NRC 28 AUGUSTUS 1999
Maandag kiest, als alles goed gaat, de bevolking van Oost-Timor tussen
autonomie binnen Indonesië of onafhankelijkheid. Dertig jaar geleden
mocht de Papoea-bevolking van West-Irian een soortgelijke keuze maken;
Dat referendum werd een farce. Nederland, de VS en Australië steunden
de lndonesische aanspraken. Recent vrijgegeven documenten van de Australische
regering onthullen nieuwe details van hun bemoeienis.
Antony Balmain
Op 31 mei 1969 staken twee mannen de grens over van wat toen bekend stond
als West-Irian naar het Australische Territorium Nieuw-Guinea, het huidige
Papoea Nieuw-Guinea. De twee West-Papoeaanse leiders, Willem Zonggonao
(26) en Clemens Runawery (27), waren op weg naar de Verenigde Naties in
New York. Bij zich droegen ze documenten die aantoonden dat vele West-Papoeaanse
leiders onafhankelijkheid wensten.
De twee mannen zouden de VN echter niet bereiken; ze werden tegengehouden
in het kader van een internationale strategie, bedoeld om te verzekeren
dat Irian Jaya zou toevallen aan het Indonesië van president Soeharto.
Australië en Nederland hebben, op verzoek van Indonesië, verhinderd
dat de twee mannen hun reis voortzetten om hun zaak te bepleiten bij 0e
Thant, de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, slechts
enkele weken voordat de West-Papoea's zouden gaan stemmen over hun toekomst.
In die tijd, vertelt Zonggonao 3Ojaar later, voerden Indonesische troepen
her en der in de provincie gewapende acties uit tegen West-Papoeaanse nationalisten.
Zonggonao zegt dat de documenten die hij en Runawery bij zich hadden, ook
aanwijzingen bevatten voor wijdverbreide mishandeling van West-Papoea's
door Indonesische veiligheidstroepen.
Zonggonao woont tegenwoordig in Port Moresby, de hoofdstad van Papoea
Nieuw-Guinea. Hij spreekt acht talen, is afgestudeerd in pedagogiek en
geografie, en is oprichter van een van de eerste particuliere hulporganisaties
van Papoea-Nieuw-Guinea, voor bijstand aan daklozen. Zijn jongste functie
is die van directeur van het Nationaal Verbond van Particuliere Organities.
Hoewel het allemaal meer dan 30 jaar geleden is, zegt Zonggonao dat
de gebeurtenissen die hem ertoe brachten zijn missie naar de VN te ondernemen,
hem nog helder voor de geest staan. "Op een dag, toen ik brandhout stond
te hakken, hoorde ik kogels inslaan in de sagopalm. Dus zei ik: we moeten
weg. Voordat wij opbraken, bliezen zij nog met twee handgranaten onze tent
op, dus namen wij de benen. Overal om ons heen explodeerden granaten. Wij
moesten wegwezen", aldus Zonggonao.
Een 282 pagina's dik, uiterst geheim overheidsdossier over Zonggonao
en Runawery toont aan dat Australië, Indonesië en Nederland hebben
samengespannen over de toekomst van het grondstoffenrijke West-Irian. Andere
dossiers, die onlangs zijn vrijgegeven na afloop van dein de Australische
archiefwet bepaalde termijn van 30 jaar, maken duidelijk dat ook de Verenigde
Staten en VN-functionarissen erbij betrokken waren.
Uit een bevolking van 800.000 zielen selecteerde Indonesië 1.025
Papoea's die mochten deelnemen aan een onder auspiciën van de VN te
realiseren zelf-beschikkingsproces, de zogeheten Act of Free Choice
(Akte van Vrije Keuze). Volgens Indonesia waren de namen van de geselecteerde
West-Papoea's naar boven gekomen door middel van raadpleging, de zogeheten
moesjewara. De stemming over de toekomst van West-Irian zou van
14 juli tot 4 augustus in acht regio's plaatsvinden.
West-Papoeaanse voormannen en anderen, onder wie politici in Australia
en Nederland, hadden eerder aangedrongen op een referendum, waarbij iedere
inwoner zou kunnen antwoorden op de vraag of hij wel of niet wenste dat
de provincie bij Indonesia bleef. Het houden van een raadpleging over zelfbeschikking
was in 1962 afgesproken toen, op initiatief van de Verenigde Staten, Indonesië
en Nederland de overeenkomst sloten over de overdracht van Irian Jaya.
Hoewel er dus verschil van mening bestond over de door Indonesië
gekozen procedure, gingen de Nederlandse en de Australische regering met
de voorgestelde werkwijze akkoord. Uit een telegram van Den Haag naar Canberra
blijkt dat overleg plaats had tussen de toenmalige regionaal directeur
'Oosten', mr. J. Rookmaaker, van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse
Zaken en de toenmalige ambassadeur van Australit in Den Haag, C.T. Moodie.
,,Betreffende de Act of Free Choice was Rookmaaker het eens met de opmerking
van onze ambassade dat het niet verstandig zou zijn voor de Indonesiërs
om (in deze kwestie) een verkeerde indruk te maken, omdat dat op den duur
afbreuk zou kunnen doen aan het idee dat de moesjewara een aanvaardbare
procedure was. (..) De Nederlanders gingen geheel akkoord met de moesjewara
als de best uitvoerbare manier om de Act of Free Choice te realiseren",
aldus het telegram.
Dubieus
Gordon Jockel, de toenmalige Australische ambassadeur in Indonesië,
was waarnemer bij de Act of Free Choice in Irian Jaya. Volgens hem was
de gevolgde consultatieprocedure of moesjewara dubieus. De inmiddels
gepensioneerde Jockel zegt dat de West-Papoea's die deelnamen aan de Act
of Free Choice, steekpenningen hebben gekregen van Indonesische functionarissen.
,,De Act of Free Choice is lange tijd voorbereid, waarbij allerlei vormen
van beïnvloeding werden gehanteerd, zoals het geven van geschenken,
feesten, amusement, medische hulp enzovoort."
Papoealeider Zonggonao, die tot mei 1969 lid was van de Indonesische
Vergadering van West-Irian (DRPD), zegt dat de geselecteerden met grof
geweld werden bedreigd. De als deelnemers gekozen West-Papoea's werden
in een kamp gestopt en door militaire officieren geïndoctrineerd.
Hun werd gezegd dat als zij niet voor Indonesië zouden stemmen, hun
tong zou worden uitgesneden", zegt hij.
Ook in een door inlichtingen-functionarissen geschreven rapport, waaruit
blijkt dat op het hoogste niveau geheime samenwerking plaats vond tussen
Nederland, Australië en Indonesië, wordt aangegeven dat de bewoners
van West-Irian geen eerlijke beslissing zouden nemen. In dat van 27 juni
1969 daterend rapport, opgesteld door leden van de Nederlandse en de Australische
inlichtingendiensten en dat in Jakarta en Canberra is verspreid, staan
aanwijzingen voor de opvattingen van toenmalige overheidsfunctionarissen.
West-Papoea's worden 'primitief' genoemd en er staat dat ,,de mentale kloof
tussen Papoea's en Javanen reusachtig is". ,,Naar Westerse opvattingen
kan de Act of Free Choice niet op een eerlijke manier worden uitgevoerd.
De 'kiesmannen' zullen ook door de Indonesiërs worden aangewezen.
Maar het zou nog wel eens heel moeilijk kunnen blijken om voldoende Papoea's
te vinden die bereid zijn als 'kiesmannen' voor de Indonesiërs op
te treden. Er zal dus geen vrije keuze door de bevolking plaatsvinden",
aldus het rapport van de inlichtingendiensten.
Slechts enkele weken eerder hadden, zo blijkt uit een ander document,
Adam Malik, de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, en zijn Nederlandse
collega Luns in Rome geheim overleg over Irian Jaya. Terwijl in het Nederlandse
parlement de onenigheid over het zelfbeschikkingsproces in West-Irian toenam,
stond in een telegram van de Australische ambassade in Rome aan Canberra,
gedateerd 27 mei 1969, dat de betrekkingen tussen de twee landen op het
gebied van ontwikkelingshulp en investeringen gevaar liepen. ,,Toen de
Indonesiërs instemden met de besprekingen, meenden zij dat Luns in
het parlement in grote moeilijkheden zou komen, tenzij hij zowel de rechter-
als de linkervleugel - die beide Indonesië in de kwestie West-Irian
kritiseerden - ervan zou kunnen overtuigen dat de Indonesische bedoelingen
met betrekking tot de Act of Free Choice redelijk en bevredigend waren.
Slaagt hij daar niet in, dan zou dat ongunstige gevolgen kunnen hebben
voor de omvang van de hulp die
Indonesië van Nederland ontvangt en nog hoopt te zullen ontvangen."
Het telegram toont aan dat Nederland en Indonesië een overeenkomst
hadden gesloten. ,,Het was dan ook in het belang van beide partijen dat
de besprekingen werden gehouden en dat ze slaagden. Vanuit Indonesisch
standpunt gezien waren ze succesvol", staat er.
Isolement
Vier dagen na het overleg in Rome kwamen de Papoealeiders Zonggonao en
Runawery op weg naar New York aan in het door Australië bestuurde
gedeelte van Nieuw-Guinea. Australië was bereid hun een verblijfsvergunning
voor Nieuw-Guinea te verlenen, mits zij schriftelijk verklaarden geen politieke
activiteiten te zullen ondernemen. ,,Omdat wij weigerden die papieren te
tekenen, namen zij ons in hechtenis. Daarna werden wij ondervraagd door
de ASIO (de Australische Inlichtingendienst, AB) en overgevlogen naar het
eiland Manus" zegt Zonggonao. Op Manus, 300 kilometer ten noordoosten van
Australisch Nieuw-Guinea, werden tientallen West Papoeaanse vluchtelingen
vastgehouden om te voorkomen dat zij politieke activiteiten ondernamen.
Ondanks het isolement waarin de twee mannen verkeerden, bood John Middleton
die als Australisch/Nieuw Guinees parlementslid zich de zaak aantrok, aan
om hun vliegtickets naar New York te betalen. Middieton, die nog altijd
in Papoea-Nieuw-Guinea woont, zegt nu dat het hem ,,toen een redelijk gebaar
leek om hun vliegreis naar New York te betalen", omdat de West-Papoea's
steun nodig hadden in hun streven naar zeifbeschikking. ,,De emoties over
die kwestie liepen hier toen nogal hoog op, want iedereen besefte wel dat
het hele zaakje stonk. Het was nogal duidelijk dat de zogenaamde 'vrije
keus' neerkwam op 'geen keus'. Zij wilden documenten naar New York brengen
die zouden aantonen dat de hele onderneming bedrog was", voegt Middieton
eraan toe.
Australië, dat officieel Zonggonao en Runawery ,,niet tegenhield
en niet bijstond", heeft hen er lijfelijk van weerhouden naar de VN te
reizen. Middleton had de vliegtickets betaald, maar op bevel van Canberra
verhinderde het districtshoofd op Manus dat zij het vliegtuig naar Port
Moresby namen om van daar naar New York te vliegen.
Nederland weigerde de twee mannen reisdocumenten te verschaffen, en
de Verenigde Staten verklaarden dat het nodig was om ,,gedurende enkele
maanden het vertrek van de twee mannen uit Papoea-Nieuw-Guinea te verhinderen".
De toenmalige secretaris-generaal van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse
Zaken, Schiff, heeft zelfs tegen de Australische ambassadeur in Den Haag
gezegd dat de Nederlandse regering had geweigerd Zonggonao en Runawery
reispapieren te verschaffen.
In een officieel Australisch telegram van 4 juli 1969 - tien dagen
voor het begin van de Act of Free Choice - van Den Haag naar Canberra staat
dat Schiff ,,hoopte dat de Australische autoriteiten een manier zouden
kunnen vinden om te voorkomen dat hun reisgelegenheid werd geboden, omdat
een bezoek aan New York verwarring zouden kunnen stichten bij de Verenigde
Naties en onvermijdelijk de aandacht zou trekken van de Nederlandse pers,
met als waarschijnlijk gevolg druk op de regering alhier."
Schertsvertoning
Intussen had de visie van het team van de Verenigde Naties dat ten tijde
vande Act of Free Choice in Irian Jaya aanwezig was, schokkende implicaties.
Volgens een in juli 1969 aan de Australische regering aangeboden officieel
regeringsrapport van de Verenigde Staten ,,is de persooniijke politieke
indruk van het VN-team dat (..) 95 procent van de Irianezen onafhankelijkheid
wenst en dat de Act of Free Choice een schertsvertoning is."
De samenzwering werd bekroond bij de Verenigde Naties in New York,
in de aanloop tot de Algemene Vergadering van de VN. In een telegram van
8 september 1969 van New York naar Canberra schrijft de Australische ambassadeur
Sir Patrick Shaw ,,De Nederlandse ambassadeur Middelburg hoopt dat de behandeling
van het onderwerp in de Vergadering kalm zal verlopen, met slechts twee
verklaringen, van Nederland en Indonesië. Hij sprak enige bezorgdheid
uit over het effect van lobbyen door West Irianezen in New York."
Het VN-team dat toezicht hield op de uitvoering van de zelfbeschikking,
werd geleid door de Boliviaanse diplomaat Fernando Ortiz-Sanz. Volgens
een door de Australische inlichtingendienst opgestelde analyse van zijn
rapport ,,koesteren bepaalde elementen een sterke overtuiging ten gunste
van onafhankelijkheid van West-Irian."
Uit het rapport blijkt ook dat Ortiz-Sanz aanvankelijk als voorwaarde
stelde dat het zelfbeschikkingsproces een referendum zou zijn op basis
van hoofdelijke stemming. Onder druk van Indonesië, Australië,
de secretaris-generaal van de VN en Nederland veranderde Ortiz-Sanz evenwel
van gedachten en accepteerde hij de volksraadpleging naar Indonesisch model.
In zijn eindverslag, dat op 6 november 1969 in de Algemene Vergadering
van de VN de orde kwam, zei Ortiz-Sanz rechten van vrije meninguiting,
vrijheid van beweging en vrijheid van vergadering" in Irian Jaya niet in
acht waren genomen. Dat vormde een inbreuk op de in 1962 in New York gesloten
overeenkomst tussen Indonesië en Nederland, zei hij.
Ondanks Ortiz-Sanz' bezwaren ratificeerde VN-secretaris-generaal Oe
Thant de Act of Free Choice met woorden dat ,,de bevolking er de voorkeur
aan had gegeven bij Indonesië te blijven''.
terug