Arbeidsonrust, Ontvoering vakbondsleider en stakingsgolf door: Mariel Otten Algemeen sekretaris van de onafhankelijke vrije vakbond Setiakawan, Saut Aritonang, werd op zondagmiddag 2 juni j.l. in Jakarta door vijf onbekende mannen in burger ontvoerd. Hij was onderweg om Poncke Princen in het ziekenhuis te bezoeken toen zijn taxi vlak bij het ziekenhuis klem werd gereden. Onder bedreiging met een pistool werd hij gedwongen in een andere auto te stappen. Ze brachten hem naar een huis waar hij in een kleine stinkende ruimte werd opgesloten. Demonstratie bij ILO De ontvoering ging vooraf aan een demonstratie die de vakbond voor maandag 3 juni had voorbereid. Ongeveer driehonderd werknemers wilden een betoging houden voor het gebouw van de ILO in Jakarta. Setiakawan wilde ertegen protesteren dat Indonesia dit jaar bij het ILO-kongres in Geneve als voorzitter zou optreden, terwijl in eigen land nog steeds de meest elementaire grondrechten van werknemers worden geschonden. Het is werknemers niet toegestaan zich in onafhankelijke vakbonden te organiseren en de vorig jaar november tegen de wens van de regering opgerichte vrije vakbond Setiakawan is niet officieel erkend. Omdat de toegang tot het kantoor werd afgegrendeld door bewapend veiligheidspersoneel konden de demonstranten geen petitie overhandigen. Aritonang werd drie dagen vastgehouden. Hij werd vele keren ondervraagd over zijn vakbondsaktiviteiten, over de geplande demonstratie en over de kontakten van Setiakawan met de dissidentengroep Petisi 50. Zijn ontvoerders wilden ook weten of de vrije vakbond van plan was door te gaan als de regering de toestemming zou weigeren. Voordat Aritonang werd vrijgelaten, moest hij een verklaring ondertekenen waarin stond dat hij zou afzien van verdere aktiviteiten voor Setiakawan en geen melding zou maken van dit incident. De koordinerend minister voor politiek en veiligheid Sudomo zei later tegen journalisten niets te weten van de aanhouding van Aritonang. Ook woordvoerders van leger en politie en leden van het openbaar ministerie ontkenden desgevraagd iedere betrokkenheid bij de ontvoering. Zij zeiden evenmin iets te weten van enig arrestatiebevel tegen de vakbondsleider. De regering is echter niet bereid een onderzoek in te stellen. Aritonang zelf kan zijn ontvoerders niet aanwijzen, omdat hij bijna voortdurend geblinddoekt was. Naar aanleiding van Aritonang's arrestatie heeft Setiakawan de regering opgeroepen een eind te maken aan de onderdrukking van vakbondsaktiviteiten. Naar verluidt zijn vijf deelnemers aan de betoging op 3 juni voor het ILO-kantoor gearresteerd toen zij op hun werk terugkeerden. Een van hen was een werkneemster van een sponsfabriek in Cengkareng, West-Java. Ze werden tot middernacht vastgehouden op het hoofdkwartier van KORAMIL (plaatselijk militairkommando). Zij zeiden dat ze door de politie waren geslagen. Een van de arrestanten, Yoppy Matulessi, verklaarde tegenover een korrespondent van Reuter: 'We hebben bij de ILO geklaagd. Het is verschrikkelijk dat we door militaire officieren zijn opgepakt en geslagen werden voordat ze ons om middernacht vrijlieten' (10.06.91). Arbeidsonrust In de zomer was het een komen en gaan van demonstranten bij het ministerie van arbeid. Bij 1 gelegenheid waren driehonderd voornamelijk vrouwen van fabrieken in Cimanggis, Citeureup, Cibinong en Bekasi betrokken. Zij eisten niet alleen betere lonen, het stopzetten van gedwongen overwerk en de berechting van bazen die hun werkneemsters mishandelen, maar keerden zich ook tegen de 'tandeloze' SPSI (de enige officieel toegestane vakbond in Indonesia). Een week later keerden vertegenwoordigers van arbeiders van PT Ever Shinetex en vier andere fabrieken zich tegen de bemoeienis van het leger in arbeidskonflikten. Tijdens een perskonferentie eisten zij dat stakers niet langer worden behandeld als kriminelen. Stakingen, werkonderbrekingen en demonstraties zijn de afgelopen maanden aan de orde van de dag in verschillende steden op Java. Sinds het begin van dit jaar zijn er ongeveer twee protestakties per week. De arbeiders, waaronder vooral vrouwen en jonge meisjes, protesteren tegen de lage lonen en het verbod om zich te organiseren. De akties richten zich ook tegen het verplichte en onderbetaalde overwerk. Sudomo heeft aangekondigd een onderzoek in te stellen, omdat de arbeidsonrust de politieke stabiliteit zou ondermijnen en de ekonomische groei in gevaar zou brengen (Jakarta Post, 01.07.91). De lage lonen en de lage organisatiegraad bevorderen het investeringsklimaat in Indonesia. De lage loonkosten zorgden er bijvoorbeeld voor dat arbeidsintensieve ondernemingen uit Zuid-Korea, Taiwan en andere landen werden overgeplaatst naar Indonesia. De lonen kunnen laag gehouden worden omdat er een enorm potentieel is aan werkzoekenden. Officieel is er inIndonesia een werkloosheid van slechts 3%, maar andere gegevens van de overheid geven aan dat er sprake is van 44% verborgen werkloosheid. Formeel is vorig jaar het stakingsverbod opgeheven, maar in de praktijk heeft dit weinig te betekenen. Minister van arbeid, Cosmas Batubara: 'De grondwet voorziet in het stakingsrecht, maar in Indonesia mag van dit recht geen gebruik worden gemaakt omdat het schadelijk is voor alle partijen' (Far Eastern Economic Review, 20.06.91). Stakingsgolf In mei gingen 3.000 werknemers van de kledingfabriek PT Ever Shinetex in Bogor in staking voor betere lonen, vergoeding van reiskosten en ziektekosten. Ze eisten ook de uitbetaling van loon voor de zeven dagen overwerk gedurende de Lebaran-vakantie. De arbeiders waren hiertoe gedwongen door het afsluiten van de fabriekspoorten. Zij die zouden weigeren, werden met ontslag bedreigd. Er werd twee dagen lang gestaakt. De voornamelijk vrouwelijke arbeiders zongen liederen en riepen leuzen op het fabrieksterrein. Enkele eisen werden ingewilligd, maar er werden ook represailles genomen tegen enkele staaksters. Zes arbeiders die een bezoek hadden gebracht aan het ministerie van arbeid in Jakarta werden ontslagen en ondervraagd over hun houding tegenover de Pancasila. (Staatsideologie) Later kondigde de bedrijfsleiding aan dat driehonderd werknemers zouden worden vervangen door 'meer geschoolde' arbeiders. Veertig van hen zijn reeds ontslagen (Pelita, 26.06.91). Ongeveer tegelijkertijd werden stakingen gehouden bij de kledingfabriek Great Rivers Garment Industry nabij Bogor (2.000 deelnemers), de fabriek Trinunggal Komara in Cibinong (2600 deelnemers), een lampenfabriek in Surabaya (150 deelneemsters), een MPG-fabriek in Bogor (500 deelnemers) en de schoenfabriek Dahwa Prima Indonesia in Tangerang. De grootste staking van de afgelopen jaren vond plaats op 1 augustus toen 12.000 arbeiders van veertien fabrieken van Gadjah Tunggal Groep het werk onderbraken. De aktie werd in de derde week van augustus herhaald. Bij deze tweedaagse aktie sneuvelden onder meer ruiten en werden vrachtwagens beschadigd. De door de bedrijfsleiding opgetrommelde 300 soldaten maakten een eind aan de akties. Toen ze weer aan het werk gingen, werden groepen van ongeveer 80 arbeiders'begeleid' door 20 soldaten, bewapend met geweren of stokken, en kregen zij van een militaire officier te horen waarom en hoe zij weer aan het werk moesten. Hoewel de stakers ook hogere lonen eisten, betroffen hun klachten vooral de vergoeding voor huisvesting, voedsel en vervoer. Het was een goed gekoordineerde aktie van verschillende fabrieken. Voorheen beperkten akties zich meestal tot 1 werkplek. De betrokken fabrieken bevinden zich wel allemaal in 1 industrieel komplex in Tangerang, een stad op 30 kilometer ten westen van Jakarta, voorheen omgeven door rijstvelden. Met de hulp van Japans kapitaal is een van de veertien fabrieken de grootste bandenproducent in Indonesia geworden. In het industriekomplex van de Gadjah Tunggal Groep werken 14.000 arbeiders. Verontrusting Ofschoon de stakingsakties nooit lang duren en de produktie niet hebben verstoord, bezorgt met name hun aantal de ondernemers kopzorgen. Er bestaat een reele angst dat de stakingsakties zullen leiden tot sociale onrust, ook omdat de arbeiders niet of nauwelijks geprofiteerd hebben van de recente groei van de exportproduktie. Het antwoord op de stakingsgolf ligt voor de hand: het minimumloon verhogen en er voorzorgen dat dit ook werkelijk uitbetaald wordt. Enkele statistici wijzen erop dat de toch al lage lonen niet gekompenseerd worden voor de hoge inflatie (8% per jaar). In veel gevallen wordt het door de overheid 'gegarandeerde' minimunloon niet uitbetaald. Jeffrey Ballinger, de vertegenwoordiger in Jakarta van het Asian American Free Labour Institute, vertelde dat er de laatste jaren duizenden schendingen van arbeidswetten zijn geregistreerd, maar dat er nauwelijks vervolgingen tegen de wetsovertreders worden ingesteld. Bron: Tempo, 15.06.91; Asian Wall Street Journal, 31.08.91; TapolBulletin, No. 106, augustus 1991; Far Eastern Economic Review,12.09.91; Indonesiá‰á Bulletin, september 1991.