1
Waarom precies ging de vrijlating van de 11 gegijzelden in Irian Jaya
op 6 mei jl. op het laatste moment niet door?
2
Is het bericht (1) waar, dat er op het moment waarop
de invrijheidstelling zou moeten plaatsvinden veel militaire aanwezigheid
was in het gebied? Acht u het mogelijk, dat dhr. Kelly Kwalik (OPM) daarom
besloten heeft aanvullende eisen te stellen?
3
Waarom heeft het Internationale Rode Kruis zich teruggetrokken als
bemiddelaar?
4
Waarop baseert u uw in het NOS-journaal (2) verwoorde
verwachting dat nu het Indonesische leger zal gaan ingrijpen?
5
Streeft de Nederlandse regering nog naar een vreedzame afwikkeling
van de zaak? Zo neen, waarom niet? Zo ja, wat hebt u ondernomen en onderneemt
u nu om dat te bewerkstelligen?
6
Is het asielverzoek van de 6 Papoea's die op 8 mei de Nederlandse ambassade
binnenkwamen in behandeling genomen? Zo neen,
waarom niet? Zo ja, wat is de uitkomst? Welke procedure is er gevolgd
bij het nagaan van de antecedenten?
1
De nu voorliggende vragen van de Geachte Afgevaardigde en mijn brief
aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de
Kamer dd. 23 mei jl. (1) hebben elkaar gekruist. Verschillende
elementen van de vraagstelling zijn reeds in deze brief beantwoord.
Over de diepere gronden van het geen doorgang vinden van de aanvankelijk
voorziene vrijlating, valt van hieruit moeilijk een uitspraak te doen.
De enige feitelijkheid is, dat de gijzelnemers geheel onvoorzien toonden,
de gemaakte afspraken niet na te komen.
2
Vaststelling van de omvang van de militaire aanwezigheid in het gebied
onttrekt zich aan de mogelijkheden van de Regering.
3
Te dien aanzien zou ik willen verwijzen naar het perscommunique´ van
het Internationale Comite´ van het Rode Kruis.
4 en 5
Aangezien de verwachting dat het Indonesisch leger zou gaan ingrijpen,
inmiddels is bewaarheid, meen ik deze beide vragen verder
onbeantwoord te mogen laten.
6
Voor wat betreft de asielaanvragen van deze zes personen moge ik eveneens
verwijzen naar mijn eerdergenoemde brief van 23 mei.