Suharto regisseur Indonesische verkiezingen door: Joop Morrien Over ruim een half jaar zullen in Indonesia verkiezingen worden gehouden en alle tekenen wijzen erop dat de huidige machtshebber, president-generaal Suharto, evenals bij voorgaande verkiezingen als regisseur zal optreden en de gang van zaken naar zijn hand wil zetten. Aanvankelijk ging men er vanuit, dat de verkiezingen in mei 1992 zouden plaats vinden, maar als datum is thans officieel 9 juni vastgesteld. Het was de minister van binnenlandse zaken, generaal Rudini, die in oktober het tijdstip bekend maakte. Als minister treedt hij op als voorzitter van de Lembaga Pemilihan Umum - in de bekende Indonesische voorliefde voor afkortingen LPU - het orgaan, dat officieel alle richtlijnen voor de verkiezingen en de kampagne uitvaardigt. Er zijn die dag niet alleen verkiezingen voor de Dewan Perwakilan Rakjat (DPR), het parlement, maar ook voor de Dewan Perwakilan Rakjat Daerah (DPRD) I en II - dat wil zeggen verkiezingen voor de provinciale raden. In het algemeen wordt bij deze laatste weinig stil gestaan en koncentreert zich alle aandacht op de parlementsverkiezingen. Toch zijn de plaatselijke verkiezingen, juist ook vanwege lokale omstandigheden en daarbij bestaande verschillen, niet geheel van belang ontbloot. 111 miljoen kiezers Op een bevolking van 180 miljoen mensen wordt er uitgegaan van 111 miljoen stemgerechtigden. Interessant daarbij is dat 17 miljoen jongeren voor het eerst naar de stembus kunnen gaan. Het betreft voorlopig nog schattingen, omdat de Panitia Pendaftaran Pemilih (Pantarlih), de kommissie voor de registratie van kiezers, nog geen officiele cijfers bekend heeft gemaakt. Het grootste aantal stemgerechtigden woont, uiteraard gezien de bevolkingsdichtheid, op Java. Alweer geruime tijd geleden zijn er even gissingen geweest of links georienteerde mensen, voornamelijk vermeende of ex-PKI-leden, die jarenlang gevangen hebben gezeten, weer zouden kunnen gaan stemmen. De generaals Sudomo en Rudini wekten toen de indruk dat herstel van kiesrecht van ex-gevangenen niet zou zijn uitgesloten. Nu hoort men daar niets meer over en blijft een zeer grote groep van mensen tegen wie nooit een strafrechtelijke vervolging is ingezet, laat staan dat zij ooit veroordeeld zijn, een demokratisch recht onthouden. Evenals bij voorgaande verkiezingen mogen opnieuw maar drie groeperingen, of partijen zo men wil, deelnemen: de GOLKAR, overheerst door de strijdkrachten en de ambtenaren, al tracht men dat tegenwoordig enigszins te verbloemen; de PPP, gebaseerd op de Islam, en dan de PDI, met enige ruimheid van begrip als nationale stroming te omschrijven. De drie deelnemers behouden hetzelfde verkiezingssymbool voor analfabeten als bij de verkiezingen in 1987. De drie vormen samen de Organisasi Peserta Pemilih (OPP), de organisatie van de verkiezingsdeelnemers, die zelf verantwoording voor de aard van de kampagne moet dragen en daarbij tot een zelfcensuur gedwongen wordt. Zo is van legerzijde nu al gezegd, dat in de verkiezingskampagne geen portretten van de indertijd verdreven president Sukarno mogen worden verspreid of op bijeenkomsten worden getoond. Screening Vanaf het begin af aan maakte Rudini duidelijk, dat de kandidaten vooraf aan een scherpe screening zullen worden onderworpen. Hij verklaarde, dat 'een ieder' het recht heeft bezwaar te maken tegen gestelde kandidaten, indien zij een relatie zouden hebben gehad tot de vroegere PKI. Dat opent de mogelijkheid tot willekeur en achterklap. Temeer, daar alle kandidaten ook nog eens moeten verschijnen voor speciale autoriteiten van de Penelitian Khusus (afgekort Litsus), de kommissie van onderzoek, om op hart en nieren te worden geproefd. Nagegaan wordt of kandidaten 'wel gevrijwaard zijn van linkse invloeden' en de Panca Sila-ideeen trouw zijn. In deze Litsus spelen vertegenwoordigers van de BAKORSTANAS (de geheime dienst van de strijdkrachten) een grote rol. Iedere kandidaat moet beschikken over een Surat Keterangan Tidak Terlibat (SKTT), een verklaring dat zij niet betrokken zijn geweest bij aktiviteiten van de PKI. De kommandant van de strijdkrachten, generaal Try Sutrisno, zei het zo: 'Het gaat niet alleen om het al of niet betrokken zijn geweest bij de PKI, maar ook om te beoordelen of iemand niet behoort tot een beweging, die zich tegen de Panca Sila keert'. Een aantal kandidaten maakte bezwaar tegen de Litsus, maar moest er toch aan geloven. De kandidaten zijn al een enkele keer in groep bijeen geweest om aan te horen hoe de screening in zijn werk gaat. Zij moeten een vragenlijst invullen. Daarop moeten worden vermeld de naam, de geboorteplaats, de naam van de ouders, de woonplaats, alsmede antwoord worden gegeven op de vraag 'van welke organisatie men ooit lid is geweest en of men al of niet ooit heeft deelgenomen aan de PKI'. De kandidaten horen in februari/maart of zij al of niet verkiesbaar zullen zijn , want tussen 26 februari en 26 maart worden de definitieve kandidatenlijsten in orde gemaakt. Ingreep Suharto President-generaal Suharto heeft overigens als leider van de Dewan Pembina, Raad van Toezicht, van de GOLKAR al vast enkele ingrepen in de voorgenomen volgorde van de GOLKAR-lijst gepleegd. Leden van het parlement, die de afgelopen jaren op de voorgrond traden en op zijn minst bereid waren naar kritische stemmen uit de maatschappij te luisteren, zijn naar onverkiesbare plaatsen geschoven. Een van de bekendsten is wel Mazurki Darusman. Hij sprak tegenover het blad Far Eastern Economic Review van een 'grote tegenslag, ongeacht wat er verder nog gebeurt'. De politikoloog Juwono Sudarsono verklaarde: 'We zijn nu getuige van een besnoeiing van de keterbukaan (openheid)'. Suharto liet op een bijeenkomst met 75 hoge militairen, onder wie de generaals Murdani en Try Sutrisno, verder weten, dat het 'niet verboden' (!) is kritisch zijn stem te laten horen in het parlement, als ...'men maar volledig vasthoudt aan de Panca Sila en binnen de grenzen van de kompetentie en in overeenstemming met de spelregels optreedt'. Vooral de militairen zouden zich daarvan bewust moeten zijn. Het aantal parlementsleden zal niet worden uitgebreid, al komt dat bij volgende verkiezingen waarschijnlijk wel aan de orde, want de bevolking in Indonesia groeit snel. Evenals voorgaande keren zullen er nu vijfhonderd zetels zijn. Slechts vierhonderd zijn inzet van de verkiezingen, want honderd zijn bij voorbaat voor militairen gereserveerd en zullen via een benoeming door Suharto worden bezet. De parlementsverkiezingen zijn ook van enige invloed op de samenstelling van de Majelis Permusyawaratan Rakyat (MPR), het Volkskongres, dat maar 1 keer in de vijf jaar vergaderd om de president te kiezen. In april 1993 komt zij in een nieuwe samenstelling bijeen. De MPR telt duizend leden en wel de vijfhonderd leden van het parlement en vijfhonderd merendeels benoemde leden (provincie-gouverneurs, plaatselijke vertegenwoordigers enzovoorts). Hadji Suharto Sinds geruime tijd wordt de vraag gesteld of Suharto zich opnieuw kandidaat zal stellen. Het gaat daarbij om zijn zesde termijn, op zich al een ondemokratisch onding want na vijfentwintig jaar zou toch weleens een aflossing plaats moeten vinden. Zelf houdt Suharto, zonder twijfel meester in manipulatie en machtsspelletjes, er de spanning in. In zijn zichzelf verheerlijkende memoires gaf hij, zoals bekend, aan een dagje ouder te worden en wellicht aan de wens van zijn familie naar een 'pater familias' te gaan voldoen. Vele tekenen wijzen er echter op, dat hij zich wel weer kandidaat zal stellen. In ieder geval tracht hij bij alle drie partijen een wit voetje te halen, waarbij het meest opmerkelijk wel zijn ouverture naar de Islam is. Zo maakte hij in juli een pelgrimage, 'naik hadji', naar Mekka. Een gezaghebbend blad als The Economist schreef: 'De nieuwe hadji, nog gekleed in de witte dracht van de pelgrim, gaf een lang interview aan de televisie, waarbij hij de persoonlijke aard van zijn pelgrimage onderstreepte. En waarom niet? Suharto is nu 70 jaar, een goed moment om aan 1 van de vijf Islam verplichtingen te voldoen. Maar dat betekent niet dat de pelgrimreis van de president geen politieke betekenis heeft. Inderdaad vragen vele Indonesiers zich nu af voor hoe lang zij nog in een seculiere staat zullen leven'. De positie van Suharto is niet onomstreden meer en het afgelopen jaar is zelfs af en toe in de media zijn opvolging aan de orde gekomen. Zelf introduceerde hij tijdens een informele bijeenkomst in zijn paleis een nieuwe term, "topp", voor tua, ompong, peot en pikun (oud, tandeloos, gerimpeld en seniel). Hij debiteerde als grapje dat Indonesia geen behoefte heeft aan een president, die topp is. De reakties liepen uiteen. De serviele adepten van de president vatten het op als een uitnodiging de roep op zijn aanblijven te vergroten. Anderen vermoedden een indirekte hint dat Suharto op wat langere termijn gerekend wellicht aan terugtreden dacht. Vooralsnog ziet het er naar uit dat hij wil blijven. Het feit, dat Indonesia vanaf 1992 officieel voorzitter wordt van de Beweging van Niet-Gebonden Landen, zal Suharto in zijn beslissing tot aanblijven stijven. Hij heeft er jarenlang om geworven, maar het kwam er steeds niet van, onder meer door de bezetting van Oost-Timor. De Beweging van Niet-Gebonden Landen heeft enorm aan prestige en daadkracht ingeboet, als we alleen al aan de situatie in Joegoslavia, de huidige voorzitter, denken. Suharto verwacht niettemin internationaal in de aandacht te komen. Minister van buitenlandse zaken Ali Alatas heeft al gezegd dat men een voorzitter met gezag heeft willen kiezen en dat Indonesia een nieuwe stimulans aan de beweging moet geven. Zonder twijfel zal Suharto die omstandigheid gaan uitbuiten voor zijn positie in eigen land. Hoe zou men daar immers een verkiezingskampagne tegen de voorzitter van de Niet-Gebonden Landen kunnen voeren? Vice-president Het ziet er ook nog niet naar uit, dat een tegenkandidaat wordt gesteld. De leider van de PDI, Yahya Nasution, noemde enige tijd geleden geheel onverwachts generaal Rudini als een mogelijke kandidaat voor het presidentschap. Rudini heeft een zekere machtsbasis in het leger, is Islamiet en geboren Javaan, kortom hij heeft de ongeschreven kenmerken voor een Indonesische president. Ook de naam van de minister van technologie, B.J. Habibie, kwam ter sprake. De nationale studentenorganisatie GMNI riep op 'de kultuur van maar 1 candidaat' achterwege te laten, terwijl anderen voorstelden met negen kandidaten, drie van elk van de drie partijen, de verkiezingen in te gaan. Als Suharto in 1993 door de MPR in zijn positie wordt bevestigd, krijgt de post van vice-president meer gewicht dan ooit tevoren. Ieder gaat ervan uit, dat de huidige vice-president Sudharmono niet wordt gehandhaafd. Hij geniet weinig aanzien in het leger en Suharto had niets van hem te vrezen. Na een verkiezing in 1993 zou Suharto echter ook tussentijds kunnen terugtreden voor een vice-president. Hij zou zo zijn opvolging volledig zelf regelen, door nu de vice-president te bepalen, en door het tijdstip van aftreden te kiezen op een rustiger moment. In kringen van de strijdmacht wordt Try Sutrisno als een mogelijke opvolger beschouwd, misschien al in 1993 en in ieder geval later. Het lijkt echter niet mogelijk de funktie van kommandant der strijdkrachten met die van vice-president te kombineren. Maatschappelijke ontwikkelingen De vraag is of alle aandacht voor alles naar de komende presidentsverkiezing moet gaan. Belangrijker is het een goed inzicht te verkrijgen in hetgeen maatschapplijk in beweging komt of kan komen. Er dient zich een jongere generatie aan, die niet met het trauma van 1965 worstelt. De laatste tijd klonken wat kritischer geluiden, de keterbukaan (openheid), overigens grotendeels gekontroleerd door Suharto, heeft meer ruimte geschapen voor de publieke opinie. In hoeverre deze mogelijkheden tot en met de verkiezingen blijven bestaan is niet te voorzien. In ieder geval pogen autoriteiten diskussies over meer fundamentele problemen al tegen te gaan en voor ontoelaatbaar te verklaren. Zo zijn er plotseling vier boeken verboden, die al langere tijd in omloop waren en in het openbaar geen afkeurende reakties hadden veroorzaakt. De toenemende verschillen tussen rijk en arm mogen niet aan de orde komen. De titel van 1 der boeken luidt: 'De groei van het Ersatz-kapitalisme in Zuidoost-Azia' door Kuno met een voorwoord van Arief Budiman. Prokureur-generaal Singgih liet weten, dat 'direkt of indirekt de president in diskrediet wordt gebracht'. Dan zijn er: 'Onder het Rode Baken, de geschiedenis van de Sarekat Islam Semarang 1917- 1920' - de periode, waarin de Sarekat Islam het kapitalisme 'zondig' noemde en nauw met de PKI samenwerkte, die zijn zetel toen in Semarang had. En: 'De Golfoorlog - de Islam zal weer schitteren', alsmede 'De stem van de randgebieden'. Singgih vreesde hier dat het godsdienstfanatisme zou worden aangewakkerd en het kommunisme zou worden bevorderd. Van de kant van het leger wordt ook voortdurend opgeroepen tot 'waakzaamheid' en komen verklaringen dat geen enkele 'bedreiging van de opbouw en de rust zal worden getolereerd'. De verkiezingskampagne zal officieel mogen worden gevoerd van 9 mei tot 4 juni - in wezen worden echter nu al posities betrokken en vindt er een aftasten van de mogelijkheden tot politiek optreden plaats. Van nu tot 9 juni kunnen spannende maanden worden, waarin men op zijn minst op snelle wendingen en ontwikkelingen bedacht moet zijn.