weerspiegeling van die overeenkomsten te zien: de een naast de ander zittend (gevolg van de gehanteerde alfabetische volgorde) pleegden de afgevaardigden van Indonesia en Irak voortdurend overleg en protesteerden zij beurtelings elke keer als een spreker Koeweit noemde. Na een aantal onderbrekingen maakten sommige sprekers, de reaktie afwachtend, al een pauze na het woord Koeweit. Dankzij die in duet gespeelde onderbrekingen was de zitting van dit jaar niet alleen levendig maar ook nog zeer vermakelijk. ********************** Indonesia neemt grond Oost-Timor over De Indonesische regering gaat de nationale landwetten uit 1960 (UUPA, Undang-undang Pok Agraria) toepassen op Oost-Timor ondanks de verwachting dat dit op groot verzet van de Timorese bevolking zal stuiten. Het hoofd van de BPN (Badan Pertahanan Nasional, Nationaal Land Agentschap) Soni Harsoni meldde aan de pers dat het onmogelijk is voor Oost-Timor een uitzondering te maken. Hiermee wordt het 'grondprobleem' een kruciale kwestie in de sinds 1975 door Indonesia militair bezet gehouden (voormalige) Portugese kolonie. 'Legale' landroof Met de invoering van de Indonesische landwetten wordt een poging gedaan tot definitieve overname van Oost-Timor. De grond in Oost-Timor kan dan alleen nog maar door Indonesiers bezeten en gebruikt worden. Want als de Indonesische landwetten ergens strikt over zijn dan is het wel het bezit van grond door 'buitenlanders'. Deze regeling stamt (zoals een groot deel van de Indonesische jurisprudentie) uit de koloniale tijd: de Nederlanders verboden grondeigendom van bijvoorbeeld de Chinezen in Indie. Na de onafhankelijkheid werden de Nederlanders op basis van de door henzelf opgestelde regels onteigend. Oosttimorezen, die altijd geweigerd hebben de Indonesische nationaliteit aan te nemen, zijn in 1 klap hun levensbron kwijt. Overigens zonder dat hier kompensatie tegenover geplaatst wordt. Immers, het overgrote deel betreft 'traditionele gronden', waarvoor nimmer 'eigendomsbewijzen' zijn verstrekt. Bovendien heeft het leger in de jaren sinds de invasie van 1975 de bevolking van haar vruchtbare landerijen verdreven en samengepakt in 'strategische dorpen', waardoor het merendeel van de traditionele grond jarenlang ongebruikt is gebleven. Om volgens de Indonesische wet in aanmerking te komen voor gebruiksrecht van traditionele grond moet kunnen worden aangetoond dat de grond ook werkelijk door de persoon in kwestie bewerkt wordt. Slechts een beperkte kleine middenklasse beschikte daadwerkelijk over grondcertifikaten. Maar ook hier geldt dat wanneer zij wel over certifikaten en niet over de Indonesische nationaliteit beschikken, zij hooguit aanspraak kunnen maken op 'hak guna', een weinig zekere vorm van pacht, of op 'hak pakai', het tijdelijke 'recht' op gebruik van de grond die aan de staat moet worden overgedragen. Het zal duidelijk zijn dat het land van de Oosttimorese vluchtelingen in het buitenland eveneens ingepikt zal worden door de Indonesische staat. Verzet van de kerk Een van de verzetshaarden tegen de opgelegde invoering van de Indonesische landwetten zal de katholieke kerk zijn. Onder de Portugese regelgeving bezat de kerk uitgebreide gronden, waarbij was inbegrepen het absolute recht op het gebruik van de grond en de daar aanwezige hulpbronnen (propriedade perfeita). Volgens de Indonesische regels behoort alle grond (maar ook het water en andere natuurlijke hulpbronnen) aan de staat en kan slechts aanspraak gemaakt worden op het gebruiksrecht. De kerk krijgt het hak milik aangeboden: het Indonesische gebruiksrecht wat nog het meest op het Portugese equivalent lijkt. Het is echter de vraag of de Timorese kerk hier genoegen mee neemt. De eerste tekenen van protest deden zich voor tijdens het tweede kongres van plaatselijke kerkleiders, gehouden in Dili van 7 tot 21 juli j.l. Het kongres deed de Indonesische overheid het verzoek de invoering van de nationale wetten in Oost-Timor in heroverweging te nemen. Een tweede invasie In het Australische blad 'Inside Indonesia' werd een poging ondernomen om te kijken hoe de wetgeving in Oost-Timor in praktijk wordt gebracht. Eind 1990 werd een aantal vroegere grondbezitters geinterviewd. Zij beklaagden zich erover dat zij slechts 'hak pakai' hadden gekregen, ofschoon het ambtenaren met de Indonesische nationaliteit betrof en zij in bezit waren van Portugese certifikaten. De overheid verdedigde zich met de bewering dat dit een tijdelijke regeling is, omdat er nog onderzoek nodig is in de Portugese archieven. Maar de 'nieuwkomers' (transmigranten uit Indonesia) blijken volgens dit onderzoek geen enkel probleem te hebben bij het verwerven van 'hak milik'-certifikaten. De getroffen Timorese ambtenaren spraken van 'roof van de Timorese rechten door de Indonesiers' en van een 'tweede invasie'. Er zijn verschillende internationale verdragen die de konfiskatie van eigendom door een bezettingsmacht verbieden. Hierdoor dient zich voor de internationale gemeenschap een unieke kans aan om het machteloze gesputter tegen de brutale invasie van 1975 'goed te maken' door thans krachtig op te treden als belangenbehartiger van het Oosttimorese volk. Bronnen: Inside Indonesia, nummer 26, maart 1991; Jakarta Post,27.07.91; 03.08.91. ********************** Oosttimorees protest op Java door: Pietje Vervest Het weekblad Tempo had in haar uitgave van 7 september j.l. een witte pagina. Het lag in de bedoeling een artikel over een demonstratie bij het Indonesische parlement door Oosttimorezen te publiceren. De censuur stak er echter een stokje voor. Waarom demonstreerden deze Timorezen? Om de politieke spanning te verminderen en met het oog op het komend bezoek van de Portugese parlementaire delegatie aan Oost-Timor zijn honderden werkloze Timorese jongeren via een rekruteringsbureau naar Java gebracht. Dit projekt is opgezet door Yayasan Tiara, een nieuwe stichting van Suharto's oudste dochter Hardiyanti 'Tutut' Rukmana, een zakenvrouw met een wijdvertakt netwerk. Officieel is het werk-trainingprogramma door de overheid ingevoerd om de integratie van Oosttimorese jongeren in de Indonesische maatschappij te bevorderen. Jonge Oosttimorezen werken al inverschillende plaatsen op Java: Semarang, Bandung, Bogor en Jakarta. Door deze projekten wordt de oppositie tegen de Indonesische bezetting op Oost-Timor verzwakt. Bij de laatste openlijke demonstraties waren vooral jongeren betrokken. Yayasan Tiara bood de rekruten een trainingsperiode en een baan aan in het industrieele komplex van Batam tegen een loon van Rp 300.000 per maand. De eerste groep van 132 Timorezen ontdekte al snel dat met 'training' een indoktrinatiekursus van twee weken onder leiding van een psycholoog werd bedoeld. Zeventig van hen werden daarna op transport gezet naar Bawen in het distrikt Semarang in Midden-Java, waar ze tegen Rp 70.000 aan het werk werden gezet. Na aftrek van voedsel, transport en logies bleef nog slechts Rp 11.000 over. Anderen kregen werk onder soortgelijke kondities in Bandung, Bogor, Jakarta en Salatiga. Verdwijningen Op verschillende plaatsen ontstonden spanningen tussen de lokale arbeiders en de Timorezen. Studiebeurzen en andere faciliteiten die aan Oosttimorezen worden verstrekt en zo ook het werk-trainingprogramma worden door sommige Indonesiers gezien als bevoordeling. In Semarang bijvoorbeeld werden de Timorezen ervan beschuldigd ondankbaar te zijn ondanks de 'geprivilegieerde positie' waarin ze zouden verkeren. De plaatselijke politie en militairen kwamen tussenbeide en bedreigden de Timorezen met wapens. In Bandung braken gevechten uit tussen enkele Oosttimorese jongeren en inwoners van de stad. In deze gespannen sfeer werden op 21 juni de Timorese arbeiders Jose Quinto en Francisco da Cunha opgepakt door onbekende mannen. De volgende dag om ongeveer negen uur werden zij weer opgepakt en vastgehouden tot zes uur in de namiddag. De volgende nacht kwamen eerst vier mannen hen opzoeken in hun kosthuis. Tegen middernacht werden zij door politie-agenten gearresteerd en overgebracht naar een gevangenis in Bandung. Zij zijn hierna 'verdwenen'. Protest Dertig Oosttimorese arbeiders hebben mede namens hun honderden kollega's tijdens een demonstratie bij het parlement een klacht ingediend tegen de Tiara Stichting voor het niet nakomen van beloftes. Na afloop van het protest werd de Timorese arbeider Luis Maria Lopez gearresteerd door een KOPASSUS-eenheid. Sindsdien werd niets meer van hem vernomen. Het geplande artikel van Tempo zou gaan over dit protest. Een dag na de publikatie van de witte pagina en een week na het protest vond een ontmoeting plaats tussen een andere groep Timorese arbeiders en parlementsleden. De opgetrommelde tweede groep Timorese arbeiders weerlegde alle eerdere beschuldigingen en zij ontkenden tevens dat de eerdere protesten ook in hun naam gevoerd zouden zijn. Verder zeiden ze erg tevreden te zijn over hun werkomstandigheden. Naast Yayasan Tiara is ook Bukaka Electronics, eigendom van de zakenman Fadel Mohammed, begonnen jonge Timorezen te rekruteren. Het schijnt lukratief te zijn Timorezen, die hun opleiding gehad hebben aan de vooruitstrevende technische school in Fatumaca maar ondanks hun diploma geen werk kunnen vinden in Oost-Timor, in dienst te nemen. Bron: Straits Time, 06.09.91; Tapol Bulletin, No. 106, augustus 1991; Jakarta Post, 31.08.91; Tempo, 07.09.91; Indonesia Bulletin, september 1991. ***************************