Over die jaren heb ik president Suharto, die ik tenslotte in 1966 als
eerste Nederlandse televisiejournalist voor de NTS interviewde, tot
tweemaal toe schriftelijk om een gesprek gevraagd.
Ik heb dit
dringende verzoek 24 maart 1995 tijdens een persoonlijk onderhoud met
de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Ali Alatas, herhaald. Ik
kan, met het publiceren van dit pamflet, die een voornamelijk
Nederlandse aangelegenheid is, niet langer op een besluit uit
Indonesië wachten. Ik wil het boek, dat ik in de eerste maanden
van 1995 in een huis van Sukarno's tweede zoon, Guruh, over zijn vader
heb geschreven voor de Indonesiësche markt ophouden om president
Suharto de gebruikelijke gelegenheid tot weerwoord te geven. Het is
de vraag of hij een tweede interview zal toestaan.
In zijn memoires spreekt Suharto in ieder geval schaamteloos over
Sukarno. Hij weet niet beter, want hij kende zijn president
nauwelijks. Hierover wilde ik hem ook niet ondervragen, want ik kende
Bungkarno als mijn zak. Het is een aantal van Suharto's daden, die
een bijdrage van hemzelf vereisen om met meer zekerheid te schrijven
over wat werkelijk gebeurde. Ook over generaal Pranoto Reksosamudro
spreekt Suharto zeer laatdunkend in zijn herinneringen.
President Sukarno kende zijn pappenheimers uitstekend. Hij zocht op
het kritieke moment in Jakarta een commandant voor de strijdkrachten
met innerlijke beschaving en een talent voor overredingskracht, die
bovendien strikt loyaal was. Bungkarno kende enerzijds Suharto als
een op zijn tijd misschien nuttige houwdegen, maar anderzijds als een
man die altijd rekeningen had te vereffenen en die bovendien wegens
corrupte praktijken reeds eerder tegen de lamp was gelopen.
Sukarno zocht in 1965 een kalme, op onderhandelingen gebaseerde
oplossing. Daarom was Pranoto en niet Suharto zijn man. Veel
patriotten nemen het de president ook in 1995 nog kwalijk dat hij
naliet onmiddellijk maatregelen tegen Suharto te nemen nadat hij
insubordinatie had gepleegd. Generaals, admiraals en sommige van zijn
beste vrienden smeekten hem om henplein pouvoir te geven de
CIA-groep rond Suharto te vernietigen. Nog onlangs zei bijvoorbeeld
generaal Suhario mij in Jakarta nooit te hebben begrepen waarom
luchtmaarschalk Omar Dhani niet enkele MIG 25's naar het
KOSTRAD-hoofdkwartier van Suharto had gestuurd om de rebellerende
kliek officieren te vernietigen. Misschien wilde Omar Dhani dit ook
wel, maar Sukarno zal hem hebben tegen gehouden. "Trouwens", aldus
Suhario, "met enkele jeeps en 24 commando's zouden we het hele zootje
hebben opgeruimd".
Sukarno was nu eenmaal een nation builder. Zijn brein was
altijd afgestemd op een voor hem heilig doel: de eenheidsstaat.
Broederstrijd diende tegen iedere prijs te worden voorkomen. Op Halim
werd hem geadviseerd naar midden-Java te vliegen, zijn medestanders om
zich heen te verzamelen en de strijd met de CIA-generaals aan te
binden. Dat zou echter het begin van een burgeroorlog op grote schaal
hebben betekend, met enerzijds Indonesiërs die wapens vanuit
Amerika en het Westen zouden ontvangen en anderzijds Indonesiërs
die vanuit Moskou en Peking zouden worden bewapend. Van een dergelijk
gevecht zou het einde niet te overzien zijn. Hoeveel slachtoffers zou
dit eisen? In Indo-China zouden velen omkomen als direct gevolg van
Franse, Amerikaanse, Sovjet en Chinese interventie. Sukarno begaf
zich dus naar het zomerpaleis in Bogor om aldaar het kabinet bijeen te
roepen en zoals altijd naar een politieke oplossing voor de ontstane
binnenlandse crisis te zoeken.
De tragedie van Sukarno's weigering onmiddellijk zijn krachten met die
van Suharto te meten is geweest, dat hij hierdoor de weg open liet
voor het massale geweld van zijn tegenstander die geen nobele,
vredelievende of onbaatzuchtige gevoelens jegens het land kende en
uitsluitend op een eigen onaantastbare machtspositie uit was. Tussen
1965 en 1967 zou generaal Suharto het grootste bloedbad in de
Indonesische geschiedenis organiseren. Hij voldeed daarmee aan de
Amerikaanse eis Sukarno's aanhang en de communisten te decimeren.
Terwijl de president vasthield aan het standpunt "om mij wordt niet
gevochten" moesten juist zijn trouwste aanhangers de SS-methoden van
Suharto en diens voornaamste beul Sarwo Edhie ontgelden.
De ontdekking van de stoffelijke resten van de zes generaals
verduizendvoudigde het bestaande pandemonium. Onmiddellijk werden de
meest schokkende beelden via de massamedia verspreid. Suharto buitte
het gebeurde maximaal uit om de gemoederen van de massa verder op te
zwepen. Hij liet bekend maken dat de PKI schuldig was en dat de
partij onherroepelijk vernietigd diende te worden. Zo luidde immers
zijn CIA-opdracht. Tegelijkertijd liet hij de eerste verdachtmakingen
verspreiden als zou president Sukarno de heimelijke bondgenoot van de
PKI bij de moord op de generaals zijn geweest. Het was duidelijk dat
de CIA in Suharto de meest geschikte Quisling had gevonden om met
Goebels-methoden een begin te maken met twijfels te zaaien onder de
massa over Bungkarno's vermeende betrokkenheid. Stap voor stap zou
worden gesleuteld aan het afbreken van Sukarno's aanzien bij het volk.
Het gingen de CIA en Suharto uiteindelijk om de presidentiële
macht, waardoor het land permanent van koers zou veranderen.
President Sukarno had Indonesië steeds angstvallig buiten de
Koude Oorlog gehouden. Hij nam een prominente plaats in onder de
leiders van het Afro-Aziatische blok van ontwikkelingslanden.
President Suharto zette de sluizen naar Washington en de rijke landen
wagenwijd open. De voormalige eerste bediende bij de Volksbank in
Wurjantoro zou later zelfs pochen dat hij gefortuneerder is geworden
dan David Rockefeller. Hoe kan het anders.
Er was maar één manier om Sukarno het presidentschap te
ontfutselen en dat was door hem vals te beschuldigen van betrokkenheid
bij het bloedig afmaken van de zes generaals. Vijf jaar later zou de
CIA een soortgelijk scenario in het koninkrijk Cambodja volgen. Acht
jaar later in Chili, tegen president Salvador Allende. In Santiago
werd openlijk verwezen naar Jakarta in 1965. Zelfs in Paramaribo, in
1982, toen 15 burgers werden gefusilleerd, zou Desi Bouterse mij later
informatie en foto's geven die wezen op CIA-betrokkenheid. In
Suriname vlogen de militairen Bouterse en Horb elkaar in de haren.
Waar had men dit scenario eerder gezien?
In zijn boek My war with the CIA schreef prins Sihanouk later:
"Met de assistentie van specialisten in psychologische oorlogvoering
in Indonesië , die lastercampagnes tegen president Sukarno in
elkaar hadden gezet, werd hier in Cambodja hetzelfde gedaan. Er
werden slogans verspreid als 'onze koningen zijn altijd verraders
geweest'." (pagina 216). Norodom Sihanouk was net zo min als Sukarno,
een communist. Maar beiden een sta-in-de-weg voor de misdadige
Amerikaanse doelstellingen in Zuidoost-Azi . Sihanouk zou verraden
worden door de via de CIA gerecruteerde Quisling, 'maarschalk' Lon Nol
en premier Sirik Matak, zoals Nasution en Suharto dit met Sukarno
hebben gedaan.
Prins Sihanouk was ten tijde van de coup in 1970 nog jong. Hij had de
tijd een boek te schrijven over hoe hij door de Amerikanen en bepaalde
landgenoten was verraden. Een verraad dat voor Richard Nixon en Henry
Kissinger de weg opende om de moordpraktijken in Vietnam uit te
breiden naar Laos en Cambodja. Het zou meer dan twintig jaar duren
voor Sihanouk op zijn troon in Pnom Penh zou kunnen terugkeren.
Intussen waren in zijn land miljoenen mensen vermoord zowel als gevolg
van Amerikaanse krijgshandelingen en hevige terreurbombardementen als
tengevolge van de heilstaat van Pol Pot en consorten.
Nog onlangs verkondigde Washington met de nodige bombarie dat Pol
Pot, die moordde in de strijd tegen de CIA en Amerika, alsnog voor het
mensenrechtentribunaal in Den Haag diende te worden gebracht. Dat kan
gezellig worden, want bij gelijke monniken, gelijke kappen, zou
Suharto, die moordde met de Amerikanen en de CIA eveneens in Den Haag
moeten terecht staan. Misschien is het daarom alleen al verstandiger
Beatrix in Jakarta geen erelinten en hoge onderscheidingen te laten
uitdelen. Dat zou, wanneer diezelfde Suharto samen met Pol Pot in een
traliewagen door Den Haag naar het Vredespaleis zou worden gereden,
een voor de koninklijke familie en het kabinet zeer ongelegen
gebeurtenis worden.
Dat komt er van als de knappe koppen in het torentje, de apenrots en
langs het Binnenhof niet behoorlijk hun huiswerk doen. De heren
adviseurs die hare majesteit hebben geadviseerd op dit moment het
voormalige Batavia te bezoeken hebben kennelijk geen notie van wat er
nu in Indonesië speelt. Zeker, men is er vooralsnog machteloos
tegen de militaire terreur, welke niet alleen in Oost-Timor of op het
voormalige Nieuw-Guinea nu Irian Barat herhaaldelijk tot nieuwe
bloedbaden leidt. Het hele land gaat nog steeds, nerveus, gebukt
onder de druk van Suharto's fascistische politiestaat, terwijl
anderzijds de natie bezig is, zij het schoorvoetend, eindelijk het
trauma van 1965 te overwinnen. De enige die in augustus bij de komst
van Beatrix en Claus garen zal spinnen is de massamoordenaar
Suharto.
Richard Nixon is overleden en ontloopt zijn straf. Maar
indien men dezelfde maatstaven zou hanteren als in Neurenberg tegen de
Nazi's, dan zouden Nixon, Johnson, Kissinger, Rusk en McNamara, om
enkele prominenten te noemen, tot de strop moeten worden veroordeeld,
zoals dat ook voor Pol Pot en Suharto zou moeten gelden. Met het
fanatisme van kruisvaarders uit de 11de, 12de en 13de eeuw, die naar
het Heilig Land trokken om in naam van Christus de kelen van
Islamieten door te snijden, is Washington na 1945 tegen haar vroegere
bondgenoten en het wereldcommunisme van leer getrokken. Letterlijk
alles was geoorloofd om het ultieme doel te bereiken, tot het zenden
van dodelijke, vergiftigde sigaren naar Fidel Castro toe. Uit deze
verziekte mentaliteit vloeide in Washington de opvatting voort, dat
Suharto een onaantastbare moedige vriend van de VS was, want hij
vermoordde links georiënteerde Indonesiërs. Pol Pot was in
de optiek van Washington de boosdoener die de strop verdiende. In
werkelijkheid verdienen beide heren de guillotine voor wat zij in hun
leven hebben gedaan. Wellicht heeft de koningin op de terugweg een
vrij kwartiertje over om ook even in Cambodja bij Pol Pot af te
stappen, dan zou haar reis zeker in evenwicht zijn gebracht.
In tegenstelling tot prins Sihanouk was Sukarno in 1965 te oud om aan
een nieuw boek te beginnen. Hij legde zich trouwens bij de
gebeurtenissen, in het belang van zijn land, neer. Hij had berekend
dat zich verzetten tegen Suharto en de CIA van Indonesië een
tweede Vietnam zou hebben gemaakt. Hij wist exact wie de ware
schuldigen van de coup van 1965 waren en welke rol Johnson, Dean Rusk
en McNamarra hadden gespeeld. Misschien kende hij de tekst van een
geheim memorandum van George Ball, onder-minister van Dean Rusk, dd.
18 maart 1965 niet. Daar stond in, dat de betrekkingen met
Indonesië naar een dieptepunt leidden en president Sukarno steeds
dichter naar de PKI werd gedreven. Het was allerminst waar, maar
desalniettemin richtte Ball zijn rapport aan president Johnson op het
Witte Huis. Net als in de dagen dat Multatuli over Indië
schreef, namen de VS aan de hand van onjuiste berichten en leugens,
mede verzonnen door de CIA, het misdadige besluit in Jakarta een
staatsgreep te doen plaatsvinden.
Wat maakt het nog uit, als
diezelfde McNamara, dertig jaar later, als mosterd na de maaltijd met
een mea culpa komt waarin hij nota bene schrijft dat Jakarta in
1965 een anti-PKI staatsgreep was, zoals Bungkarno en zijn vrienden
steeds hebben beweerd en niet een door de communisten georganiseerde
coup zoals Washington de wereld dertig jaar lang opzettelijk heeft
voorgelogen? McNamara heeft met zijn uitspraak feitelijk Suharto voor
de rest van zijn leven al voor aap gezet, want het was de Orde Baru,
die het Indonesische volk heeft willen doen geloven dat het bloedbad
en het optreden van Suharto door het verraad van de PKI noodzakelijk
was geworden.
Het Vietnamtrauma voor Amerikanen, de 'vuile oorlog' tijdens het
militaire regime in Argentini (1976 tot 1983) en het bloedbad in
Indonesië hebben onder de massa mentale schokken te weeg
gebracht, die nog in de verste verten niet werden verwerkt. Robert
McNamara zette een eerste stap op de weg naar genezing voor de
Amerikanen door de hand in eigen boezem te steken en de feiten op
tafel te leggen. Zijn biecht zal een therapeutische werking hebben.
Ook in Argentinië hebben eindelijk militairen toegegeven, dat
duizenden werden afgeslacht en politieke gevangenen vanuit vliegtuigen
midden boven de oceaan in zee werden gesmeten. Schoorvoetend komt het
Argentijnse leger met de billen bloot.
Wat zal het Indonesische leger doen? Suharto staat als
coup-generaal aan de vooravond van de herdenking, dat Indonesië
vijftig jaar geleden werd bevrijd. Zal hij deze plechtigheid
aanwenden om op te hoesten hoe fout hij is geweest? Op alle
niveaus in de Indonesische samenleving is reeds een begin gemaakt met
het decoderen van de leugens van 1965 der militairen, ook ten aanzien
van de rol van Sukarno. Het besef hoe men is voorgelogen groeit. Het
wachten is op medeplichtigen aan het bloedbad en het verraad van
Suharto de moed op te brengen om de waarheid over wat gebeurde te
vertellen. Want Suharto resten nog slechts twee mogelijkheden:
òf hij geeft zelf opening van zaken en geeft als McNamara toe
door de CIA te zijn gebruikt en zijn land en president Sukarno aan de
Amerikanen te hebben verraden, òf de historie zal hem mee de
afgrond insleuren en hem veroordelen voor de bloedige rol die hij in
de geschiedenis van Indonesië als tweede president heeft
gespeeld. Op dit cruciale moment voor Indonesië verschijnt
Beatrix straks ten tonele om zoals bij staatsbezoeken gebruikelijk is
de loftrompet op deze man te zingen. Haar staatsbezoek wordt een
theater van absurditeit.
Koningin Beatrix spreekt van wijsheid achteraf. Voor mij zijn dit
koninklijke zoethoudertjes voor onder de kerstboom. Het gaat er maar
om naar wie de majesteit nu luistert, naar Wim Kok of naar mij. Zij
kan nog altijd op 20 augustus als gevolg van een Aziatisch griepje aan
haar bedstee gekluisterd zijn waardoor de rijsttafel in Jakarta moet
worden afgelast.
Op 1 oktober 1966, precies één jaar na de coup, arriveerde
ik aan het hoofd van een NTS-televisieploeg in Jakarta. De daarop
volgende weken zou ik soms dagelijks met Sukarno spreken, dikwijls
onder vier ogen, òf op het paleis in Jakarta f in zijn bungalow
in de tuin van het zomerpaleis in Bogor. Voltaire waarschuwde al dat
wanneer er twee verschillende lezingen over hetzelfde gebeuren werden
gegeven ze waarschijnlijk beiden onwaar waren. De president zei me
twee geheime rapporten over de staatsgreep te hebben ontvangen. Hij
geloofde ze geen van twee. Ook én jaar nadien was het voor
Bungkarno nog steeds een raadsel welke voetzoeker in 1965 het eerste
was afgegaan. Hij vroeg om feiten, maar ontving voortdurend
interpretaties van de gebeurtenissen.
Wat voor Sukarno in 1966 als een paal boven water stond - en in 1995
eindelijk door Robert McNamara werd bevestigd - was dat de Amerikanen
en de CIA schuldig waren. Hij zei me herhaaldelijk: "Je moet verder
zoeken, Wim. Je zult ontdekken dat de Amerikanen de aanstichter van
ons onheil zijn". In 1973 heb ik in Den Vaderland Getrouwe een
gedeelte van mijn gesprekken met de Indonesische president
weergegeven. Ik heb dit boek indertijd in diens bureau bij het FNV
aan Wim Kok overhandigd. Ook in de journalistiek is het van belang
vooruit te zien en geen wijsheden achteraf te verkondigen. Had Kok
mijn ooggetuigeverslag over Indonesië maar gelezen, dan zou hij
in 1995 Beatrix nooit hebben gevraagd een visite bij deze Suharto te
gaan afleggen. Dat is dan ook faliekant fout. Of zoals de
schrijver Pramudja Ananta Tur onlangs nog in het blad
Intermediair waarschuwde dat de reis van Beatrix een onnodige
legitimatie aan Suharto zou verlenen, "omdat het Suharto-regime nooit
iets anders heeft gedaan dan de meest elementaire mensenrechten met
voeten te treden".