Roestam Effendi, Indonesisch kamerlid
Bij de verkiezingen van 1932 kwam de Communistische Partij Holland
met vier Indonesische kandidaten. Eén daarvan weigerde de
kandidatuur, één zat vast in het strafkamp Boven-Digul, de derde
trok zich terug. De vierde was Roestam Effendi. Roestam Effendi
werd als dertigjarige de jongste volksvertegenwoordiger in de
Tweede Kamer van 1933. Hij was ook de eerste Indonesiër die
volksvertegenwoordiger werd. Dat ging niet zonder moeilijkheden. Op
verkiezingstoernee leverde een rede in Tiel hem een
strafrechtelijke vervolging op wegens opruiing. Hij werd
veroordeeld tot tweehonderd gulden boete of een maand cel. Roestam
ontkende de aanklacht echter en ging in hoger beroep, dat een paar
dagen voor zijn beëdiging als kamerlid zou dienen. De Tribune gaf
het volgende verslag van de procureur-generaal: "Hij meent in
Roestam een uiterst gevaarlijk man te zien, wien een uiterst zware
straf opgelegd moet worden. Was maar beter in Indië gebleven, roept
hij Roestam toe. Wat doe je hier?"
In zijn slotwoord antwoordde Roestam: "Gij vraagt mij wat ik in
Holland kwam doen. Ik antwoord u met een wedervraag: "wat kwaamt
gij en de uwen in Indonesië doen? (luid applaus op de publieke
tribune.) Ik kom hier als vertegenwoordiger van zestig millioen
Indonesiërs.
Ik ga hier in het parlement te midden van onze vijanden om de stem
van Indonesië te laten hooren."
Roestam Effendi werd veroordeeld tot een maand celstraf, maar mocht
het later uitzitten zodat zijn beëdiging als kamerlid gewoon door
kon gaan..
In 1934 werd de opening van het parlementaire jaar ontsiert door
een incident: de C.P.H. fractie, met Roestam, bleef demonstratief
zitten bij het binnentreden van de Koningin. Na de troonrede riepen
de drie afgevaardigden: "Indonesia Merdeka!" in plaats van "leve de
koningin". Zij werden met het geweld afgevoerd, bebloed werden zij
opgesloten in het politieburo.
In 1939 sprak Roestam in de Kamer over de houding van de regering
tegenover de wens van onafhankelijkheid: "Het heeft mij inderdaad
getroffen, dat zelfs binnen het kader van het mogelijke de regering
tot niets bereid is."
In de eerste maanden na de Duitse bezetting werd Roestam door de
CPN-er Paul de Groot ervan beschuldigd een agent van het Britse
imperialisme te zijn. Ondergedoken overleefde hij de
oorlog.
bron
Je kan ook de rede lezen
die Roestam Effendi heeft uitgesproken in de Tweede Kamer op 9
november 1933.
Zie ook de biografie van
Roestam Effendi die is geschreven door Joop Morriën.
Meer informatie is te vinden in Het Effendi
archief bij het Marxistisch Internet-Archief.