De 'dubbele standaard' in praktijk

'Ik heb de zorg voor de rechten van de mens altijd opgevat als een opdracht - een opdracht om binnen de mogelijkheden van het buitenlands beleid maximaal bij te dragen aan het respect voor de menselijke waardigheid.'
Deze uitspraak is afkomstig van voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek. De mooie woorden van deze bewindsman lijken in lijn te zijn met de goede reputatie die Nederland op het gebied van mensenrechtenpolitiek internationaal wordt toegeschreven. Na bestudering van de praktijk van het buitenlands beleid ten aanzien van Indonesië, doemt echter een geheel ander beeld op, dat sterk afbreuk doet aan de goede reputatie.

De belangrijkste beleidsdocumenten die als leidraad voor het Nederlandse mensenrechtenbeleid geformuleerd zijn, zijn de nota 'De rechten van de mens in het buitenlands beleid' uit 1979 en de twee daarop volgende voortgangsnotities uit de vergaderjaren 1986-1987 en 1990-1991. De voortgangsnotities herbevestigden de in de eerste notie geformuleerde beleidsconclusies. Een van de belangrijkste uitgangspunten van de nota's is die waarin de regering te kennen geeft de bevordering van de rechten van de mens als een wezenlijk bestanddeel van het buitenlands beleid te zien. Wel wordt hier het voorbehoud aan toegevoegd dat de bevordering niet de allesoverheersende doelstelling kan zijn. In de Rijksbegroting van 1994 bevestigt het Ministerie van Buitenlandse Zaken dit beginsel in andere bewoordingen. De regering heeft zich ten doel gesteld bij haar inspanningen voor wereldwijde naleving van mensenrechten uit te gaan, van de integratie van mensenrechten op de diverse beleidsterreinen van de internationale samenwerking. Verder is de regering van mening dat het niet mogelijk en wenselijk is een rangorde tussen de verschillende rechten aan te brengen.

Ook in Europees verband heeft Nederland zich aan dit beginsel gebonden. De Europese Raad van Ministers van Ontwikkelingssamenwerking nam in 1991 een resolutie aan waarin onderschreven werd dat het respecteren, bevorderen en naleven van de mensenrechten een essentieel deel van internationale betrekkingen is en een van de hoekstenen van Europese samenwerking zowel in relaties tussen de Gemeenschap en lidstaten als in relaties tussen de Gemeenschap en derde landen.

Ten aanzien van Indonesië zijn deze beleidsvoornemens door Nederlandse regeringen de laatste jaren niet in de praktijk gebracht, zoals zal blijken uit deze beknopte studie van het Nederlandse mensenrechtenbeleid ten aanzien van Indonesië uit openbare bronnen. Hoewel volgens mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Asia Watch in Indonesië grove mensenrechtenschendingen stelselmatig voorkwamen en komen, zijn deze schendingen zeer mondjesmaat aan de orde geweest in de ontwikkelingssamenwerkingsrelatie met Indonesië. Op alle andere beleidsterreinen in de internationale betrekkingen, zoals handel of cultuur, werd de mensenrechtensituatie niet meegenomen.