Hun ballingschap duurt al een half leven. Als Suharto de macht niet had gegrepen, waren ze misschien minister geweest, of ambassadeur. Nu hebben ze een uitkering en wonen in een flat, in de Bijlmermeer of elders. Ruim honderd Indonesische ballingen hoorden deze week dat ze mogen terugkeren naar hun vaderland. Maar of ze gaan?
Mariël Croon Jeroen van der Kris
Officieel ben ik dood. Mijn dochter heeft verteld dat ik al jaren geleden
overleden ben." Zijn vrouw en kinderen bleven achter in Indonesië
toen A. Munandar in 1965 voor studie naar de DDR vertrok. Sindsdien leeft
hij in ballingschap, gescheiden van zijn gezin. ,,Kom maar niet terug,
het is hier niet veilig", liet zijn vrouw hem weten, nadat Soeharto in
het najaar van 1965 de macht had gegrepen. Munandar, nu 75, sympathiseerde
met de communistische partij PKI. Via China belandde hij in 1985 in Nederland.
Aan de muur van zijn flatwoning in de Rotterdamse wijk Ommoord hangen foto's
van zijn kinderen en kleinkinderen die nog in Indonesië wonen.
Deze week kwam de Indonesische minister van Justitie, Yusril Ihza Mahendra,
naar Nederland om Munandar en ruim honderd andere ballingen te vertellen
dat ze kunnen terugkeren naar hun vaderland. Hoewel hij overtuigd is van
de oprechtheid van de huidige Indonesiche regering, twijfelt Munandar of
hij definitief terug zal gaan. ,,Als ik ga," zegt hij, ,,dan wil ik economisch
zelfstandig zijn. En dat is moeilijk op mijn leeftijd." Wat gebeurt er
bijvoorbeeld met zijn AOW als hij het Nederlandse staatsburgerschap, dat
hij nu heeft, verwisselt voor het Indonesische? ,,Dat moet duidelijk zijn."
En er zijn nog anticommunistische wetten, waardoor veel ballingen hun burgerrechten
hebben verloren, die moeten worden afgeschaft.
Ze waren allemaal in het buitenland toen Soeharto in oktober 1965 de
macht greep. Ze waren hoogopgeleid, werkten op een ambassade, studeerden
op een beurs aan een buitenlandse universiteit of ze maakten deel uit van
de grote Indonesische delegatie van onder meer parlementsleden, die in
Peking de Oktoberrevolutie vierde op uitnodiging van de Chinese regering.
Sommigen waren communist, anderen werkten voor de regering van Soekarno.
En dat was destijds in Indonesië voldoende reden om iemand op te sluiten,
naar het strafkamp op het Molukse eiland Buru te verbannen, of te vermoorden.
De schattingen lopen uiteen, maar historici houden het aantal mensen dat
in de eerste maanden nadat Soeharto de macht aan zich trok, is omgebracht
op 1,2 miljoen. Wie toevallig in het buitenland verbleef, keerde dus niet
terug.
Vijfhonderd van die ballingen wonen nog steeds in Europa. Vorige maand
vroeg onze correspondent in Indonesië Dirk Vlasblom president Abdurrahman
Wahid naar hun lot. ,,Hun rechten moeten worden hersteld", zei Wahid. Hij
vertelde dat hij een brief had gestuurd aan de ambassades in het buitenland
met het verzoek de ballingen te registreren. ,,Wie terug wil, is welkom."
Die boodschap kwam de minister van Justitie, in naam van de president,
deze week in Den Haag overbrengen.
Ze waren blij, de ballingen die - ook uit Frankrijk, Zweden en Duitsland
- naar de bijeenkomst op de Indonesische ambassade waren gekomen. Het was,
na vijfendertig jaar voor landverrader te zijn uitgemaakt, hun eerste ontmoeting
met een lid van de Indonesische regering sinds de omwenteling in 1965.
Hun eerste ontmoeting ook met de Indonesische ambassadeur in Nederland.
Voorheen togen ze alleen naar de ambassade om te demonstreren. Dit keer
kwamen ze er op uitnodiging. Het was een gesprek met de ballingen ,,van
hart tot hart", zei de minister. ,,Van verzoening."
,,Eindelijk", zegt mevrouw M. Isa-Suwardi (70). Samen met haar man
woont ze op de zesde verdieping van een flat in de Amsterdamse Bijlmermeer.
Ze had erg uitgekeken naar het bezoek van de minister, maar op de dag zelf
had ze hoofdpijn - ,,van de zenuwen" - waardoor ze de bijeenkomst niet
kon bijwonen. ,,Er is ons zoveel onrecht aangedaan", zegt ze. ,,We zijn
persona non grata. Statenloos. Al die jaren hebben we nauwelijks contact
gehad met onze familie in Indonesië. Dan
zouden we hen in gevaar brengen."
Sluipende staatsgreep
Het gezin Isa woonde destijds in Kairo, waar I. Isa (69) werkte voor
de internationale Afro-Aziatische beweging. Op zijn vijftiende had hij
gevochten in de onafhankelilkheidsstrijd tegen Nederland. Later steunde
hij de vrijheids-strijd in Afrikaanse landen en was hij adviseur van de
Indonesische minister van Buitenlandse Zaken. Het nieuws over de staatsgreep
hoorde hij in Bangkok. ,,Ik was op doorreis naar Jakarta, waar ik een internationaal
congres had georganiseerd. Het is gewoon doorgegaan, ik heb Jakarta nog
bereikt.
Dat was mogelijk omdat het een 'sluipende staatsgreep' was, verteld
Isa. Stap voor stap veroverde generaal Soeharto de macht op president Soekarno,
die formeel nog in het zadel zat. Het begon met de '30-septemberbeweging':
jonge officieren die de strijd wilden aanbinden tegen hun meerderen, uit
angst dat die een coup zouden plegen tegen president Soekarno. Toen het
plan uitlekte, zag Soeharto zijn kans schoon. Begin oktober 1965 ruimde
hij de jonge officieren uit de weg, net als alle anderen die loyaal waren
aan de regering van Soekarno. Maatschappelijke organisaties werden verboden.
,,Ik zag dat de een na de ander werd gearresteerd", zegt Isa, ,,de communisten
als eersten. Wie echt belangrijk was, werd meteen vermoord."
Hoewel Isa geen lid was van de communistische partij - ,,ik ben vooral
democraat" - durfde hij na afloop van het congres in Jakarta niet langer
in het land te blijven. Hij keerde terug naar zijn gezin in Kairo, tot
opluchting van zijn vrouw die al vreesde voor zijn leven.
De ballingen vertellen hun verhaal zonder drama. Munandar toont zich
steeds weer de politicoloog die hij was voordat zijn ballingschap begon:
,,Het marxisme was een van de pilaren van de Indonesische staat. Ik kon
me niet voorstellen dat de PKI verboden werd."
Mevrouw D. Siregar-Samosir (72) was destijds lid van de progressieve
vrouwenbeweging, de Gerakan
Wanita Indonesia, een mantelorganisatie van de PKI. Ook die
was door Soeharto verboden. Ze herinnert zich dat er na de staatsgreep
vrouwen werden gearresteerd of vermoord. Zelf bivakkeerde ze op telkens
wisselende adressen in Jakarta - er waren huiszoekingen. ,,De solidariteit
onder vrouwen was groot, we hebben elkaar nooit verraden", zegt ze in een
ruim appartement in de Bijlmermeer. Ze vertelt in het Indonesisch, terwijl
haar man vertaalt. Hij was destijds ambtenaar aan het ministerie voor Transmigratie,
Coöperatie en Plattelandsontwikkeling. Tijdens de coup verbleef hij
in Oost-Berlijn, waar hij economie studeerde op uitnodiging van de Oost-Duitse
regering. Via vrienden hoorde zij dat haar man werd gezocht. In 1996 slaagde
ze erin om naar Oost-Duitsland te ontsnappen en zich bij haar man te voegen.
Hun geadopteerde zoon van 21 bleef achter.
Landverrader
Niemand in de Indonesische diaspora die er rekening mee hield dat de
ballingschap meer dan dertig jaar zou duren. Munandar: ,,We dachten dat
de orde snel hersteld zou worden." Ze gingen daarom door met hun werk of
studie. Totdat de ambassadeurs, en enkele anderen, na een paar maanden
bezoek kregen uit Indonesië. Of ze een document wilden tekenen, waarin
ze verklaarden afstand te nemen van de regering-Soekarno en nu Soeharto
te steunen. Wie weigerde, was vanaf dat moment vluchteling.
Voor I. Isa kwam dat moment in januari 1966. Vanuit Kairo bezocht hij
een internationaal congres in Havana over de strijd tegen het imperialisme,
dat hij zelf had georganiseerd. Ook de nieuwe regering in Jakarta had daar
een afvaardiging naartoe gestuurd. ,,Jullie kunnen de waarheid over ons
land niet vertellen", zei Isa tegen de delegatie uit Jakarta, ,,dus doe
ik het wel." Daarna verscheen zijn foto in de Indonesische kranten. Isa:
,,Ik werd gebrandmerkt als landverrader." In Kairo circuleerde inmiddels
het gerucht dat de Indonesische regering plannen beraamde om in Egypte
zijn hoogzwangere vrouw en kinderen te gijzelen met het doel Isa naar Indonesie
te lokken. Personeel van de Chinese ambassade heeft hen in stilte naar
Peking overgebracht, waar hij al uit Havana was gearriveerd.
In Peking woonden al honderden ballingen. Onder het bewind van Soekarno
waren de betrekkingen tussen beide landen altijd hartelijk geweest. China
bood de Indonesiers daarom gastvrijheid. Aanvankelijk verbleven de ballingen
in het koude Peking, later mochten ze naar een zuidelijker provincie vertrekken,
waar het klimaat meer leek op dat van hun moederland. I. Siregar (77) deed
in die jaren aan zelfstudie - hij las over de Chinese revolutie en maakte
excursies in de provincie. Zijn vrouw was tot weinig in staat. Ze werd
depressief; sliep slecht, en lag regelmatig in het ziekenhuis. In 1978
stierven haar moeder en hun zoon, zonder dat de Siregars hen nog hadden
gezien. Corresponderen kon alleen via Duitsland. Hun zoon liet een vrouw
met twee kleine kinderen achter - hij was pas tweeëndertig toen hij
ziek was geworden. Het laatste teken van leven was een brief uit 1967.
'Papa goodbye', had hij geschreven, 'nu kun je eindelijk zo veel studeren
als je wilt'.
Net als Siregar verruilde ook Munandar de DDR voor China. Dat was dichter
bij huls, zegt hij. ,,Mijn doel was terug te gaan naar Indonesië."
Contact met zijn vrouw en kinderen had hij nauwelijks, omdat die geen brieven
durfden te sturen naar China. Munandar: ,,Via via kreeg ik alleen vage
boodschappen als 'ze leven nog' en 'het is moeilijk'. Munandar studeerde
in China Mandarijns en geschiedenis. Zijn vak - hij was leraar - uitoefenen
kon hij niet ,,Door de Culturele Revolutie was alles in de war. Bestuurders
van een instelling konden morgen zijn vervangen. Bovendien werden buitenlanders
verdacht van spionage."
Bolwerk van ballingen
De~ Culturele Revolutie was voor meer Indonesiërs reden China
te ontvluchten. In de jaren tachtig vertrokken de eersten naar Europa.
Een van hen stichtte in Parijs, met financiële steun van Danielle
Mitterrand, de echtgenote van de toenmalige Franse president, het Restaurant
Indonesia. Daar werden lezingen en debatten over Indonesië gehouden.
Het werd het bolwerk van de ballingen. Er werd een krantje uitgegeven met
Indonesisch nieuws, dat de ballingen overal in Europa ontvingen. Inmiddels
heeft Internet die functie overgenomen.
Wegens de historische banden streken veel ballingen neer in Nederland.
,,Ik sprak al Nederlands, dat had ik geleerd op de HBS", zegt Munandar.
In de Amsterdamse Bijlmermeer zetelt de Persaudaraan, de Broederschapsbeweging,
waar ze elkaar treffen. Toen Munandar in Nederland kwam, was hij te oud
om nog te werken. Hij volgt nu af en toe lezingen over politieke en sociale
onderwerpen. Zijn flat heeft hij ingericht met meubels die hij kreeg van
onder meer Amnesty International. Nederlanders die van een Aow-uitkering
leven noemen zich arm, zegt hij. Maar hij voelt zich dat niet. ,,Het is
wat je gewend bent. Ik houd nog geld over om naar mijn fanillie in Indonesië
te sturen."
Ze zijn allemaal dankbaar voor de geboden gastvrijheid, eerst van China,
later van Nederland. ,,Nederland heeft mij als een pleegzoon ontvangen",
zegt Siregar. Hij heeft economie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam.
In april promoveert hij, met een lijvig proefschrift, op de recente economische
hervormingen in China - de overgang naar een markteconomie. Zijn vrouw
heeft nog steeds 'psychosomatische klachten', gebruikt daarvoor medicijnen
en slaapt slecht. ,,Ze verlangt zo naar gezelligheid", zegt Siregar. ,,We
zijn in Europa nog nooit op vakantie geweest. Ons inkomen is net genoeg
om mijn studie van te betalen." Wel zijn ze in 1993, toen ze eenmaal een
Nederlands paspoort hadden, teruggekeerd naar Indonesië. Voor twee
maanden, heel voorzichtig. Ze logeerden in een hotelletje buiten de stad
om de familie niet in gevaar te brengen. Een familiefoto aan de muur, waar
de twee kleinkinderen op staan, dient als souvenir.
De Isa's zijn al vaker teruggegaan. Zij als eerste, in haar eentje,
om de situatie te verkennen. ,,Ik liep minder gevaar. Voelde me een vreemde
in eigen land, herkende Jakarta niet meer." Hij had 'gemengde gevoelens'
toen hij in l994 meeging. ,,Ik was verdrietig en gelukkig. Daar liggen
mijn wortels, maar mijn broer en zus waren inmiddels gestorven, ik had
veel collega's verloren door de omwenteling."
Munandar, die bijna dertig jaar was gescheiden van zijn vrouw en kinderen,
keerde ook in 1994 voor het eerst terug naar Indonesië. Zijn kinderen
- nog steeds bang- raadden het hem aanvankelijk af. Kom maar niet, zeiden
ze, wacht maar af ,,Maar ik was al zeventig jaar", zegt Munandar. ,,Ik
dacht: als ik het nu niet doe, ga ik nooit meer terug." Voor de buren van
zijn familie was hij - uit veiligheidsoverwegingen - 'een oom uit Nederland'.
Munandar: ,,Mijn dochter werkt voor een regeringsinstantie. Ze heeft gezegd
dat haar vader al jaren geleden overleden is, anders zou ze zijn ontslagen."
Nu ligt er het aanbod dat ze hun Indonesische staatsburgerschap terug
kunnen krijgen. ,,Ik ben de verloren zoon van Indonesië", zegt Siregar.
Maar dat betekent niet dat de ballingen meteen willen terugkeren. Het gevaar
is nog niet geweken, denken ze, want president Abdurrahman Wahid is nog
maar kort aan de macht. Er kan nog van alles misgaan. En er is te veel
gebeurd. Na een half leven in ballingschap hebben de Indonesiërs zich
bovendien aangepast. Siregar twijfelt: ,,Mijn buik is Nederlands, mijn
ratio is Nederlands, mijn veiligheid is in Nederland. Maar mijn hart is
in Indonesië." De ballingen hebben aan de Indonesische minister drie
voorwaarden gesteld, zegt hij. Eerherstel is het belangrijkste. ,,Onze
namen zijn bezoedeld." Daarnaast willen ze herstel van hun burgerrechten
en zekerheid over hun sociale voorzieningen.
Munandar, die zijn vrouw en kinderen inmiddels drie keer opzocht, twijfelt
ook. Toen hij in Jakarta terugkeerde, zag hij dat daar nu ook wolkenkrabbers
staan. Maar door de verschillende ervaringen van de afgelopen decennia
zijn zijn vrouw en hij van elkaar vervreemd. ,,Dat kun je niet meer overbruggen",
zegt hij. ,Als ik terugga, zou dat niet betekenen dat we weer een gewoon
huwelijksleven hebben. We zijn het erover eens dat we nu vrienden zijn."
Vertrouwen hebben ze wel - in de regering Wahid. Isa heeft president
Wahid nog in de klas gehad. ,,Hij was een scherpe leerling", zegt hij.
En Wahid heeft de steun van het volk. Hij gelooft daarom niet in een coup
door het leger, maar in het herstel van de democratie. ,,Ik ben gelukkig,
want de democratie is in wording", zegt hij. Dat hij op een flat in de
Bijlmer zit, terwijl hij vroeger
een goede positie had, deert hem niet. ,,Ik leef vanwege mijn idealen,
en als ik wat nodig heb, krijg ik het van de kinderen." Siregar heeft er
meer moeite mee. ,,In Indonesië had ik een goede positie, het was
mijn droom om nog hogerop te komen. Nu ben ik uitkeringstrekker. Als er
geen omwenteling was geweest, was ik misschien minister." En zijn vrouw,
wat was dan haar droom geweest? Verwonderd: ,,Dan was ik nu natuurlijk
de vrouw van de minister."
Met medewerking van Olaf Oudheusden en Dirk Vlasblom.