INDONESIE FEITEN EN MENINGEN JAARGANG 20 NUMMER 2 NOVEMBER 1997

Nieuwe arbeidswet stuit op veel weerstand



Julia Arnscheidt

Op 11 september heeft het Indonesische parlement (DPR) een nieuwe
arbeidswet aangenomen.  Door deze wet komen veertien wetten en
verordeningen, gedeeltelijk daterend uit de vorige eeuw, te vervallen.
De wet zal pas op 1 oktober volgend jaar van kracht worden.
Verschillende Indonesische NGO's, vakbondsactivisten en intellectuelen
hebben vanaf eerste lezing van het regeringsvoorstel afgelopen juni
scherpe kritiek geleverd op de nieuwe wet.

De kritiek van de NGO's richtte zich in eerste instantie op de inhoud
van de wet, maar ook op de manier waarop de regering de zaak in enorm
tempo wilde afhandelen.  De onderhandelingen over de wet moesten en
zouden vóór 30 september afgerond zijn omdat op die dag de
zittingstermijn voor de 'oude' DPR-leden eindigde.  Al met al waren de
laatste paar maanden voor de DPR een superdrukke periode':  er moesten
zo'n 71 wetsvoorstellen afgehandeld worden tegenover 50 in de
afgelopen paar jaar.  De onderhandelingen over de nieuwe arbeidswet
werden daarom ten dele tijdens het parlementaire reces gevoerd, in een
luxueus hotel afgesloten van de zeer belangstellende buitenwereld.  En
dat terwijl de DPR zich eerder duidelijk tegen het voeren van
onderhandelingen tijdens het reces had uitgesproken.  Kritiek op de
slechte informatievoorziening van het publiek is ook geuit door onder
andere voormalig minister van Arbeid Cosmas Batubara.
Terwijl de enige officieel toegestane vakbond, FSPSI, zich na de
unanieme aanvaarding van de nieuwe wet tevreden toonde, waren het
vooral de NGO's die volharden in hun protest tegen de uitholling van
de rechten van de Indonesische arbeiders.  In tegenstelling tot FSPSI
en DPR-leden vinden zij dat het parlement slechts kosmetische
veranderingen heeft aangebracht in het wetsvoorstel van de regering,
aldus Teten Masduki van het LBH (Bureau voor Rechtshulp).
Hier enkele voorbeelden afkomstig uit de nieuwe wet met kritische
kanttekeningen van de Indonesische NGO's:

     Salaris
Het minimumloon wordt in toekomst niet meer vastgelegd op grond van
minimale basisbehoeften maar aan de hand van wat de regering
definieert als een passende levensstandaard'.  Bij
salarisonderhandelingen is geen rol voor de vakbeweging weggelegd.
Het minimumloon blijft ondergeschikt aan de regels van efficiëntie.

     Stakingsrecht
De nieuwe wet schrijft voor dat een staking slechts mag plaatsvinden
als alle overige mogelijkheden tot conflictoplossing zoals arbitrage
mislukt zijn.  Daarnaast moet een staking minstens 72 uur van tevoren
schriftelijk aangekondigd worden bij regering en werkgever.  Terwijl
vroeger op straat betoogd mocht worden, zijn stakingen nu nog slechts
binnen de fabrieksmuren toegestaan, hetgeen het moeilijk maakt voor
anderen om hun solidariteit met stakers kenbaar te maken.  Als
grondregel geldt dat een staking niet de openbare orde mag verstoren
en niet de gezondheid of het bezit van bedrijf of maatschappij mag
aantasten.  Deze formulering is, zoals in zoveel Indonesische wetten,
uitermate vaag gehouden en daarom multi-interpretabel en werkt
misbruik in de hand.  Inbreuk op de regels kan flink gestraft worden:
met 6 maanden gevangenis of een boete van Rp 50 miljoen.  Daarnaast is
de werkgever in deze gevallen niet verplicht om salaris door te
betalen.

     Recht op vereniging
De FSPSI blijft de enige officieel erkende vakvereniging in Indonesië.
Daarnaast legt de wet het recht voor elke werknemer vast om een
vakbond op te richten binnen het bedrijf (bedoeld wordt dus eigenlijk
een tak van de FSPSI).  Zo'n nieuwe vakbond moet zich laten
registreren bij de autoriteiten en de namen van alle leden bekend
maken.  Deze regels zijn in strijd met ILO-conventies 87 en 98 die het
de regering verbieden om zich met verenigingen en organisaties te
bemoeien.

     Vrouwen
De wet is onduidelijk over rechten voor werkende vrouwen.  Zeker wat
betreft de bescherming van Indonesische vrouwen die in het buitenland
werken, schiet de wet te kort.  Wel verbiedt de nieuwe wet vrouwen
nachtarbeid en werk in bepaalde sectoren.  Dit verbod had beter
vervangen kunnen worden door regels over de bescherming van vrouwen
tegen seksuele intimidatie en dreiging met ontslag als vrouwen
menstruatie- en ouderschapsverlof opnemen.

     Kinderen
Kinderarbeid is door de wet verboden.  Aan de andere kant wijst de wet
inconsequent genoeg op de verplichting om kinderen te beschermen als
zij toch (gedwongen) werken.

     Zekerheid van baan
De wet beoogt een flexibilisering van de arbeidsmarkt die rechtstreeks
baanonzekerheid in de hand werkt.  Door het recht voor werkgevers om
continu tijdelijke contracten af te sluiten is het wel erg gemakkelijk
om van 'lastige' werknemers die bijvoorbeeld uitbetaling van het
minimumloon eisen, af te komen.

Een wet voor werknemers of werkgevers?

Volgens critici is de nieuwe arbeidswet gericht op het opheffen van
wetten en regelingen die de werknemer bescherming boden en op het
legaliseren van oneerlijke praktijken in de arbeidswereld.  Centraal
staat de gedachte dat de arbeiders als klasse een potentiële
bedreiging vormen voor de economische ontwikkeling en de politieke
stabiliteit.  Aan de andere kant moet de wet het leven voor
ondernemers comfortabeler maken.  Voorbeelden voor deze stelling zijn
dat werkgevers als zij niet tegemoet kunnen komen aan bepaalde eisen
van werknemers een massa-ontslag kunnen initiëren zonder sociale
premies te hoeven betalen.  Regels om ontslag te voorkomen, werken
eveneens in het nadeel van de werknemers:  de werkgever mag de
arbeidstijd verkorten, minder mensen inzetten voor dezelfde
hoeveelheid werk en mensen tijdelijk naar huis sturen.
Volgens minister van Arbeid Abdul Latief is het antwoord op de vraag
of werknemers uiteindelijk evenveel baat zullen hebben bij deze wet
als werkgevers afhankelijk van de nog volgende regeringsverordeningen
en andere richtlijnen van zijn ministerie over de implementatie van de
wet.  Hij heeft reeds acht verordeningen aangekondigd op het terrein
van stakingsrecht, recht om een vakbond op te richten, ontslagregels,
kinderarbeid, vrouwenarbeid en een op te richten arbeidsrechtbank.


[terug]