INDONESIE FEITEN EN MENINGEN JAARGANG 20 NUMMER 2 NOVEMBER 1997
Doodstraf huishoudster in Saudi-Arabië voltrokken
Op 30 september werd de huishoudelijke hulp Soleha door onthoofding om
het leven gebracht. De van Oost-Java afkomstige vrouw zou in 94 haar
werkgeefster in Saudi-Arabië met een bijl vermoord hebben. Dat is
althans de officiële verklaring van de Saudi-Arabische autoriteiten.
De vader van Soleha twijfelt geen moment aan de onschuld van zijn
dochter. Het nieuws kwam min of meer bij toeval naar buiten, omdat
AFP een dag na voltrekking van het doodvonnis een persbericht
opstelde. De Indonesische organisatie Solidaritas Perempuan
(Vrouwensolidariteit), die zich al jaren met de penibele positie van
arbeidsmigranten bezighoudt, heeft samen met andere NGO's de
Indonesische overheid nalatigheid verweten. Op 8 oktober boden 14
organisaties een petitie aan aan de ambassadeur van Saudi-Arabië in
Jakarta. 'Arbeidsmigranten zijn gestorven zonder de kans te hebben
voor hun rechten op te komen. Het negeren van hun dood draagt bij aan
het in stand houden van mensenrechtenschendingen', aldus de opstellers
van de petitie (Jakarta Post, 09.10.97). De ambassadeur van
Saudi-Arabië die de demonstranten te woord stond, verklaarde dat er
sprake was geweest van eerlijke rechtspraak en dat Soleha als
buitenlandse werkneemster op geen enkele wijze gediscrimineerd was.
Om zijn betoog te ondersteunen, vertelde hij de demonstranten dat op
dezelfde dag dat Soleha om het leven was gebracht, ook een
Saudi-Arabische man was geëxecuteerd. De Indonesische minister van
Vrouwenzaken, Mien Sugandhi, liet doorschemeren dat de regering van
Saudi-Arabië geen contact met Jakarta had gezocht over de verdediging
van Soleha tijdens de rechtszaak. De minister heeft de regering van
Saudi-Arabië gevraagd Indonesische arbeidsters en arbeiders in de
toekomst milder te straffen, mochten zij in dat land aan
wetsovertredingen begaan. In Saudi-Arabië werken ruim een half
miljoen Indonesische gastarbeiders. Meer dan 92% van hen is vrouw,
aldus Sugandhi (Jakarta Post, 07.10.97).
Soleha stond in haar geboortedorp bekend als een verlegen meisje en
bescheiden vrouw. Na de lagere school werkte zij in diverse steden
als huishoudelijke hulp en ondersteunde zo haar familie. In 93 werd
zij benaderd door het bedrijf PT Andromeda Graha dat arbeiders ronselt
voor werk in het buitenland. Soleha vertrok daarop naar Saudi-Arabië,
waar zij in 94 door een rechtbank in Mekka ter dood werd veroordeeld
wegens de moord op haar werkgeefster. Soleha's verhaal, opgetekend in
een brief aan haar vader, bevat een heel andere uitleg over de dood
van de werkgeefster. In de brief ontkent Soleha alle schuld. Het
incident begint met de diefstal van geld van de werkgeefster door een
van haar kinderen. Uit plichtsbesef meldt Soleha het voorval aan een
oudere broer. Deze ontsteekt tot haar verbazing in woede, scheldt
haar uit en bedreigt haar met een houten stok. De moeder, Soleha's
werkgeefster, die zich met de ruzie bemoeit, krijgt in de
schermutseling per ongeluk zo'n harde klap, dat zij het leven laat.
Wat Soleha's vader achteraf het meest steekt, is het gevoel dat
niemand het voor zijn dochter heeft opgenomen. Ook het
recruteringsbedrijf PT Andromeda niet, tot wie hij zich wendde nadat
hij Soleha's brief had ontvangen. Zijn roep om hulp werd beantwoord
met de mededeling dat zijn dochter al ter dood was gebracht en dus
niet meer onder de verantwoordelijkheid van het bedrijf valt. De
familie geloofde deze onheilstijding eerst ook niet, tot een werknemer
van PT Andromeda op 2 oktober langs kwam om te vertellen dat de
doodstraf voltrokken was. De grootste wens van de familie is nu dat
Soleha's lichaam wordt overgebracht om in haar geboortedorp te worden
begraven. De vader is gelaten en sceptisch: 'Ook dat kan alleen met
behulp van een wonder van Allah'.
Bij het ter perse gaan van deze IFM maakte Solidaritas Perempuan
bekend dat opnieuw een Indonesische werkneemster in Saudi-Arabië
bedreigd wordt met uitvoering van de doodstraf.