INDONESIE FEITEN EN MENINGEN JAARGANG 20 NUMMER 2 NOVEMBER 1997

Onzekerheid aan vooravond presidentsbenoeming

Joop Morriën

 Voor de zevende keer in dertig jaar biedt gepensioneerd generaal
Suharto zich aan voor zijn presidentsbenoeming, maar nog niet eerder
ging dat gepaard met zoveel onzekerheden en speculaties inzake de
economische, politieke en sociale situatie.  Officieel heeft Suharto
zich nog geen kandidaat gesteld, maar er is weinig twijfel meer dat
hij zich voor een nieuwe termijn opmaakt.  De bijeenkomst van de MPR,
het zogenoemde Volkscongres, staat gepland voor maart 1998 en de
volgende presidentstermijn loopt van 1998 tot 2003.  Bij voorgaande
benoemingen hield Suharto tijdens de voorbereiding van de MPR-zitting
een strenge regie in de hand.  Het is duidelijk dat hij daar ook deze
keer op uit zal zijn en bijvoorbeeld geen andere kandidaten zal
dulden.  Toch worden er meer dan ooit openlijk en bedekt vraagtekens
rond de wijze van presidentsverkiezing en de verwachte herbenoeming
gesteld.

  Suharto is 76 jaar, maar niet alleen vanwege zijn hoge leeftijd
heerst onzekerheid of hij een volgende termijn zal kunnen volmaken.
De afgelopen jaren ontplooide zich een krachtig streven naar
democratisering, waar Suharto en de militaire top met
verbodsbepalingen op reageerden.  De kritische stemmen konden echter
niet tot zwijgen worden gebracht.  Bovendien blijkt Suharto's geroemde
economische ontwikkeling niet stabiel; de crisis van de rupiah belicht
scherp de afhankelijkheid van buitenlandse leningen.  Er heerst
paniek, zelfs zodanig dat een speciaal beroep op het IMF moest worden
gedaan voor steun.  Omvangrijke acties van arbeiders en boeren hadden
al aangetoond dat een kleine bovenlaag dan wel welvarender is gaan
leven, maar dat de grote meerderheid van de bevolking in armoede
verkeert.  Internationaal klonk er in verband met de bosbranden en de
wijze waarop werd gereageerd zeer veel kritiek op Suharto.  Het
betekende een smet op het voor eigen land zo krampachtig geschapen
beeld van algemene geëerdheid.

Militaire macht

  In de veelheid van gebeurtenissen en de gisting in alle lagen van
het maatschappelijk leven blijkt dat Suharto's positie nog altijd is
gebaseerd op de militaire macht.  Er is eigenlijk nauwelijks iets
waarover zoveel wordt gespeculeerd als over de interne verhoudingen
binnen de strijdkrachten, vooral ook nu er sprake is van een
generatiewisseling.  De generatiegenoten van en rond Suharto taaien af
of zijn in de loop der jaren om uiteenlopende redenen naar de
achtergrond geschoven.  Tussen opperste bevelhebber Suharto en
bijvoorbeeld de commandant van de strijdkrachten, Feisal Tanjung, is
een leeftijdsverschil van zo'n 20 jaar.  Tanjung wordt spoedig 55 en
zal in april 1998 met pensioen moeten gaan.  De rondgonzende vraag is:
wie volgt hem op?
  De generatiewisseling schept zonder twijfel dilemma's vanwege het
verschil in ervaring, maar ook vanwege het verschil in inzicht.  Zo
wordt de dwi fungsi', de militaire en sociale functie van het leger,
ter discussie gesteld.  Jongere officieren plaatsen modernisering en
professionalisering van het leger boven sociale taken, die zij aan
maatschappelijke organisaties willen overlaten.  Zelfs de Academie van
Wetenschappen, LIPI, dat in opdracht van Suharto onderzoek deed,
zinspeelde op het verminderen op termijn van de sociale rol' en op
algehele terugtrekking van militairen uit het parlement in 2007.
  In de afgelopen jaren is meermalen betoogd dat Suharto's invloed
binnen het leger tanende is, maar in de reeks van recente benoemingen
en bevorderingen heeft hij duidelijk de hand gehad.  Suharto handhaaft
daardoor vooralsnog zijn positie dankzij zijn gebruikelijke
manipulatievermogen.  De herschikking in land- en luchtmacht, marine
en bij de politie is zeer omvangrijk, zoals blijkt uit een mededeling
van de woordvoerder van de strijdkrachten:  zij betrof 298 hoge
officieren.  De herschikking werd getekend door Feisal Tanjung.
  Waarnemers wijzen op Suharto's voorkeur voor zijn vroegere adjudanten
en lijfwachten; zij schuiven voortdurend op in de militaire
hiërarchie.  Sommigen daarvan zijn in een eerder stadium door huwelijk
of anderszins gelieerd geraakt aan Suharto en op die promoties wordt
vooral gelet sinds de president uit is op de vorming van een dynastie.
De meest bekende is generaal-majoor Prabowo Subianto - getrouwd met
presidentsdochter Siti Hedijati Harijadi.  Prabowo is sinds kort
commandant van de KOPASSUS, de speciale commando-eenheden, en er wordt
rekening mee gehouden dat hij Feisal Tanjung opvolgt.  Onzeker blijft
in hoeverre er een openlijk politieke rol in het verschiet ligt.  Tot
de een politieke carriŠre nastrevende generaals behoren onder meer
Soeriono, Hartono en Wiranto.  Tot veler verrassing werd een paar
dagen na de parlementsverkiezingen generaal Hartono tot minister van
Informatie, dat wil zeggen tot inquisiteur van de pers, benoemd.  Hij
vervangt (de niet-militair) Harmoko, die na 14 jaar trouwe dienst op
deze post gedegradeerd werd tot minister van Staat voor Speciale
Aangelegenheden.

 Belediging president'

 In de Indonesische grondwet staat omschreven dat een president
Indonesisch staatsburger moet zijn.  In het algemeen wordt ervan
uitgegaan dat hij ook Javaan en Islamiet dient te zijn.  Suharto heeft
geen enkele keer een tegenkandidaat toegelaten en personen die in
politiek opzicht een bedreiging zouden kunnen vormen, laten vervolgen
en veroordelen.  Zo ook in de afgelopen periode.  Gevangenisstraffen
werden uitgesproken op grond van twee ruim gestelde, nauwelijks te
definiëren formuleringen:  belediging van de president' en
ondermijning van de staat'.  Slachtoffer daarvan werden al Sri Bintang
Pamungkas en Muchtar Pakpahan, die in de gevangenis zitten.  Megawati
Sukarnoputri werd het voorzitterschap van de PDI ontnomen, maar heeft
zich door een duidelijk, maar omzichtig protest buiten de cel kunnen
houden.  Twee nieuwe slachtoffers zijn Berar Fathia (43), die zich
presidentskandidaat wilde stellen, en Wimandjaja, die verklaarde haar
vice-president te willen zijn.  Zij werden gearresteerd in Sulawesi,
waar zij een toelichting op hun plannen wilden geven, en naar Jakarta
overgebracht.  Berar Fathia is voormalig lid van de PDI en momenteel
voorzitter van een NGO.  Wimandjaja heeft in enkele, inmiddels
verboden publikaties, de militaire dictatuur gehekeld.

Golkar domineert

  De groepering van militairen en ambtenaren, Golkar, domineert zowel
het parlement als het Volkscongres.  Het politieke dwangsysteem werkt
in haar voordeel en, zoals al werd verwacht, behaalde de groepering in
mei bij de parlementsverkiezingen de meeste stemmen en zetels.  (In
het boekje Stemmen, de bijzondere uitgave van IFM, is de beperking van
dit systeem beschreven en duidelijk gemaakt dat er geen sprake van een
werkelijke volksraadpleging kon zijn).  Bij deze parlementsverkiezing
verkreeg Golkar 71 procent van de stemmen (306 zetels), de PPP 25.5
procent (108 zetels) en de PDI-Soerjadi slechts 2.6 procent (11
zetels).  Vanuit het leger werden 75 personen benoemd.  De
verkiezingen en de campagne waren de meest gewelddadige onder de
Nieuwe Orde van Suharto, waarbij in ‚‚n maand minstens 300 doden
vielen (zie kader Geweld in Banjarmasin').
  De 500 parlementsleden vormen de kern van het Volkscongres.  Zij
zijn aangevuld door de benoeming van 500 leden en de samenstelling is
dan als volgt:  Golkar 488 zetels, PPP 134, PDI 16 en de
strijdkrachten 113.  Er zijn nog 100 personen uit organisaties,
instituten en beroepen en 149 regionale vertegenwoordigers, die zich
traditioneel met de strijdkrachten aansluiten bij Golkar.  Opmerkelijk
is dat Aburrahman Wahid (Gus Dur), voorzitter van de Nahdlatul Ulama
(30 miljoen leden), en Amien Rais, voorzitter van de Muhammadiyah (20
miljoen leden), voor het Volkscongres werden gepasseerd.  Beiden
hebben zich kritisch over de situatie uitgelaten.

Vice-president

 Suharto's leeftijd maakt het onzeker of hij een nieuwe termijn kan
uitdienen en daardoor richt de aandacht zich meer dan voorheen op de
benoeming van de vice-president, een functionaris die ook altijd door
Suharto zelf is uitgezocht.  Het is immers niet uit te sluiten dat de
vice-president tussentijds tot het hoogste ambt wordt geroepen.  Lange
tijd gold minister voor Technologie Habibie als anak mas'
(begunsteling) van Suharto en als belangrijke kanshebber voor de post,
maar de verhouding schijnt enigszins bekoeld te zijn.  Toch is hij
onlangs binnen Golkar benoemd tot co”rdinator van de raad van
ondernemers.  Bij de militaire top ligt Habibie niet zo goed omdat hij
grote bedragen aan technologische ontwikkeling besteed ten koste van
militaire uitgaven.  Een politieke basis zocht Habibie ook in de ICMI
(Islamitische Organisatie voor Intellectuelen).  Zijn benoeming zou
enigszins tegemoetkomen aan diegenen die de voorkeur geven aan een
burger boven een militair.
  Er wordt ook gezinspeeld op een grotere rol van Suharto's oudste
dochter, Siti Hardiyanti Rukmana of wel Mbak Tutut.  Zoals de andere
kinderen en kleinkinderen heeft zij grote belangen in een aantal
belangrijke conglomeraten.  Zij weert zich echter het meest van allen
ook in politiek opzicht en met name in de Golkar.  Zij is een van de
vice-voorzitters, sprak tijdens de verkiezingscampagne op openbare
vergaderingen en is goed van de tongriem gesneden.  Zij maakte daarna
een rondreis langs Pesantrens (Islamitische opleidingsinstituten).
Haar naam valt ook als mogelijke voorzitter van Golkar, als de huidige
Harmoko naar het parlement gaat.  Tutut ontving onlangs een
belangrijke, nationale onderscheiding - Bintang Mahaputra - die door
Suharto zelf werd overhandigd.
  En dan is er de huidige vice-president Try Sutrisno, ooit ook
adjudant van Suharto.  Vijf jaar geleden was hij favoriet in
legerkringen.  Suharto onthield hem echter elke politieke rol en
werkte duidelijk niet mee aan de voorbereiding op de hoogste functie.
Bovendien beleefde nog nooit een vice-president twee termijnen.  Try
Sutrisno dus exit?  Het is ‚‚n van de geheimen van het paleis.

Gus Dur en Amien Rais

  Abdurrahman Wahid (Gus Dur) en Amien Rais zijn degenen uit
Islamkring die zich momenteel in het openbaar voor democratisering
uitspreken.  Gus Dur doet dit al een aantal jaren.  Hij balanceert
steeds op het randje van wat mogelijk is en nam het bijvoorbeeld op
voor Megawati.  Zijn grote vrees is een bloedbad en na de verkiezingen
had hij een ontmoeting met Tutut.  Hij stelde haar in de gelegenheid
Pesantrens te bezoeken.  In oktober uitte hij opnieuw zijn sympathie
voor Megawati en verklaarde rekening te houden met massale acties in
een zich verscherpende situatie.
  Amien Rais kwam in februari prominent in het nieuws, toen hij zijn
vooraanstaande bestuursfunctie in de ICMI (hij was voorzitter van de
raad van deskundigen) kwijtraakte.  Het formele argument was dat hij
zijn ICMI-functie niet langer kon combineren met het voorzitterschap
van de Muhammadiyah.  Meer voor de hand ligt dat hij zich
nadrukkelijker voor democratisering en tegen onrecht wil kunnen
uitspreken.  In september nam hij in Jakarta deel aan een symposium
over nationaal leiderschap' en wilde daar geen antwoord geven op de
vraag of hij eventueel presidentskandidaat zou willen zijn; het werd
geen ja' en geen neen'.  Tijdens dit symposium verklaarde hij wel dat
er behoefte bestaat aan een nationale leider, die de uitdagingen van
de komende eeuw aandurft.  Hij achtte het zeer onwaarschijnlijk dat er
al maart volgend jaar van opvolging sprake zou zijn.
  Minister van Binnenlandse Zaken, generaal Moh.  Yogie, hield Gus Dur
en Amien Rais buiten het Volkscongres, hoewel zij beiden miljoenen
tellende massa-organisaties vertegenwoordigen.  Yogie wilde niet
ingaan op vragen van journalisten over dit wonderlijke besluit en werd
kribbig over de suggestie dat hij het in opdracht van Suharto had
genomen.
  Suharto is inmiddels de langst zittende president in de wereld.  Een
politiek leven kon niet werkelijk tot ontplooiing komen en mensen
konden niet op taken worden voorbereid.  Er wordt hier en daar ook
gediscussieerd over een noodzakelijke beperking van het aantal
termijnen, meestal met de toevoeging dat het niet voor Suharto geldt.
De meest opvallende criticus op het lange blijven zitten, is wel de
minister voor Transmigratie, Siswono Yudohusodo.  Volgens hem is
daarbij geen verandering van de grondwet noodzakelijk, maar kan worden
volstaan met, zoals in de VS, een omschrijving in een conventie.
  Het Volkscongres benoemt niet alleen de president, maar publiceert
ook de zogenoemde Haluan Besar' (de grote lijnen) voor politieke en
economische plannen in de komende vijf jaar.  Als regel spreekt
Suharto een aantal algemene stellingen uit, maar gezien de huidige
crisisverschijnselen kan daar strikt genomen niet mee worden volstaan.
Van dit regime valt niets goeds te verwachten, maar een reactie in
zo'n verwarrende en gespannen situatie kan niet buiten beschouwing
blijven.

[terug]