[Bahasa Indonesia] [English]

Samenvatting: De Politisering van Geslachtsverhoudingen in Indonesie;
de Indonesische Vrouwenbeweging en Gerwani tot de Nieuwe Orde

Hoe komt het dat de vrouwenbeweging in Indonesië sinds 1965 aan de leiband van de regering loopt? Hoe heeft een sterke, pluriforme vrouwenbeweging een abrupt einde gevonden? Waarom wordt de met de Communistische Partij van Indonesië, de PKI, geassocieerde vrouwenorganisatie Gerwani in verband gebracht met sexuele perversiteiten? Op wat voor manier is er een sfeer gecreëerd waarin er wellicht een miljoen mensen vermoord werden na de putsch van enkele legerofficieren op 1 october 1965? Hoe heeft Generaal Suharto de omstandigheden geschapen waarin hij President Sukarno de macht kon ontfutselen? En wat hebben die massamoord en de machtsovername van Suharto te maken met de groteske beschuldigingen die tegen Gerwani geuit werden?

Om op deze vragen een antwoord te vinden heb ik zowel de geschiedenis van de Indonesische vrouwenbeweging tot aan 1965 geanalyseerd, als een genderanalyse (een analyse van veranderende geslachtsverhoudingen) gegeven van het ontstaan van de huidige staatsvorm van Indonesië, de 'Nieuwe Orde', onder President Suharto. De laatste jaren van Sukarno's Oude Orde werden gekenmerkt door een grote politieke, sociale en economische chaos. Vanuit deze verwarring werd een campagne waarin sexuele metaforen de belangrijkste rol speelden in gang gezet waarin de met de PKI gelieerde vrouwenorganisatie, Gerwani, geassocieerd werd met sexuele verdorvenheden. In de hierop volgende massaslachting werd de PKI vernietigd en President Sukarno in diskrediet gebracht.

De nadruk in deze analyse ligt op de politisering van geslachtsverhoudingen in Indonesië, vanaf het begin van deze eeuw tot aan de Nieuwe Orde. Dit proces van politisering wordt in eerste instantie geëntameerd door de vrouwenbeweging. Na October 1965 geven Suharto en een door militairen gedomineerde group rondom hem hier een bijzondere wending aan.

Kartini was de eerste Indonesische vrouw die protesteerde tegen het op essentialistische waarden gebaseerde verschil-denken waardoor de levens van vrouwen bepaald werden. Haar oproep tot de toekenning van gelijke rechten in onderwijs en huwelijk staat aan de basis van de bloei van een sterke, pluriforme vrouwenbeweging die tot aan de Japanse bezetting in een dialoog met nationalistische groeperingen één van de belangrijkste sociale krachten werd.

Na de onafhankelijkheid proberen de nationale leiders die eerder de vrouwenbeweging tot het 'tweede wiel' van haar strijdwagen in de nationale revolutie hadden uitgeroepen, haar politieke invloed terug te dringen. Zij onthouden hun steun aan de belangrijkste eis van de niet-Islamitische vrouwenbeweging, een op gelijkheid tussen de partners gebaseerde huwelijkswetgeving. Na het verlies van de strijd voor een betere huwelijkswetgeving beperkt het grootste deel van de vrouwenbeweging zich tot activiteiten op sociaal gebied. Vanaf het midden van de vijftiger jaren komt Gerwani sterk naar voren als een vrouwenorganisatie die de nationale politiek van de PKI grotendeels volgt en tegelijkertijd actief de strijd voor door de organisatie gedefinieerde vrouwenbelangen aangaat. Gerwani wijkt hiermee af van de traditionele Indonesische (met name Javaanse) opvatting van vrouwelijkheid, gebaseerd op haar kodrat, vrouwelijke natuur, waarin vrouwen zich wel als sociaal bewogen leden van de maatschappij mogen uiten, maar de politieke arena aan mannen overlaten.

In mijn analyse van de geschiedenis van de Indonesische vrouwenbeweging leg ik de nadruk op de veranderende verhouding tussen verschil- en gelijkheids denken enerzijds, en de verschillende opvattingen over vrouwelijkheid binnen de beweging anderzijds. Zowel in de periode van nationale strijd als tijdens de 'tweede coup', zoals ik de campagne noem die opgezet werd na de eerste putsch van 1 october 1965 en in de loop waarvan Generaal Suharto de macht greep, vindt een proces van herdefiniering en zelfs van bewuste manipulatie van geslachtsverhoudingen plaats. Ik concludeer dat Gerwani's inbreuk op de traditionele afwezigheid van vrouwen op nationaal-politieke fora leidde tot een proces waarin angst voor de castratie van de mannelijke stem ontstond. Deze angst werd vertaaald in de fantasie van de castratie van die andere mannelijke organen van mannenmacht, de genitaliën van de generaals die tijdens de eerste coup vermoord werden.

Het eerste hoofdstuk geeft de context aan waarbinnen dit onderzoek plaatsvond. Zowel het denkproces achter veldwerk en analyse als de politieke omstandigheden waarbinnen dit proefschrift tot stand kwam worden beproken. Tevens geef ik aan welke problemen de analyse van de verschillende bronnen die ik bestudeerde opleverde.

Het theoretisch kader van het onderzoek wordt in hoofdstuk twee behandeld. De nadruk ligt op de verschillende aspecten van het begrip 'geslacht' (gender) als een analytisch concept. Verschillende centrale begrippen, zoals essentialisme en constructivisme, gelijkheid en verschil, worden besproken. Tevens wordt kort ingegaan op de verhouding tussen feminisme en Marxisme, waarbij enkele mythen over die relatie weerlegd worden.

De volgende drie hoofdstukken bespreken ieder een cruciale periode in de Indonesische geschiedenis van deze eeuw tot aan de onafhankelijkheid en traceren de ontwikkeling van de vrouwenbeweging in die periodes. De eerste periode ligt tussen het begin van de twintigste eeuw, dat gekenmerkt wordt door de politiek van het Ethisch Beleid, en waarin Kartini haar brieven schreef, tot aan 1928, waarin het eerste nationale vrouwencongres gehouden werd in Indonesië. Het volgende hoofdstuk bespreekt een periode waarin de nationalistische beweging sterk opkomt en waarin de vrouwenbeweging een breed scala van vrouwenbelangen verdedigt, van het recht op onderwijs en een betere huwelijkswetgeving tot de beëindiging van vrouwenhandel. De Japanse bezetting en de onafhankelijkheidsoorlog vormen het onderwerp van het volgende hoofdstuk. De vrouwenbeweging stelt zich en masse achter de nationale zaak op.

Na de onafhankelijkheid steken de oude tegenstellingen in de vrouwenbeweging, met name die tussen de Islamitische en de niet-Islamitische groepen, weer sterker de kop op. Ook op andere fronten verbrokkelt de eenheid die de vrouwenweging tijdens de de onafhankelijkheidsoorlog kenmerkte. De strijd om een betere huwelijkswetgeving wordt verloren. Gerwani ontwikkelt zich tot de grootste vrouwenorganisatie, met meer dan een miljoen leden. Deze onderwerpen vormen het onderwerp van de hoofdstukken zes en zeven. Eerst wordt de politieke ontwikkeling op nationaal niveau besproken, waarbij met name ingegaan wordt op het gedachtengoed van Sukarno en de PKI. Daarna bespreek ik de geschiedenis van de Indonesische vrouwenbeweging in deze periode, waarbij de nadruk ligt op de vrouwenfederatie Kowani en enkele andere geselecteerde organisaties: Perwari, die de moed heeft zich tegen Sukarno's huwelijksleven te verzetten, de katholieke vrouwenorganisate Wanita Katolik, de Islamitische groep Aisyah en de functionele organisatie van politievrouwen, Bhayangkari. In deze periode worden zowel de verschillen tussen vrouwen en mannen, als tussen vrouwen onderling scherper. De meeste vrouwenorganisaties schikken zich naar het kodrat waarin een scherpe scheiding tussen het domein van vrouwen (sociale behoeftes, of die belangen die een verlenging zijn van het familieleven) en dat van mannen (algemene politieke zaken) geëist wordt.

In de volgende drie hoofdstukken analyseer ik de geschiedenis van Gerwani. Eerst bespreek ik de ontwikkeling van de vrouwenorganisatie van een kleine groep politiek bewuste en feministisch georiënteerde vrouwen naar een massaorganisatie die de voorhoede van de Indonesische vrouwenbeweging wilde vormen. In dit process verloor de feministische vleugel van Gerwani geleidelijk haar invloed ten gunste van de op de PKI georiënteerde vleugel. Het volgende hoofdstuk heeft betrekking op de relatie van Gerwani met de twee belangrijkste ideologen van de organisatie, Sukarno en de PKI. Daarna analyseer ik het gedachtengoed van Gerwani. Een belangrijke vraag bij dit hoofdstuk was of er enige aanleiding gevonden kon worden in de ideologiesche ontwikkeling van de organisatie voor de beschuldigingen over sexuele perversiteiten die de militaire leiders na de putsch van 1 october lieten circuleren. Mijn conclusie is dat Gerwani tamelijk puriteinse opvattingen had over sexualiteit en zich met name bezighield met het stimuleren van een ideaal gezinsbeeld gebaseerd op socialistische waarden. In dit opzicht week Gerwani niet wezenlijk af van de andere Indonesische vrouwenorganisaties. Ook Gerwani zag de voornaamste verantwoordelijkheid van vrouwen liggen binnen het moederschap. Alleen verschilde Gerwani's definitie van moederschap: Gerwani's moeders waren militant en lieten ook van zich horen in de politieke arena.

In het laatste hoofdstuk presenteer ik een versie van de gebeurtenissen die uiteindelijk geleid hebben tot de val van Sukarno's Oude Orde, gebaseerd op een analyse van de veranderende geslachtsverhoudingen in die periode. Ik toon aan dat door een bewuste manipulatie van sexuele symbolen de geslachtsverhoudingen gepolitiseerd werden. Het gevolg was niet alleen het in diskrediet brengen van Gerwani's militante moeders en van een politieke georiënteerde vrouwenbeweging als geheel. Er werd bewust een klimaat van wanorde geschapen die geassocieerd werd met de PKI, een situatie waarin alleen viriele helden zoals Generaal Suharto en zijn officieren de orde zouden kunnen herstellen.


[terug]