INDONESIE FEITEN EN MENINGEN JAARGANG 20 NUMMER 2 NOVEMBER 1997
Sleept de val van de rupiah Suharto mee?
K. Bast
Begin september presenteerde Suharto een actieplan teneinde de
heersende valutacrisis het hoofd te kunnen bieden. De vraag is of de
maatregelen afdoende zullen zijn om het vertrouwen van het buitenland
in Indonesië's economie te herstellen. De kritiek in binnen- en
buitenland op de wijdverspreide corruptie en vriendjespolitiek is weer
opgelaaid, aangewakkerd door maatregelen die de Wereldbank deze zomer
aankondigde. De huidige crisis wordt wel gezien als een gelegenheid
bij uitstek op orde op zaken te stellen in Jakarta.
Toen de naschokken van de Thaise valutacrisis Indonesië raakten,
staakte de Indonesische Centrale Bank al snel de pogingen om de koers
van de rupiah kunstmatig hoog te houden. De vaste verhouding met de
Amerikaanse dollar werd losgelaten, zodat de rupiah zich op een lager,
reëler niveau zou kunnen stabiliseren. Zowel binnen- als buitenlandse
analisten juichten deze pragmatische stap van de overheid toe en
voorspelden een langzaam herstel van de rupiah. Toen de koers echter
bleef dalen, werden zwakke plekken in de Indonesische economie
zichtbaar: een opeenstapeling van niet-gedekte leningen, corruptie en
inefficiënte megaprojecten (Sydney Morning Herald, 09.10.97).
Investeerders en financiële instellingen zijn het vertrouwen in
Zuid-Oost-Azië, waaronder Indonesië, kwijt. Het is daarom niet alleen
van belang dat de Indonesische regering met een plan komt om de crisis
om te buigen, maar ook met daden aantoont dat het zo'n plan ook zal
uitvoeren. Een voorbeeld hiervan is het actieplan dat op 3 september
werd gepresenteerd. Volgens de Far Eastern Economic Review (18.09.97)
was het de eerste keer, voorzover de schrijver zich kon herinneren,
dat de Indonesische regering de buitenlandse investeerders zover
tegemoet kwam. De markt reageerde positief; de prijzen op de beurs in
Jakarta stegen in de daaropvolgende twee dagen met 16%.
De Indonesische regering heeft al eerder laten zien adequaat te
kunnen inspelen op economische crises. Gedacht kan worden aan de
olieprijsdalingen van het begin van de jaren tachtig, waarop de
regering niet-olie-export succesvol wist te stimuleren. Ook ditmaal
is de regering met een actieplan gekomen. Hoog op de agenda staat het
uitstellen van enkele staats- en particuliere projecten, in het
bijzonder degenen die een grote hoeveelheid import met zich
meebrengen. Dit punt wordt door analisten en het IMF benadrukt. Voor
megaprojecten moet geld worden geleend in het buitenland en de meeste
projecten hebben een grote hoeveelheid importartikelen nodig. Met de
huidige stand van zaken van de rupiah is dat een heel kostbare zaak.
De regering kan door de lage koers van de rupiah minder kopen in het
buitenland, noch artikelen noch kapitaal. En hier wringt nu net de
schoen. Veel van deze projecten zijn opgezet door familie en vrienden
van de president. De mate waarin Suharto bereid is projecten van
familie en vrienden stop te zetten, zal bepalen in hoeverre de
aangekondigde hervormingsmaatregelen serieus genomen kunnen worden en
het vertrouwen van investeerders zal herstellen. De brug van Sumatra
naar Maleisië, een project van dochter Siti Hedijati Harijadi, is
uitgesteld. Net als een trein- en wegterminalproject, te bouwen in
Jakarta, en een brug van Java naar Madura, wat projecten van dochter
Siti Hardiyanti Rukmana waren. Het project van kleinzoon Ary Sigit,
een brug van Java naar Sumatra, is ook uitgesteld. Het bouwen van een
telecommunicatietoren, waar de naam van neef Sudwikatmono aan
verbonden is, eveneens (Reuter, 16.09.97). Het veel bekritiseerde
autoproject van zoon Tommy Mandela Putra, de Timor-auto, ter waarde
van ongeveer US $ 690 miljoen, lijkt echter gewoon door te gaan, net
als het vliegtuigproject van minister Habibie. Juist op deze
projecten is veel internationale kritiek gekomen. Begin oktober heeft
Suharto hulp gezocht bij het IMF. Het IMF heeft al steun toegezegd,
maar verwacht wordt ook dat het IMF druk gaat uitoefenen om juist deze
projecten af te blazen. Een ander punt waar het IMF nadruk op zal
leggen, is het afschaffen van monopolies op belangrijke producten als
rijst en meel (Sydney Morning Herald, 10.10.97).
De reactie van Suharto op deze eisen van zowel het IMF als
investeerders zal bepalend zijn voor het wel of niet terugkeren van
het vertrouwen in de Indonesische economie en hiermee voor de
toekomstige economische groei. Suharto's regime wordt gelegitimeerd
door economische groei en ontwikkeling. Democratie en mensenrechten
zijn in de wacht gezet uit naam van ontwikkeling, economische
vooruitgang en armoedebestrijding. Door de voortschrijdende crisis
zijn nu al veel bouwvakkers werkloos en dreigt een groot aantal
bedrijven failliet te gaan. Tegelijkertijd heersen in het land
droogte en voedseltekorten, juist op het moment dat importeren een
dure optie is geworden. Een grote vraag die naar voren komt, is wat
er gaat gebeuren met de Nieuwe Orde als de belangrijke bron van
legitimiteit van regering en beleid, economische vooruitgang, wegvalt
(Sydney Morning Herald, 11.10.97).